Geschiedenis is overal

Verwondering, nieuwsgierigheid of woede bepalen de geschiedenis

De Reus van Rotterdam, wat was dat ook alweer? Was dat niet dat boek van de roemruchte Rotterdamse schrijver Cornelis Bastiaan Vaandrager dat ik ooit gelezen had, maar dat ik tot mijn grote spijt niet kon waarderen, omdat het zo experimenteel was?

Dit vroeg ik mij af toen ik in de bundel Geschiedenis is overal de eerste bijdrage ging lezen, van de in Rotterdam geboren en getogen historicus Amanda Kluveld, over de Reus van Rotterdam. Nu weet ik alles over de Reus. Hij heette Rigardus Rijnhout, was 2 meter en 37,5 centimeter lang, had schoenmaat 62 en woog 230 kilo. Hij was zo beroemd in Rotterdam dat er niet alleen een plein naar hem is vernoemd, maar ook een bronzen standbeeld van hem is gemaakt.

Kluveld benadrukt dat zij 'op zoek is gegaan naar het verhaal over een figuur die in mijn jeugd enorm tot mijn verbeelding sprak' en er niet op uit is geweest om, als een geschiedvorser, sommige mythen en verhalen rond de Reus te 'debunken'. Ze laat zien dat 'de vaak nostalgische verhalen over de Reus van Rotterdam en de keten van associaties en herinneringen bij deze figuur tezamen een modern volksverhaal vormen over het verleden van de stad Rotterdam'.

Deze aanpak is typerend voor de hele bundel. De samenstellers menen dat geschiedenis overal is, dat alles onderwerp kan zijn van een boeiend historisch verhaal, en dat verwondering, nieuwsgierigheid of woede bepalen naar welk verschijnsel mensen onderzoek gaan doen. In deze bundel zijn het Maastrichtse vakhistorici die verslag doen van hun onderzoek naar de meest uiteenlopende onderwerpen, niet alleen de Reus van Rotterdam, maar ook het ontstaan van de 4 mei-herdenking, de wording van de arts Boerhaave tot nationale held, het spel Electro! en het ontbreken van een fietsmuseum in het toch zo fietsvriendelijke Nederland.

Ook interessant is het artikel van Jos Perry over de ontwikkeling van de visie op verzetsheldin Hannie Schaft, over wie Theun de Vries in 1956 de roman Het meisje met het rode haar schreef, die in 1981 werd verfilmd door Ben Verbong. Voor Theun de Vries, en vooral voor diens communistische omgeving, was Hannie Schaft een communistische partizane die voorging in de klassenstrijd. Zijn boek werd gevierd in De Waarheid, en verguisd in Het Parool. In de film klinkt veel sterker een feministische ondertoon. Perry concludeert dat hiermee is aangetoond dat onze collectieve herinnering sterker wordt bepaald door het heden - (anti)communistisch in de jaren vijftig en feministisch in de jaren tachtig - dan door het verleden. Wij manipuleren het verleden vanuit onze hedendaagse preoccupaties.

Maar dat vindt hij toch onbevredigend. Hij brengt in herinnering dat Theun de Vries na afloop van de première van de film ontroerd op regisseur Verbong afstapt en hem omhelst. Volgens Perry zag De Vries dat Verbongs film niet alleen een grote artistieke kracht had, maar ook recht deed aan de cruciale historische feiten. En hij leest de roman van Theun de Vries er nog eens op na en constateert dat ook die de historische stof weliswaar gekneed heeft, maar niet tot onherkenbaarheid toe geforceerd. Boek en film, hoe verschillend ook, 'hebben de afstand tot de historische Hannie Schaft niet vergroot, eerder verkleind'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden