Review

Geschilderde film is lust voor het oog, maar plot van Loving Vincent blijkt vlak en sleets

Film (animatie) - Loving Vincent

In Loving Vincent komen Van Goghs schilderijen tot leven met hulp van 66.960 handgeschilderde frames. Het resultaat is een feest voor het oog.

Jerome Flynn en Douglas Booth (rechts) in Loving Vincent.

Aan het begin van Nabokovs roman Een lach in het donker (1933) heeft de hoofdpersoon, een zachtaardige kunstcriticus genaamd Albinus ('hij had lief, werd niet geliefd, en zijn leven eindigde rampzalig'), een geniale ingeving - denkt hij. Hoe aardig zou het zijn om beroemde schilderijen, bijvoorbeeld de genretaferelen uit de Hollandse School, te laten bewegen door middel van kleurenanimatie. Enthousiast legt hij zijn plan - een taveerne met drinkers en pluimvee en een achterplaats met dampende paarden in de zon die opeens tot leven komt - voor aan enkele filmproducenten, maar die achten het te gecompliceerd en dus te duur. Als Albinus schilderijen wil laten bewegen, zeggen ze, dan zal-ie het zelf moeten betalen.

Arme Albinus. Geboren in de verkeerde tijd. De laatste decennia werd een voortschrijdende en daardoor minder kostbare (digitale) animatietechniek ontwikkeld die mogelijk maakt wat voorheen alleen bestond op tovenaarsschool Zweinstein: bewegende schilderijen.

Loving Vincent

Animatie
Regie Dorota Kobiela, Hugh Welchman
Met Douglas Booth, Chris O'Dowd en Jerome Flynn
94 min., in 52 zalen

Films op basis van dit idee vormen haast een subgenre op zich. In 2014 oogstte Rino Stefano Tagliafierro's Beauty bewondering, alsook de nodige rollende ogen. In die korte film zien we wat er gebeurt nadat Caravaggio's Judith haar zwaard in de nek van Holofernes heeft gezet.

Nu is er het Van Gogh-vehikel Loving Vincent, geregisseerd door de Poolse Dorota Kobiela en geproduceerd door de Engelsman Hugh Welchman, die ook mee regisseerde. Kobiela, vertelde ze na de persvertoning, is een Van Gogh-meisje. De animator uit Warschau is verknocht aan de schilder. Zijn brieven waren haar tot steun gedurende perioden van zware depressie; zijn montere onverzettelijkheid is iets waaraan ze zich nog regelmatig optrekt. 30 was ze, toen ze aan Loving Vincent begon, even oud als Van Gogh zelf was toen hij serieus besloot kunstenaar te worden. Haar ambitie was een film te maken waarvan de vormgeving Van Goghs temperament en kijk op kunst voelbaar maakt.

Lees verder onder de afbeelding.

De oude Roulin bespreekt de brief van Vincent met zijn zoon.
Vanuit De sterrennacht daal je zo af naar Het gele huis om, langs een vechtpartij, zo Het nachtcafé binnen te zweven.

In het tv-programma De Wereld Draait Door heette Loving Vincent een 'megalomaan project', 'krankzinnig' zelfs, en vooruit: het coming-of-ageverhaal over postbodezoon Armand Roulin (zijn schitterende portret uit 1888 hangt in Museum Boijmans Van Beuningen) en diens ontraadseling van Van Goghs (zelf)moord kent een indrukwekkende totstandkoming.

In een Poolse loods schilderden 125 schilders in vier jaar tijd 66.960 frames; dat zijn beelden waarvan er 24 in een seconde film zitten. Uit die frames werd de met echte acteurs en blauwscherm opgenomen film opgebouwd (een greep uit die beelden is nu te zien in het Noordbrabants Museum in Den Bosch). Let wel: frames, niet, schilderijen. Door aan te vullen en weg te poetsen leverde één enkel doek soms enkele seconden film, wat de prestatie er niet minder om maakt. Als er een prijs bestond voor de meest ambitieuze fankunst, dan zou Loving Vincent hem glansrijk winnen.

Het was niet voor niks. Deels. Het visuele deel is inderdaad spectaculair. Wauw, denk je wanneer de camera vanuit de De sterrennacht afdaalt naar Het gele huis om, langs een vechtpartij, zo Het nachtcafé binnen te zweven; de rook uit de pijp van verfhandelaar Père Tanguy, de rondfladderende kraaien boven Vincents gele korenvelden. Wauw, dubbel-wauw. Ook de horizontale tocht per boerenkar langs enkele Van Gogh-landschappen maakt indruk, net als het gemak waarmee Van Goghs schilderijen overgaan in de vertelling.

Lees verder onder de afbeelding.

77 schilderijen

De makers verwerkten zo veel mogelijk originele Van Gogh-schilderijen in de film Loving Vincent als het verhaal toeliet. Het werden er 77. Soms gaat het om het volledige werk, soms om een deel.

Herkenbaar zijn de portretten van Marguerite Gachet aan de piano en haar vader, Dokter Gachet, melancholiek voor zich uit starend, het hoofd steunend op een elleboog. Andere herkenbare werken zijn Dorpsstraat in Auvers en Landschap met het vervoer en de trein op de achtergrond.

De transformatie van Douglas Booth in Armand Roulin.

En toch is Loving Vincent minder een bewegende verkenning van zijn schilderijen dan een ouderwetse speelfilm in een expressief handschrift. De kunstwerken zijn niet bepalend. Het verhaal domineert.

Dit verhaal is een mengeling van feiten, achterklap en verzinsels. Armand Roulin, zoon van de met Vincent bevriende postbode uit Arles (Douglas Booth, een acteur die doet denken aan een jonge Alain Delon) is een lichtgeraakte, aanklooiende jongeman. Hij stuit op een brief van de inmiddels overleden schilder aan zijn eveneens overleden broer Theo, en belandt via allerlei verwikkelingen in Van Goghs sterfplaats, Auvers-sur-Oise (niet ver van Parijs). Aldaar ontdekt hij dat diens zelfmoord wellicht moord was en vangt een tocht aan langs een reeks kleurrijke dorpelingen die allemaal zo hun beeld van de schilder hebben (en allemaal praten met een vet aangezet Brits accent).

Het voelt sleets aan, deze speurtocht van Roulin-fils, overbekend. Natuurlijk is de hotelhouder een opmerkzame kwebbelkous en natuurlijk weet de onbereikbare dorpsarts Gachet (Jerome Flynn) meer over de zelfmoord. Natuurlijk ook loopt er in het dorp een nobele idioot rond die iets zag, iets met een pistool dat ooit toebehoorde aan een van Vincents treiteraars. Zo gaat dat nu eenmaal in verhalen waarin de personages weinig meer zijn dan wandelende stukjes plot. Na een uur heeft de kijker zijn eigen theorie over Vincents vroege verscheiden: de voorspelbare praatjes van zijn mededorpelingen deden hem naar het pistool grijpen.

Lees verder onder de afbeelding.

De bewerking van het schilderij Marguerite Gachet aan de piano.

Wat de schilder zelf aangaat; zijn personage, enkel aanwezig in flashbacks in stemmig zwart-wit, is weinig enerverend. De whodunitvorm vereist een sympathiek enigma, en dus krijgen we een Vincent zonder scherpe randjes. We zien hem als een goedmoedig oompje kinderen op schoot nemen om een kip voor ze te tekenen (waar gebeurd), een breedgeschouderde, gevoelige man die zonder duidelijk aanwijsbare reden het dorp tegen zich krijgt.

Deze Vincent is mijlenver verwijderd van de manipulatieve en drammerige figuur die we kennen uit biografieën. Zijn ambitie en werkdrift worden hier nogal plat psychologisch verklaard als overcompensatie voor een vroeg gestorven broertje (dat ook Vincent heette). Op zulke momenten maakt ontzag plaats voor meewarigheid. Al die inspanningen met dít als resultaat?