Gertrude van Tijn en het lot van de Nederlandse Joden

Gertrude van Tijn zette zich in de jaren dertig in voor Joodse vluchtelingen en was tijdens de bezetting betrokken bij de Joodse Raad

Oorlogsgeschiedschrijver Loe de Jong was niet de eerste die het lot van de Nederlandse Joden te boek stelde, evenmin als Jacques Presser in Ondergang of Abel Herzberg in zijn vroeg in de jaren vijftig verschenen Kroniek van de Jodenvervolging. In het najaar van 1944, terwijl de kanonnen nog bulderden, beschreef Gertrude van Tijn-Cohn wat de Joden in Nederland vanaf mei 1940 was overkomen. Haar verslag is nooit gepubliceerd; wel kreeg de Nederlandse regering in Londen het te zien en het is onder meer in het NIOD te raadplegen. De Britse historicus Bernard Wasserstein noemt het in zijn boek over Gertrude van Tijn 'een van de belangrijkste ooggetuigenverslagen (...) van de vernietiging van het Nederlandse jodendom.'

Gertrude van Tijn zat dan ook om zo te zeggen op de eerste rij. Ze ontkwam aan de dood doordat ze in juni 1944 vanuit het concentratiekamp Bergen-Belsen met 221 andere gevangenen werd uitgewisseld tegen in Palestina door de Britten geïnterneerde Duitsers. Na 1945 was Van Tijn in Nederland een omstreden figuur omdat ze evenals de veel bekendere voorzitters van de Joodse Raad, David Cohen en Abraham Asscher, een vooraanstaande rol speelde in dit door de nazi's ingestelde orgaan dat namens hen de Joodse gemeenschap eerst moest controleren en vervolgens helpen deporteren. Van Tijn vervulde haar functie als hoofd van de 'afdeling hulp aan vertrekkenden' met grote tegenzin en probeerde zich te distantiëren van de politieke besluiten van de voorzitters.

Pleiten haar goede bedoelingen haar vrij van medeplichtigheid? Die vraag staat centraal in Wassersteins boek dat het midden houdt tussen een biografie en een geschiedverhaal. Hij formuleert het zo: 'Bestond er, voor wie met het absolute kwaad van het nazisme werd geconfronteerd een middenweg tussen openlijk verzet en lafhartige onderwerping?'

Het leven leek de jonge, uit het Duitse Braunschweig afkomstige Gertrude Cohn toe te lachen. Ze groeide op in een geassimileerd Duits-Joods gezin, volgde een opleiding in Berlijn bij de feministe Alice Salomon, woonde in Londen, waar ze deelnam aan de acties voor het vrouwenkies-

recht en vertrok tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het neutrale Nederland.

Ze trouwde er met een ingenieur, Jacques van Tijn, en zwierf met hem over de wereld - het paar woonde onder meer in Zuid-Afrika en Mexico. Terug in Nederland vestigden ze zich met zoon en dochter in de kunstenaarskolonie Blaricum. Begin jaren dertig liep het huwelijk na zeventien jaar op de klippen, wat Gertrude veel pijn deed. In 1934 kreeg ze een hartaanval waarvan ze snel herstelde. Haar levensmissie had deze pittige, onafhankelijke dame toen al gevonden.

In Nederland was Van Tijn gefascineerd geraakt door de zionistische beweging en in contact gekomen met prominente zionisten - ze ontmoette onder anderen Chaim Weizmann, die de eerste president van Israël zou worden. Professor David Cohen, ook een vurige zionist, vroeg haar in 1934 als secretaresse van twee comités: het comité voor bijzondere Joodse belangen en het comité voor Joodse vluchtelingen.

Vooral voor die laatste instantie zette Van Tijn zich met hart en ziel in; ze legde contact met de Amerikaans-Joodse hulporganisatie Joint en kon dankzij financiële steun duizenden Joodse vluchtelingen helpen uit Nederland te emigreren naar landen buiten Europa. Haar comité stond ook berooide vluchtelingen in Nederland bij. Haar trots was de oprichting van een 'werkdorp' in de Wieringermeerpolder waar jongeren een vak leerden dat in hun toekomstige land van vestiging van pas kon komen. Kritiek was er ook: het comité zou zich te gemakkelijk schikken in het steeds restrictievere toelatingsbeleid.

In 1941 ontbonden de Duitsers het comité voor Joodse vluchtelingen. Toch leek het werk, nu onder auspiciën van de Joodse Raad, door te gaan. Van Tijn kreeg toestemming van de nazi's in het neutrale Lissabon met Joint te overleggen over mogelijke financiering van

massale Joodse emigratie uit Nederland. Daar kwam niets van terecht. Wel had zij uit Portugal naar Amerika kunnen ontkomen, maar gedreven door plichtsbesef keerde ze naar het bezette Amsterdam terug.

Van toen af begon ook voor Gertrude van Tijn alles mis te gaan. Voor haar het meest traumatisch was dat ze de SS'er Klaus Barbie op zijn verzoek een lijst overhandigde met namen en adressen van jongeren uit de Wieringermeer die daar niet meer woonden. Barbie had de lijst, zei hij, nodig om hen terug te brengen naar dat werkdorp. In werkelijkheid werden de jongens naar het concentratiekamp Mauthausen gestuurd waar ze de dood vonden. Van Tijn nam zich voor nooit meer zo'n lijst aan een Duitser te geven en ze hield zich aan die belofte, ook toen het haar werd gevraagd en ze door te weigeren haar leven riskeerde.

Meteen na het begin van de deportaties naar Polen, zomer 1942, stortte Van Tijn in. Ze wilde weg bij de Joodse Raad en ging met ziekteverlof. Wasserstein vraagt zich terecht af waarom ze na een paar weken op dat besluit terugkwam en de post 'hulp aan vertrekkenden' aanvaardde. Zelf zag ze dat blijkbaar puur als zorg en filantropie. Maar natuurlijk voedden de gedetailleerde instructies over wat je allemaal moest meenemen naar het Oosten - geen koffer maar een rugzak, tandpasta, norit tegen diarree, stevige schoenen, een mooi boek enz. - de door de nazi's zorgvuldig in stand gehouden illusie dat de 'tewerkstelling' misschien best zou meevallen.

Tegen de tijd dat Gertrude naar Westerbork werd afgevoerd, september 1943, was er van de Joodse gemeenschap in Nederland weinig over. Wasserstein: 'Onzelfzuchtig ging ze de tot mislukken gedoemde strijd om mensenlevens te redden aan.' Hij heeft haar worsteling met de te smalle marges knap in beeld gebracht.

Bernard Wasserstein spreekt op 18 juni in Spui 25, Amsterdam, aanvang 20.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden