Achtergrond Lezen

Gij zult lezen! Maar waarom eigenlijk?

Vakantie! Eindelijk tijd om te lezen! Wie zich daarop verheugt, is waarschijnlijk boven de 50. Want jongeren hebben niet zo’n zin meer in boeken. Hoe verander je dat? Maar eerst: waarom is lezen zo belangrijk? En: ís lezen wel belangrijk? 

Beeld Aisha Zeijpveld

‘Wij staan hier aan het graf van de Nederlandse literatuur’, zegt schrijver Pieter Waterdrinker (57) plechtig. Terwijl zijn ene hand een glas chardonnay naar de mond brengt, gebaart de andere theatraal naar buiten: ‘Kijk maar hoe oud ze zijn, minstens 60. Binnenkort zijn ze allemaal dood.’ Slok, korte stilte, de hand gaat steil omlaag, een denkbeeldige berg af: ‘Dan leest niemand onze boeken meer. Dan is het gedaan.’

Het is zaterdagavond 16 juni en in het Drentse Dwingeloo gaat het literaire festival Zomerzinnen zijn laatste uur in. In grand café De Brink is het best gezellig, Peter Middendorp schuift aan, Tommy Wieringa bestelt een biertje, Onno Blom doet Jan Wolkers nog eens na, er zijn bitterballen met mosterd. Buiten is het inderdaad grijs, qua haarkleur van de bezoekers.

Zomerzinnen-organisator Annette Timmer bevestigt dat de gemiddelde leeftijd van de ruim zevenhonderd bezoekers 50 is. Ze heeft haar uiterste best gedaan jongeren te trekken, onder meer door leerlingen van middelbare scholen jeugdboekenschrijvers te laten interviewen. ‘Het kost ongelooflijk veel moeite om de scholen warm te maken, ik heb geprobeerd contact te krijgen met twee docenten Nederlands in Diever maar die antwoordden niet op mails en terugbelverzoekjes. Uiteindelijk heb ik via Biblionet Drenthe drie leerlingen gevonden die wilden meedoen. Niet voor de lol; voor de studiepunten.’

Het gaat slecht met de literatuur. Niet omdat er geen boeken meer geschreven worden, integendeel. Maar de lezers laten het afweten en zonder lezer is een schrijver verloren. Lezers vormen het fundament onder het boekenvak. Afgelopen voorjaar zette de Raad voor Cultuur de belangrijkste ontwikkelingen binnen de letterensector op een rij, in een lijvig rapport dat De daad bij het woord heet. Na zeven crisisjaren is het boekenvak zich weliswaar een beetje aan het herstellen en worden nieuwe initiatieven ontplooid in uitgeverij, boekhandel en bibliotheek; maar verse lezersaanwas, van jongeren dus, blijft al jaren uit.

De Raad noemt het geringe leesplezier en de dalende leestijd onder vooral jongeren en jongvolwassenen een ‘punt van grote zorg’. ‘We constateren dat er wordt geknaagd aan de wortels van de letterensector. We zien al langer dat het aantal lezers gestaag terugloopt, en deze trend lijkt vooralsnog niet gekeerd te worden, ondanks allerhande leesbevorderingsinitiatieven.’ Een van de initiatieven is een speciale Boekenweek voor jongeren, die de CPNB in september organiseert.

De cijfers: In 1975 lazen Nederlanders gemiddeld 6,5 uur boeken per week, in 2011 was dat teruggelopen naar 2,5 uur. Volgens het laatste tijdsbestedingsonderzoek van het SCP (januari 2018) leest 40 procent van de jongeren weleens een boek, tegenover 65 procent in 2006, en daalde dat percentage onder jongvolwassenen (20-34 jaar) van 87 naar 49. En als er gelezen wordt, is dat steeds minder van papier en steeds meer van een scherm.

Geletterdheid

Bij presentaties van dergelijke cijfers klinken steevast woorden als ‘noodklok’ en ‘alarmerend’. Kennelijk wordt het belangrijk gevonden dat zo veel mogelijk mensen zo veel mogelijk boeken lezen. ‘Mediawijsheid en geletterdheid zijn belangrijke voorwaarden voor een goed functionerende maatschappij’, ronkt de Raad voor Cultuur in zijn advies. ‘De sector moet zich ervoor inzetten dat iedere burger wordt bereikt.’

Maar waarom eigenlijk? Zo gezond is het niet om uren stil te zitten met een boek. Verder kun je van lezen ook nog eens hartstikke bijziend worden, blijkt uit recent onderzoek (net als van uren op je mobiel kijken overigens). De mens heeft zich gedurende het grootste deel van zijn bestaan prima gered zonder boeken. Totdat Johannes Gutenberg de drukpers uitvond, rond 1445, was lezen voorbehouden aan een kleine elite. Het zou tot ver in de 19de eeuw duren voor mensen massaal boeken gingen lezen, en die bezigheid werd toen door veel mensen als verderfelijk beschouwd – de meeste mensen lazen geen literaire werken maar zogeheten keukenmeidenromans, detectives, Lord Lister of Buffalo Bill. Lezen was het belangrijkste tijdverdrijf, net zoiets als Facebook nu.

Dus hoezo is die ontlezing zo’n ramp?

In het café van het Utrechtse Tivoli Vredenburg schuift Adriaan van der Weel (65), bijzonder hoogleraar in de moderne geschiedenis van het boek aan de Universiteit Leiden, een leesbril over zijn lenzen (‘ik heb min 12’) om de menukaart te bekijken. ‘Je moet om te beginnen definiëren wat je met ontlezing bedoelt; het is duidelijk dat er met de komst van de smartphone nooit zoveel is gelezen als in deze tijd. Alleen is dat niet meer vanzelfsprekend wat je vroeger als leesvoer beschouwde, boeken dus.’

Van der Weel haalt de Duitse neurowetenschapper Ernst Pöppel van de universiteit München aan, volgens wie lezen het onnatuurlijkste is wat een mens zijn hersenen kan aandoen. ‘En dat is ook waar, in die zin dat wij niet met leesvaardigheid worden geboren. We moeten die vaardigheid helemaal zelf creëren.

‘Maar dat doen we al heel vroeg. Niet zo vroeg als taal, taal beginnen we al te leren wanneer we nog in de baarmoeder zitten. De eerste geluiden die de omgeving produceert, internaliseren we vanaf het moment dat we nog niet eens een bewustzijn hebben; toch gebeuren er allerlei dingen waardoor we een moedertaal krijgen. Als je in een volkomen taalloze omgeving zou worden geboren, is het niet zo dat je vanzelf een taal leert. Maar als je eenmaal met taal geconfronteerd wordt, legt dat meteen bepaalde paden aan in de hersenen.’

Het vermogen tot lezen is wel enigszins aangeboren, zegt Van der Weel. ‘De hersengebieden die je gebruikt als je leest, waren evolutionair bedoeld voor andere vormen van lezen dan wij nu kennen: namelijk het lezen van de natuur. Je ziet iets en beschouwt dat als een teken voor iets anders. Je ziet een spoor van een vogel en dat is voor jou een teken dat hier een vogel was. Zo’n vogelspoor is net zo symbolisch als het schrift en het vermogen dat te herkennen, te lezen, hebben we wél als soort ingebouwd. Dus als Ernst Pöppel lezen onnatuurlijk noemt, moet je dat relativeren. Al is het zeker zo dat we er heel veel moeite voor moeten doen. Hoe lang duurt het niet voordat een schoolgaand kind feilloos letters leert onderscheiden?’

Het echte antwoord op de vraag waarom lezen zo belangrijk is, ligt genuanceerd en is een kip-ei-verhaal, volgens Adriaan van der Weel. ‘Lezen is belangrijk omdat we in een geletterde samenleving leven. Een van de allerbelangrijkste uitvindingen in onze cultuurgeschiedenis is die van het schrift. De drukpers was ook belangrijk maar toch haalt die het niet bij de allereerste vondst van wat je kan doen met geschreven letters, dat is zo baanbrekend geweest. Met de uitvinding van het schrift konden mensen kennis vastleggen, hun eigen kennis eraan toevoegen; door het schrift kun je dingen optellen, verzamelen, vergelijken.

Beeld Aisha Zeijpveld

‘Tekst zorgt ervoor dat je kennis kunt objectificeren, in de meest letterlijke zin van het woord: je maakt wat je tot die tijd in je hoofd had zitten tot een object, waardoor je het kunt bestuderen. Het schrift heeft onze wereld gevormd. Ja, we hebben lang zonder boeken gedaan; maar intussen zijn onze westerse maatschappijen zo doordesemd met tekst, zijn we zo afhankelijk geworden van tekst als medium, dat je niet meer zonder kan. Je hebt leesvaardigheid nodig om te kunnen meedoen, zo eenvoudig is het.’

Waarom is het niet genoeg als we letters kunnen ontcijferen; daar heb je toch geen dikke boeken voor nodig? ‘Nee, daar heb je geen dikke boeken voor nodig, maar de extra inspanning die je moet plegen om dikke boeken te lezen, zorgen voor allerlei andere vaardigheden die vaak niet benoemd worden maar die wel heel belangrijk zijn. Als je geregeld boeken leest, leer je dingen onthouden en begin je betogen te begrijpen. Je hersenen worden tot inspanning aangezet. Lezen is vermoeiender dan kijken of luisteren omdat je in je hoofd voortdurend die letters zit te decoderen. De betekenis van een woord koppelen we altijd aan klank. Als je leest, zet je de woorden in je hoofd om tot klank om er daarna pas betekenis aan toe te kennen. Je zet dus een extra stap, die je niet hoeft te zetten wanneer je luistert of naar een filmpje kijkt. Daarom val je gemakkelijker in slaap bij een boek dan bij de tv, lezen is vermoeiender.’

En het lezen van social media of whatsappjes? ‘Dat kost ook meer inspanning dan het zien van een film. Wat ik al zei: er is nooit zoveel gelezen en geschreven als nu, en dat zou je positief kunnen vinden. Alleen is daarbij het idioom veel beperkter dan in boeken.’

Beste vriend

Eind april hield rapper en schrijver Massih Hutak (25) bij De Nieuws BV op Radio 1 een praatje over de ontlezing onder jongeren. Zelf vond hij het lezen van boeken de mooiste manier van verhalen tot je nemen, zei hij. Maar daarmee sloot hij andere manieren niet uit. ‘Zoals series en films kijken, of muziek luisteren, maar ook het spelen van games en het delen van ervaringen op sociale media. Deze alternatieve leesmanieren worden vaak afgeschilderd als de grootste vijand voor leesbevordering. Terwijl ze juist nu onze beste vriend moeten zijn.’

Ouderen moeten eens ophouden met van bovenaf allerlei oplossingen bedenken; beter kunnen ze met niet-lezende jongeren in gesprek gaan, zei Huttak. ‘Jongeren luisteren massaal naar hiphop, houden beelddagboeken bij die ze delen. Laat een rapper het Boekenweekgeschenk schrijven of laat Ronnie Flex het dagboek van Anne Frank inspreken als audioboek en zet het op Spotify. Het probleem is niet dat jongeren minder lezen, het probleem is dat niemand kan uitleggen waarom verhalen per se via boeken moeten worden geconsumeerd. Terwijl jongeren vandaag de dag een grotere honger naar verhalen hebben dan ooit.’

‘Het verhaal’ is populair, de laatste tijd. ‘Eppo van Nispen tot Sevenaer van de CPNB mocht ook graag roepen: het gaat niet om boeken, het gaat om het verháál’, zegt Adriaan van der Weel. ‘Daar word ik zo moe van. Het is namelijk onzin. In zoverre: cultureel gesproken, als je over alle tijden heen kijkt, is het verhaal natuurlijk de blijvende factor. In het begin alleen oraal, toen schriftelijk, voor een elite, langzamerhand breidde het zich uit.

‘Maar omdát we nu in een getekstualiseerde samenleving leven, kun je niet meer volhouden dat het vooral om het verhaal gaat. Als je niet naar school gaat en niet leert lezen en schrijven, kun je niet meedoen. Net zoals je je taal meekrijgt van je ouders, krijg je het schrift mee van de maatschappij, en daar kun je je niet aan onttrekken. We hebben een getekstualiseerde samenleving gecreëerd waarin alles van tekst afhangt. De jurist móét zijn wetsteksten kunnen lezen, vergelijkingen kunnen maken. Je moet kunnen doorgronden wat anderen doen. Je moet betogen kunnen analyseren; heel belangrijk, in een democratie. Als je zegt dat het alleen om het verhaal gaat, verwaarloos je een groot deel van de nu bestaande werkelijkheid.’

Terug naar het boek. Volgens de Raad voor Cultuur is vastgesteld dat het lezen van literatuur mensen daadwerkelijk verandert, op het vlak van opvattingen, sociale cognitie en geestelijk en fysiek welzijn. ‘Klopt allemaal’, zegt Van der Weel. ‘Maar het empirische onderzoek daarnaar staat nog in de kinderschoenen. Want hoe kun je dat nou bewijzen? Je kan nooit aantonen dat iemand die wél literatuur heeft gelezen, een andere persoon is geworden dan diezelfde persoon als ie het niet had gedaan. Maar wat wel wordt aangetoond, zijn bepaalde effecten van het lezen van literatuur.’

Aangespoord door Wolkers

Op haar 18de kreeg schrijver Marieke Lucas Rijneveld (27) de roman Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers van iemand die zijn zolder aan het opruimen was. ‘Dat boek heeft me aangespoord om te gaan schrijven’, zegt Rijneveld op het Drentse literaire festival Zomerzinnen. ‘Op school, ik heb vmbo gedaan, kwam helemaal niets voorbij aan literatuur, we hadden geen leeslijst. Pas nadat ik dat boek van Wolkers had gekregen, ben ik gaan lezen. Ik had nog nooit zoiets gezien. De vrijheid in taal, de thema’s die erin voorkwamen – natuur, seksualiteit, geloof: ik wist niet dat je daar zó over kon schrijven. Ik ben erg blij dat ik het lezen heb ontdekt, ik gun het iedereen.’

Vanaf 14 juli schrijft in V Zomer elke week een jonge schrijver over het boek dat hem of haar aan het lezen heeft gebracht. De eerste is Laura van der Haar, over Ontaarde moeders van Renate Dorrestein.

Een van die effecten is het vermogen je in een ander te verplaatsen, oftewel empathie; maar daar zijn sociale media ook prima geschikt voor. Van der Weel: ‘Het effect van literatuur gaat dieper: je leert hoe mensen in elkaar zitten, wat hun drijfveren zijn en hoe ze kunnen reageren, wat voor scenario’s allemaal denkbaar zijn. Ik heb eens een artikel geschreven over hypertekstromans en de vraag waarom die nooit zijn aangeslagen. Een hypertekstroman is een roman die geen normale lineaire volgorde heeft, met een begin en een eind, maar waarbij de tekst wordt opgedeeld in stukjes waaruit je zelf kunt kiezen, door op hyperlinks te klikken. In de jaren zeventig en tachtig werd er druk mee geëxperimenteerd, wetenschappers beweerden dat dit absoluut de toekomst had.

‘Maar het sloeg totaal niet aan. En dat heeft een evolutionaire reden. Je wilt van literatuur leren wat de mogelijkheden zijn. Je wilt leren hoe mensen onder bepaalde omstandigheden reageren. Je wordt met morele dilemma’s geconfronteerd en die moet jij niet oplossen, die moet de auteur zijn hoofdpersoon laten proberen op te lossen, waarbij die ook de verkeerde beslissing kan nemen.’

Een verhaal beleven via een game, waarbij je zelf kiest wat je doet, kan dus heel leuk zijn als ontspanning, maar wijzer word je er niet van? ‘Precies. Als jij zegt: ik wil liever niet in deze akelige situatie blijven hangen dus ik ga liever naar iets anders toe, dan heb je niks opgelost. Je moet met de onvermijdelijkheid van een bepaalde uitkomst leren leven.’

Literatuur vs. lectuur

Dat is meteen ook wat literatuur en lectuur van elkaar onderscheidt. ‘Een detective of gemakkelijke roman is volgens een bepaald patroon opgebouwd, het verloop is voorspelbaar en móét ook voorspelbaar zijn; dat is de kracht ervan. Je leert er niks van want je wordt niet geconfronteerd met morele keuzes of dilemma’s.’ Met series en films ligt het anders. Van der Weel noemt het fascinerend wat daar gebeurt. ‘Als je naar al die series kijkt: die zijn vaak zo ongelooflijk gelaagd dat ze wel degelijk een alternatief kunnen zijn voor literatuur als het gaat om empathie of morele dilemma’s. Leren mens te zijn, dat kan prima via zo’n serie. Maar je leert niet lezen. En dat is dus bijzonder onhandig in een samenleving die getekstualiseerd is – nog wel.’

Nog wel, inderdaad; want de veranderingen gaan snel. We zitten middenin een digitale revolutie waarvan niemand de reikwijdte al kan overzien. Van der Weel: ‘Ik denk dat dit een van de grootste revoluties is die we ooit hebben meegemaakt.’

Met als mogelijk resultaat een samenleving waarin leesvaardigheid helemaal niet meer zo belangrijk is? ‘Dat is zeker denkbaar. Een van mijn boeken heet Changing our textual minds. Omdat onze breinen zijn gevormd door het lezen van teksten, denken we lineair en logisch; logica is per definitie lineair. Die dingen bepalen onbewust – want niemand staat daar bewust bij stil – onze maatschappelijke verhoudingen, onze instituties, onze manier van leven, alles wat we doen.

‘In een volledig gedigitaliseerde samenleving kun je die lineariteit doorbreken. Je kunt gegevens visualiseren. Er ontstaan in de digitale wereld heel andere manieren om kennis vorm te geven. Wat wij nu beschouwen als kennis, is een product; een product dat je in een boek kunt vastleggen en meenemen. Ik kan jou een exemplaar van mijn boek geven. Maar die opvatting van kennis als product is volkomen aan het wegvallen. In onze tijd beginnen we kennis te zien als iets dat fluïde is, voortdurend in beweging, dat nooit vaststaat. Dat heeft allerlei ingrijpende gevolgen; bijvoorbeeld dat we geen experts meer erkennen. Waar mensen vroeger wilden stijgen, moet alles nu naar beneden worden gehaald. Jongeren willen niet óók in die ivoren toren, nee: die toren moet omlaag.’

Conclusie: het is wel degelijk zorgwekkend dat jongeren steeds minder lezen. ‘Op de korte termijn wel. De ontlezing is begonnen sinds de komst van de televisie; de televisie kun je zien als het eerste scherm. Nu zijn de schermen overal, en schermen zijn gebouwd voor afleiding. Alles is erop gericht om je aandacht vast te houden en dat krijg je alleen maar voor elkaar door een voortdurend wisselende aantrekkelijkheid aan te bieden. Dat zijn nooit lange teksten, dan blijft iemand niet hangen. Het is bovendien onomstotelijk vast komen te staan dat iedereen – ouderen én jongeren – teksten die ze op het scherm lezen minder serieus nemen dan teksten op papier. Je zou zeggen dat je daar iets mee moet, maar er is geen ministerie van Onderwijs dat hier beleid op maakt. Overal ter wereld introduceren ze de ene digitale leeromgeving na de andere.

‘Op de lange termijn denk ik: we passen ons toch wel aan, als soort? We hebben ons altijd aangepast! Maar waar we ons vaak op verkijken: we denken dat we die dingen onder controle hebben. Dat wij, omdat we de computers hebben uitgevonden en de digitale wereld hebben bedacht, ook wel weten waar we mee bezig zijn. Daar geloof ik dus geen klap van. Techniek loopt altijd voorop en we kunnen geen voorspellingen doen over hoe anders die wereld eruit gaat zien maar mijn punt is: die gáát er anders uitzien! De digitale revolutie zal op iets langere termijn enorme consequenties hebben. Het zijn allemaal dozen van Pandora.’

Hongerige hersenen

Is lezen van boeken goed voor de hersenen, zoals uitgevers elkaar graag nazeggen? Jazeker, zegt neuropsycholoog Jelle Jolles van de Vrije Universiteit, maar het is vooral goed voor de mens. ‘Je hoeft alleen maar een paar eeuwen terug te kijken. De mensen die vroeger lazen, waren dat de armen? Nee, dat waren de rijken en machtigen. De hersenen zijn het orgaan dat ons in staat stelt waar te nemen en nieuwe prikkels te vergelijken met wat eerder is opgeslagen. Door kennis van vroeger te gebruiken voor situaties van nu kan een persoon zich aanpassen aan nieuwe situaties, en in dat proces is lezen van groot belang. Omdat het een effectieve methode is om ervaringen en kennis van anderen te kunnen gebruiken; niet alleen van vroeger maar ook uit andere werelden, of van mensen met andere normen en waarden. Door lezen leer je denken.’

Onderzoek naar de hersenfuncties van mensen die gedurende lange tijd veel dan wel weinig lezen, kent Jolles niet. ‘Het effect van welke activiteit ook op het brein, of je het nu hebt over lezen, schrijven of liefhebben, is nauwelijks te meten. Maar er is wel veel onderzoek waaruit blijkt dat leerervaringen leiden tot een verandering van hersenstructuur en –functie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat schrale ervaringen in de jeugd zorgen dat de rijping van het brein wat trager verloopt. Kinderen die niet worden voorgelezen en weinig speelgoed hebben, kunnen al gauw een jaar achterlopen op kinderen in een rijkere omgeving met meer stimulans.’

Hersenen, zegt Jolles, hebben altijd honger. Vooral die van jongeren. Ze willen geprikkeld worden en hebben daarbij een uitgesproken voorkeur voor wat nieuw is. Boeken voorzien niet alleen in kennis maar ook in nieuwigheid, ze prikkelen de verbeelding. ‘De hersenen zorgen dat letters en woorden tot begrip leiden – wat betekent dit, wat staat hier? – en dat begrip is niet alleen talig van aard. Veel van wat we lezen wordt omgezet in beeld of klank. Denk aan ‘kikker’; je ziet kleuren, je kunt hem bijna voelen. Of in emoties, zoals angst of stress, alsof je net zo hard moet vluchten als de boef in het boek. Door onderzoek weten we dat tijdens het lezen over dat soort dingen dezelfde hersenfuncties worden geactiveerd als wanneer de gebeurtenis echt zou plaatsvinden. Men spreekt in dat verband van ‘embodied cognition’: denken en ervaren met je lichaam.’

Lezen doe je met je hele hoofd. Jolles: ‘Sleutelbegrip zijn de hersennetwerken, complexe systemen van verbindingsbanen tussen de vele hersenstructuren. Vergelijk het met snelwegen, landweggetjes en paadjes op een landkaart. Dankzij die netwerken wordt informatie uitgewisseld tussen ruim tweehonderd hersencentra. Bij iemand die veel leest, zijn die hersennetwerken verder ontwikkeld. Daardoor worden er gemakkelijker associaties gevormd en verbanden gelegd tussen zaken die niet per se bij elkaar horen.’

Een cruciale factor waaraan volgens Jelle Jolles veel meer aandacht moet worden besteed, is leesplezier. ‘Een kind dat niet graag leest, zal minder leeservaringen opdoen, daardoor minder begrip hebben van wat het leest, en daarmee weer minder lol in het lezen, waardoor het minder leest: een vicieuze cirkel. Investeren in leesplezier is verschrikkelijk belangrijk.’

Zie ook jellejolles.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.