RecensieBiografie Louis van Gasteren

Geslaagd groepsportret van de ‘enerverende’ familie Van Gasteren ★★★★☆

Met het veelbewogen leven van filmmaker Louis van Gasteren én dat van zijn kleurrijke familie zijn ruim 600 pagina’s zo gevuld. Het plezier van de biograaf spat van de pagina’s.

Beeld Typex

Zoals bekend is de omvang van een biografie maar zelden maatgevend voor de kwaliteit van het gebodene. De ruim 600 pagina’s waarmee historicus Jan Willem Regenhardt de in 2016 overleden filmmaker Louis van Gasteren bedeelt, wekken de vrees dat de auteur is bezweken voor de hang naar volledigheid, of bevangen is geraakt door idolatrie voor zijn hoofdfiguur. Maar het een noch het ander is het geval, stelt de lezer na de eerste hoofdstukken opgelucht vast.

De omvang van de biografie wordt niet alleen gerechtvaardigd door de levenswandel van Van Gasteren zelf, maar ook door die van zijn familieleden: vader Louis, een acteur van de oude stempel met een stem ‘die een octaaf dieper was dan zijn eigenlijke stem’. Moeder Lies, die zich als communist bekommerde om het heil van de geknechte mensheid en die – aldus Regenhardt – dus ‘weinig op had met l’art pour l’art of met navelstarende kunstenaars’. En zijn oudere zus, Josephine, die als actrice, reizende reporter voor damesbladen en ongedurige wederhelft van meerdere mannen een scandaleus en enigszins gevaarlijk leven leidde.

‘Ik was een kind van Koning Lear en ik was het kind van de vuilnisman uit Pygmalion’, zei Van Gasteren junior. ‘Mijn opvoeding bestond dan ook uit toneelteksten.’ ‘Ze kenden geen scheiding tussen leven en toneel’, schreef Annie Romein over de Van Gasterens – haar ‘enerverende buren’. ‘Ze speelden alles, en in een zwaar aangezette vorm.’

Schrijfplezier

Het plezier waarmee Regenhardt hun wederwaardigheden optekent, spat van de pagina’s. Bijvoorbeeld als hij Lies’ betrokkenheid beschrijft bij de ontsnapping, in 1961, van de Algerijnse vrijheidsstrijder Mustapha Ben Mohamed uit Franse gevangenschap. Of als hij komt te spreken over de ruzies van het bejaarde echtpaar Van Gasteren, die werden ‘gepromoveerd tot openbaar kunstbezit’ omdat iedereen in de wijde omtrek ervan kon meegenieten of eraan kon deelnemen.

Een van die ruzies – ‘Lou, nu wil ik even héél rustig met je praten’ – vond midden op de Marnixstraat plaats, nadat Lies op de rem van haar deux-chevaux was gaan staan. ‘Na een minuut of tien begonnen trams achter hen te klingelen’, schrijft Regenhardt op gezag van een passagier die op de achterbank getuige was van ‘hun hopeloze kibbelpartij’. ‘Geen van beiden liet zich leiden door enige gêne of schroom’, stelt de biograaf na de beschrijving van het voorval ten overvloede vast. Soms was het gedrag van Lies ideologisch gemotiveerd. Zo meende zij met ‘proletarisch winkelen’ (jatten) bij Albert Heijn het kapitalisme te verzwakken. Tijdens de Dodenherdenking bracht Lies – een geschoolde zangeres – de Internationale ten gehore, omdat er ‘ook een ander geluid te horen moest zijn’.

Beeld Boom

Nee, bescheiden en aangenaam in de omgang waren de Van Gasterens niet. Maar kleurrijk en onontkoombaar waren ze zeker. Hun leven is een lustoord voor de liefhebber van de anekdote en de petite histoire, al kan Regenhardt niet altijd instaan voor hun historische betrouwbaarheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor het verhaal over Van Gasteren senior die tijdens een tournee door de provincie een jonge actrice zou hebben verleid tot een wilde nacht. ‘Toen het meisje de volgende ochtend aan het ontbijt in het hotel vroeg: ‘Louis, geef de suiker eens door’, antwoordde Van Gasteren: ‘Mevrouw, het feit dat u met mij geslapen heeft, geeft u nog niet het recht mij te tutoyeren.’’

Dramatisch leven

Met zulke figuranten had de biografie het bijna zonder hoofdpersoon kunnen stellen. Ware het niet dat het leven van Louis van Gasteren junior nog meer drama bevatte dan dat van zijn familieleden. Eén gebeurtenis heeft zijn leven in het bijzonder getekend. In het voorjaar van 1943 bood Van Gasteren in zijn kamer aan de Beethovenstraat in Amsterdam onderdak aan een Joodse onderduiker, Walter Oettinger. Die zou één nacht bij hem verblijven, maar er was zo gauw geen geschikter onderduikadres te vinden. En Oettinger nam, in de woorden van Regenhardt, niet ‘de mores van het onderduiken’ in acht. Hij ging – terwijl Amsterdam met grote ijver ‘Jodenvrij’ werd gemaakt – naar buiten, bezocht de kapper en scharrelde onbekommerd door de vertrekken die ook de huisgenoten van Van Gasteren gebruikten. Een van hen, een vrouw met dubieuze sympathieën, liet Van Gasteren ‘met een dubbelzinnige grijns’ weten ervan op de hoogte te zijn dat hij ‘een Jood in huis’ had.

In samenspraak met een verzetsman besloot Van Gasteren zijn onderduiker om het leven te brengen. Te ‘liquideren’, in het jargon van die tijd. Als moordwapen gebruikte hij een hoogspanningskabel. De dader was snel getraceerd en werd later veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf – na een proces dat veel publiciteit had genoten. Van Gasteren kwam er met deze relatief lichte straf van af omdat de Nederlandse justitie wist te verhinderen dat de Duitsers de strafzaak zouden afhandelen.

De zaak is de rest van zijn leven blijven opspelen en droeg bij aan de weerstand die hij ontmoette in het sociale verkeer. Van Gasteren heeft zich overigens niet erg ingespannen voor het herstel van zijn reputatie. Met zijn imponerende stem eiste hij bij elk meningsverschil zijn gelijk op. Hij was niet in staat duurzame betrekkingen te onderhouden met zakenrelaties, medewerkers, vrouwen – en ook niet met zijn kinderen.

‘Seismograaf van onze tijd’

Eén vriend ondervond op wel heel indringende wijze dat Van Gasteren zich moeilijk aan mensen kon binden: hij onderhield vluchtige amoureuze relaties met zijn ex-vrouw, vrouw én dochter. Met dezelfde doelgerichtheid vond Van Gasteren ook financiers voor de ongeveer zeventig films die hij heeft gemaakt. In die films legde hij niet alleen het wisselende humeur vast van Nederland in de jaren van de wederopbouw, maar beïnvloedde hij ook de tijdgeest met zijn vurige engagement – waarbij wantrouwen tegenover elke gezagsdrager de voornaamste constante was. ‘Seismograaf van onze tijd’, noemde Henk Hofland hem dan ook.

Tijdsdocument bij uitstek is zijn korte reportage Omdat mijn fiets daar stond, de registratie van een schermutseling in de binnenstad van Amsterdam in het voorjaar van 1966 – kort na de voltrekking van het huwelijk van kroonprinses Beatrix en Claus von Amsberg. Met de beelden van het buitensporig harde optreden van de nerveuze politie tegen passanten die ten onrechte werden aangezien voor relbeluste provo’s, bracht Van Gasteren burgemeester Gijs van Hall dermate in de problemen dat hij kort nadien moest aftreden. Van Hall koesterde overigens geen wrok tegen de wegbereider van zijn val, schrijft Regenhardt. ‘Ze kwamen elkaar nog weleens tegen, en het weerzien was telkens weer hartelijk.’

Hoe omvangrijk het oeuvre van Van Gasteren ook was, en hoe uitbundig sommige van zijn films ook zijn geprezen, de kwalificatie ‘filmmaker’ deed hem geen recht, vond hij zelf: hij was veel meer dan dat. Hij was kunstenaar in de breedste zin van het woord. Edy de Wilde, van 1963 tot 1985 directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, ging daarin niet mee. Voor hem was Van Gasteren uitsluitend filmmaker. ‘De opmerking sneed in de ziel van Van Gasteren’, schrijft Regenhardt. Hij schreef het oordeel van De Wilde toe aan zijn ‘hokjesgeest’. En daarvan had Louis van Gasteren inderdaad geen last.

Jan Willem Regenhardt: Louis van Gasteren – Seismograaf van onze tijd
Boom; 670 pagina’s; € 49.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden