Getuigenis van liefde en verlies

In Zo was het – een Italiaanse familie in Auschwitz, dat nu in het Nederlands is vertaald, beschrijft de Italiaanse Piera Sonnino hoe zij als enige van haar Joodse familie de kampen overleefde....

Van geen enkele historische periode bestaat zo’n overweldigende hoeveelheid persoonlijke getuigenissen als van de Tweede Wereldoorlog. Een belangrijk deel daarvan dateert van de eerste jaren na de bevrijding, toen de bevolking in Europa en Amerika nog min of meer overtuigd moest worden van het feit dat al die verhalen over de verschrikkingen van het slagveld en – vooral – de kampen ook werkelijk waren gebeurd. Aan de andere kant was schrijven voor veel overlevenden een manier om de weg naar het normale leven, zo goed en zo kwaad als mogelijk, terug te vinden.

Bij deze eerste golf is het niet gebleven. Met name sinds de jaren zeventig is het aantal dagboeken, documentaires, opgetekende herinneringen, autobiografieën, literaire verhalen en gesprekken op band en video spectaculair gegroeid – tot de dag van vandaag: terwijl de generatie die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt, langzaam verdwijnt, lijkt de aandacht voor hun ervaringen en individuele lotgevallen alleen maar toe te nemen.

Deze tendens, die zich overigens niet beperkt tot de oorlog, vindt zijn oorzaak in verschillende ontwikkelingen. In de eerste plaats wordt het beeld van het verleden minder dan vroeger beheerst door vastomlijnde politieke en religieuze waarheden. Niet de grote verhalen, maar persoonlijke ervaringen leveren de sleutel voor een werkelijk begrip van de geschiedenis, zo verklaarde de toonaangevende documentairemaker Hans Keller midden jaren zeventig. Individuele verhalen tonen het verleden ‘niet zoals het had moeten zijn, maar zoals het geweest is: wreed en ontwapenend, kleinzielig en heldhaftig’.

Aan de andere kant is het afnemen van het geloof in abstracte waarheden en grote ideologieën ook een gevolg van de ervaringen van de gruwelen van de afgelopen eeuw. Revoluties en wereldoorlogen leidden tot een diepgaande sociale ontwrichting, tot hongersnood, angst en terreur. In enkele tientallen jaren lieten meer dan honderd miljoen burgers het leven – een getal dat niet alleen ons begrip te boven gaat, maar bovendien de gebeurtenissen tot een abstractie dreigt te reduceren. Om dat gevaar te bezweren grijpen we terug op de verhalen van individuele slachtoffers.

De behoefte, de noodzaak om te getuigen is een terugkerend thema in het werk van de overlevenden, te beginnen met Primo Levi, die zijn wil tot overleven rechtstreeks verbond met zijn verlangen te vertellen. ‘De getuige heeft zichzelf gedwongen te getuigen’, schrijft Eli Wiesel in zijn autobiografische roman Nacht. ‘Voor de jeugd van morgen, voor de kinderen die morgen worden geboren. Hij wil niet dat zijn verleden hun toekomst wordt.’

Ook Jules Schelvis, een van de weinige overlevenden van 35 duizend uit Nederland naar vernietigingskamp Sobibor gedeporteerde joden, wordt door dergelijke motieven gedreven. In 1982 publiceerde hij zijn herinneringen onder de titel Binnen de poorten, een sober geschreven relaas van zijn omzwervingen door verschillende concentratiekampen nadat hij in Sobibor voor arbeidsdienst was geselecteerd. In 1993 volgde een tweede boek, Vernietigingskamp Sobibor, een wetenschappelijke studie over het kamp waaraan hij zelf was ontsnapt maar waar zijn vrouw Rachel en haar familie waren vermoord.

Vernietigingskamp Sobibor, gebaseerd op het jarenlange onderzoek dat Schelvis na zijn pensionering verrichtte, bracht de geschiedenis van dit tamelijk onbekende, maar uiterst moorddadige oord in het oosten van Polen, waar in anderhalf jaar tijd een kwart miljoen mensen werd omgebracht, voor het eerst gedetailleerd in kaart. Het boek is vertaald in het Duits en het Engels en geldt inmiddels als een standaardwerk – een uitzonderlijke prestatie, waarvoor de nu 86-jarige Schelvis volgende week een eredoctoraat ontvangt aan de Universiteit van Amsterdam.

Ook elders in Europa is de stem van de getuigen nog niet verstomd. Integendeel, nieuwe verhalen blijken voortdurend tot een ‘herontdekking’ van het verleden te kunnen leiden. Een treffende illustratie daarvan vormde de postume publicatie, enkele jaren terug, van de herinneringen van Piera Sonnino, een Italiaanse die als enige van haar Joodse familie de kampen overleefde. Van het kleine maar kernachtige boek, getiteld Zo was het – een Italiaanse familie in Auschwitz, werden in korte tijd vele tienduizenden exemplaren verkocht; het is nu ook in het Nederlands verkrijgbaar.

De enorme belangstelling voor Sonnino’s werk lijkt mede te zijn gevoed door het authentieke karakter in stijl en benadering. Dat heeft ook te maken met de totstandkoming ervan: de tekst stamt feitelijk uit de ‘stille jaren’ vijftig, dezelfde periode waarin auteurs als Levi en Wiesel aarzelend hun weg naar het publiek vonden. Het manuscript werd afgesloten in 1960 en lag vervolgens meer dan veertig jaar in de kast, in een roodleren map, zestig getypte bladzijden, zonder fouten of doorhalingen.

De eerste helft van Sonnino’s herinneringen hebben betrekking op de jaren die volgden op de uitvaardiging van de eerste racistische wetten in 1938, een geste van Mussolini jegens zijn Duitse bondgenoot. Pijnlijk maar liefdevol schetst Sonnino hoe haar ouders, broers en zussen uit alle macht probeerden zich onzichtbaar te maken, alsof ze verblind waren door het naderende onheil – een beeld dat sterk doet denken aan De tuin van de Finzi-Contini’s, de roman van Giorgio Bassani, die twee jaar na de optekening van Sonnino’s herinneringen verscheen en onlangs nog in een nieuwe Nederlandse vertaling is uitgegeven.

Met de afzetting van Mussolini door de Italiaanse koning, begin september 1943, en de daarop volgende bezetting van Noord-Italië door Duitsland, verslechterde de positie van de joden dramatisch. Ze werden nu rechtstreeks doelwit van de nazistische vernietigingspolitiek. De familie Sonnino dook min of meer onder en wist zich vervolgens een jaar lang aan het nieuwe regime te ontrekken. Uiteindelijk wordt het hele gezin in oktober 1944 gearresteerd.

Daarmee begint een desastreuze zwerftocht, waarbij Piera haar familieleden stuk voor stuk kwijtraakt. Vader, moeder en haar oudste broer worden onmiddellijk bij aankomst in Auschwitz vergast, de anderen worden in de loop van de omzwervingen van elkaar gescheiden. Haar jongere zus Bice sterft onder haar ogen aan dysenterie in Bergen-Belsen; haar lichaam blijft nog dagenlang op een plank bij de ingang van de barak liggen, om langzaam te verdwijnen onder de sneeuw.

Sonnino vertelt haar verhaal zonder opsmuk. Ze weidt niet uit over politieke omstandigheden en waagt zich nergens aan bespiegelingen over het leven en sterven in de werkkampen: uitgangspunt blijven de herinneringen aan haar eigen ervaringen of, juister nog, aan de gevoelens die deze bij haar teweeg brachten. Dat levert beklemmende en hallucinerende passages op, over het kamp als een wereld die volkomen vijandig is aan al het menselijke, een wereld van ijskoude en donkere modder waarin dode en levende materie versmelten tot een monsterlijk organisme.

Na de passage over de dood van haar zusje verliest Piera de greep op haar verhaal: haar geheugen laat haar in de steek, herinneringen vallen uiteen in brokstukken, vastgehouden door het onderbewuste ‘als een in mij smeulend kwaad’. De laatste scènes die zij beschrijft zijn huiveringwekkend: bij een laatste evacuatie wordt ze in een treinwagon gepropt, waarin de een na de andere gevangene bezwijkt. Volledig gedesoriënteerd, mede door het verlies van haar bril, ziet ze hoe lijken uit de wagon rollen, ze valt in slaap om wakker te worden op ‘iets dat tegelijk zacht en hard is’: ‘Ik heb op een dode geslapen’.

De politiek van de nationaal-socialisten was gericht op de vernietiging en de uitwissing van alle sporen van joden, zigeuners en andere ‘minderwaardige’ groepen. Daarmee krijgt elke getuigenis een symbolische, rituele betekenis: van elk woord dat gesproken wordt, weten we dat de nazi’s dit hebben willen verhinderen. De betekenis van Sonnino’s ingetogen verslag van een pijnlijk herinneren reikt evenwel verder is: uit deze getuigenis van liefde en verlies – jegens haar ouders, broers en zussen, haar jeugd en de verloren onschuld van Italië – spreekt een diep menselijke geest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden