Column

Gevaarlijke poëzie van Ginsberg

Column Remco Campert

Remco Campert over gevaarlijke poëzie.

Alan Ginsberg. Beeld Wikipedia

Dat sommige autoriteiten poëzie maar een gevaarlijk iets vinden, bleek onlangs weer, toen het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam de Centrale Studentenraad niet toestond een gedicht voor te lezen. In NRC Handelsblad van 31 augustus stond een fragment van dit gedicht, waarvan de eerste regel luidt: 'Ik zag de helderste geesten van mijn generatie joints draaien in het Maagdenhuis.' Dit is een parafrase van de eerste regels van Allen Ginsbergs beroemde gedicht Howl (City Light Books, 1956): 'I saw the best minds of my generation destroyed by madness.' Ik zou geneigd zijn de student te prijzen om zijn kennis, maar de wegen van gezagsdragers zijn ondoorgrondelijk. De CSR zou ook een lied spelen, getiteld Mijn stad is een hoer. De UvA reageerde: 'Wij vonden het taalgebruik niet passen bij het niveau van een academische opleiding.' De studentenraad herkent zich niet in deze uitleg. 'Het schrappen van alleen het lied Mijn stad is nooit aan de orde geweest.' Kortom, het misverstand regeert.

Keren wij terug naar Ginsberg. Ik heb hem een paar keer ontmoet. Een keer tijdens een tournee van Nederlandse dichters in Amerika in Boulder City, Colorado. Ginsberg nodigde ons uit in zijn huis en schonk veel Californische wijn. De andere keer op een vroege ochtend in een voor die gelegenheid besloten ruimte op het Leidseplein. Ginsberg en zijn vriend de dichter Peter Orlovsky waren daar aanwezig, evenals Judith Herzberg, Simon Vinkenoog en ik. Orlovsky was onder invloed van lsd en dwaalde met een naakt torso rond in de ruimte. Ginsberg zat op een klapstoeltje en noteerde het gedrag en de woorden van zijn vriend, als een professor die een aapje bestudeerde. Orlovsky raakte steeds verder van de wereld. Vinkenoog begon zich ongerust te maken en belde een dokter die verstand had van zulke zaken.

In Mind Breaths (City Light Books, 1977) dicht Ginsberg: Het is ieders schuld, niet de mijne./ Ik deed het niet. Ik begon het universum niet./ Ik stal Dr. Mahlers pannen niet van zijn garagedak voor mijn kippenhok/ waar ik zes gekochte kuikens hield/ om lagereschoolvriendjes aan te trekken om met me te spelen in mijn achtertuin/ Zij stalen de pannen/ Ik ga naar de snoepwinkel aan de overkant/ en zeg tegen de oude oom achter de glazen toonbank dat ik kwaad ben op mijn vriendjes/ dat ik de schuld kreeg van het stelen van de leien -/ Vannacht droomde ik dat ze me weer de schuld gaven op de hoek van de straat/ Ze dwongen me voorover te buigen, mijn broek naar beneden, en gaven me voor mijn achterwerk ik schaamde me/ Ik bloosde rood, ik was naakt ik werd geil ik kreeg een stijve.' Hij schreef ook: 'Leraar/ breng me naar de hemel/ of laat me met rust./ Waarom maak je me het werk zo moeilijk/ Terwijl alles open uitgespreid ligt/ als de gifeik in het bos roodgekleurd/ lege slaapzakken hangen aan een dode tak.'

Gevaarlijke poëzie voor autoriteiten was de verzetspoëzie in de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers zagen het in, net als de niet-autoritaire makers ervan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.