Gestolen doek niet naar eigenaar

De Amerikaanse kunstverzamelaar Alfred Bader kan het nog steeds niet geloven. Vier jaar geleden werden drie schilderijen van hem gestolen en deed hij aangifte bij de Amsterdamse politie....

Van onze medewerker Jeroen Junte

De omzwervingen van de 17de eeuwse schilderijen beginnen als Bader in Amsterdam wordt bestolen. Hij heeft de doeken een dag eerder in Londen gekocht en wil ze laten onderzoeken door het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Omdat hij ze nog maar net bezit, kan hij geen gedetailleerde aangifte doen. Een schilderij krijgt hij één dag later al terug van een eerlijke vinder die het uit een vuilnisbak vist.

De andere twee duiken een half jaar later op, als de politie ze vindt in de plastic tas van een junk. Bader zit dan alweer in Amerika. Achterop de doeken zit een sticker van het Amsterdamse veilinghuis De Eland, waar ze een kort daarvoor werden aangeboden maar niet werden verkocht. De eigenaar blijkt vervolgens onvindbaar. De politie kijkt nog wel in de lijst van het Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), waar Baders schilderijen volgens de politie zeer vaag in staan omschreven. 'Geen foto, geen signatuur en zelfs geen afmetingen', zegt een woordvoerder. De politie verzuimt de IFAR Reports, een particuliere lijst van gestolen kunst waarin de doeken wel uitgebreid staan beschreven, te raadplegen.

De doeken komen terecht in het depot. Als ze daar drie jaar stof hebben verzameld - de wettelijke bewaartermijn van gevonden voorwerpen - worden ze aangeboden bij De Eland. Normaal gesproken legt dit veilinghuis haar catalogus voor aan de CRI en soms ook aan Art Loss Register. Maar deze schilderijen komen van de politie en zijn vast niet gestolen, denkt het veilinghuis.

Een schilderij, Rembrandts moeder, wordt gekocht door een Utrechtse verzamelaar, voor zeshonderd gulden. Deze verzamelaar wil meer weten over zijn aankoop en gaat ermee naar het RKD. Daar wordt ontdekt dat dit het gestolen schilderij van Bader is, die wordt ingelicht.

Zijn schilderijen krijgt Bader daarmee niet mee terug. De Utrechtse koper is de rechtmatige eigenaar: de man heeft het doek te goeder trouw gekocht. Wel biedt hij Bader een kans zijn doek terug te kopen: vraagprijs 35 duizend gulden. Te veel, oordeelt Bader, die er tienduizend gulden voor betaalde.

Bader heeft nog gedacht over een rechtszaak tegen de politie. Maar dat zou meer kosten dan de schilderijen waard zijn. En hij wil hij helemaal geen geld. Hij wil zijn schilderijen. Maar ja, dan had hij maar een preciezere omschrijving mèt foto van zijn schilderijen moeten geven, redeneert de politie, die de zaak als afgedaan beschouwt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden