Gevleugelde poëzie op ballonnen

Er hangen deze zomer in het Vlaamse kunstenaarsdorp Watou, nabij de Franse grens, geen fraaie borden met gedichten, je hoort geen stemmen vanuit een portiek of een duistere hoek in een bouwval, geen dichterlijk geroezemoes vanonder de pannen van een schuur.

Van onze medewerkerPaul Depondt

In de kelder van de brouwerij van het bekende Hoppebier hangen tegen het zwarte plafond tientallen ballonnen. Bezoekers kunnen een ballon naar zich toe trekken, het gedicht dat erop staat lezen en hem daarna weer loslaten. Het publiek wordt bij het kunstgebeuren betrokken, lees je in de catalogus van de ‘tentoonstelling’: je kunt bij het onthaal zo’n ballon kopen, ter plekke met helium laten opvullen en hem vervolgens ‘als een poëtisch, amoureus of kritisch bericht’ oplaten. Dat schijnt, staat in het boek, heel inspirerend te zijn.

De weinig tot de verbeelding sprekende titel van het evenement luidt Tussen Taal en Beeld – Verzamelde verhalen #01, een vrij loze omschrijving – want waar gaat het nu eigenlijk over in Watou? Het is een bric-à-brac van verschillende door het curatorenteam aangereikte ideeën: een beetje poëzie, een streepje film, een performance, een expositie over jonge Amerikaanse kunst (interessant, maar het waarom is geheel onduidelijk) en een visionair architectenplan voor het idyllische en ingedommelde dorp.

Er zijn nog meer aparte tentoonstellingen: een paar schitterende installaties van Johan Tahon, een eigengereide ‘artistieke ingreep’ in een oud klooster van Jan Verhaeghe, een kabinetje met visuele of concrete poëzie in het huisje Parochiezaal (waar dichters ook komen voorlezen) en een vrij schoolse presentatie met veel gefröbel van afgestudeerden van het postacademische Hoger Instituut voor Schone Kunsten. De poëziezomers zijn verleden tijd, er is een nieuw initiatief, de plaatselijke middenstand is blij met het aanrukkend bezoek.

Trouwe bezoekers van de jaarlijkse manifestatie, voor een groot deel ook uit Nederland, zijn al aan een en ander gewend, ze kennen behalve gevleugelde ook gebottelde gedichten. Ze gaan in het dorp op zoek naar poëzie en nog eens poëzie, maar dit keer nogal tevergeefs, want de organisatie van het nieuwe ‘kunstenfestival’ is afgestapt van de oude formule. Vroeger, al bijna dertig jaar, kreeg je in schuren en stallingen, in alkoven en op zolders, zelfs in de kerk en op het kerkhof, een soort ‘huwelijk’ te zien tussen poëzie en beeldende kunst. Soms was er een overkoepelend thema, dikwijls werd een kunstenaar – Roger Raveel, Panamarenko of Jan Fabre – uitgenodigd ‘als centrale gast’ om er nieuw werk te maken in situ. Dat laatste gebeurt nog, er zijn grote muur- en reliëftekeningen van Steven Baelen en Femmy Otten te zien, maar echt buitengewoon spannend is het allemaal niet.

Bij het Blauwhuys kijk je door een sterk uitvergroot stripverhaalkader naar het ingelijste landschap van het kunstenaarsdorp. Misschien moet je deze zomer, bijna aan het eind van de poëzieroute, hier beginnen. Er is een kader, er is een landschap, er is de toepasselijke titel van het kunstwerk van Niklaus Rüegg: Meanwhile in the countryside.

Op die plek, waar je de stem hoort van de dichter Peter Verhelst, zijn in de stallingen en de hooizolders werken te zien van ‘letterbeeldhouwster’ Maud Bekaert, tekeningen van Jan Op de Beeck (die werkt aan ‘een boek in woord en beeld’) en geglazuurde beelden van Johan Tahon. Wat er staat of hangt, herinnert nog het meest aan de vroegere poëziezomers. Hier worden woord en beeld ‘verklankt’ in het halfduister of zelfs in een volslagen donkere containerruimte.

Dit jaar heeft een team van curatoren gekozen voor een potpourri van nieuwe proposities: zó, of wellicht nog anders, kan het zomerse festivaldorp ‘worden’. De nieuwe formule is vooralsnog vis noch vlees. Er is geen samenhang gekozen, het is een allegaartje. Het was ook een lastig karwei. Hoe maak je zo’n tentoonstelling van poëzie en beeldende kunst, waarvan weliswaar een blauwdruk bestaat maar die je, omwille van auteursrechtelijke bescherming, niet kunt gebruiken?

Je kunt in drie maanden tijd, zo kort na de oprichting van de nieuwe organisatie, geen krachtig concept bedenken. Er is kennelijk nog geen duidelijk zicht op wat het kan worden. Het nieuwe logo van de manifestatie, de liggende en richtinggevende W van Watou, gevormd door de twee gekantelde en gestapelde V’s van Verzamelde Werken, oogt misschien veelbelovend, maar het curatorencollege in Watou weet maar al te goed dat het nog harder en kritischer over een nieuwe formule zal moeten nadenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden