GESTRAFT VOOR HERENLIEFDE

In Jongens van glas, dat handelt over de wereld van de jongensprostitutie in Taipei, bewandelt de Taiwanese schrijver Pai Hsien-yung de allegorische weg om kritische noten te kraken over China....

Alle hoofdrolspelers in de indrukwekkende roman Jongens van glas van de Taiwanese schrijver Pai Hsien-yung (1937) zijn door hun vader verstoten. Ze werden ooit betrapt in innige omarming met een buurman of een noedelverkoper, waarop de vader de zoon resoluut de deur wees.

Het begint al op de eerste bladzijde als de 18-jarige scholier Li Qing, alias Blue Boy, voor zijn leven moet rennen wanneer zijn vader hem, dreigend met een oud dienstpistool, het huis uittrapt. Reden: onzedelijke handelingen met de laboratoriumbeheerder op school. Zijn moeder heeft het ongelukkige nest al tien jaar eerder verlaten, en Blue Boys enige broertje is overleden.

Het verhaal speelt in 1970, en Blue Boy zwerft als een Dickensiaans weeskind door Taipei. Anders dan Oliver Twist wordt hij niet opgenomen in een tehuis, noch blijkt hij onverwacht erfgenaam te zijn. Zijn toekomst ligt in het ‘Nieuwe Park’, het nachtelijke koninkrijk van de jongensprostitutie.

De eerste helft van Jongens van glas is geheel aan deze exotische, diep tragische wereld gewijd. De jongens die er werken, slachtoffers van huiselijk geweld, staan bol van woede en frustratie, maar wie hier solidariteit verwacht komt bedrogen uit: ‘In deze kleine, afgesloten wereld staken we allemaal wanhopige, hongerige handen naar elkaar uit en grepen, duwden, scheurden, trokken, alsof we op hardhandige wijze uit het lijf van de ander wilden rukken wat we bij onszelf tekort kwamen.’

De manier waarop Hsien-yung zijn karakters tekent, is grandioos. In het park is ‘hoofdinstructeur’ Yang de baas, en hij beschermt zijn jongens met een merkwaardige mengeling van wreedheid en welwillendheid. Zijn liefje is Welpje de Oermens, een sterke, maar achterlijke, aan epilepsie lijdende ‘inboorling’ die voortdurend om snoep zeurt. Rat is het prototype van de kleine gauwdief, terwijl Jade onophoudelijk droomt van een suikeroom die hem mee naar Japan zal nemen.

In de tweede helft van het boek gooit Hsien-yung het roer op een nogal moralistische manier om. Meester Yang en zijn ‘glazen schoffies’ openen een bar met de veelzeggende naam De Lusthof. Alle jongens krijgen een min of meer officieel baantje en worden ‘kristallen schoffies’, wat leuk voor hen is maar minder voor de lezer.

De man die de nachtclub financieel op de been houdt, is de mysterieuze Meester Fu. Sinds de zelfmoord van zijn enige zoon besteedt deze voormalige militair al zijn tijd en geld aan hulpeloze kinderen. Het Dickensiaanse sentiment slaat hier alsnog toe, zeker wanneer Blue Boy ook nog eens wordt uitverkozen om bij Meester Fu in huis te komen werken ter vervanging voor de plotseling ziek geworden huishoudster.

Maar Hsien-yung heeft gelukkig meer te bieden. Zoals de ongemakkelijke waarheid bij de ontmoeting tussen Meester Fu en de ‘drakenprins’, een 30-jarige moordenaar met wiens vader Meester Fu bevriend was. De drakenprins kan maar niet begrijpen waarom zijn vader hem zelfs op zijn sterfbed niet meer terug wilde zien. Meester Fu kan alleen maar zeggen dat de vader ongetwijfeld minstens zoveel geleden heeft als de zoon.

Waarmee hij een opmaat geeft voor zijn eigen afschuwwekkende verhaal, want Meester Fu blijkt niet alleen zijn eigen zoon verstoten te hebben nadat die zich tot de herenliefde had bekend. Ook heeft hij in zijn militaire verleden twee jongens standrechtelijk laten executeren nadat zij de loopgraven waren ontvlucht om elders de liefde te bedrijven. Hun verschrikte, bebloede gezichten spoken nog steeds in zijn dromen en beklemmen zijn hart zo, dat hij aan het eind van het boek sterft.

De kritiek die Hsien-yung op het Chinese militaire leven geeft, is op eigen ervaring gebaseerd, lezen we in het informatieve nawoord van Mark Leenhouts, die de roman in mooi vloeiend Nederlands vertaalde. De vader van de schrijver was een belangrijke generaal in het leger van de nationalistische Kuomintang, het gezin vluchtte in 1952 naar Taiwan.

Hsien-yungs schildering van het nachtelijke park is dan ook meer dan wat er staat. Het is ook een allegorie op de situatie waarin Taiwan verkeert. Zoals de jongens door hun vaders verstoten zijn, zo wordt het nachtelijke park door de maatschappij ontkend, en zo wordt Taiwan al decennialang door China behandeld. Waarschijnlijk is dit de reden waarom deze controversiële roman al in de jaren tachtig werd verfilmd en later werd omgewerkt tot een twintigdelige televisieserie.Peter Swanborn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.