Interview

Gershwin Bonevacia komt steeds dichter bij zijn 10-jarige zelf: ‘Ik was het vermogen kwijtgeraakt om te zeggen wat ik voelde’

Een taalachterstand, dachten ze op de basisschool. Dat moest de reden zijn waarom Gershwin Bonevacia – inmiddels dichter en spokenwordartiest – moeite had met lezen. Het bleek dyslexie. In zijn nieuwe dichtbundel Toen ik klein was, was ik niet bang gaat hij op zoek naar zijn 10-jarige zelf.

Gershwin Bonevacia: ‘Je zou het een vorm van institutioneel racisme kunnen noemen dat mijn dyslexie pas zo laat is ontdekt.’ Beeld Bete van Meeuwen
Gershwin Bonevacia: ‘Je zou het een vorm van institutioneel racisme kunnen noemen dat mijn dyslexie pas zo laat is ontdekt.’Beeld Bete van Meeuwen

Een paar jaar geleden, toen Gershwin Bonevacia (29) zijn eerste dichtbundel had gepubliceerd, kreeg hij een Facebookbericht van zijn meester uit groep 8. Hij schreef: ik ben blij dat je rapper bent geworden.

Bonevacia ging in gedachten terug naar groep 8. Hij was 12 en werd door al zijn vrienden Gush genoemd. Hij wilde astronaut worden – nadat hij een spreekbeurt had gehouden over het heelal had de astronomie hem gegrepen. Maar zijn niveau was te laag, hij had moeite met lezen. In zijn nieuwe bundel Toen ik klein was, was ik niet bang, wijdt hij er een gedicht aan: Meester Baarsschool.

Gush, het allerergste wat je gaat overkomen

is dat je je achternaam niet durft te schrijven

dat jij je eigen achternaam verkeerd spelt

Gush, het pijnlijkste wat je overkomt

is voorlezen

je gaat dingen verzinnen

ter plekke

terwijl iedereen meeleest

je steeds zachter begin te praten

Gush, de meeste dyslecten

groeien zwak maar mooi

leren om bang en trots te zijn

leren dingen verzinnen

ter plekke

Bonevacia was 12 toen zijn dyslexie werd ontdekt, jaren later dan gebruikelijk. ‘Dit gedicht gaat over het voorlezen in de klas. Om beurten moesten we een stukje lezen. Maar als ik de beurt kreeg, wist ik niet waar we waren en liep ik helemaal vast. En de andere kinderen weten dat je het niet kunt, dus als je de beurt krijgt, beginnen ze te zuchten: daar gáán we weer. De meester denkt dat je het juist moet proberen, dus die geeft je extra veel leesopdrachten. Toen in groep 8 bleek dat ik dyslectisch was, kon iedereen het plaatsen: o ja, tuurlijk. Vanaf dat moment begreep ik mezelf beter, en werd ik beter begrepen. Al die jaren daarvoor voelde ik me eigenlijk gewoon dom, op school. Het ergste aan dyslectisch zijn is niet dat je twijfelt over hoe je ‘enthousiast’ moet schrijven, het ergste is opgroeien met een gebrek aan zelfvertrouwen, in een cruciale fase van je leven. Een low self-esteem werkt door in alles. Bij mij werd het steeds op een taalachterstand gegooid – ik heb tussen mijn 2de en 10de met mijn moeder en broertje op Curaçao gewoond. Maar ik hád geen taalachterstand, mijn woordenschat was prima. Je zou het een vorm van institutioneel racisme kunnen noemen dat mijn dyslexie pas zo laat is ontdekt.’

Dyslectisch zijn en schrijver worden, het lijkt niet voor de hand te liggen. Maar Bonevacia is niet de enige. Adriaan van Dis, bijvoorbeeld, is ook dyslectisch. In een podcast die Bonevacia maakte, Gershwin gaat terug, interviewt hij de schrijver, die zegt dat hij zonder zijn dyslexie veel minder goed was geweest. Het was geen handicap, maar juist een kracht. ‘Ik vond dat heel herkenbaar. Al van jongs af aan ben je bedreven in het bedenken van synoniemen, omdat je van veel woorden niet weet hoe je ze moet schrijven. Je schrijft in metaforen, zodat je zinnen niet op d’tjes en t’tjes hoeven te eindigen. Maar ook: je leert begrijpelijk te schrijven, het moet altijd duidelijk zijn.’

De droom van Bonevacia om astronaut te worden was al op het vmbo uiteengespat. ‘Ik deed vmbo-basis en had geen wiskunde in mijn pakket, maar statistiek. Dus dat dat nooit ging lukken, had ik in de eerste klas wel door.’ Hij jaagde even een carrière als profvoetballer na, speelde hoog in de jeugd bij Sparta maar werd voorbijgestreefd door het grotere talent Jetro Willems, die het tot het Nederlands elftal schopte. Daarna volgde hij een opleiding tot juridisch medewerker, studeerde hij commerciële economie en filosofie.

Dichter én spokenwordartiest

Met taal was hij ook altijd bezig. ‘Het begon op mijn 15de, met het opschrijven van spreuken die me aanspraken: ‘Iedereen is gelijk, iedereen is anders.’ Zoiets zette ik op Hyves of MSN. Steeds vaker verzon ik zelf quotes. Dat is de basis geweest. Een paar jaar later ontdekte ik spoken word, dat draait om de kunst van het voordragen. Wat je voordraagt hoeft geen poëzie te zijn, het kan ook een manifest zijn, een monoloog, een verhaal. Ik ben dichter én spokenwordartiest. Spoken word is een zwart genre, zoals hiphop en jazz dat ook zijn. Ik kon mezelf er makkelijker in plaatsen, omdat de mensen die het deden negen van de tien keer op mij leken. Pas jaren later ben ik echt in de poëzie gedoken, maar inmiddels lees ik alles. Lucebert is een held van mij, maar ik bewonder ook Radna Fabias, Menno Wigman, Joost Baars en Lieke Marsman.’ Zijn eerste eigen dichtbundel Ik heb een fiets gekocht (2017) gaf Bonevacia uit in eigen beheer. Toen het een verkoopsucces bleek (er zijn er zesduizend van verkocht, wat voor een dichtbundel gigantisch veel is), werd hij ingelijfd door uitgeverij Das Mag. Sinds 2019 is hij de stadsdichter van Amsterdam, de stad waar hij vanaf zijn 16de woont, tegenwoordig in nieuwbouwwijk IJburg, waar hij met zijn vriendin een huis heeft gekocht.

Zijn nieuwe bundel, Toen ik klein was, was ik niet bang, draagt hij op aan de 10-jarige Gush. Veel gedichten dragen de naam van een plek, straat of plein in Rotterdam-Zuid, waar Bonevacia opgroeide. Zo ook Beijerlandselaan:

veel dingen ben ik vergeten, alle keren dat ik slachtoffer was

het brandende gevoel van te lang ingetrokken S-Curl-relaxer

de bleaching cream die we kochten in de Congolese toko

habri bo koló zei mijn moeder

je bent te zwart

we hebben verder een goede relatie

‘De Beijerlandselaan is met de Kruiskade de straat in Rotterdam waar alle toko’s zitten, en dus ook de Congolese toko. Op mijn 10de zijn mijn broertje en ik met mijn moeder van Curaçao naar Rotterdam-Zuid verhuisd, mijn ouders zijn gescheiden en mijn vader woonde in Amsterdam. Mijn moeder had weinig geld, er waren schulden. Ze was aan het overleven. Het ging om eten, onderdak, veiligheid. Met dingen als zelfontwikkeling hield ze zich niet bezig. Ik kan me herinneren dat het warme water werd afgesloten en dat we twee weken niet warm konden douchen. Dat mijn moeder tegen me zei dat ik te zwart was, kan ik ook begrijpen. Habri bo koló betekent letterlijk: open je kleur. Het is een uitspraak die op Curaçao veel wordt gebruikt, een overblijfsel uit de koloniale tijd: je moet er alles aan doen om de familie zo wit mogelijk te maken, dus kies een partner die lichter is dan jij. Een lichtere huid is beter en steil haar is beter dan kroeshaar, dat zijn dingen die mijn moeder vond. Gelukkig is de laatste vijftien jaar het denken hierover ‘woker’ geworden, maar begin jaren negentig was het nog vrij normaal om zo te denken. Ik neem mijn moeder niets kwalijk. Zij heeft het ook maar voorgeschoteld gekregen.’

Gershwin Bonevacia:  'Ergens in de loop der jaren was ik het vermogen om te durven zeggen wat ik voelde kwijtgeraakt.' Beeld Bete van Meeuwen
Gershwin Bonevacia: 'Ergens in de loop der jaren was ik het vermogen om te durven zeggen wat ik voelde kwijtgeraakt.'Beeld Bete van Meeuwen

Toen Bonevacia op zijn 10de naar Nederland kwam, zag hij dat als een groot avontuur. ‘Soms voelde ik me misplaatst, maar ik was ook nieuwsgierig. Ik had lef, wilde er wat van maken. Maar natuurlijk zag ik ook dat we minder geld hadden dan anderen. Er waren kinderen in de klas die twee of drie keer per jaar op vakantie gingen, of elke dag Prince Ministars mee kregen voor in de pauze. Wij hadden geen auto en als snack kregen we droge crackers. Ik zag het, maar ik maakte me er als 10-jarige niet druk om. Pas toen ik op de middelbare school zat, begreep ik dat het wel of niet hebben van geld wel degelijk bepaalt hoe je in het leven staat, wat je kansen zijn. Ik werd me bewust van mijn eigen plek in de maatschappij, van mijn positie als zwarte jongen in een witte wereld. Als je in Rotterdam met vier zwarte vriendjes op straat loopt, merk je op een gegeven moment dat je als bedreiging wordt gezien. Het zijn dingen die je als kind niet doorhebt, je gaat het pas zien als de jaren vorderen.’

Het eerste gedicht in Toen ik klein was, was ik niet bang heet Groep 8:

Gush, de afscheidsmusical gaat over pizza’s

jij krijgt geen rol, want je houdt niet van pizza

althans dat zegt meester Sacha

wel mag je de nieuwe hit van 50 Cent playbacken

I’ll take you to the candy shop

I’ll let you lick the lollipop

Go ‘head girl don’t you stop

Keep going ‘til you hit the spot, whoa

iedereen is trots op je zelfs meester Sacha

hij zegt had ik ook maar zo’n overdreven grote Evisu-jeans

dat is een metafoor

je broek is lelijk

jaren later stuurt hij jou een vriendschapsverzoek via Facebook

hij zal schrijven ik ben blij dat je rapper bent geworden

Bonevacia: ‘Ik heb het lang erg tof gevonden dat ik in de musical 50 Cent mocht playbacken. Maar als ik er nu op terugkijk, denk ik: waarom? Ik was helemaal geen fan van 50 Cent. Het was ook helemaal niet mijn idee. En de tekst is ook niet echt iets voor een 12-jarige. Het gedicht gaat voor mij over de laag die voelbaar is ónder wat daar gebeurde, een laag die wij niet altijd zien. Ik werd niet beoordeeld vanwege wie ik was, maar vanuit een bepaald beeld. Zwarte jongen, dus hij playbackt een rapper.’

Concessies

Hij schrijft vanuit ‘een absolute noodzaak’, zegt Bonevacia. ‘Met deze bundel wilde ik iets onderzoeken, ik wilde weten wie die 10-jarige Gush was en wat er in zijn hoofd omging. Ik voelde veel afstand tussen hem en mij, alsof ik wie ik toen was, had weggestopt. Gush durfde te zeggen wat hij voelde. Ergens in de loop der jaren was ik dat vermogen kwijtgeraakt. Ik merkte dat ik aan het proberen was aan een bepaald profiel te voldoen – dat ik over thema’s ging schrijven waarvan ik dacht dat dat moest, en op een bepaalde manier. Ik merkte dat ik op een gegeven moment aan het proberen was om zoals Marieke Lucas Rijneveld te schrijven, terwijl dat helemaal niet is wie ik ben. Toen ik een gedicht had geschreven met het woord ‘kankerneger’ erin, omdat iemand mij ooit zo noemde, durfde ik dat niet voor te dragen omdat ik bang was voor de reacties. Ik ging concessies doen aan wat ik wilde, paste mijn kleding aan – als ik zin had om een hoodie aan te doen, deed ik het niet omdat het niet paste in het plaatje van een schrijver.’

Gershwin Bonevacia denkt dat hij dichter bij de 10-jarige Gush is gekomen. Hij merkte het vandaag nog. ‘Ik had een afspraak met iemand van een spelprogramma, mij was gevraagd mee te doen en ik twijfelde: wil ik dit wel? Een paar jaar geleden zou ik het strategisch en berekenend hebben bekeken – was dit handig voor mijn branding? Ik had het vast gedaan, terwijl ik het eigenlijk niet wilde. Nu heb ik, zoals Gush, de neiging om mijn gevoel te volgen. Ik probeer zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Daarom begin ik mijn bundel ook met een gedicht waarin ik 50 Cent citeer, daarom schrijf ik over bleaching cream en de Congolese toko. Mijn redacteur had het door, dat ik af en toe overdreven mooi probeerde te schrijven. Hij zei: durf te zijn wie je echt wilt zijn. Ik hoop er steeds beter in te worden. Fearless, zoals Gush.’

Stadsdichter

Gershwin Bonevacia (29) is dichter en spokenwordartiest. Sinds 2019 is hij stadsdichter van Amsterdam. Zijn eerste dichtbundel, Ik heb een fiets gekocht, uitgegeven in eigen beheer, werd met zesduizend verkochte exemplaren een verkoopsucces. Deze maand verscheen bij uitgeverij Das Mag de opvolger: Toen ik klein was, was ik niet bang. Bonevacia maakte ter gelegenheid daarvan ook een podcast, Gershwin gaat terug, waarin hij zijn favoriete schrijvers interviewt. Hij vertaalde het jeugdboek van de Amerikaanse spokenwordartiest Amanda Gorman, Zo klinkt verandering, dat 21 september verschijnt.

Bonevacia's nieuwste bundel: Toen ik klein was, was ik niet bang. Beeld
Bonevacia's nieuwste bundel: Toen ik klein was, was ik niet bang.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden