'Gewoon een bloedhekel aan links'

Vandaag: Rob Hoogland, columnist bij De Telegraaf..

Denkend aan Holland ziet Rob Hoogland (59) ‘rivieren vol onbegrip traag door zeer eindig landschap gaan’ en zit hij voor hij het weet op zijn stokpaardjes: die vreselijke bureaucratie in Nederland, en ja: de allochtonen die suf worden geknuffeld. Toch zegt hij er onmiddellijk bij: ‘Ik ben helemaal niet zo rechts. Ik heb gewoon een bloedhekel aan links.’

De PvdA, ‘Partij van de Allochtonen’: ‘Op zich niks mis mee hoor, die mensen moeten ook kunnen stemmen. Maar waar het toe kan leiden hebben we gezien in Rotterdam tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, waar de PvdA de grootste is geworden dankzij schandelijke ronselpraktijken.’

Waar hij zich ook zo gruwelijk aan geërgerd heeft: ‘Dat de publieke omroep in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen vooral de PvdA heeft bevoordeeld. Een kennis van me turft de politieke gasten in elke talkshow. Als je dat ziet, dan schrik je gewoon. PvdA: twee keer zoveel als CDA, en bijna net zo veel als alle andere partijen bij elkaar. Dat heet manipulatie van de publieke opinie.’

En dan durft Francisco van Jole, ‘die hopeloze prutser van de VARA-internetsite Joop’, het nog te hebben over een ‘coup van rechts’ omdat Wakker Nederland toetreedt tot het omroepbestel. Rob Hoogland schreef er een column over die, verwijzend naar Van Jole, zo eindigde: ‘Wat doen we: stoppen met voederen, of vanuit een vliegtuig in zee kieperen?’

‘Ja’, beaamt Rob Hoogland – zes keer per week met de column Kringen op pagina 3 van De Telegraaf – ‘die was hard. Maar wel leuk.’

Op internet schreef iemand: ‘Goed dat De Telegraaf en Hoogland hun ware gezicht laten zien. Dat van een fascistoïde, rechts propagandamedium. Dat voorstander is van een geheime politie die mensen martelt en vermoordt omdat ze een eigen mening hebben.’

‘Ach kom, dan begrijp je de stijlfiguur van overdrijving niet. Als Francisco van Jole het mag hebben over een rechtse coup, dan mag ik verwijzen naar wat het Videla-regime deed met zijn tegenstanders. Rechtse coup! Wat een krankzinnige uitspraak. Ik kan er nog woest om worden.’

Kreeg u veel reacties van uw lezers?

‘Van GeenStijl: juichend. Verder niet noemenswaardig. Maar nadat de uitgeverij van de zeer door mij bewonderde schrijver A.L. Snijders mij had gevraagd om voor de derde druk van zijn bundel Vijf bijlen een flaptekst te schrijven, kreeg Snijders een e-mail van ene Marius Zeven, die maar niet begreep waarom ik, de man die Francisco van Jole uit een vliegtuig wilde gooien, een flaptekst had mogen schrijven. Waarop Snijders hem antwoordde, dat je iemand die zo sierlijk met de bijl zwaait, altijd zijn gang moet laten gaan. Daar was ik wel heel trots op.’

In 1988 volgde u Leo Derksen op als columnist. Wat zijn de onderwerpen waarover u zich de afgelopen 22 jaar het meest heeft opgewonden?

‘Aan bureaucratie en machtsmisbruik. Vooral: socialistisch machtsmisbruik. Kijk maar weer eens naar het vertrek van Job Cohen uit Amsterdam. Meteen werd PvdA-wethouder Asscher als zijn tijdelijke vervanger benoemd. Dat kan helemaal niet! Die man staat niet boven de partijen. D66 had gelijk: de republiek Amsterdam wordt door de PvdA als haar eigendom beschouwd. Het handjeklap tussen Bos, Cohen en Asscher was genant, maar het doel heiligde alle middelen. En het volk tuinde er verdomme nog in ook.’

U mag graag foeteren op de PvdA. Wat doet die partij in uw ogen nog meer verkeerd?

‘Ik deel de mening die oud-VVD-Kamerlid Anton van Schijndel ooit ventileerde: ‘De PvdA is zo gek op zielige mensen, dat zij ze kweekt.’ Die zin zegt alles.’

Zijn uw lezers zielige mensen?

‘Mijn lezers zijn gewone, hardwerkende Nederlanders.’

Saartje Sufkees en Piet Ploeteraar, heeft u ze wel eens genoemd. Die namen suggereren toch een zekere mate van zieligheid.

‘Ik voel me solidair met de oudere, autochtone Nederlander. Het Carmiggelt-mannetje noem ik hem ook. Dat Carmiggelt-mannetje voelt zich niet belangrijk, die denkt: naar mij wordt toch niet geluisterd. Hij vraagt zich af waarom hij 60 euro boete moet betalen als hij 3 kilometer per uur te hard rijdt, terwijl de draaideurcrimineel weer zo op straat staat. Ik denk ook wel eens als ik weer een bonnetje uit Veendam krijg: potdomme, ik bedoel het toch allemaal goed? En die jongens die het slecht bedoelen, komen er beter van af.’

Wonen er van die jongens bij u in de buurt?

‘Als je de allochtone criminelen bedoelt die andere gemeenten teisteren: nee. In Egmond aan den Hoef woont al dertig jaar één neger. Echt waar. En alle kinderen zijn er hoogblond met blauwe ogen. Ik heb in mijn dorp nog nooit een moslim gezien, behalve in de tijd dat er een asielzoekerscentrum was gevestigd. Toen steeg het aantal winkeldiefstallen meteen ook, maar dit terzijde.

‘En nu ga jij natuurlijk vragen: waarom maak je je er zo druk over? Nou, ik volg het nieuws en ik kijk om me heen. Ger Laan, een Panorama-collega, woonde in Oud-West, in Amsterdam. Op een nacht werd zijn auto gestolen en teruggevonden in een vaart, nadat hij bij een overval was gebruikt. Ger wees een Marokkaanse buurjongen – terecht – als schuldige aan, en werd vervolgens slachtoffer van pure terreur door die jongen en zijn broers. Het duurde maanden, geen enkele bemiddeling hielp, het kwam tot een rechtszaak. En wie moesten er verhuizen van de rechter? Ger en zijn vriendin, want die Marokkanen hadden een zusje zonder strafblad. En zij mocht niet de dupe worden.’

Hebt u sympathie voor de standpunten van Wilders?

‘Wilders is natuurlijk een nar. Hij voelt het onbehagen van een deel van de bevolking goed aan, maar wat hij doet draagt niets bij aan de oplossing van de problemen die we hier hebben. Hij komt met onuitvoerbare voorstellen, en dan heeft hij ook nog onbegrip voor de mensen die daar kritiek op hebben.’

Hij is de zoon van een katholieke vader en een ‘rooie’ moeder. Correctie: ‘Een Drees-rooie moeder, dus een goede rooie. Mijn moeder was de dochter van een man die drie banen had, want anders kon hij zijn kinderen in crisistijd niet voeden. Hij was smid, elke ochtend stond hij om vier uur op om de kerkklokken op te winden, en op zondag was hij kelner in een Alkmaars café. Opa Van Vliet was zo’n socialist die naar Amsterdam liep om de toespraken van Domela Nieuwenhuis te kunnen horen.’

Wat kreeg u van dat rode mee, als kind?

‘Nou ja, mijn moeder was gewoon een heel sociale vrouw. Die hielp iedereen in de buurt. Maar dat deed iedereen in de jaren vijftig en zestig.’

Zijn vader was accountant. Toen Rob Hoogland 15 was, verhuisde het gezin van Alkmaar naar een villawijk in Heiloo. Een maand later was Hoogland senior zijn baan kwijt. ‘Dat heeft, als ik er nu zo over nadenk, grote invloed gehad op mijn verdere ontwikkeling. Mijn vader werd gedwongen van de ene dag op de andere voor zichzelf te beginnen, en wij, zijn kinderen moesten meehelpen in de zaak. Als er balansen moesten worden uitgetikt, of jaarverslagen, of aangiften moesten worden ingeleverd, gingen we soms hele nachten door. Ik denk dat het besef toen doordrong: je moet zelf aanpakken. Niemand die het voor je doet.’

Thuis lazen ze De Telegraaf en De Alkmaarse Courant, tegenwoordig het Noord-Hollands Dagblad. Maar ze hadden het nooit over wat daar in stond. Sport – daar ging het bij de familie Hoogland over. De jonge Rob was goed in waterpolo. ‘Ik heb nog met de centrale jeugdtraining meegedaan.’

Dat hij de journalistiek in rolde, kwam door de sport. Samen met zijn broer deed hij de redactie van het clubblad van de Alkmaarse Waterratten. Later schreef hij voor het Noord-Hollands Dagblad over waterpolo en zwemmen, hij kreeg een vaste aanstelling als leerling sportverslaggever. ‘De jonge Rob Hoogland was een zorgeloze jongen, hoor. Pas toen ik, rond mijn 30ste, bij De Telegraaf eindredacteur werd van de bijlage Weekeinde en reportages ging schrijven, ben ik politiek bewuster geworden.’

Mocht hij, ter ere van koningin Juliana’s 75ste verjaardag, Willem Drees interviewen. ‘Omdat hij toen, op zijn 98ste, nagenoeg blind en doof was, moest ik de vragen van tevoren aan zijn zoon Jan opsturen, zodat hij zich kon voorbereiden. Het was een onvergetelijk gesprek, ook natuurlijk omdat hij de held was van mijn opa en mijn moeder. Ik moest vlak naast hem gaan zitten in de voorkamer van dat beroemde huis aan de Beeklaan in Den Haag. En dan moest ik de vragen in zijn linkeroor schreeuwen, waarna hij aan een monoloog van minstens tien minuten per vraag begon. Zo uit het hoofd, het was fantastisch.

‘Hij gunde me toen nog een nieuwtje ook: voor het eerst gaf hij officieel toe dat Juliana op het punt van aftreden had gestaan toen ze weigerde – met succes – de Vier van Breda te laten executeren. ‘Dan moet Trix het maar doen’, had ze tegen Drees gezegd. Dat zinnetje zal ik nooit meer vergeten, net als het briefje dat ik van Drees kreeg – door Jan op een oude schrijfmachine getikt en door hemzelf trillerig ondertekend – waarin hij mij bedankte voor de correcte weergave van ons gesprek.’

Waarom zit er in uw columns zo veel verongelijktheid?

‘Ik mag graag stoken. In de maatschappelijke stoofpot roeren en hopen dat hij een beetje gaat sissen en borrelen. Freddy Heineken belde mij ergens in de jaren negentig een keer op. ‘Je hebt een mooi vak’, zei hij. ‘Je verdient je brood met jennen.’ Tot dan toe had ik dat zelf niet zo gezien, maar hij had wel gelijk.’

Is verongelijktheid het gevoel waarmee u de Telegraaflezer aan de dag wilt laten beginnen?

‘Welnee, ik probeer er juist ook een beetje humor in te brengen. Zo van: ‘U wordt wel genaaid, maar relativeer het maar een beetje.’ Ik ben vrij licht, hè. Dat doe ik bewust. Ik voel een bepaalde verbintenis met het taoïsme: je moet het leven een beetje glimlachend aanzien, alles heeft evenwicht, accepteer de grote natuurwetten.’

Kan uw lezer dat?

‘Ik denk het niet. Pech. Jammer.’

Houdt u van Nederland?

‘Ja. Ondanks de benepenheid, de kleinburgerlijkheid en toch ook de hufterigheid die veel te veel Nederlanders tentoonspreiden, hou ik van dit land. Als ik op het strand van Egmond aan Zee sta, bij mij om de hoek, en ik kijk naar de duinen, dan raak ik soms zelfs ontroerd. Want daar achter die duinen ligt dat piepkleine landje met zijn grote bek. En hoe hard partijen als de PvdA ook proberen om ons tot initiatiefloze meelopers te maken, onze ondernemingslust laat zich niet bedwingen. Daar ben ik trots op.’

Het is dat hij zelf geen kleinkinderen heeft; in zijn columns mag hij graag een opa opvoeren die zijn kleindochter of -zoon iets over Nederland vertelt. Had hij ze wel, dan zou hij dit advies geven voor later: ga hard aan het werk, accepteer het feit dat je het niet altijd met alles eens bent, en laat niet alles aan de overheid over. ‘Ik zou willen dat Nederland een beetje meer werd als New York. Dat vind ik een geweldige stad – juist omdat er niet altijd en eeuwig opvang is voor immigranten. Dan zie je wat er met zelfredzaamheid allemaal kan worden bereikt.’

Maar mag hij, nu we het hebben over adviezen voor een beter Nederland, ook A.L. Snijders nog een keer opvoeren, en hem volgen in twee citaten? ‘De beste zin die Snijders ooit gelezen heeft, is deze, van Gustave Flaubert: ‘Ik wens dat er niets zonder bitterheid is, dat er eeuwig gefloten wordt wanneer wij zegevieren, en dat onze geestdrift altijd gepaard gaat met wanhoop.’ En deze, de kernzin van het taoïsme: ‘De weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan.’

Rob Hoogland, even stil: ‘Of deze van Lao Tse: ‘Voldoende hebben maakt gelukkig, meer dan voldoende hebben brengt ongeluk.’ Nu niet meer te stoppen: ‘En eentje voor de PvdA: ‘Te leiden, maar niet te heersen, dat is de wonderlijke deugd.’ Ik kan er trouwens zelf ook eentje in mijn zak steken: ‘De wetende is karig met zijn woorden, de woordenrijke is onwetend.’ Mooi hè?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden