Geschiedenis en toekomst: 50 jaar Nationale Opera

De Nationale Opera bestaat vijftig jaar. De Volkskrant maakte een rondgang langs kenners en oudgedienden, blikt terug en vooruit.

Gré van Swol Brouwenstijn. Beeld anp

Het is natuurlijk puur toeval, maar om de paar jaar marcheert er wel een stel Duitse soldaten over het podium van het Amsterdamse muziektheater. Operafans herinneren zich de nazi-partijdag in Strauss' Daphne uit 2007. Met enige regelmaat refereren geüniformeerde figuranten wat minder nadrukkelijk aan het Duitse leger, maar onlangs verscheen weer eens een volwaardig contingent Stahlhelmen uit de Eerste Wereldoorlog in Verdi's Il Trovatore.

De ironie ligt, zoals vaker, verborgen in de geschiedenis. Uitgerekend de Duitse bezetter bracht ooit wat structuur in het zootje ongeregeld van kwakkelende, Nederlandse operaclubjes. In 1941 kreeg het toenmalige Gemeentelijk Theaterbedrijf voor het eerst een vast operagezelschap en er kwam voor het eerst subsidie. Weliswaar zou het na de oorlog nog twintig jaar duren voordat een stevig nationaal opera-instituut uit de klei werd getrokken, het belang van opera als kunstvorm werd tijdens de bezetting boven alle twijfel uitgetild.

Zeventig jaar na de oorlog en vijftig jaar na de oprichting van het gezelschap dat nu De Nationale Opera heet, heeft Nederland 'een avontuurlijk operahuis van een verbazingwekkende hoge kwaliteit'. Aldus de Duitse, internationaal georiënteerde opera-expert Manuel Brug, recensent van het Duitse dagblad Die Welt. 'Nederland vaart sinds decennia een eigenzinnige koers wat betreft opera. Internationaal wordt daar met veel belangstelling naar gekeken.'

Ernie Gerrits ( 61 ), tweede schilder en decorateur, langst in dienst bij De Nationale Opera

Sinds 1973 werk ik voor de decorafdeling van de opera. In de eerste jaren werd het decor nog niet ontworpen door kunstenaars, zoals nu meestal het geval is. Mooie herinneringen heb ik aan de decors van Karel Appel. Voor Noach (1994) had hij veel te veel dieren ontworpen, hij wist niet precies of dat allemaal paste. Met een collega heb ik de maquette voor hem gemaakt. En we hebben een walvis van 7 meter gebeeldhouwd, een beetje grof, om het op zijn stijl te doen lijken. Ik was nerveus, de dag dat hij het kwam bekijken. Zou hij het wel goedkeuren? Appel wilde alleen iets aan het oog veranderen, de rest vond hij geslaagd. Daar ben ik trots op.

‘Ik begon als manusje-van-alles, de eerste jaren heb ik vooral verf staan roeren. Ik leerde steeds meer bij. We maakten bergen en bossen van jute en lijm, later werd alles van piepschuim gemaakt. Op een gegeven moment wilde ik liever naar de afdeling rekwisieten, omdat je daar meer betrokken bent bij de productie van de opera. Maar toen de kunstenaars hun entree maakten, ben ik toch gebleven. Dat was uitdagender. Het hoogtepunt was voor mij de opera Tosca (1998). We hebben een renaissance-fresco, over het Laatste Oordeel, uit een kerk in Orvieto nageschilderd op een wand van 38 meter bij 12. Dat traditionele schilderwerk, dat is toch het mooist.’

Ernie Gerrits Beeld Michel Schnater

Groepstherapie

Aan ambitie in eigen land had het ook vóór de Tweede Wereldoorlog nooit gelegen. Liefhebbers van opera tussen de schuifdeuren en van operette kwamen wel aan hun trekken. Daarnaast stond de Nederlandse Wagner-Vereeniging, opgericht in 1883, borg voor internationaal geprezen voorstellingen, en niet alleen van Wagners werk. Dat de door de nazi's aanbeden Richard Wagner en daardoor ook de 'vereeniging' die niet bevriend was met de bezetter, na de oorlog niet zo lekker lagen bij het publiek, moge duidelijk zijn. Na de bevrijding waren het echter enkele bestuursleden die het enthousiasme voor de kunstvorm in leven hielden, samen met de nieuwe Stichting De Nederlandsche Opera.

'Qua zangtalent zat het wel goed in die naoorlogse jaren, maar er was een povere theaterpraktijk en het eigen orkest van de operastichting was ronduit slecht', zegt operakenner en voormalig Volkskrant-muziekredacteur Roland de Beer. 'In tegenstelling tot het Concertgebouworkest had de opera geen eigen gebouw en de overheidssteun was karig. Dat bleven zwakke punten.' Toen management en personeel, dirigenten en musici ruziënd over straat rolden, besloot het bestuur in 1964 de stichting te liquideren. Dat schiep ruimte voor een nieuwe organisatie die in december van datzelfde jaar van de grond kwam.

'Veel mensen denken dat De Nationale Opera pas de laatste 20, 25 jaar is uitgevonden, onder leiding van Pierre Audi. Maar al in de beginjaren werd stevig aan de weg getimmerd door intendant Hans de Roo', zegt Guus Mostart (64) die als artistiek leider carrière maakte bij operahuizen in binnen- en buitenland. Mostart kwam in 1973 als manusje-van-alles bij de opera waar De Roo in 1971 was aangetreden. 'Hij bracht rust, had een neus voor onervaren talenten als Catherine Malfitano en Frederica von Stade, voor jonge dirigenten als Hans Vonk en Edo de Waart, en hij haalde spraakmakende regisseurs als Götz Friedrich en Harry Kupfer in huis.' Beide voormalige DDR-regisseurs brachten, de tijdgeest indachtig, een stevige portie politiek en sociaal engagement mee naar Amsterdam. Repetities onder Friedrich werden wel omschreven als groepstherapie.

Bekende Nederlanders over hun liefde voor de opera: Oscar Hammerstein (61), advocaat

‘Opera is een feest van herkenning, en tegelijkertijd is elke uitvoering uniek, dat maakt het zo boeiend. En het is zo’n totale vorm van kunst, overweldigend. Der Rosenkavalier van afgelopen september vind ik een van de mooiste uitvoeringen ooit, ik ben drie keer geweest. Schitterend decor, prachtig gespeeld.

‘Ik ben het alleen vaak niet eens met de regie in Amsterdam. Er komen te veel Duitse uniformen tevoorschijn. En toen de personages bij Don Giovanni in bed lagen (in 2006, regie Jossi Wieler, red.), ben ik op mijn stoel gaan staan om boe te roepen.’

Oscar Hammerstein Beeld ANP Kippa

Internationale allure

Roland de Beer zag indertijd, op enkele uitzonderingen na, ook heel wat slaapverwekkende ensceneringen, maar constateerde een kwalitatieve groei. 'Een zegen bleek dat al in 1965 was gekozen voor het stagione-systeem. Dat wil zeggen: per productie een andere cast en orkest die intensief repeteren en dan een aantal weken achtereen hetzelfde stuk opvoeren. Op die manier kun je werken aan de groei van je kwaliteit.' In de andere variant, het zogenoemde repertoiresysteem, speelt een vast gezelschap allerlei voorstellingen door elkaar - een geheid recept voor verwatering, volgens De Beer.

Tijdens de even korte als turbulente periode dat de componist Jan van Vlijmen aan het roer stond, kreeg de opera - tot dan toe een soort reizend circus - vaste grond onder de voeten. In 1986 werd een nieuw muziektheater geopend aan de Amstel. In een ruzieachtige, door financiële tekorten getekende sfeer stapte Van Vlijmen een jaar later op. 'Truze Lodder was inmiddels aangetrokken om financieel orde op zaken te stellen. Nadat Pierre Audi in 1988 werd benoemd, bleek hij een geweldig koppel te vormen met Lodder', zegt Mostart. 'De keuze voor Audi, een jonge bevlogen, maar vrij onbekende theaterregisseur uit Londen, was misschien van: God zegene de greep. Het bleek een gouden greep.'

'Als in de jaren zeventig en tachtig alles op rolletjes had gelopen, was er wellicht gekozen voor een ervaren operaman. Dankzij de relatieve chaos kon Audi worden aangesteld, een onbeschreven blad op operagebied', meent De Beer, auteur van een boek over Audi dat begin 2016 verschijnt. 'Hij heeft de opera in Nederland de internationale allure gegeven waar driehonderd jaar tevergeefs naar is gehengeld.'

Bekende Nederlanders over hun liefde voor de opera: Mensje van Keulen (69), schrijver

‘Ik ga al zeker veertig jaar naar De Nationale Opera; tot een paar jaar geleden miste ik geen première, nu ga ik naar de helft van de producties. Poulencs Dialogues des Carmélites heb ik twee keer gezien en beide keren mijn tranen niet kunnen bedwingen. La Damnation de Faustvan Berlioz eveneens. ‘Ik begrijp niet dat er tegenwoordig nog lege stoelen in het publiek zijn. Vroeger was het bijna onmogelijk om kaartjes te krijgen. Ik heb wel eens gehoord dat mensenemigreerden omdat ze geen abonnement konden krijgen.’

Mensje van Keulen. Beeld Joost van den Broek

Ook kritiek

De uitdagende aanpak wordt binnen en buiten de landsgrenzen opgemerkt. 'Ook kaskrakers als Carmen of La bohème worden niet conventioneel', constateert Manuel Brug, dieberoepshalve de wereld rondreist langs de grote operahuizen. En ga maar na waar je dan staat als Nederland: de Weense Staatsoper of Covent Garden in Londen zijn ronduit saai. De Metropolitan in New York: een operafabriek. En de huizen in Italië, het land waar opera in de 17de eeuw werd geboren, zijn door hun ouderwetse enscenering nauwelijks interessant.

Mostart plaatst 'Amsterdam' in de top vijf van goede, uitdagende operahuizen in Europa. Hij noemt Audi's gave voor het binnenhalen van avontuurlijke regisseurs als Simon McBurney, Willy Decker, Robert Carsen en Dmitri Tscherniakow, voor het inzetten van beeldend kunstenaars zoals onlangs nog William Kentridge, en het geven van opdrachten aan Nederlandse topcomponisten. Maar er is ook kritiek. Het luchtiger genre van de operette komt er bekaaid af aan de Amstel. 'Het zou mooi zijn als de operette werd opgepoetst', meent Mostart. 'Er is publiek voor, maar ik denk niet dat de smaak van Audi tot de operettewereld reikt. Het is ook erg moeilijk om operette in de huidige tijd te plaatsen, om het relevantie te geven.'

Is de artistieke gezondheid van een operahuis gebaat bij een leider die meer dan een kwart eeuw aanblijft? 'Ik ken niet veel intendanten die zo lang op één plek zitten', zegt Mostart. 'Persoonlijk had ik na een jaar of tien als intendant bij de Nederlandse Reisopera in Enschede mijn ei wel gelegd; je moet jezelf toch steeds opnieuw uitvinden. Maar De Nationale Opera is internationaal nog altijd spraakmakend en als Pierre nog energie genoeg heeft voor vernieuwing, moet hij vooral doorgaan.'

Manuel Brug zegt met plezier drie, vier, soms vijf keer per jaar in de auto te stappen naar Amsterdam. 'Al twintig jaar krijgen veel mooie oude opera's in Amsterdam een moderne look. Als zich een geschiktere leider aandient voor jullie nationale opera, moeten jullie die zeker nemen. Maar ik heb hem of haar nog niet zien opstaan.'

Bekende Nederlanders over hun liefde voor de opera: Matthijs van Heijningen sr. (71), filmproducent

‘Mijn liefde voor opera is begonnen bij een uitvoering van Schönbergs Moses und Aron in Berlijn. Vanaf toen begon ik moderne opera te volgen: Reconstructie, en de opera’s van Louis Andriessen, waaronder Writing to Vermeer. Ik zou heel graag willen dat Moses und Aron weer in reprise gaat. Belcanto en opera’s van Verdi krijg ik als abonnementhouder ook te zien, maar de inhoud is eigenlijk nonsens. Het maakt de regie des te belangrijker, daar kom ik vooral voor. Harry Kupfer, Pierre Audi (zijn Ring was fenomenaal), en nieuw talent Lotte de Beer.’

Matthijs van Heijningen sr. Beeld ANP Kippa

Terugblik: vijftig jaar de Nationale Opera

1965 - Der Rosenkavalier

De allereerste productie van de Nederlands Operastichting vindt plaats in de Congreszaal van de RAI, met Gré Brouwenstijn (1), op dat moment de belangrijkste Nederlandse zangeres. Met bijrollen voor de jonge Cristina Deutekom (1) en Henk Smit staan ze gezamenlijk op het podium, een zeldzaamheid. De Congreszaal zegt al genoeg over het glamourniveau van de avond: de akoestiek van de gewatteerde zaal is droog, de acteursregie statisch, het decor 'wekt onvermijdelijke associaties met het werk van een etaleur in de afdeling gordijnen van een stoffenzaak', aldus de recensent van de Volkskrant.

(1) Beeld Nederlandse opera

1966 - Die Zauberflöte

Later in het seizoen gaat Die Zauberflöte in première in Eindhoven, de sprookjesachtige opera van Mozart die hierna nog vier keer in productie wordt genomen. Cristina Deutekom (2) is de legendarische Koningin van de Nacht, haar signature role: twee jaar later zingt ze de ijle hoge coloraturen in de Metropolitan Opera van New York.

(2) Beeld ANP

1969 - Reconstructie

Deze revolutionaire, anti-imperialistische opera - inclusief naakte actrice veroorzaakt flinke politieke reuring. Het libretto is van Hugo Claus (3) (links op de foto) en Harry Mulisch (3) (rechts) die ook de regie op zich nemen, en muziek van dwarsliggers Peter Schat (3) (midden), Jan van Vlijmen, Misha Mengelberg en Louis Andriessen. Reconstructie reconstrueert de dood van Che Guevara, die als grote totempaal in het decor wordt gezet. De Telegraaf schrijft dat met subsidiegeld bondgenoot Amerika wordt beledigd, wat tot Kamervragen leidt van de Boerenpartij. Artistieke vrijheid, oordeelt minister Marga Klompé. De opwinding is in elk geval goed voor een alle avonden volledig uitverkochte zaal.

1971 - Hans de Roo treedt aan als intendant

1976 - Hans Vonk wordt chef-dirigent

(3) Beeld ANP

1980 - Satyagraha

Na het succes van de baanbrekende opera Einstein on the Beach geven de Nederlandse Operastichting en de Doelen in Rotterdam Philip Glass de opdracht voor een nieuwe opera. In een jubileumuitgave presenteert de opera Satyagraha (4) (over Mahatma Gandi) als een hoogtepunt, 'lange rijen voor de kassa', maar Glass schrijft in zijn memoires dat het succes 'ervan afhangt met wie je praat'. Bij de eerste repetitie is het orkest onwillig; vijftien strijkers lopen weg. De recensies zijn veelal negatief. Voor Glass was Satyagraha muzikaal een doorbraak, maar velen vragen zich af: is dit dezelfde componist als van Einstein?

1986 - Hartmunt Haenchen wordt chef-dirigent, Jan van Vlijmen wordt intendant

(4)

1986 - Opening Muziektheater

Op 23 september 1986 opent het nieuwe Muziektheater aan het Waterlooplein, dat dan al lang de bijnaam 'Stopera' (5) heeft gekregen, vanwege de combinatie met het nieuwe Stadhuis. Aan de opening gaan uiteraard bestuurscrises en een hoop kritiek vooraf; een eerder plan om de opera aan de Ferdinand Bolstraat te bouwen sneuvelt, tot verdriet van luxe hotel Okura, dat zich juist om die reden al in de buurt heeft gevestigd. Op de openingsavond wordt Ithaka van Otto Ketting opgevoerd, in combinatie met de balletvoorstelling Zoals Orpheus.

1987 - Truze Lodder wordt zakelijk directeur

(5) Beeld Cobi Golterman

1987 - Tristan en Isolde

'Zelden werd er zo onbedaarlijk bij Wagner gelachen', kopt de Volkskrant boven de recensie van de in principe tragische opera Tristan en Isolde, die in september 1987 het seizoen opent. Hoewel het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Hartmut Haenchen (6) bijna vlekkeloos speelt, pakt de regie van Jürgen Gosch belabberd uit. De erotiek ontbreekt, schrijft recensent Roland de Beer, en de kleding is al helemaal lachwekkend: 'vormloze tunieken' om lichamen die 'op een streng spekpannekoekendieet' zijn geweest; Isolde verschijnt 'gewikkeld in kaasdoek'. Het resulteert in massaal boegeroep - en geschater - van het publiek. In contrast hiermee staat het succes van Il barbiere di Siviglia geregisseerd door Dario Fo in hetzelfde jaar.

1988 - Pierre Audi wordt artistiek directeur

(6) Beeld Linde Raedschelders

1989 - De materie

Tijdens het Holland Festival gaat De materie in première van de belangrijkste Nederlandse componist van nu, Louis Andriessen, gemaakt in opdracht van Jan van Vlijmen. Andriessen zal hierna meer opera's schrijven voor de Nationale Opera (Writing to Vermeer, Rosa, a Horse Drama), maar De materie is zijn magnum opus. De baanbrekende regisseur Robert Wilson, die van Einstein on the Beach, regisseert dit werk. Later zal de opera ook in Amerika, Engeland, en op de Ruhrtriennale in Duitsland te zien zijn in nieuwe regies of concertant. De materie is geen rebelstuk zoals Reconstructie, maar onderzoekt de relatie van de mens tot de materie.

1990 - Il ritorno d'Ulisse in patria

In 1988 treedt de Frans-Libanese regisseur Pierre Audi aan als artistiek directeur van de Nederlandse Opera. Zijn eerste Amsterdamse regie gaat in 1990 in première, Monteverdi's Ilritorno d'Ulisse in patria (7), als aftrap van een succesvolle Monteverdi-cyclus. De productie - dan al typisch Audi: verstilde beelden, een podium dat de zaal inloopt, de samenwerking met lichtkunstgenie Jean Kalman - is een hit: hij wordt 31 keer voor een uitverkochte zaal opgevoerd, reist dan door naar Australië en wordt ook internationaal in de pers bejubeld.

(7)

1995 - Moses und Aron

De definitieve toetreding tot de Europese operatop vindt plaats in 1995, wanneer regisseur Peter Stein en dirigent Pierre Boulez zich ontfermen over Moses und Aron van Arnold Schönberg. De productie vormt tevens de Sternstunde van Winfried Maczewski, de man die het koor van De Nationale Opera heeft opgetild naar wereldniveau. Met ruim honderd zangers heeft Maczewski een jaar gerepeteerd op de atonale partituur.

1999 - Der Ring des Nibelungen

De afzonderlijke vier delen van Wagners mythologische cyclus Der Ring des Nibelungen zijn in de jaren ervoor al te zien geweest in de regie van Audi, in 1999 worden ze als cyclus vertoond. Voor Audi blijkt niets te gek: enorme steekvlammen uit de buik van het theater (in de monumentale decors van George Tsypin), adventure seats voor het publiek, het orkest pontificaal op het podium. De cyclus zet de Nationale Opera internationaal stevig op de kaart. Twee jaar geleden ging Der Ring in reprise.

2006 - Don Giovanni

Vraag hartstochtelijke operahabitués van welke voorstelling ze nóg hoofdpijn krijgen, en allen zeggen dat het Don Giovanni (8) in de regie van Jossi Wieler en Sergio Morabito was. Deze geliefde Mozartopera situeerde Wieler binnen de prozaïsche contouren van een beddenzaak. De immorele vrouwenversierder Don Giovanni eindigt hier niet in de vlammen van de hel, maar staat bij Wieler weer op uit de dood - dat is vragen om boegeroep van het conservatieve deel van het publiek. Wanneer de volgende dag Wielers Le nozze di Figaro wordt opgevoerd, in een autoshowroom, draait het publiek echter weer een beetje bij en klinkt er vooral applaus.

(9) Beeld A.T.Schaefer

2012

Els van der Plas volgt Truze Lodder op en wordt algemeen directeur van de gefuseerde instelling Nationale Opera & Ballet.

2015 - Der Rosenkavalier

Vijftig jaar Nationale Opera wordt gevierd met dezelfde opera als waar het allemaal mee begon, Der Rosenkavalier (9) van Richard Strauss. De nieuwe regie van Jan Philipp Gloger krijgt vijf sterren van de Volkskrant.

(9) Beeld Clärchen&Matthias Baus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden