Geslaagde hommage aan Django Reinhardt

James Carter: Chasin' the Gypsy. Atlantic. James Carter: Layin' in the Cut. Atlantic...

Het is even schrikken, als je Chasin' the Gypsy opzet, vooral bij een flink volume: het diepe geloei van James Carters bassaxofoon blaast je bijna uit je stoel. Dubbel schrikken, eigenlijk, want het wildste, tussen post-bop en free jazz laverende, saxmonster van de laatste jaren, opent de cd met een tango, ondersteund door akoestische gitaren en een accordeon: een bewerking van Django Reinhardts Nuages.

Django is inderdaad de zigeuner uit de titel, de meeste stukken zijn door hem geschreven of worden met hem geassocieerd. En de arrangementen roepen vaak de sfeer op van Reinhardts opnamen: de zwier van de Hot Club de France, of het musette-walsje waarin I'll Never be the Same is omgetoverd. Naast de gitaren en de lichtvoetige percussie van Cyro Baptista en Joey Baron draagt ook de viool van Regina Carter bij aan het luchtige klankbeeld. Het grappige is echter dat Carter zich hier weinig van aantrekt.

Weliswaar geniet hij hoorbaar van de sierlijke melodieën, en geeft hij ze een ruwe streling met zijn barse toon, maar hij fraseert even krols en funky als altijd, en schrikt er niet voor terug om in het dansante La Dernière Bergère keihard te grommen, kwaken en piepen.

Daardoor is Chasin' the Gypsy bepaald geen brave reconstructie geworden van Reinhardts muziek, maar iets veel leukers - een geslaagde hommage en frisse stijlvermenging door een extraverte alleseter die verliefd is op de saxofoon in al zijn verschijningsvormen.

Op het tegelijkertijd verschenen Layin' in the Cut horen we weer een totaal andere kant van Carter, want dit zijn zeven stukken duistere, zweterige free funk in de geest van het Music Revelation Ensemble.

De zompige basgitaar van Jamaaladeen Tacuma, de knallende en beukende drums van G. Calvin Weston en de bluesy gitaar van Jef Lee Johnson vormen de bedding die Carters spetterende en bruisende solo's moeten kanaliseren. Maar ook hier is voor een verrassing gezorgd, want als tweede gitarist is de eigenzinnige Marc Ribot aangetrokken, die met zijn voorliefde voor dissonanten en effecten die niet des gitaars zijn, voor wat intelligente onvoorspelbaarheid zorgt.

Pierre Courbois: Unsquare Roots. ESP/

Calibre.

Dat slagwerker Pierre Courbois steeds meer is opgebloeid als componist was al te horen op de platen die hij in de jaren '90 met zijn kwintet maakte, en het wordt nog eens onderstreept op deze cd van zijn dubbelkwintet (de oorspronkelijke bezetting plus vijf rietblazers). Na achtereenvolgens free jazz en fusion te hebben gespeeld, past Courbois de vruchtbaarste elementen uit die genres toe op een wat meer in de traditie wortelende jazz: energie, aandacht voor klankkleur, solisten de gelegenheid geven om zich vrij te uiten zonder al te vast te zitten aan maatstrepen en akkoordaanduidingen.

Voor Unsquare Roots, live opgenomen tijdens de laatste Klap op De Vuurpijl, heeft Courbois zes sterke composities laten aankleden door telkens andere arrangeurs. Dat maakt de overvloed aan pakkende thema's en prikkelende maatsoorten er nog afwisselender op; de een maakt er een eigentijds big band-stuk van, de ander een suite met modern-klassieke passages. Eén van de hoogtepunten is de gespierde ballad Révocation, weelderig maar helder georkestreerd door Martin Fondse, met schitterend spel op basklarinet van Maarten Ornstein.

Nicholas Payton: Nick @ Night. Verve.

Van de Amerikaanse Jonge Leeuwen op de trompet is Nicholas Payton misschien wel de leukste: swingerder, minder krampachtig virtuoos dan Wynton Marsalis, niet zo geneigd tot stunten en coherenter dan Roy Hargrove. De man komt uit New Orleans en verloochent zijn achtergrond niet: hij heeft de rondborstige toon en de ontspannen, expressieve stijl van de aloude talking horns.

Zijn groep is al jaren bij elkaar, dus ze klinkt hecht en kan de arrangementen, die wat verder gaan dan thema-solo's-thema, met gemak aan. Maar frasen of solo's die dagen in je hoofd blijven hangen zijn er niet bij, en de andere groepsleden krijgen soms wel erg veel ruimte om te bewijzen dat ze alledaagser improviseren dan de leider.

Het was niet gelukkig om het klavecimbel en de celesta te gebruiken, want in jazz-context klinken die altijd wat truttig. Toch valt er veel te genieten voor liefhebbers van atletische, vitale neo-bop.

Maarten van der Grinten & Jesse van Ruller: Van der & Van. A Records.

Twee Nederlandse topgitaristen die duidelijk plezier hebben in elkaars spel en die de moeite hebben genomen om wat afspraken te maken en partijen in te studeren, zodat er veel meer aan de hand is dan een uurtje vrijblijvend jammen.

De zes standards en drie eigen stukken worden met liefde voor de melodie, warmte en ontspannen swing gespeeld, alerte begeleiding vloeit naadloos over in spontaan contrapunt, en het klankbeeld wordt verlevendigd doordat naast de elektrische ook de akoestische gitaar wordt gehanteerd, en op één nummer zelfs de Braziliaanse cavaquinho. Van Ruller past wat vaker vervorming toe, zoals met het wah-wahpedaal, en is ook verantwoordelijk voor het geestigste citaat: In Cole Porters You Do Something To Me (Do Do That Voodoo That You Do So Well) verwerkt hij het intro van Jimi Hendrix' Voodoo Chile.

Frank van Herk

David S. Ware: Surrendered. Columbia.

In een Afrikaans gewaad, de handen gevouwen en de ogen toe; zo staat David S. Ware op de hoes van zijn nieuwe cd. De 50-jarige saxofonist poseert als spiritueel mens, maar wie een zoet geluid verwacht komt bedrogen uit. Ware is een bezeten muzikant, een preacher met een missie. In zijn solo's laait het vuur van freejazz-titanen als John Coltrane en Albert Ayler.

Surrendered, zijn tweede opname voor Columbia, biedt triomfantelijke muziek, met een oersolide begeleiding van pianist Matthew Shipp, bassist William Parker en drummer Guillermo Brown, die voorkomt dat de extatische sax de bocht uit vliegt. Vooral in het eindeloos ronddansende Glorified Calypso pakt hun combinatie hypnotiserend uit. Free jazz wordt soms als scheldwoord gebruikt, maar bij Ware's onstuimige variant moeten zelfs zwartkijkers zich gewonnen geven.

Roy Hargrove: Moment to Moment. Verve.

Hét bewijs van muzikale meerderjarigheid in de jazz is een platensessie-met-strijkers. Trompettist Roy Hargrove (30) maakt er iets moois van op Moment to Moment, dat hij opnam met zijn vaste kwintet en de strijkers van het Monterey Jazz Festival Chamber Orchestra in de privé-studio van Beach Boy Al Jardine, aan de oceaankust bij Big Sur.

Volgens de hoestekst heeft Jardine voor zijn studio een paradijselijk plekje gekozen, en de twaalf ballads lijken zowaar in de greep van een relaxte Westcoast-stemming. Hargrove haalt een zacht glanzend geluid uit zijn instrument, maar zijn romantische vertolkingen van The Very Thought of You en You Go To My Head klinken toch eerder statig dan sentimenteel. De door Cedar Walton en Larry Willis gearrangeerde strijkers golven rustig af en aan, behaaglijk als de branding bij Big Sur.

Terence Blanchard: Wandering Moon. Sony Classical.

Het wonder van New Orleans in een notendop: Wynton Marsalis (1961), Terence Blanchard (1962) en Nicholas Payton (1973) komen er alledrie vandaan, en een nieuwe lichting trompettalent uit de Crescent City dient zich al aan.

Blanchard lijkt misschien de bleekste van het stel, maar dat moet gezichtsbedrog zijn, veroorzaakt door zijn drukke praktijk als componist van filmmuziek (vooral voor Spike Lee).

Op Wandering Moon is zijn ervaring met soundtracks goed te horen. Het titelstuk verbeeldt heel plastisch hoe een muzikant 's nachts on the road de maan boven het lege landschap mee ziet reizen. De contemplatieve stemming houdt stand, dankzij Blanchards intens-emotionele solo's en fraaie bijdragen van Dave Holland en Branford Marsalis.

Russell Malone: Look Who's Here. Verve.

Russell Malone durft. Waar veel jazzgitaristen zich in bochten wringen om een origineel 'concept' te bedenken, is zijn nieuwe cd zo puur en simpel als het maar kan. Geen beroemde gasten of andere gimmicks: gewoon tien welluidende kwartetstukken (Alfie, Get Out of Town, drie eigen composities), waarin de 36-jarige solist de techniek in dienst stelt van onberispelijke mainstream - die je heel stiekem ook een beetje saai mag vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden