Gevaarlijke vrouwen

Beatrice de Graaf laat tien terroristes zonder clichés tot hun recht komen

Anet Bleich

Vrouwen die terrorist worden, spreken tot de verbeelding. Een vrouw die gewapend met kalasjnikov of bomgordel strijdt voor haar ideaal, (de socialistische revolutie, het islamitisch kalifaat of de raciaal zuivere volksstaat) treedt niet alleen buiten het kader van de democratische rechtsstaat. Haar beeld staat ook haaks op alles waarmee vrouwen gewoonlijk worden geassocieerd, zoals zachtheid en zorgzaamheid. Logisch dat de terroriste nieuwsgierigheid opwekt en ook aanleiding wordt tot de vorming van nieuwe stereotypen.

'In de collectieve herinnering leven vooral de beelden van de mooie, meedogenloze en verbeten terroristes van de RAF voort', schrijft Beatrice de Graaf in Gevaarlijke vrouwen. Ulrike Meinhof die samen met Andreas Baader en Gudrun Ensslin aan het hoofd stond van de radicaal-linkse Rote Armee Fraktion opent dan ook de rij van militante vrouwen van wie De Graaf een portret schetst. Ze suggereert dat Meinhof meer worstelde met haar rol als keiharde revolutionair dan door de publieke opinie in haar tijd werd onderkend. Nog vóór Meinhof een schot had gelost, stond ze in de Duitse boulevardpers van de jaren zeventig al bekend als 'killer-girl'. In dat hysterische politieke klimaat, waarin de 'Baader/ Meinhofbende' als het topje van een geweldbeluste linkse ijsberg werd gezien, was op je schreden terugkeren bijzonder moeilijk. En zo eindigde Meinhof haar vreemde carrière - van gevierd columniste tot meest gezochte terrorist - met een zelfmoord in de gevangenis.

Demonisering van vrouwen die zich met een gewelddadige beweging hebben ingelaten, werkt averechts volgens De Graaf, die in haar vorige boek Het theater van de angst (over terreurbestrijding) ook waarschuwt tegen dramatisering van het terrorisme. Het is zelfs op twee manieren contraproductief: in de ogen van sympathisanten versterkt het de glamour van de terroriste en wellicht de neiging mee te gaan doen. En het perkt de ruimte in om er bij nader inzien tussenuit te knijpen.

Een mooi voorbeeld van het eerste is de Afro-Amerikaanse activiste Angela Davis, die zich inzette voor de vrijlating van Black Panthers, in haar ogen politieke gevangenen. Zelf had Davis nooit geweld gebruikt, niettemin werd ze beschuldigd van 'samenzwering om misdrijven te plegen' en zat zestien maanden in voorarrest voor ze werd vrijgesproken. De verkettering gaf haar een podium dat ze gebruikte om kritiekloos de lof van het Oost-Europese communisme te zingen.

Tragisch is het lot van Hansina Uktolseja, de enige vrouw die meedeed aan de kaping door Zuid-Molukse jongeren van de trein naar Groningen, in mei 1977. Hansje was een van de acht dodelijke slachtoffers (zes kapers en twee passagiers) die na negentien dagen vruchteloos onderhandelen vielen tijdens de bestorming van de trein. Onder invloed van haar vriendje Rudi Lumossil was ze bij de Molukse zaak betrokken geraakt. Dat ze aan de actie wilde meedoen, had mogelijk ook een persoonlijke reden: de verbintenis met Rudi lag niet goed in de familie en het tweetal hoopte door zich in te zetten voor de Vrije Republiek der Zuid-Molukken respect te krijgen.

Hansje was niet gewapend en beperkte zich tot het bewaken van de lege achterkant van de trein. In de media deden echter de wildste verhalen de ronde over deze 'fanatieke verloofde', die een felle, zelfs 'sadistische' tante zou zijn. Het is mogelijk dat deze karikaturale omschrijving ertoe heeft bijgedragen dat ze door een van de mariniers is doodgeschoten terwijl ze al gewond op de vloer lag. De Graaf: 'Pas decennia later is duidelijk geworden wat Hansina dreef. En dat die stereotypering geen recht deed aan de werkelijkheid die zoals altijd complexer en ook banaler was dan de toenmalige terrorismebestrijders en media aannamen.'

Het sterke aan de tien portretten van De Graaf is dat ze elk de moeite waard zijn, zorgvuldig gedocumenteerd en wars van clichés of tevoren vastgelegde standpunten. In een aantal gevallen blijkt namelijk j

uist het omgekeerde van demonisering aan de orde te zijn en worden radicale vrouwen gepercipieerd als slachtoffer, naïef of niet zo belangrijk.

Het schrijnendste voorbeeld daarvan is de radicaal-rechtse Beate Zschäpe uit Jena, die jarenlang onopgemerkt huizen en auto's kon huren voor haar twee makkers. Met hen samen was dit volgens haar omgeving 'vrolijke en vriendelijke meisje' betrokken bij minstens tien moorden, voor het merendeel op in Duitsland levende Turken. Bij gebrek aan systematische aandacht voor het rechtse extremisme was er in dit geval geen sprake van welke beeldvorming dan ook.

Een ander voorbeeld van iemand die eerder als spannend en avontuurlijk wordt beschreven dan als een vervaarlijke militant is Tanja Nijmeijer, die 'dekselse Denekampse' die deelneemt aan de guerrillastrijd van de FARC in Colombia. Intrigerend is ook dat de aanzienlijke rol die vrouwen spelen in het gezelschap van de islamitische jihadisten geregeld onderbelicht is gebleven. Terwijl veiligheidsdiensten en justitie in Nederland Samir A. het leven zwaar maakten, bleef zijn vriendin Abida K., die Samirs radicale opvattingen deelt, buiten beeld.

Ook de Marokkaans-Belgische Malika El Aroud heeft niet voor grote opwinding gezorgd, hoewel ze de weduwe is van de man die in Afghanistan Massoud (tegenstander van de Taliban) vermoordde, zelf instructies van Bin Laden ontving en lang de ziel was achter extreme jihadistische sites. Pas in 2010 werd ze in Brussel tot acht jaar veroordeeld wegens het 'opzetten en aansturen van terroristische netwerken'.

Eerder, in mei 2003, was ze nog vrijgesproken. 'Uw ideeën zijn zeer extreem', had de rechter gezegd, 'maar daar kan ik u niet voor veroordelen.' Malika El Aroud heeft inderdaad nooit geweld gebruikt, wel anderen gestimuleerd om dat te doen. Een interessant grensgeval tussen vrijheid van meningsuiting en strafbaar gedrag. Eenzelfde dilemma speelt bij mensen als Samir A., zijn vriendin en andere leden van de Hofstadgroep. Misschien een mooi thema voor De Graafs volgende boek?

Zij heeft overigens wel een overtuigende verklaring voor het soms onderschatten van radicale moslima's. 'In de westerse kritiek op 'de islam' (...) is de vrouw de onderdrukte partij. In die dichotomie over vrouwenbeelden (het Westen/de vrije vrouw versus de wereld van de islam/de geknechte vrouw) passen vrouwelijke jihadisten niet zo goed.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden