De Gids Marc Almond

Gids Marc Almond houdt zijn idolen op gezonde afstand

De Engelse zanger Marc Almond hoeft zijn idolen niet te ontmoeten, maar hij gidst ons wel graag langs ze.

Marc Almond Beeld Getty Images

Marc Almond (62)  heeft er zin in volgende week. Meestal gaat de Engelse popzanger het podium op als hij een nieuwe plaat heeft gemaakt. Dit keer niet. ‘Deze tournee staat voor het eerst in het teken van nostalgie’, zegt Almond. De zanger is bekend van Soft Cell, het elektropopduo waarmee hij in de vroege jaren tachtig zo succesvol was en ook als solo-artiest die scoorde met hits als Tears Run Rings (1988) en (met jarenzestigcrooner Gene Pitney) Something’s Gotten Hold Of My Heart (1989). Hits scoort hij al jaren niet meer en daar is hij ook niet naar op zoek. Liever maakt hij platen met theatrale pop, Russische folkliedjes of Franse chansons. Ook daarvan zal wat te horen zijn tijdens de vijf concerten die hij eerdaags in Nederland geeft. 

Maar de nadruk ligt op de hits, zo belooft hij. ‘Lekker zwelgen in het verleden.’ Iets waar hij vooral aardigheid in kreeg sinds hij een jaar geleden herenigd was met zijn partner van weleer Dave Ball voor een een eenmalig concert van Soft Cell. Voor het eerst in meer dan vijftien jaar stonden ze samen op het podium. ‘En voor het laatst, want dat hadden we zo afgesproken. Een eenmalig groot concert in de Londense O2 waarin we al onze hits nog één keer samen zouden spelen.’

Het concert werd een groot succes. Twintigduizend man publiek, onder wie veel generatiegenoten van Almond zongen de kelen schor en Almond zag op de eerste rijen tranen van ontroering.

Zelf had hij ook erg veel plezier in de uitvoering van jarentachtighits als Tainted Love, Bedsitter en Say Hello, Wave Goodbye. Hij straalde als ze goed gingen, en maakte ontspannen grapjes als er iets misging.

‘Ik raakte per liedje meer in extase. Als het aan mij had gelegen hadden we meer optredens gedaan, maar Dave stond erop dat het bij één show zou blijven. Hij had altijd al een hekel aan concerten geven. Daar veranderden ook twintigduizend fans niets aan.

In Soft Cell was ik altijd al degene die studio-opnames doodsaai vond en zich juist op het podium senang voelde, voor Dave was dat precies andersom.’

Ball is er dus niet bij tijdens de komende Hits and Pieces-tournee. ‘Hoe blij ik ook was, ik werk al vijfendertig jaar als solo-artiest, dus ik kan best zonder Dave’, rondt Almond het onderwerp af.

‘Als ik zo terugkijk dan heb ik toch een behoorlijk afwisselend oeuvre opgebouwd. Repertoire van Jacques Brel vertolkt, Russische folkplaten opgenomen en hits gehad met jeugdhelden als Gene Pitney, de dramatische crooner van wie ik op mijn 10de al fan was.’

Met Pitney scoorde Almond dertig jaar geleden zijn grootste hit hier: Pitneys jarenzestignummer Something’s Gotten Hold Of My Heart. Een gepassioneerde, orkestrale ballad, het soort liedjes waar Almond nog altijd zoveel van houdt. ‘Zet mij voor een orkest en ik ga zweven van geluk. Maar dat cabareteske van kleine nachtclubs is me even dierbaar.’ Die muzikale flexibiliteit uit zich ook in zijn smaak. Almond groeide op met jaren zestig beat, soul, glamrock en punk. Hij pikte overal wat vandaan, zegt hij voordat hij V meer vertelt over zijn artistieke voorkeuren.

Muziek: David Bowie

David Bowie in 1973. Beeld Getty

‘Een rubriek als deze kan alleen maar beginnen met David Bowie. Hij was voor mij veel meer dan een popmuzikant. Hij was mentor, leermeester en domweg de belangrijkste persoon in mijn culturele opvoeding.

‘Ik was 14 toen ik Bowie voor het eerst op tv zag. Niets heeft daarna zo veel impact gehad. Dat androgyne, het flirten met zijn gitarist Mick Ronson in Top of the Pops tijdens Starman, was ongehoord.Voordat ik Bowies muziek leerde kennen was ik al echt een popnerd. Ik hield lijstjes bij en hield van hardrockbands als Deep Purple, waarvan ik de zanger met zijn hoge gilletjes graag imiteerde.

‘Toen kwam Bowie en werd alles anders. Rockmuziek kreeg vrouwelijke trekjes en was niet meer exclusief voor stoere mannen.

‘Ik groeide op in Leeds, had moeite op school, maar onderwijs kreeg ik van Bowie. Als hij in interviews sprak over bepaalde films en boeken, dan ging ik daar achteraan. De liedjes van Jacques Brel kwamen dankzij Bowie op mijn pad.

‘De behoefte om hem te spreken heb ik nooit gehad. Een ontmoeting met je idolen kan alleen maar tegenvallen. Ik wilde zijn fan zijn en hem op afstand bewonderen.

‘Maar er is een moment dat ik mijn hele leven zal blijven koesteren. Jaren geleden ging ik in de New Yorkse Met naar een Chinese opera en zag vlak voor me Bowie en zijn vrouw Iman lopen. We hadden plaatsen in elkaars zicht en ik meende bij hem iets van herkenning te bespeuren.

‘Die voorstelling was oersaai, maar ik durfde niet weg te gaan want misschien vond Bowie het prachtig. Gelukkig zag ik ze in de pauze zelf wegsneaken. Ik erachteraan, opgelucht en in de wolken, want David Bowie had even naar me geglimlacht.’

Muziek: Jacques Brel

Jacques Brel. Beeld Getty Images

‘Begin jaren zeventig raakten de Franse chansons van vooral Jacques Brel onder Britse muziekliefhebbers in de mode. David Bowie zong ze, maar die had het volgens mij weer van Scott Walker, die als zanger van de Walker Brothers toen populairder was dan Bowie. ‘Brel werd langzaam een soort obsessie voor me. Zo diep als hij kon gaan was nieuw voor mij. Ik heb twintig jaar later een plaat met zijn liedjes opgenomen en ben altijd zijn werk blijven zingen, al heb ik nooit het idee gehad dat ik echt tot de kern van zijn ben doorgedrongen. Dat kan ook de taalbarrière zijn, want zelfs Bowie en Walker hebben voor mij nooit die grootheid van Brel weten te evenaren.

‘Misschien wel zijn mooiste liedje is J’arrive, waarin hij met God over de dood praat. Ik kan er niets aan doen, maar ik ben dol op liedjes over de dood. Geen idee hoe dat komt, maar die obsessie wordt alleen maar groter. Ik ben er een paar keer dichtbij geweest, zoals vijftien jaar geleden toen ik met mijn motor bijna verongelukte. Maar ik ben bepaald nog niet klaar om te gaan.’

Boek: AA Gill - Pour Me (2015)

Pour Me van A.A. Gill

‘Boeken lezen heb ik ook van Bowie geleerd. Hij kwam in interviews met popbladen met auteurs als de Franse Jean Genet aan. Dus hup, daar ging ik, naar de bibliotheek voor Onze Lieve Vrouw van de Bloemen. Maar dat is niet zo origineel. Iedere nicht die is opgegroeid in de jaren zestig en zeventig las Genet. Bij mij duurde het hooguit wat langer voor ik hem ontdekte.

‘Eigenlijk ben ik ook niet zo’n goede lezer. Ik kan nooit lang in een boek blijven hangen. Ik wil altijd snel alweer wat anders lezen. Zo ben ik altijd bezig in een stuk of vijf boeken tegelijk.

‘Maar waar ik intens van genoten heb is Pour Me van de Britse criticus A.A. Gill. In dat boek heeft hij het openhartig over zijn alcoholverslaving, die hij overwon. Het trieste is dat hij een paar jaar later aan kanker overleed.

‘A.A. Gill was bij ons berucht om zijn toneel- en restaurantkritieken in The Times. Hij ging volkomen nietsontziend te werk. Reputaties interesseerden hem niet en hij kon vreselijk arrogant zijn. Hoe meer hij gehaat werd hoe leuker hij het vond, leek het wel.

‘Ik hou daar wel van, van mensen die niet door iedereen geliefd worden. Allemansvrienden zijn ook zelden mijn vrienden.’

Stad: Moskou

Het Kremlin (links) en de Kathedraal van de Voorbede van de Moeder Gods op de Greppel (rechts). Beeld Getty Images

‘Vandaar dat ik misschien zoveel hou van Moskou. Een gure, donkere stad, zeker begin deze eeuw toen ik er een tijdje woonde en werkte. Sint Petersburg is cultureel en creatief veel inspirerender, maar dat duistere ondoordringbare van Moskou had wel iets intrigerends. De politie was volkomen corrupt. Ik heb regelmatig voor zakenlui gezongen die met koffers vol geld bij zich hadden. Dan wilden ze nog een liedje horen en ging zo’n koffer open waar dan een hand met bankbiljetten uitkwam.

‘Ik hou van Russische muziek, er zit drama en humor tegelijk in. In 2003 bracht ik de Russische folkplaat Heart On Snow uit, gemaakt met muzikanten uit dat land: Lyudmila Zykina en Boris Grebenshchikov.

‘Niemand die ze hier kent en mijn plaat werd ook echt afgemaakt in de pers. Brel mocht nog net, maar van Russische folk kon ik beter afblijven. Toch ben ik er trots op. Het is altijd goed even uit je comfortzone te treden en ik voelde me ook echt prettig met die Russen in de studio.

‘Ook aan Moskou denk ik met warme gevoelens terug, al heb ik het er vooral koud gehad. Maar iets aan die stad trekt me erg aan. Een beetje zoals het sleazy Londen uit de jaren zeventig.’

Film: Dario Argento – Four Flies on Grey Velvet (1971)

Four Flies on Grey Velvet

‘Op de kunstacademie in Leeds leerde ik Dave Ball kennen. Hier werkten we aan wat toch een vreemde combinatie van kille elektronische muziek met warmbloedige soul was. Kraftwerk mengen met Northern Soul, zoals we dansbare Motown-hits uit Noord-Engeland noemden.

‘Maar meer nog dan muziek werd ik betoverd door films. Als student mochten we naar alle films in de Leeds Polytechnic, dat aan de universiteit verbonden was. Daar zagen we films die verder niemand anders zag, van Visconti, Pasolini en Fellini.

‘Ik hield vooral van giallo-films. Italiaanse, gestileerde horror. Mijn favoriet heette in het Engels Four Flies on Grey Velvet van Dario Argento, die later ook Suspiria zou maken, maar dit was de eerste giallofilm die ik zag. Ik hou van zijn kleuren. Dat felle, bijna surrealistische vind ik zeker in de bioscoop prachtig.’

Fotografie: Don McCullin

Een bezoeker kijkt naar het werk van fotograaf Sir Don McCullin in Tate Britain. Beeld Getty Images

‘De tentoonstelling die de afgelopen jaren het meeste indruk op me heeft gemaakt is die van Don McCullin in het Londense Tate Britain. Hij is in de tachtig nu en misschien dat de meeste mensen hem kennen omdat Antonioni zijn werk gebruikte in de film Blow-Up.

‘Maar het was zijn hyperrealistische verslaggeving van het dagelijks leven die me zo verbijsterde. Oorlogsfotografie in Suez of daklozen in de grote stad, het menselijk tekort zoals McCullins camera dat vastlegt is overal. Zijn zwart-witfotografie is een afrekening met het idee dat de mens van nature goed is.’

Kunstenaar: Andy Warhol

Andy Warhol in 1966. Beeld Getty Images

‘Ik twijfel tussen Damien Hirst en Andy Warhol. Hirst bewonder ik omdat hij volkomen compromisloos de thema’s van deze tijd verbeeldt. Hebzucht en religie vinden bij hem een plek, maar ook speelt hij als geen ander met het idee van de kunstenaar als merk.

‘Toch denk ik dat Hirst erg schatplichtig aan Andy Warhol is. Ik zou niet eens zo snel een favoriet werk van Warhol kunnen noemen. Warhol zelf was misschien wel zijn beste creatie.

‘In 1982 hebben Dave en ik hem mogen ontmoeten toen Soft Cell in New York was. Zelden zo’n non-descript, volkomen betekenisloos gesprek met iemand gevoerd als met Warhol in zijn Factory.

‘Hij reageerde op alles met een even lijzig ‘oh, great’. Volkomen emotieloos. We maakten foto’s van elkaar, maar ook dat gebeurde vreugdeloos, zonder dat gevoel van opwinding dat toch hoort bij een ontmoeting met een van je idolen.

‘Zelden zoveel emotionele leegte gevoeld als tijdens die ontmoeting. Misschien was dat ook wel zijn bedoeling. In ieder geval wist ik toen helemaal zeker dat ik nooit meer een held van me wilde ontmoeten. Laat mij maar de fanboy op afstand blijven.’

Muziek: Charles Aznavour

Charles Aznavour in 1975. Beeld Getty Images

‘Jacques Brel was voor mij de grootste chansonnier. Die heb ik nooit kunnen maar ook niet willen ontmoeten. Charles Aznavour, die ik bijna even hoog heb zitten, heb ik ooit wel bijna ontmoet.

‘Ik werd gevraagd mee te werken aan een film over Aznavour. Ik mocht hem thuis interviewen, aan de piano, over zijn muziek. Maar vlak voor de afspraak overleed hij.

‘Misschien werd me zo wel een teleurstelling bespaard, maar wat had ik graag met hem gepraat over zijn liedjes die over zo veel meer dan liefde gaan. Hij schuwde zware thema’s als verkrachting en de Armeense genocide niet. Er zat aan hem ook een donkere kant, die me intrigeerde.

‘Ik weet niet hoe dat bij jullie is, maar bij ons kent iedereen Aznavour alleen van She. Dat mierzoete liedje dat helemaal niet representatief is voor zijn werk. Het is een beetje vergelijkbaar met Soft Cell, dat vooral geassocieerd wordt met Tainted Love, een liedje dat niet eens van onszelf was maar van Northern Soul-zangeres Gloria Jones. Ik ben er nog altijd trots op, het heeft ons ver gebracht, maar het is niet ons mooiste nummer, zoals She niet het beste liedje van Aznavour was.’

Marc Almond, Hits and Pieces. 8/10, Metropool, Hengelo; 9/10, TivoliVredenburg, Utrecht; 10/10, Paard, Den Haag; 12/10, 013 Tilburg; 13/10, Victorie, Alkmaar.

Marc Almond en Dave Ball. Beeld Getty

Marc Almond en Soft Cell

Soft Cell, het synthipopduo dat Marc Almond in de jaren tachtig met Dave Ball vormde, hield er in 1984 mee op om in 2001 weer voor een album en tournee bij elkaar te komen. De hereniging was tijdelijk; de heren zagen elkaar vijftien jaar niet meer totdat ze uiteindelijk op 30 september 2018 toch nog een keer bij elkaar kwamen voor een eenmalig concert in Londen. ‘Het was ontroerend. Ik ben echt weer van Soft Cell-muziek gaan houden, en weet zeker dat deze liefde is terug te horen tijdens mijn komende concerten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden