Giancarlo Sánchez.

Interview Giancarlo Sánchez

Giancarlo Sánchez (32) is van elke school getrapt en werd een gewild regietalent. ‘Ik schreeuwde: geef mij niet op!’

Giancarlo Sánchez. Beeld Eva Roefs

Giancarlo Sánchez is het brein achter Joardy Season, regisseerde Mocro Maffia en maakt Ares, de eerste volledig Nederlandse Netflix-serie. Zijn carrière zit in een stroomversnelling, de Volkskrant keek mee. 

Giancarlo Sánchez is geen regisseur die zijn stem verheft, hij raakt niet gestrest op een set waar tientallen mensen wachten op zijn aanwijzingen, hij zit op zijn klapstoeltje rustig te kijken naar de scène, petje op, hoody aan en zegt dan heel bescheiden, alsof hij ook maar iemand met een mening is: ‘Jim, misschien is het vet als je allemaal synoniemen voor ‘eten’ gebruikt?’

Jim is Jim Deddes, een van zijn beste vrienden en tevens het brein achter Joardy Season, het absurdistische VPRO-sketchprogramma dat door critici de hemel in werd geprezen en in juni een speciale vermelding won bij de uitreiking van de Zilveren Nipkowschijf.

Deddes, die een kroegbaas speelt, begint te improviseren als een caféganger hem vraagt of er iets te eten is: ‘Je bedoelt iets te tjappen? Een bordje warme pap, een broodje stokvis of wat oude sla? Nee, sorry man, alleen alcoholica.’

Op deze dinsdag in juli staan Sánchez en Deddes op de set van het vervolg op Joardy, dat deels wegens geldnood, deels uit eigenzinnigheid deze keer niet uit losse sketches bestaat maar een sitcom is in een statisch decor, een bruine kroeg die ’t Pomphuys heet.

Felbegeerde tv-klussen

Giancarlo Sánchez (32) sleepte de afgelopen jaren de meest felbegeerde tv-jobs binnen. Eerst regisseerde hij (samen met Bobby Boermans) Mocro Maffia, de rauwe misdaadserie waarmee streamingdienst Videoland doorbrak bij een groot publiek. Dinsdag werd Mocro Maffia genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste tv-drama, hoofdrolspeler Oussama Ahammoud kreeg een nominatie voor beste acteur. 

Daarna deed Sánchez (samen met Michiel ten Horn) de regie van Ares, de eerste volledig Nederlandse Netflix-serie, een psychologische horrorserie over een occult studentengenootschap in Amsterdam, begin 2020 te zien. De afgelopen maanden sprak V  Sánchez drie keer, om een indruk te krijgen van wat er gebeurt als de carrière van een jonge regisseur plots een vlucht neemt.

In april glipt hij even uit de montage van Ares voor een kop koffie in Canvas, op de bovenste verdieping van het Volkshotel in Amsterdam. Hij draagt, zoals vaker, een zwarte trainingsbroek en praat bedachtzaam en zachtjes, alsof hij je een geheim vertelt. Hij praat over zijn liefde voor Nederlandse films en zegt dat hij het zo jammer vindt dat het Nederlandse publiek vaak niet zijn weg vindt naar de beste films van eigen bodem.

Naast het afronden van Ares heeft hij seizoen twee van Mocro Maffia in het vooruitzicht en bereidt hij zich voor op een verblijf in Amerika, waar er ook aan hem wordt getrokken. Sinds hij een internationale prijs won voor een reclamecampagne voor KPN, zit hij bij het Amerikaanse agentschap Superprime, in het goede gezelschap van sterregisseurs Martin Scorsese, Terrence Malick, Paul Thomas Anderson en Damien Chazelle.

Zijn eigen opkomst heeft hij naar eigen zeggen deels te danken aan geluk, deels aan hard werken. Nadat Sánchez voor zijn korte film Horizon (2016) een Gouden Kalf voor beste tv-drama had gewonnen, werd hij benaderd door acteur Achmed Akkabi die samen met Thijs Römer van het boek Mocro Maffia een serie wilde maken. Akkabi vond Horizon, over een jonge schoonspringster met een agressiestoornis, goed. Hij wist dat Sánchez videoclips voor rappers had gemaakt en dus affiniteit had met de straat.

Bij Ares was producent en regisseur Pieter Kuijpers de contactpersoon. Sánchez had een aflevering van Van God Los (BNNVARA) gemaakt in samenwerking met productiehuis Pupkin, waarvan Kuijpers de oprichter is. Toen Kuijpers later een idee bij Netflix pitchte, wilde hij dat Sánchez de regie zou doen, samen met Michiel ten Horn (Aanmodderfokker). Sánchez: ‘Ik ben gekozen op basis van spelregie, ik zou goed zijn met jonge acteurs.’

Op de set van Joardy een paar maanden later, in studio Casco in Amsterdam-Noord, blijkt dat hij het tweede seizoen van Mocro Maffia toch niet gaat regisseren. ‘Ik hou veel van die personages, misschien te veel’, zegt hij. ‘En ik wil dus met veel zekerheid zo’n tweede seizoen aangaan, zonder tijdsdruk.’

Bij Joardy hebben Sánchez en Deddes volledig de vrije hand. Het tweede seizoen verschijnt in december. Een sitcom dus. ‘Maar dan wel’, zegt Sánchez, ‘een sitcom on acid.’ Zoals alles in het Joardy-universum ingegeven lijkt door psychedelica. Van de bekende opsommingen van Harco de Huilonman tot de sketch waarin een jongeman aan een tokohouder zomaar het hele verhaal van zijn postapocalyptische fantasyboek over de planeet Stardump Snittin’ vertelt.

De grote kracht van Joardy is dat je als kijker nooit weet wat je moet verwachten. En wat is het laatste wat mensen nu van Joardy verwachten? Een sitcom, inderdaad, het meest uitgerangeerde tv-genre. 

Sánchez is in de leer gegaan bij een regisseur van de RTL-comedy Kees & Co, want hij had nog nooit een sitcom met lachband gemaakt. Hoe werk je met camerahoeken? Waaraan moet het decor voldoen? Het resultaat is een Amsterdams café waar de tapijtjes op tafel liggen en een oude poster van Ajax aan de muur hangt. Er zit ook een klein zingend monster dat Gurk heet op een barkruk.

Het sitcomdraaischema is moordend. De crew heeft één werkweek om acht afleveringen van rond de acht minuten op te nemen, bijna twee per dag dus – meer draaidagen pasten niet in het budget van de NPO. ‘Eigenlijk is het te snel’, zegt Sánchez, maar hij is wel gewend om snel te werken. De afgelopen twee jaar werkte hij haast non-stop, eigenlijk sinds zijn moeder terug is verhuisd naar Colombia, waar ze vandaan komt. 

In een café aan het Amsterdamse Rokin, weer een paar weken later in juli, vertelt hij dat zijn Amerikaplannen voorlopig niet doorgaan. Hij wil eerst in Nederland speelfilms maken, maar in september gaat hij naar Los Angeles voor een paar oriënterende gesprekken met agentschappen. ‘Ik wil het niet jinxen. Je hoort weleens regisseurs groots aankondigen dat ze naar Amerika gaan. En dan komen ze een paar jaar later gedesillusioneerd terug.’ 

Uit de snelkookpan

Op het moment van het gesprek woont hij een paar weken in Rotterdam, samen met scenarist Ashar Medina (Mocro Maffia) en acteur Yannick Jozefzoon (Tom Adelaar). Ze proberen daar ‘het verhaal te kraken’ van een nieuwe serie, geproduceerd door Topkapi, die zich in die stad moet gaan afspelen. Ze gaan naar lokale kroegjes, praten met mensen, hangen wat rond en nemen vooral de tijd.

‘We gaan pas draaien als alles goed is’, zegt Sánchez. ‘Ik ben nu wel uitgekeken op dat snelle werk.’ Een opmerkelijke uitspraak voor een regisseur van 32. Maar met het oog op zijn werkdrift eigenlijk niet gek. ‘Mocro Maffia was een snelkookpan. Snel geschreven, snel gedraaid, snel gemonteerd. Dan speel je een riskant spel. Gelukkig is het goed uitgepakt.’

Vervolgens gebeurde hetzelfde met Ares. Toen in april vorig jaar bekend werd dat de eerste Nederlandse Netflix-serie eraan kwam, moest het script nog worden geschreven. De premisse was toen dat studenten een ‘verborgen toegang naar een demonische wereld uit de Gouden Eeuw openen’, maar Sanchez en Ten Horn hebben het verhaal een andere draai gegeven.

Beeld Eva Roefs

‘Het is geen tijdreisserie geworden’, zegt hij nu. Veel meer mag hij er nog niet over zeggen, vanwege de geheimhoudingsverklaringen van Netflix. Onlangs is de release opgeschoven van oktober naar begin volgend jaar. Er verschijnen al veel grote series in het najaar bij Netflix, is de officiële verklaring, Ares maakt een betere kans in 2020.

Sánchez bemoeit zich graag met het verhaal en voert niet klakkeloos uit wat in het script staat. ‘Een film of serie is gebaat bij een duidelijke visie van de regisseur’, zegt hij. ‘Ik verzamel graag de beste mensen om me heen en vertrouw hen volledig. Maar uiteindelijk moet je als regisseur je stempel drukken.’

Toen hij nog videoclips voor Nederlandse rappers maakte, deed hij ‘alles met stilering en sfeer’, het verhaal was ondergeschikt. ‘Maar op de filmacademie leerde ik dat de vertelling het allerbelangrijkst is. Je moet precies weten waarom een scène op juist dat moment in een film komt. Wat de functie ervan is.’

Joardy op NFF
Op 28 september toont tv-maker Tim Hofman in het programmaonderdeel Tims Blik van het Nederlands Filmfestival een aantal afleveringen van Joardy en interviewt hij Giancarlo Sánchez en Jim Deddes.  

Er zit hem nog steeds iets dwars aan het einde van zijn afstudeerfilm Gameboy. In die film over jeugdige onbezonnenheid breekt een groep jongens in bij hun school, maakt foto’s van de eindexamens en verkoopt de kopietjes aan hun klasgenoten. Aan het eind slaat, tamelijk onverwachts, het noodlot toe.

‘Daardoor dachten mensen dat ik er iets belerends mee bedoelde, alsof het karma was dat het misging. Maar dat was helemaal niet mijn boodschap. Filmmakers zeggen vaak: van mij mag iedereen er iets anders uithalen. Maar ik vind dat onzin. Als iedereen de film anders interpreteert, klopt er iets niet aan je keuzes.’

Gameboy is deels gebaseerd op Sánchez’ eigen jeugd. ‘Dat gevoel dat niets wil lukken als je 16 bent en je nog niet weet wat je wilt. En eigenlijk maakt het je niet eens uit. Iedereen zegt tegen je dat je je leven op orde moet krijgen, maar je lichaam en geest schreeuwen: waarom zou ik?’

Vier middelbare scholen

Sánchez, zoon van een Colombiaanse moeder en een Argentijnse vader, woonde met zijn broertje tot zijn 8ste in Amsterdam, tot zijn vader het gezin verliet. Sindsdien heeft Giancarlo geen contact met hem gehad, geen behoefte aan gehad ook. Over de geschiedenis van zijn ouders weet hij weinig, zegt hij. ‘Ze ontmoetten elkaar op een reis in Spanje en kregen in Nederland kinderen.’ 

Nadat zijn vader was weggegaan, verhuisde het gezin naar Leeuwarden. ‘Mijn moeder is van de grote gebaren, ze wilde meteen zo ver mogelijk van de Randstad wonen.’ In Leeuwarden bleef hij twee keer zitten en zat hij op vier middelbare scholen. Hij kon zich op school nergens op concentreren, maar thuis zat hij uren achtereen films te kijken op Canal Plus. ‘Op die zender had je ook Inside The Actors Studio, waarin acteurs en regisseurs worden geïnterviewd. Dat vond ik geweldig.’

Beeld Eva Roefs

Rond dezelfde tijd keek hij naar Apocalypse Now, de Vietnam-klassieker van Francis Ford Coppola uit 1979. ‘Die film had zo’n impact op me. Vanaf toen begon ik te zeggen dat ik regisseur wilde worden. Ik had toch niets te verliezen, want ik was verder nergens goed in.’

Toen hij 17 was en wéér van school werd getrapt, stuitte hij op internet op een cursus van Open Studio, een bedrijf in Amsterdam dat filmapparatuur verhuurt. ‘Tegen mijn ouders zei ik: als ik de hele zomer werk en spaar, mag ik dan deze cursus doen? Dat mocht.’

De meeste cursisten waren afgewezen door de filmacademie. ‘Iedereen was veel ouder. Ik was 17 en zat naast de enige jongen die ook 17 was, Jim Deddes.’ Ze werden goede vrienden, gingen filmpjes maken en een jaar later woonden ze samen in Amsterdam. Sánchez kwam rond van een baantje bij een callcenter en maakte videoclips voor rappers als Hef, The Opposites en Adje. Twee keer zond hij een clip in bij de aanmelding voor de filmacademie. Beide keren werd hij afgewezen.

De derde aanmelding pakte hij het anders aan. ‘Samen met een vriend, Michael Middelkoop, legden we al ons spaargeld bij elkaar, 1.500 euro, wat toen fucking veel was, en maakten we een korte film, Kaolo, een zwart-wit mockumentary over het straatleven in Amsterdam-Noord.’ Hij werd aangenomen.

Hij begon de opleiding vol goede hoop, maar op de eerste dag bekroop hem al het gevoel dat hij zijn hele schoolcarrière had ervaren. ‘Ik zat nog geen kwartier in de collegezaal en besefte: o shit, ik zit weer in de klas.’ Het bleek een voorbode van vier moeizame jaren. ‘Ik zat in een enorm goede lichting. Niemand dacht dat ik een van de ‘winning tickets’ zou zijn.’

En toch is hij dat geworden. ‘Toen ik alles verpestte op school schreeuwde ik tegen de buitenwereld: geef mij niet op. Dat gevoel heb ik vastgehouden in mijn werk. Mijn personages roepen in principe hetzelfde. Thijs in Gameboy, Muis in Mocro Maffia, Lieke in Horizon – ik wil dat de kijker ze blijft steunen, wat voor vreselijke dingen ze ook doen. Elke scène moet een beetje vrees en een beetje hoop bevatten.’

De man achter Harco de Huilonman
Een interview met Jim Deddes van Joardy Season: ‘Harco is een goedzak. Hij reageert heel eerlijk op alles, ernstig en ongefilterd.’

Vergismoorden, ripdeals en cokehandel: Achmed Akkabi over de nieuwe serie Mocro Maffia
Een interview met acteur Achmed Akkabi: ‘Ik had nooit een harde motherfucker gespeeld. Nu kreeg ik die kans. Heerlijk om zo’n klootzak te spelen.’

‘Niemand in de stad’ is de grote favoriet bij de nominaties voor Gouden Kalveren
Ook Mocro Maffia werd twee keer genomineerd

Jade Olieberg, Tobias Kersloot en Rifka Lodeizen in eerste Nederlandse Netflix-serie Ares
De opnamen zijn begonnen in februari.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden