GEVANGENISSEN

Er is in de loop der jaren veel verbeterd aan de penitentiaire inrichtingen (P.I.), maar - hoe dan ook - de deuren blijven dicht....

Wytze Patijn

Schoonheid beperkt zich niet tot de vreugen des levens. Soutine verhief een halve os tot schoonheid, Picasso de slachting bij Guernica. Waarom zou een gevangenis dan niet mooi kunnen zijn? Wel geldt voor gevangenissen meer dan voor wat dan ook dat vorm en functie samen moeten gaan. Een bajes met opsmuk en pretenties is eerder raar dan mooi: bij een rationale opzet die tot in het uiterste is gericht op opsluiting en bewaking, past geen franje. Alles wat niet bijdraagt aan het doel doet er afbreuk aan.

Te veel idealisme bijvoorbeeld: wie de pil wil vergulden, maakt een gevangenis waarin het slecht bewaken en verblijven is. Slechte gevangenissen zijn duur en onveilig, zowel voor bewakers als gedetineerden (die hun lotgenoten vaak meer vrezen dan de cipier). Maar te weinig sociaal gevoel is ook niet goed. De architect moet begrijpen dat een bajes een complete, pluriforme samenleving in een hogedrukpan is. Het is een hele kunst om binnen deze smalle marges - ook financieel! - toch een spannend gebouw te ontwerpen.

Gevangenisgebouwen weerspiegelen de geest van de tijd. Lange tijd waren het 'huizen van bewaring'; wachtkamers, waar booswichten verbleven tot hun feitelijke (lijf)straf werd voltrokken. Pas rond 1800 kwam de vrijheidsstraf in zwang. Onder het motto 'criminaliteit valt te genezen, maar is zeer besmettelijk' ontstond de gevangenis met streng gescheiden cellen. Toen bleek dat gedetineerden daarin niet beter, maar juist ziek en apathisch werden, ging men werkplaatsen toevoegen. In de hedendaagse filosofie (en dus ook in de nieuwste gevangenissen) staat 'werken' centraal.

1. Op de eerste plaats staan voor mij de koepels, gebouwd volgens het panopticum-model. Populair bij bewakers en bajesklanten door hun ongekende overzichtelijkheid: cellen in ringen boven elkaar rond een (vaak adembenemende) centrale ruimte. De mooiste koepelgevangenissen ter wereld staan in Arnhem, Breda en Haarlem. Rijksbouwmeester J.F. Metselaar ontwierp (aan het eind van de 19de eeuw) de twee eerste, zijn zoon de laatste.

2. De oudste in dit rijtje is het Maison de Force uit Gent, een 18de eeuws tuchthuis. Een immens achthoekig gebouw, dat ooit plaats bood aan ruim duizend schelmen en zwervers, vaak in groepen gehuisvest. Het werd in 1793 gebouwd door Malfaison, maar heeft de tand des tijds helaas niet doorstaan; alleen de tekeningen zijn gebleven.

Niet bekend

4. De gevangenis van Almelo (ontworpen door architect Robbers, 1928) is uniek door zijn expressionistische karakter. Het uiterst verzorgde gebouw (onlangs door Justitie verlaten) vertoont duidelijke invloeden van Henri van der Velde en de Amsterdamse school. Rijk en gemeente zoeken naarstig naar een nieuwe (woon)bestemming.

5. De stadsgevangenis van Chicago. Niet weggemoffeld in een buitenwijk, maar onomkoombaar aanwezig als wolkenkrabber in het hart van de stad, vlak naast de Sears Tower. De ramen zijn smalle, ongetraliede spleten.

6. De 'Brians'-gevangenis bij Barcelona is een recente (1991) co-productie van vier architecten: Bonell, Brullet, Gil en Rius. Een gevangenis als een abdij, zorgvuldig ingebed in een prachtig landschap. Zelfs de toren doet meer aan een kerk dan aan een wachttoren denken. De uitstraling is sober en suggereert afzondering, maar is zeker niet angstaanjagend.

7. De Schie van Carel Weeber (recht tegenover de Van Nelle-fabriek, goed zichtbaar vanaf spoor en snelweg) maakt deel uit van de eerste golf nieuwe gevangenissen, in het begin van de jaren tachtig. Ondanks de rationele carré-vorm is dit gebouw door zijn kleurstelling en de haast goudachtige glans een van de meest 'verlichte' gebouwen van Weeber. En toch is het een echte gevangenis.

8. Grote cellentekorten veroorzaakten in de jaren negentig een nieuwe bouwgolf, met smallere financiële marges (zowel voor de bouw als voor het beheer) dan ooit tevoren. Lelystad is een interessant voorbeeld uit deze serie; het verenigt het aloude kruis- en koepeltype in één nieuw hybridemodel. Het ontwerp is van Hans Putter.

9. Nog een zeer eigentijds gebouw: de gevangenis in Krimpen a/d IJssel, ontworpen door Martin van Dort, in 1996 opgeleverd. Met beperkte middelen slaagde Van Dort erin een gevangenis te bouwen in de beste betekenis; functioneel, rationeel. Overduidelijk een gevangenis en geen fabriek of kantoorgebouw.

10. De Bijlmerbajes sluit de rij. Verguisd, maar deels ten onrechte. De Bijlmerbajes met zijn cellentorens is het tastbare bewijs dat te veel idealisme tot fouten kan leiden. De ramen zijn inmiddels van tralies voorzien. Als compositie, met zijn uitstraling van een complete stad, is hij uniek in zijn soort.

Leo Jansen

Gevangenissen in Nederland kunnen grofweg in twee soorten worden ingedeeld: de zeer oude uit de vorige eeuw die ooit gebouwd zijn voor strikt cellulaire opsluiting, en de reeks nieuwbouwinrichtingen die in de jaren zeventig werd gebouwd. Zoals de P.I. Over-Amstel ('Bijlmerbajes'), waar behalve cellen, mogelijkheden zijn voor arbeid, sport en onderwijs.

Kenmerkend voor de oude inrichtingen is de dreiging die alleen al van het gebouw moest uitgaan naar de samenleving. Bij de nieuwe inrichtingen is aanvankelijk die dreigende werking van het gebouw geheel losgelaten. De P.I. Over-Amstel is daarvan een goed voorbeeld. Toen die gebouwd werd, stond het denken over resocialisatie voorop; het gebouw hoefde dan ook niet op een gevangenis te lijken. Woontorens met cellen zonder tralies moesten voldoende zijn.

Gelouterd door flink wat negatieve ervaringen is de laatste vijftien jaar een architectuur-synthese ontstaan waarbij enerzijds de beveiliging van de samenleving weer voorop is komen te staan, met daarnaast het besef dat een gevangenis altijd een plek is waar gedetineerden tijdelijk zijn gehuisvest. Gevangeniswezen heeft het resocialisatie-aspect wel gerelativeerd, maar zeker niet losgelaten. De laatste generatie nieuwbouwinrichtingen zijn in die zin dan ook vestingen met een menselijk gezicht.

Bij mijn Top-10 heb ik alleen gekeken naar de architectuur, het uiterlijk. De functionaliteit en de regimes-mogelijkheden spelen bij deze keus geen rol. Gedetineerden hebben dan ook een heel andere Top-10. Daarnaast speelt bij mijn oordeel een rol of het gebouw in zijn geheel als architectonisch object de moeite waard is. Alleen een fraaie entree scoort daarom laag op mijn lijst.

1. 'De IJssel' in Krimpen aan den IJssel. Wat mij betreft de fraaiste (en meest functionele) gevangenis die thans in Nederland staat en waarvan ik directeur mag zijn. Met relatief eenvoudige middelen (beton in de kleur zalmroze) is de architect, Martin van Dort, er in geslaagd het gebouw een vriendelijk karakter te geven. Daarbij blijft duidelijk dat wie er eenmaal binnen is, niet zo maar weer buiten staat. Het grote voorterrein is uitgerust met twee stevige zwarte torens met afsluitbare hekken; symbolische wachters voor hen die binnen zijn en voor hen die binnenkomen.

2. De drie koepelgevangenissen in Arnhem, Breda en Haarlem die al ruim een eeuw bestaan. Alledrie zijn uiteraard aangepast aan moderne eisen.

3. 'De Schie' in Rotterdam. Een zeer gedurfd ontwerp van Carel Weeber door zijn felle kleuren, gepositioneerd tegenover hét monument van Brinkman & van der Vlugt, de Van Nelle-fabriek. Voor velen is het nog steeds een verrassing dat P.I. 'De Schie' een gevangenis is en geen evenementenhal of een congrescentrum.

4. 'Lelystad', gelegen in de polders naast Lelystad zelf. Met name van enige afstand vind ik dit een markant pand dankzij de twee koepelvormige daken en de enorme omvang van het complex.

5. 'Norgerhaven' en 'Esserheem' in Veenhuizen. Twee opvallend lage en wijde complexen in een desolaat landschap, waaraan vanaf de buitenkant al een enorme historie is af te zien.

6. 'Zwaag' in Hoorn, in de volksmond 'de glasbak', genoemd naar de halfronde glazen die de beide lange kanten van het gebouw bedekken.

7. 'Sittard'. Fraai gelegen op enigszins heuvelachtig terrein met een bijna futuristische entreepartij.

8. 'Oosterhoek' te Grave met zijn opvallende, naar boven toe getrapte architectuur, waardoor de eerste, tweede en derde verdieping telkens breder uitvallen dan de daaronder gelegen verdieping.

9. 'Almere-Binnen' en 'Zoetermeer'. Twee identieke, opvallende inrichtingen. 'Zoetermeer' het meest bekend, pal langs de snelweg Utrecht-Den Haag, met zijn fraaie hemelsblauwe kleur, maar nogal ingeklemd. In Almere ligt de inrichting (nog) volledig vrij in de polders aan de rand van Almere nabij het IJsselmeer. Leuk zijn daar de fel gekleurde gevelmozaïeken op de ringmuur die de monotonie van het grijze beton goed doorbreken.

10. Als laatste de entreepartijen van enkele oude inrichtingen: 'Scheveningen' met zijn monumentale wachttorens aan de Pompstationsweg en 'Rotterdam-Noordsingel' met zijn verstopte zeshoekige torens naast de grote entreepoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden