Geslaagd dubbelportret van Lodewijk XIV en Willem III

Veel zin in het koningschap had hij niet, de tobbende prins Willem III. Toch besteeg hij de troon, om de machtige Lodewijk XIV de voet dwars te zetten.

Beeld getty

Zonder de Franse 'Zonnekoning' Lodewijk XIV zou stadhouder-koning Willem III wellicht een obscure figurant in de vaderlandse geschiedenis zijn gebleven. Het 'Kind van Staat' dat, na de dood van Willem II, geen stadhouder mocht worden. Een vorst zonder land, die dankzij het prinsdom Orange, in Frankrijk, nog een prestigieuze titel mocht voeren. Zonder Lodewijk XIV zou Willem III naar alle waarschijnlijkheid zijn gebleven wat hij omstreeks zijn 20ste was: intelligent, ambitieus en overbodig.

Deze kenschets is afkomstig van historicus-journalist Luc Panhuysen, die het leven van Lodewijk en Willem in hun onderlinge samenhang heeft beschreven in zijn boek Oranje tegen de Zonnekoning. De twee ontleenden hun lotsbestemming aan elkaar. Lodewijk vond Willem op zijn weg bij zijn pogingen Frankrijks grenzen van een royale buffer te voorzien. Omgekeerd leidden de ambities van Lodewijk in het Rampjaar 1672 tot het eerherstel van Willem III als stadhouder en - later - tot zijn verheffing als spil van een brede, anti-Franse coalitie. 'Voor de prins was het Rampjaar een verlossing', schrijft Panhuysen. 'Lodewijk was zijn boeman maar ook zijn muze. (...) Een prins van een kleine republiek ontgroeide het formaat van zijn afkomst dankzij zijn grote vijand.'

De verdienste van Oranje tegen de Zonne-koning schuilt niet zozeer in deze vaststelling. De meerwaarde van het boek van Panhuysen zit 'm in zijn vermogen de samenhang van de geopolitieke ontwikkelingen in Europa in de late 17de eeuw te tonen. Daarbij legt hij veel gevoel aan de dag voor de mores van die tijd, voor kenmerkende anekdotes en voor de menselijke aspecten van het grote verhaal.

Dit alles wordt in fraai proza opgediend. Neem de onbeschroomdheid waarmee Lodewijk XIV zich bij belegeringen en festiviteiten liet vergezellen door maîtresses. 'Niemand kon meer ontkennen dat Lodewijk, koning bij de gratie Gods, de geldende huwelijkswetten vertrapte en dat ook nog eens bijlichtte met vuurwerk.' De pronkzucht en de oorlogszucht van de Zonnekoning krijgen gestalte in de zin 'Buiten de sprookjeswereld van Versailles ploegde een oorlog langs de grenzen van Frankrijk.' Van de Engelse koning Jacobus weten we op gezag van Panhuysen dat hij beschikte over 'een schokvast gestel, dat hij onderhield door een menu van jachtpartijen, maîtresses en lichte maaltijden'.

non-fictie

Luc Panhuysen
Oranje tegen de Zonnekoning - De strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa
Atlas Contact; 589 pagina's; €34,99.

Panhuysen lijkt zich - soms een tikje te veel - te verlustigen in sterfscènes en de fysieke onttakeling die daaraan voorafging. Zo troffen de geneesheren die het lichaam van Willem III na diens dood in 1702 onderzochten een 'zwartgeblakerde inboedel' aan. Slechts het brein verkeerde 'in smetteloze staat'. Lodewijk XIV liet, dertien jaar later, eveneens 'een rottend lichaam' achter. Na behartigenswaardige woorden te hebben gesproken tot de 5-jarige troonopvolger, de latere Lodewijk XV: 'Probeer in vrede met je buren te leven. Ik heb te veel van oorlog gehouden, het is beter mij daarin niet na te doen.'

Beide antagonisten maken in de bijna 600 pagina's die Panhuysen aan het dubbelportret besteedt een vergelijkbare ontwikkeling door, van vurig naar mild. En beiden raken, na een lange reeks bloedige oorlogen, van elkaars vredeswil doordrongen. In 1664, in het holst van het (eerste) stadhouderloze tijdvak, zocht Willem als puber doelbewust de confrontatie met de Franse gezant toen die zich in een opzichtig rijtuig op het Haagse Voorhout tegen de rijrichting in verplaatste. Willem beval zijn koetsier de Fransman klem te rijden, waarmee hij een impasse veroorzaakte die pas eindigde toen Willem uren later, na bemiddeling door raadspensionaris Johan de Witt, zijn koets verliet om zijn weg te voet te vervolgen. 'Willem had een conflict uitgelokt dat hij niet had kunnen winnen', gezien de machtsverhoudingen in het toenmalige Europa en gezien het feit dat Willem op dat moment slechts nazaat was van een paar stadhouders.

Lodewijk XIV. Beeld getty

Maar gaandeweg won dienstbaarheid het van eerzucht. Willem was dienstbaar aan de Republiek toen die zich in 1672 achter de waterlinie - 'een meer dat op geen enkele kaart stond' - tegen de Franse legers verweerde. En hij toonde zich, vele jaren later, als koning van Engeland dienstbaar tegenover een assertief parlement dat zijn geopolitieke aspiraties steeds doorkruiste. Zuchtend en grommend voegde hij zich naar de nukken van de volksvertegenwoordigers. 'Hij was', verzekert Panhuysen, 'niet als een veroveraar gekomen, maar als een bevrijder, een hersteller. (...) Het was een in de geschiedenis weinig beproefde figuur: een aanvaller die zich na een geslaagde verovering niet als zodanig gedraagt.' Sterker: hij zou naar Den Haag zijn teruggekeerd als het Engelse parlement hem niet had gebliefd. Hij wekte bij vlagen zelfs de indruk aan die optie de voorkeur te hebben gegeven.

Op de veronderstelde glans van het koningschap was hij allerminst uit. Zijn hofhouding, zowel die in Den Haag als die in Londen, was bescheiden in omvang. Zeker in vergelijking met die van Lodewijk XIV, bij wie zo'n 15 duizend mensen op de loonlijst stonden. En van publiek huldebetoon was hij al helemaal niet gediend. Dat nam niet weg dat Willem eraan hechtte om niet als prins van Oranje maar als koninklijke hoogheid te worden bejegend. Niet uit gehechtheid aan enig protocol, maar omdat hij als koning of zijns gelijke beter in staat was om het veronderstelde project van Lodewijk, de vestiging van een 'universele monarchie', te verijdelen. Voorwaarde voor vrede met Frankrijk was dat Lodewijk de status die Willem III feitelijk genoot ook formeel zou erkennen.

Panhuysen is erin geslaagd om de dynastieke gevoeligheden en de geest van de late 17de eeuw inzichtelijk te maken voor de hedendaags lezer - mits die bereid is om ook kennis te nemen van enigszins taaie verhandelingen over de rol van geestelijken aan het Franse hof. Panhuysen is hierin zelfs zozeer geslaagd dat de mist van de tijd rondom de ongrijpbare en onaanraakbare hoofdpersonen enigszins optrekt. Willem dwingt sympathie af als tobber 'die altijd een afgrond naast zich ziet'. En van de Zonnekoning worden meer trekken zichtbaar dan die van de praalhans en de veroveraar. Panhuysen maakt de ontnuchtering voelbaar van een heerser die in zijn nadagen moest onderkennen dat hij zijn levenswerk niet had kunnen voltooien - vooral door toedoen van Willem III, die hij lange tijd als parvenu was blijven beschouwen.

Wrok koesterde hij echter niet jegens Willem. Hij bewonderde de volharding waarmee de Republiek zich in 1672 onder diens leiding tegen de Franse invasie had verzet, en hij had respect voor het strategisch vernuft en het doorzettingsvermogen van zijn tegenspeler.

Uiteindelijk kreeg Willems vertrouweling Hans Willem Bentinck, die als vredestichter naar Versailles was gezonden, het hoogste eerbewijs dat de Zonnekoning in de aanbieding had: hij mocht Lodewijk in diens slaapkamer de snuiter overhandigen waarmee de kaarsen werden gedoofd. Op dat moment was Lodewijks laat ontloken vredeswil boven alle twijfel verheven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden