Geweld interesseert mij

Misdaadromans zijn heel geschikt om morele vragen aan de orde te stellen, meent de Schotse misdaadschrijver Denise Mina. Ze is even in Nederland ter gelegenheid van de Maand van het Spannende Boek....

Toen ze twaalf jaar was, las ze een spannend boek, Fallen Angel, dat begon als een Raymond Chandler-achtig detectiveverhaal, maar veranderde in een griezelroman over satanisme. (Later zou die verfilmd worden als Angelheart, met Mickey Rourke in de hoofdrol.) Dit was het beste boek dat ze ooit gelezen had. Daarna las ze Anna Karenina van Tolstoj en dacht: dit is shit. Waarom neemt dat mens geen fucking job?

Denise Mina schatert daar nu om, maar voegt er meteen aan toe dat ze er nog steeds zo over denkt. Ze is een van de buitenlandse misdaadauteurs die in deze Maand van het Spannende Boek even in Amsterdam op bezoek zijn. ‘Hello, dear’, is haar gebruikelijke, hartelijke begroeting. Trots op haar Schots, met een sterk Glasgows accent, verwoordt ze in directe taal wat haar drijft om misdaadromans te schrijven. Boeken die internationaal geprezen worden als krachtig, treffend en indrukwekkend, met hartverscheurende en harde personages die de lezer treffen zoals dat hoort: midden in het gemoed en in de maag.

Soms ergert ze zich wel eens, wanneer thrillers worden afgedaan als makkelijke verhaaltjes, met een moord er in. Als ze over het rapport hoort van de Nederlandse jury van de Librisprijs, waarin vrouwelijke auteurs onlangs werden weggezet als oninteressante truttebollen die over ‘kleine wissewasjes en relatieproblemen schrijven’, of die zwakzinnige thrillers produceren, barst ze in satanisch gelach uit. Mag ze even?

Toen ze, in de jaren negentig, aan het onderzoek voor haar proefschrift bezig was, over de behandeling van vrouwen met psychische stoornissen, wilde ze het onderwerp toegankelijker maken voor een groter publiek. Waarom werden vrouwen die een geweldsdelict pleegden meestal naar een psychiatrische inrichting gestuurd, en gingen mannen die dezelfde delicten pleegden, naar de gevangenis? Konden vrouwen niet zo gewelddadig zijn of zouden ze daar nooit goede redenen voor hebben?

Mina: ‘Als academica gebruik je helaas een soort taal, die voor veel mensen onleesbaar is. Zo gaan interessante vraagstukken en ideeën verloren. Onaangename waarheden, als de gevolgen van seksueel misbruik van kinderen, verdienen een beter lot. Ik las in die tijd veel thrillers en merkte, ook al vond ik ze niet altijd goed, dat ik door bleef lezen, omdat ik wilde weten wat er gebeurd was. Het genre leent zich er bij uitstek voor om morele vragen en keuzes aan de orde te stellen. Over problemen waarmee veel mensen iedere dag van hun leven kampen.’

Zo ontstond de Garnethill-trilogie, waarvan het eerste deel in 1998 uitkwam en direct al bekroond werd als de beste Britse misdaadroman van het jaar. Een indrukwekkende serie rond hoofdpersoon Maureen O’Donnell, een jonge vrouw, beschadigd door incest, verstoting, schizofrenie, alcoholisme en geweld; onaangepast, maar wel bereid haar eigen leven te reddenen in te grijpen in andere geschonden levens. De zwarte humor – ‘op het moment dat je als Bette Davis gaat praten, moet je je glas neerzetten en naar bed gaan’ – gaat perfect samen met de empathie die uit de verhalen spreekt.

Psychiatrische patiënten, mishandelde vrouwen, goede hulpverleners met excentrieke trekken, slechte hulpverleners met psychopatische neigingen; in Mina’s boeken treden ze allemaal op in een wervelend circus, met mensen als wilde dieren en clowns als grijnzend geschminkte overlevenden.

Mina: ‘Veel mensen vonden de hoofdpersoon Maureen, die om een goede reden een zwaar geweldsmisdrijf pleegt, behoorlijk hardcore. Voor mij is ze dat niet. Ik wilde haar niet als zomaar een slachtoffer portretteren. Als je toegeeft dat je slachtoffer bent, van bijvoorbeeld seksueel misbruik, loop je de kans alleen nog als zodanig gezien te worden of jezelf zo te zien. Je moet het wel erkennen, maar niet in die rol blijven steken, met alle kans dat je het patroon zal voortzetten. Nee, je bent overlevende, en moedig. Een soort moed die je vaak genoeg aantreft, maar waar niemand over praat.

Je bent schizofreen, net als Maureen, en je hebt jezelf vandaag aangekleed. Dat vereist moed. Er is op dit moment in Engeland een grote beweging van schizofrenen die elkaar leren hoe ze tegen ‘de stemmen’ moeten praten om ze onder controle te kunnen krijgen. De populariteit van mobiele telefoons werkt ook in hun voordeel. Ze hoeven op straat alleen maar een oordopje in te doen en het lijkt of ze in de telefoon praten als ze zeggen: ik ga mezelf níet doodmaken.’ Mina grinnikt. Dat heeft ze schizofrenen ook zien doen.

Misdaadromans, thrillers, moeten zoals ieder goed boek, volgens haar, een uitstekend verhaal bieden, dat je bij de strot grijpt en je tot het eind toe meesleurt. Na de Garnethill-trilogie schreef ze Sanctum, over een onderwerp dat haar al langer fascineerde: vrouwen die op moordenaars vallen. Ze goot het in de vorm van een true crimeverhaal, een subgenre dat haar aanspreekt. De hoofdpersoon is een vrouwelijke forensisch psychiater die beschuldigd wordt van moord op een seriemoordenaar, met wie ze een verhouding zou hebben gehad. Haar echtgenoot stuit op een wrede realiteit, die hij niet voor mogelijk had gehouden. ‘Zulke dingen gebeuren niet met mensen zoals wij.’

Verbijstering over de vaak moeilijk te aanvaarden realiteit, maar tegelijk verbazingwekkende bravoure om die werkelijkheid tegemoet te treden, zijn ook belangrijke gegevens in Mina’s vijfdelige serie waarvan het tweede deel, Het dode uur, zojuist in vertaling is uitgekomen. De serie speelt zich af tussen 1981 en eind jaren negentig. Hoofdpersoon is Paddy Meehan, die als 18-jarige als manusje-van-alles op de redactie van The Scottish Daily News in Glasgow begint, maar onderzoeksjournalist wil worden. Afkomstig uit een streng katholiek gezin, waarvan de overige zes leden geen betaald werk hebben, onzeker over haar uiterlijk – te dik? – probeert ze zich te handhaven te midden van haar cynische collega’s, allemaal ‘idealisten met een gebroken hart’.

Het Thatcher-tijdperk, werkloosheid, rellen, hongerstakingen, later de mijnstaking, zelfs de diëten die Paddy volgt; aanduidingen van het tijdsbeeld vormen een haarscherp decor voor de belevenissen van de levensechte personages.

Mina’s woonplaats Glasgow blijft een hoofdrol spelen in de boeken. Sinds 1990, toen Glasgow Culturele Hoofdstad van Europa was, is er veel veranderd. Was de stad eerder, na de ineenstorting van de eens zo rijke industrie, verlopen, na 1990 werd het er hot, hip en trendy. Een bruisend centrum voor kunst- en cultuurliefhebbers, swingers en shoppers. Mina: ‘Er zijn veel luxe huizen en appartementen, er is minder werkloosheid, maar het drugs- en drankprobleem is gebleven. Gangsters zijn nog steeds even normaal als fish and chips. Een van onze buren is een gangster. Een prettige buurman die een mooi appartement heeft gekocht, van het geld dat hij met drugs verdiend heeft. De gangsters beleggen nu in zonnestudio’s, om hun geld wit te wassen wassen. Iedere tweede winkel in Glasgow is een zonnestudio. Maar ik hou van de stad. De mensen zijn warm en open. Je kunt hier theezakjes gaan kopen en een vriend voor het leven ontmoeten. En we hebben allemaal dezelfde zwarte humor.’

Ze maakte ook een paar genre-uitstapjes. Naar comics. Schreef een jaar lang iedere maand een aflevering van de al jaren lopende cult-stripserie Hellblazer. Met John Constantine, een rokende en drinkende detective, die met bovennatuurlijke krachten tussen aarde en hel reist en demonen verslaat. ‘Ik ben gek op comics met superhelden. Hoewel ze in Engeland lager staan aangeschreven dan goedkope romannetjes. Hellblazer is fantastisch. Raymond Chandler zei ooit: als ik niet meer weet hoe het verder moet, laat ik een vent met een pistool binnenkomen. In Hellblazer kan je een demon laten opduiken. ’

Mina schreef ook een toneelstuk, Ida Tamson, over sociale ongelijkheid, gangsters, drugs, racisme, maar vooral over een slimme grootmoeder die voor haar twee kleinkinderen moet zorgen nadat haar aan drugs verslaafde dochter gestorven lijkt te zijn. De kritieken waren juichend. Prachtig verhaal, knap script, fabelachtige acteerprestaties. Er komt een film van.

Mina’s geluk kan niet op. ‘Ik ben blij dat ik misdaadauteur ben. Ik ken veel misdaadauteurs die literair meer serieus genomen willen worden. Waar het mij om gaat is dat mensen mijn boeken lezen, in de trein, in de bus, overal. Niet omdat ze zich verplicht voelen, maar omdat ze erdoor gegrepen worden. En zeker niet omdat academici, die er een baan van gemaakt hebben, hun opdringen en voorschrijven welke boeken waardevol zijn en welke niet. Fuck them.’

‘Ik hou van spannende verhalen, van actiethrillers en vampierfilms. Geweld interesseert mij. Ik lees geen thrillers over iemand die een postzegelverzameling steelt. Mensen raken opgewonden van lezen over dingen die ze zelf niet zouden doen. Dat is een interessant verschijnsel. Als iemand tegen mij zegt: ik hou niet van thrillers of van spannende verhalen, dan denk ik: bij jou moet ik uit de buurt blijven. Jij spoort niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden