Gewoon een vent die een verhaal vertelt

De uitgever die Dan Browns The Da Vinci Code afwees, trekt zich nu de haren uit het hoofd. Browns nieuwe roman, The Lost Symbol, verschijnt vandaag in vertaling....

In januari 2003 vierde Dan Brown samen met zijn vrouw Blythe vakantie in Costa Rica. Brown, destijds leraar Engels en Spaans met een paar matig verkochte boeken op zijn naam, reed om de paar dagen van zijn vakantiehuisje in de jungle naar een stadje met een internetcafé.

‘Daar checkte ik mijn email en ik kreeg steeds vreemdere berichten van mijn literaire agent’, vertelt de schrijver. ‘Op een dag mailde hij dat boekwinkelketen Barnes & Noble hun bestellingen van mijn nieuwe, nog uit te komen boek hadden verhoogd van 5.000 naar 10.000 exemplaren. Twee dagen later was dat aantal geklommen naar 60.000.’ Weer drie dagen schreef zijn agent dat de bestelling opgelopen was tot 200.000.

Oh my God, zei de schrijver tegen zijn vrouw.

Dat nieuwe boek was The Da Vinci Code, dat zes jaar later een van de best verkochte boeken uit de geschiedenis is, met wereldwijd ruim 81 miljoen exemplaren. Vorige maand verscheen in de VS de langverwachte opvolger, The Lost Symbol, in een oplage van vijf miljoen. Vandaag verschijnt bij Luitingh de Nederlandse vertaling, Het verloren symbool. Eerste druk: 500.000 exemplaren, 17 vrachtwagens vol.

Het kan verkeren. De Da Vinci Code kwam begin 2004 in een oplage van 15.000 exemplaren in het Nederlands uit. Inmiddels zijn er 1,4 miljoen exemplaren van in het Nederlands verkocht.

Luitingh was de eerste Europese uitgever die met Brown in zee ging. Aan de Amsterdamse Leidsegracht had men dus een vooruitziende blik. Hoe anders was dat in de VS. De Amerikaanse uitgever die de eerste boeken van Dan Brown uitgaf, wees The Da Vinci Code af, vertelt de schrijver met het nodige leedvermaak in zijn woonplaats Exeter, in de Amerikaanse staat New Hampshire. ‘Ik had een synopsis van honderd pagina’s gemaakt. Ik vertelde dat ik een voorschot van 100.000 dollar passend vond. De uitgever zei nee. Waarop ik naar Doubleday stapte. Die wilde wel.’

Of Brown later nog wel eens iets gehoord heeft van die eerste uitgever? Nou en of. De schrijver grijnst en maakt een beweging of hij al zijn haren uit zijn kop wil trekken.

We spreken Brown in de bibliotheek van de Phillips Exeter Academy in Exeter. Het is een van de meest vooraanstaande kostscholen van de Verenigde Staten. De auteur toont een vitrine met boeken van ex-scholieren: Gore Vidal, John Knowles en James Agee. ‘Kijk, daar staat het werk van Peter Benchley, je kent hem van Jaws. Jaargang 1957.’ In de kast ook de boeken van Brown zelf – class of 1982. In een hoekje staan twee oude tikmachines van John Irving, die hier eind jaren vijftig scholier was. Een van de schrijfmachines, een Olympia, gebruikte Irving in Oostenrijk om zijn eerste roman Setting Free The Bears te schrijven.

Brown bracht nagenoeg zijn gehele leven door in Exeter, op en rond de campus van de prestigieuze school. Zijn vader was er wiskundeleraar en zelf gaf hij er ook les. Het is een van die stadjes in New England waar de Amerikaanse revolutie in de 18de eeuw werd ingeluid. Nog immer luidt de spreuk op het kenteken van New Hampshire: Live Free or Die.

Exeter, New Hampshire: mooie houten huizen met gaanderijen, bomen in gloedvolle herfsttooi, beschaafde automobilisten die al afremmen als je als voetganger alleen maar naar de rijweg kíjkt. In de boekwinkel aan Water Street volop aandacht voor de beroemde streekgenoot, die ook hier de bestsellerlijst aanvoert. De duizend gesigneerde exemplaren van The Lost Symbol waren vorige maand in een vloek en een zucht verkocht.

Dan Brown (45) past naadloos in deze omgeving. Academisch gekleed, bruin jasje, pullover, donkere broek; een ietwat saai ogende man. Hij heeft wel iets weg van zijn vaste hoofdpersoon, Harvard-professor Robert Langdon. ‘Ja, ik kan nog steeds voor leraar doorgaan. En wie weet, word ik het ooit weer’, zegt de auteur die volgens The New York Times alleen al aan The Da Vinci Code 250 miljoen dollar heeft verdiend.

Hij mag dan wat groter wonen, op luxueuze reizen naar het Caribisch gebied gaan (‘waar iedereen op het strand mijn boeken leest, een rare gewaarwording’), in wezen is hij dezelfde man gebleven van voor dat adembenemende succes. ‘Tot drie jaar terug reed ik nog in mijn oude Volvo. Kennissen vroegen waarom ik nog geen Maserati had gekocht. Ha, Dan Brown in een Maserati, stel je voor.’ Tegenwoordig rijdt de schrijver – yes, het is heel erg ‘New England’ – in een elektrische auto. Halverwege de jaren negentig zei Dan Brown tegen zijn vrouw dat hij een boek wilde gaan schrijven. Ja jongen, moet je vooral doen, antwoordde die laconiek. Brown kende Blythe uit Californië, waar hij als popzanger voet aan de grond wilde krijgen. Hij maakte er twee platen, die allebei flopten. ‘Ik speelde in de stijl van Billy Joel en destijds was het alleen maar rap dat de klok sloeg. Bovendien bleek ik voor popmuzikant niet in de wieg te zijn gelegd. Geen seks en drugs voor mij, dat hele artistieke leven aan de westkust, vol uiterlijk vertoon, was mijn ding niet. Zie je mij al op MTV, zo’n kalende, bleke man? Ik was de minst coole persoon in L.A.’

Brown keerde terug in Exeter, waar hij op twee scholen leraar werd. ‘Ik had drie banen, want ’s ochtends om 4 uur stond ik op om te schrijven. Daarna fietste ik 15 kilometer naar een school in Hampton Falls om Spaans te geven. Dan weer terug naar Exeter om Engels te doceren.’ Drie thrillers schreef hij als leraar: Digital Fortress, Deception Point en Angels and Demons. Nauwelijks succesvol, voor zijn eerste boek kreeg hij 10.000 dollar, zegt de multimiljonair.

Ook zonder het leraarschap blijkt hij een ochtendmens. ‘Ik sta nog steeds om vier uur op om te gaan schrijven. Ik houd van die sluimertoestand waarbij je nog half droomt. Daaruit put ik de beste ideeën. Ik sta op, maak een sapje en ga aan het werk.’

De werkkamer is buiten het huis gelegen. ‘Ik heb er geen telefoon, geen internet. Mijn huis kan afbranden, ik tik door. Research doe ik tijdens mijn reizen met Blythe. De locaties zijn belangrijk, alles moet kloppen, zeker nu lezers mijn boeken zo precies nareizen.’ Een understatement. Zijn boeken veroorzaken een ware toeloop van toeristen op Parijs, Londen en Rome. In Washington, decor van The Lost Symbol, zijn de Dan Brown-wandelingen ook al uitgezet.

Als Brown tijdens het schrijven iets wil checken, dan maakt hij een aantekening om het later op te zoeken. ‘Nooit tijdens het schrijven zelf! Want als je dan internet opgaat, verdwaal je. Ben je zo twee uur verder.’ Een zandloper op het bureau geeft de tijd aan. Na een uur strekt hij zich uit, en doet hij wat push-ups. Het schrijven zelf is zwaar werk, zegt hij. Voor elke gelukte pagina in zijn laatste boek schreef hij tien pagina’s. ‘Schrijven is vooral herschrijven.’

De structuur voor een boek heeft hij vooraf in zijn hoofd. ‘Maar voor de rest is het als het bouwen van een huis. De hoofdlijnen zijn klaar, ik doe veel research voor ik begin te schrijven, maar waar de ramen en dakkapellen komen is nog niet bekend. Al schrijvende laat ik me graag verrassen.’ Het puzzelen, het doorgronden van codes, ambi- en cryptogrammen, dat in zijn boeken zo’n belangrijke rol speelt, zit in zijn genen. Zijn vader, de wiskundeleraar, liet zijn kinderen al van jongs af rekenkundige raadsels oplossen. Geen cadeau met kerstmis, zonder dat daar een puzzeltocht aan voorafging.

Vijf jaar deed hij over zijn nieuwe boek, Het verloren symbool. Hij geeft toe dat hij na het schrijven van De Da Vinci Code last had van een blokkade om te schrijven. ‘Al die miljoenen mensen die over je schouder meekijken, daar moest ik erg aan wennen.’ Hij voelde zich belaagd door al te opdringerige lezers, waaronder religieuze fanatici die vinden dat hij in De Da Vinci Code hun hele christelijke wereldbeeld onderuit haalt. ‘Ze manifesteren zich vooral op internet, maar je kunt ze ook op straat tegenkomen.

‘De mensen die niet van je boeken houden, daar heb je geen last van. De grootste fans daarentegen kunnen het lastigst zijn. Die verschijnen dan plotseling voor je deur. Ik ben daar geen liefhebber van. Ja, dat heeft Stephen King al eens treffend in Misery beschreven.’ Het maakt deze van nature toch al wat verlegen man wat voorzichtig in de omgang.

Dan waren er nog de rechtszaken over plagiaat waar hij mee te maken had – en die hij won en waar alles wel over gezegd is. Ook bemoeide hij zich intensief met de commercieel zeer succesvolle verfilmingen van zijn werk, door Ron Howard en Tom Hanks. ‘Knap gemaakt, al is het is het voor een schrijver heel confronterend om in de bioscoop een bewerking van je boek te zien.’

Heeft hij nu Hanks voor ogen als hij over Robert Langdon schrijft? ‘Nee, in mijn hoofd is Langdon een hele andere persoon. Ik ben al jaren intensief met hem bezig. Die paar weken op de filmset met Tom veranderen niets aan dat beeld. ’ Hij is nog lang niet uitgekeken op Langdon, zegt hij. ‘Ik heb nog genoeg ideeën voor vele boeken.’

Historische steden als Washington, Rome, Parijs en Londen spelen een belangrijke rol in zijn boeken. Waar speelt zijn volgende boek? ‘Dat zeg ik niet, ik houd dat graag geheim. Er wordt op internet al genoeg onzin over mij verkondigd. Het moet wel een stad met een geschiedenis zijn waar je iets mee kunt. Athene of Jeruzalem? Natuurlijk, zou kunnen. Ach, er zijn genoeg interessante plekken op deze planeet, al zal ik niet snel een boek in Cleveland situeren.’

In De Da Vinci Code beschreef hij een gewaagde en nadien veel bediscussieerde relatie tussen Jezus en Maria Magdalena. In The Lost Symbol is een grote rol voor de Vrijmetselarij weggelegd. ‘Ik ben gefascineerd door shadow power, het krachtenspel dat vanuit de coulissen invloed uitoefent op regeringen, de mogelijke samenzweringen. Hier aan de oostkust van de VS wemelt het van die clubs, zoals de Skulls & Bones en de vrijmetselaars. Wat ik fascinerend vind, is dat de grondleggers van dit land vrijmetselaar waren.’

Het Vaticaan reageerde geïrriteerd op De Da Vinci Code, vanuit de Vrijmetselarij is gematigd positief op het nieuwe boek gereageerd. ‘Ik had ze al in de Code willen opvoeren, maar dat werd me te ingewikkeld. Hun rituelen zet ik in de proloog van The Lost Symbol fors aan, maar hun hele filosofie, dat ieder mens aan zichzelf moet bouwen, heb ik respectvol opgeschreven.’

Zijn boeken krijgen goede en slechte kritieken, maar Brown leest ze niet langer. Dat het op internet wemelt van opmerkingen over zijn kromme zinnen, de al dan niet historische blunders, de vergezochte samenzweringen, zijn ‘bordkartonnen’ karakters, het ruime gebruik van cursiveringen om spanning te suggereren – het zal hem wat.

‘De Da Vinci Code kreeg in de eerste maand hele goede kritieken. Daarna, toen het een commercieel succes bleek, werd het afgekraakt. Geloof niets wat ze over je schrijven. Als critici zeggen dat je geniaal bent, ga je naast je schoenen lopen en word je lui, als ze schrijven dat je er niets van kunt, word je onzeker.’

Dan Brown glimlacht: ‘Kijk, ik ben gewoon een vent die verhalen vertelt. En als ik moet kiezen tussen de Pulitzerprijs voor literatuur of tachtig miljoen lezers, dan weet ik het wel. Mijn advies: trek de gordijnen dicht, en leef als schrijver vooral lekker in je hoofd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden