Gisela May: 'We hebben vrijheid gekregen en solidariteit ingeleverd'

De Duitse actrice en zangeres Gisela May, die vooral bekend is als vertolkster van het repertoire van Bertolt Brecht en Kurt Weill, overleed afgelopen weekend op 92-jarige leeftijd in Berlijn. Vijftien jaar geleden sprak theaterredacteur Hein Janssen haar in het vroegere Oost-Berlijn. Lees het interview uit 2001 hier terug.

Gisela May Beeld anp

Gisela May is terug in het huistheater van Brecht in het vroegere Oost-Berlijn. Dertig jaar lang was ze het boegbeeld van het socialistische theater, maar na de Wende werd ze op straat gezet. Nu heeft ze weer bloemen op het dressoir. Met dank aan Claus Peymann, uit Wenen gehaald om het theater weer op het spoor te zetten. Niets verrassends vooralsnog. 'We zijn driftig op zoek naar de thema's van deze stad.'

'Mag er even een spotje op?', vraagt Gisela May aan de technicus van het Berliner Ensemble. Een felle lichtbundel belicht het wapen met daarin de Pruisische adelaar, pronkend bovenin de vergulde lijst van het toneel. Er is een rood kruis overheen geschilderd, in dikke vette strepen. 'Dat heeft Brecht nog laten doen', zegt May met nauwelijks verholen trots. Rode strepen als teken van verzet tegen het burgerlijke, Pruisische theater waaraan Brecht geen enkele boodschap had. En May heeft er nog steeds geen boodschap aan.

De zangeres en actrice Gisela May (76) is terug op het podium van het Theater am Schiffbauerdamm, het huistheater van het Berliner Ensemble, aan de Bertolt Brecht Platz. Haar donkere, rijpe stem weerklinkt weer in het gebouw waar sinds twee jaar Claus Peymann intendant is, nadat hij het Burgtheater in Wenen voor gezien hield. 'Heute Kurt Weill Abend - Songs, Chansons, Erinnerungen mit Gisela May' staat op het witte vaandel dat boven de ingang hangt. De muziek van Kurt Weill en de teksten van Brecht zijn weer terug.

Fout

De terugkeer van 'Die May', die bijna tien jaar geleden uit dit bolwerk van het Duitse theater werd weggejaagd, is meer dan opmerkelijk. May was dertig jaar lang verbonden aan het Berliner Ensemble, de groep die door Brecht in 1948 werd opgericht en het uithangbord van het socialistische theater in de DDR werd. Zij speelde dertien jaar lang de titelrol in Mutter Courage en droeg over de hele wereld het Weill/Brecht-repertoire uit; nummers als Seeräuber Jenny, Die Moritat vom Mackie Messer en Surabaya-Johnny werden bijna volksliederen.

En toen kwam de Wende. De Muur viel en het Oost-Duitse theater raakte compleet in verwarring. Het Berliner Ensemble kwam onder leiding te staan van een vijfmanschap met onder anderen Peter Zadek en Heiner Müller. Voor May was geen plaats meer. In een gesprekje van vijf minuten werd haar meegedeeld dat het afgelopen was - 'dank u wel, en het ga u goed'.

Officieel heette het dat de actrice werd ontslagen vanwege haar leeftijd, maar artistieke en politieke motieven hebben onuitgesproken een rol gespeeld. May was voor de tweede keer 'fout' in haar eigen land. De eerste keer was dat in de Tweede Wereldoorlog als dochter van communistische ouders, de tweede keer omdat ze altijd was blijven optreden in die ineens verfoeide DDR.

'Nee, een feestelijke afscheidsavond werd mij niet gegund, ik mocht nog één keer Mutter Courage spelen en dat was het. Na afloop in de artiestenkantine zat een van de directeuren over zijn glas bier gebogen, hij keek niet op of om.'

Ze vertelt het zonder wrok, maar wel met een verbazing die in de jaren dat ze nu als freelance artieste optreedt niet is afgenomen. Gekleed in een grijs geruit broekpak met rode coltrui, omringd door boeken en teakhouten meubilair en opgemaakt zoals alleen oudere Duitse vrouwen zijn opgemaakt.

Ze woont in een flatje aan een hof vol zwerfkatten achter de Friedrichstrasse. Onafgebroken veertig jaar al - de kogelgaten zitten nog in de betonnen muren. 'Het is van hieruit precies zeven minuten lopen naar het Deutsches Theater waar ik ben begonnen, en zeven minuten naar het Berliner Ensemble. En, o ja, acht minuten lopen naar Metropol Theater, waar ik lang geleden in de musical Hello Dolly heb gespeeld.'

Maar Gisela May zingt voorlopig weer Brecht en Weill. Vorig jaar maakte zij dit liederenprogramma vanwege de honderdste geboortedag van Kurt Weill, een productie die in Düsseldorf in première ging. Een enthousiast publiek en mooie kritieken. Vrienden zeiden: maar Gisela, dit moet je toch in Berlijn zingen, dit hoort toch thuis in het Brecht-theater! Maar daar was ze weggestuurd - hoe de trots te overwinnen?

'Ik heb een brief gestuurd aan Claus Peymann. Hij zat hier nog maar net en ik dacht: als ik zelf niets onderneem, gebeurt er ook niets. Ik heb er wel veertien dagen over gedaan om die brief te schrijven; elk woord gewikt en gewogen, steeds weer opnieuw begonnen, want tja, hoe bied je jezelf als artieste aan, in het theater waar je dertig jaar hebt gespeeld?'

De brief is goed ontvangen: de hoofd-dramaturg van Peymann is naar Mays nieuwe show komen kijken en nodigde haar uit voor een rentree bij het Berliner Ensemble. Het is inmiddels zo goed bevallen dat ze er nu elke twee maanden haar Kurt Weill-avond zal spelen. En het publiek heeft haar in de armen gesloten als de verloren dochter die weer terug is. Vorige week dinsdag zinderde het in het theater - May kon de eerste minuten geen woord uitbrengen, omdat het publiek haar dat niet gunde en langdurig voor haar applaudisseerde.

In haar show zingt ze de mooiste Brecht en Weill-liederen, die ze aan elkaar praat met anekdotes en citaten uit de briefwisseling tussen Weill en zijn vrouw Lotte Lenya. Smakelijke verhalen uiteraard over de uitbundige Brecht, die als hij weer eens last had van een boze maîtresse gewoon een mooie rol voor haar schreef.

Tussendoor vertelt ze op bescheiden wijze ook over haar eigen carrière, zonder enige oubolligheid of sentimentele nostalgie. De reden van haar eerbetoon ontleent ze aan een zin uit een brief van Lotte Lenya na de dood van haar geliefde Weill: 'Ik wil zijn muziek levendig houden, in een tijd die geen tijd meer heeft zich te herinneren hoe het gisteren was.'

Haar stem mag dan wat gezakt zijn, haar interpretatie en voordrachtskunst zijn ongeëvenaard. Hoe een lied een meeslepend verhaal wordt, dat is de kern van Mays zingen. Over haar 'belaste' verleden in dit theater geen woord, alleen maar dat er nu, na tien jaar, in de kleedkamer eindelijk een douche is gekomen. Na afloop volgen bravo's en bloemen, die de volgende dag mooi geschikt op haar dressoir thuis staan.

Socialist

In een boekwinkel ligt Auf Bertolt Brechts Spuren, een biografie met daarin een foto uit 1978 gemaakt tijdens de opening van het Brecht-museum. Op die foto zit Gisela May aan tafel met onder anderen Erich Honecker, de toenmalige leider van de DDR.

'Ik ben daar altijd duidelijk over geweest: ik voel me nog steeds socialist en over de samenvoeging van beide Duitslanden heb ik mij nooit enige illusie gemaakt. Het leven hier is niet beter of slechter geworden, maar anders. We hebben vrijheid gekregen en solidariteit ingeleverd.

'Waar ik me zorgen over maak, is dat alles nu wordt gerelateerd aan economische beginselen - het gaat alleen nog maar over geld, onroerend goed en de beurs. Kinderen van twaalf jaar steken zich in de schulden om mobiele telefoontjes te kopen en de hele dag met hun vriendjes te bellen. Het ene mooie gebouw na het andere verrijst, en ik zie almaar meer werklozen, daklozen en drugsverslaafden. Maar het is tegenwoordig beter om niet te veel over politiek te praten, zeker niet onder collega's. We hebben het dan maar liever over kunst, en theater, en over de koppen in de krant.'

Eindelijk weer rumoer! Commotie! Dat hoopte men althans in Berlijn, toen Claus Peymann in september 1999 uit Wenen werd gehaald. De redder zou hij worden - van het zieltogende Berliner Ensemble dat de koers behoorlijk kwijt was. Moest de groep een soort Brecht-museum worden met keurige ensceneringen van diens oeuvre? Of moest het allemaal vernieuwend, schokkend en controversieel worden?

Peymann had twaalf jaar lang in Wenen voortdurend conflicten teweeggebracht, en het theater tot een luis in de pels van de politiek gemaakt. Met dank aan Thomas Bernhard en Elfriede Jelinek zat hij de maatschappelijke ontwikkelingen dicht op de hielen.

Tot nu toe is nog geen rimpeling in de vijver te zien geweest, tot teleurstelling van vooral de Berlijnse pers die al meer dan een jaar roept dat het maar een matte boel is met die oude Peymann. Voornaamste kritiekpunt: hij wil zijn Weense successen simpelweg in Berlijn kopiëren. Op het repertoire staan, naast de onvermijdelijke Shakespeare, voornamelijk Thomas Bernhard, Elfriede Jelinek en Peter Turrini, Oostenrijkse auteurs die het vooral over de problemen van het eigen land hebben. De critici roepen in koor dat de problemen in Berlijn van een andere orde zijn.

'Ik haat die houding, die typische tv-mentaliteit waarin alleen snel scoren telt.' zegt dramaturge Jutta Febers, die twaalf jaar met Peymann in Wenen heeft gewerkt, hem naar Berlijn is gevolgd en nu in de directie van het Ensemble zit. De meester zelf laat zich niet interviewen. Formeel omdat hij het te druk heeft met de repetities voor Shakespeare's Maat voor Maat, maar het is geen geheim dat hij gruwelijk de pest heeft aan de schrijvende pers. Op televisie liet hij zich onlangs ontvallen dat hij weliswaar veel kan hebben, maar geen olifantshuid heeft. De boodschap was duidelijk: 'Als u doorgaat met treiteren, prima, maar dan ben ik vertrokken.'

Febers vindt dat het Berliner Ensemble van Peymann vooral een theater voor 'nieuwe' auteurs moet zijn. 'Wij willen per se geen museumtheater worden, dit moet een levendige plek zijn. Dat in Amerikaanse en Japanse toeristengidsen staat dat hier elke dag Brecht wordt opgevoerd, dat kunnen wij ook niet helpen. Als er al Brecht wordt gespeeld, moet dat vanuit een bepaalde regieopvatting zijn, niet om op een makkelijke manier de maandladder te vullen.' Als voorbeelden van die nieuwe auteurs noemt ze Peter Handke, Botho Strauss, Elfriede Jelinek en Peter Turrini - toch zeker niet behorend tot de jonge generatie. Merkwaardig genoeg is het enige succes van Peymann tot nu toe zijn regie van Shakespeare's Richard II. Het spektakel en de tamtam van de Weense jaren is vooralsnog uitgebleven.

Claus Peymann in 2014. Beeld epa

Doordachte symboliek

Het eerste jaar in Berlijn is extreem zwaar geweest, erkent Febers, hetgeen door haar vermoeide gezicht en voordurende gezucht wordt bevestigd. 'Het Wiener Burgtheater is het eerste huis van de stad én van het land, in Berlijn zijn wij een van de vele theaters en bovendien wordt het theater hier niet zo gekoesterd als in Wenen. Wij zijn driftig op zoek naar de thema's van deze stad, van dit land. Thomas Brasch, die uit de voormalige DDR komt, schrijft een stuk over het moderne Berlijn en van Peter Turrini brengen wij komend najaar Ich liebe dieses Land, over een zwarte Afrikaan die in Duitsland het paradijs denkt te ontdekken en een relatie krijgt met een Poolse poetsvrouw.'

De afgelopen week waren bij het Berliner Ensemble behalve Gisela May twee stukken van Thomas Bernhard te zien (Vor dem Ruhestand en Claus Peymann kauft sich eine Hose und geht mit mir essen), Das Lebewohl van Elfriede Jelinek en Die Kleinbürgerhochzeit van, jawel, Bertolt Brecht.

Hoe verschillend ook: al deze producties tonen aan dat het Berliner Ensemble een onvervalst dramaturgentheater is, vol doordachte symboliek en betekenisvolle effecten. Jelineks tekst wordt gepresenteerd als een 'Sprachkunstwerk' en is derhalve onbegrijpelijk. Opvallend is de sterke bezetting van alle voorstellingen, waarin zelfs de kleinste bijrol perfect wordt gespeeld. Het Berliner Ensemble heeft dan ook véértig vaste acteurs in dienst. Groots zijn Martin Schwab en Kirsten Dene, door Peymann meegenomen uit Wenen, die in de schitterende voorstelling Claus Peymann kauft sich eine Hose... een mengeling van humor en bijtende satire laten zien. Een stuk gaat over de alom aanwezige oude en nieuwe nazi's in Oostenrijk, maar het Berlijnse publiek kon er nauwelijks om lachen.

De Berlijners lepelen in de pauze een glaasje bowl en eten een brezel. Na afloop wordt er gesoupeerd in de veelal nieuwe restaurants in de buurt. Het theater ligt er wat verloren bij, ingeklemd tussen de Spree en station Friedrichstrasse, tussen de roze glitter van het Friedrichstadt Palast, waar iedere avond de Berlijnse revue herleeft, en het Tränenpalast, waar jongeren drinken, dansen en concerten bezoeken.

Volgens Gisela May moet de intendant nog wennen aan de eigenzinnige Berlijners. 'Peymann is een grote persoonlijkheid, en wij waren zeer opgetogen dat hij naar Berlijn wilde komen. Maar hij heeft ook iets arrogants en provocatiefs, een houding van: zo, en nu zal ik de dames en heren politici eens flink een lesje leren. Het is goed dat hij niet meteen de grote Brecht-stukken is gaan opvoeren, maar ik weet zeker dat hij dat op den duur wel zal gaan doen. Hij móet van Brecht houden, hij is tenslotte een intellectueel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden