Geturfd werk

Taai maar mooi vormgegeven

Uit een kloek onderzoek blijkt Nederlandse kunst van de laatste drie decennia in het buitenland goed gewaardeerd te worden. Een van de fijne weetjes is verder dat er met de waardering voor Nederlandse schrijvers iets vreemds aan de hand is.

Als je in Amsterdam de lange rijen ziet bij het Stedelijk, het Van Gogh en het Rijksmuseum, bij het Anne Frank Huis en de busladingen die zich vergapen aan de woningen van de Amsterdamse School, kun je je warmen aan de gedachte dat ons kleine burgerlijke landje toch flink wat kunstenaars van formaat heeft voortgebracht. Want hé, wij hebben toch maar mooi een Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan, Appel... Bij de architectuur en vormgeving doen we ook aardig mee, met groot-heden als Rietveld, Mart Stam, Berlage, De Klerck en Dudok.

En de literatuur? Nee, Vondel en Hooft hebben het internationaal niet ver geschopt; Multatuli en Couperus evenmin. Toch hebben we een wereldwijde everseller, misschien alleen door de Bijbel te evenaren: Het Achterhuis van Anne Frank. Ook het werk van Erasmus en Spinoza werd wereldberoemd. Helaas schreven die laatste twee in het Latijn en gaat het bij alle drie niet per se om literair proza.

Buitenlandse boekenprogramma's

Dat kwam pas veel later, dat Nederlandse literatuur op grote schaal werd vertaald. Na 1995. Vooral in het Duits, maar ook in het Frans en Engels en kleine talen. Ineens verschenen onze schrijvers in buitenlandse boekenprogramma's op tv en werden serieuze recensies gewijd aan hun werk. De grote drie in het buitenland waren niet Reve, Hermans en Mulisch en evenmin de grote Vierden Jan Wolkers en A.F.Th. van der Heijden, maar Cees Nooteboom, Harry Mulisch en Hella S. Haasse. Na deze drie oppergoden volgen Arnon Grunberg, Maarten 't Hart, Margriet de Moor, Janwillem van de Wetering, Kader Abdolah, Renate Dorrestein en Anna Enquist. Althans, dit is de rangorde van het aantal vertalingen. Wat betreft verkoopcijfers is Maarten 't Hart nummer één in Duitsland, hij verkocht er meer boeken dan de daar op handen gedragen Cees Nooteboom. Als het gaat om academische buitenlandse aandacht ziet de top er weer anders uit: eerst Nooteboom, dan Mulisch, en - ja hoor - Reve, vervolgens Hermans en Haasse.

Al deze weetjes zijn te halen uit de tabellen in Literatuur, architectuur en beeldende kunst 1980-2013, een onderzoek naar de verspreiding en de waardering van Nederlandse kunst de afgelopen 23 jaar. Gekeken werd naar kunstenaars die in 1980 nog in leven waren. Het is een heerlijke bezigheid, het turen op die tabellen en lijstjes, zo ongeveer als de lectuur van de Consumentengids ook zeer ontspannend kan zijn. Zo komen we erachter dat Rem Koolhaas, het duo Willem Jan Neutelings & Michiel Riedijk en Ben van Berkel de drie in het buitenland belangrijkste Nederlandse architecten zijn, gevolgd door Francine Houben. Fotografen met de meeste 'representaties' in het buitenland zijn Rineke Dijkstra, Inez van Lamsweerde, Erwin Olaf en Anton Corbijn. Beeldend kunstenaars met de meeste exposities: Marlene Dumas (een Zuid-Afrikaanse), Rineke Dijkstra en Jan Dibbets. Karel Appel staat op 10, Lucebert op 19.

Voorbeeld van de bouwstijl van de Amsterdamse School tussen ongeveer 1910-1930. Beeld © Frans Lemmens/Corbis

De tekst van het onderzoek zelf is wat minder hapklaar dan al die fijne lijstjes. De hoofstukken zijn degelijke academische artikelen, waarvan het taalgebruik wel erg weinig tot de verbeelding spreekt. Je struikelt over zinnen als 'De dynamiek van dit mondiale economische stelsel wordt bepaald door de ongelijkheid in de relaties tussen centrum en periferie.' Dat maakt dit ruim vierhonderd pagina's tellende, mooi vormgegeven boek toch een behoorlijk taaie turf.

Inhoudelijk is het boek interessant. Veel komt aan bod: reputaties, clichés over ons land (water, koopmansgeest, soberheid, gereformeerdheid). Waarom onze literatuur het beter doet in Duitsland - dat zich aan ons verwant voelt én kampt met een WOII-trauma - dan in de Angelsaksische landen (uitzonderingen: Cees Nootebooms Rituals, en Herman Kochs The Dinner).

Glijmiddel

Terecht wordt gewezen op de grote inspanningen van instellingen als het Nederlands Productie- en Vertalingen Fonds (nu Nederlands Letterenfonds) en het Stimuleringsfonds voor Architectuur om de Nederlandse cultuur in het buitenland te promoten. Onze overheid begreep daarvan het belang goed. Want, zoals minister Elco Brinkman het in 1986 hartveroverend onhandig uitdrukte: 'Kunst is het glijmiddel voor de economie.' Misschien moet die kennis bij het huidige kabinet wat worden opgefrist. In Duitsland is de belangstelling voor onze literatuur alweer weggeëbd.

Sommige dingen blijven geheim. Waarom vond Hermans nooit weerklank in het buitenland, kwam dat alleen doordat het zo'n lastige man was? En is Reve echt zo 'onvertaalbaar' of kreeg hij nooit de juiste vertalers? Waarom is het schitterende werk van A.F.Th van der Heijden niet veel bekender in het buitenland? Er blijft nog flink wat te onderzoeken over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.