Gerrit Kouwenaar (1923-2014), een leven lang maatschappelijk betrokken

Dichter Gerrit Kouwenaar is vandaag in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Dat heeft uitgeverij Querido laten weten. Gerrit Kouwenaar was een van de grootste dichters van ons taalgebied. Hij maakte deel uit van De Vijftigers, een illustere groep dichters uit de jaren 50.

Beeld anp

'Terwijl het laatste gedicht het tijdstip verteert / staat de maker geledigd op van zijn tafel / hij reinigt zijn vleesmes en kijkt uit het raam'.

Zo begint het slotgedicht uit Totaal witte kamer (2003) van Gerrit Kouwenaar, die vandaag in Amsterdam op 91-jarige leeftijd overleed. Met nuchterheid constateert de dichter dat zijn werk erop zit. Hij heeft zich ontdaan van zijn laatste woorden, laat het gedicht met zichzelf alleen en richt zich op de wereld buiten de tekst, waar de bladeren 'verlost van de zomer' zieltogen op de sierbestrating en 'de windengel hurkt / in het eeuwige onkruid'. Alles is vergankelijk, maar het vergaan is verduurzaamd in het gedicht. De dichter kan 'eindelijk slapen'.

Connecties
Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren als zoon van een journalist met connecties in literaire kringen. Nadat het gezin in 1940 naar Bergen (N-H) was verhuisd en kort daarna naar Baarn, vestigde Gerrit zich met zijn broer, de schilder David Kouwenaar, opnieuw in Amsterdam.

Een zeer ingrijpende gebeurtenis was zijn arrestatie in 1943, gevolgd door een detentie van een half jaar, wegens medewerking aan het illegale tijdschrift Lichting. Na zijn vrijlating dook Kouwenaar onder. De oorlog is voor hem altijd een ijkpunt gebleven.

Na de oorlog ging Kouwenaar voor het communistische dagblad De Waarheid schrijven en vond hij aansluiting bij de Experimentele Groep Holland, een kortstondig collectief van schilders en dichters, waartoe ook Lucebert en Constant Nieuwenhuis behoorden.

Gerrit Kouwenaar (tweede van rechts) met Remco Campert, Metten Koornstra, Bertus Aafjes en Cees Buddingh. Beeld anp

Debuut
Zijn officiële debuut als dichter maakte hij in 1953 met de bundel Achter een woord. Eerder had hij al proza gepubliceerd, terwijl hij ook een productief vertaler zou worden. Kouwenaars poëzie was in de jaren vijftig sterk experimenteel en maatschappelijk betrokken, zoals die van zijn vrienden Lucebert, Jan Elburg, Remco Campert en Bert Schierbeek.

Samen met enkele anderen staan zij bekend als de Vijftigers. Zij lieten zich inspireren door de avant-gardebewegingen die sinds de Eerste Wereldoorlog het aanzien van de Europese poëzie diepgaand hadden gewijzigd, maar die aan Nederland grotendeels voorbij waren gegaan.

Prijzen
In de jaren zestig en zeventig verwierf Kouwenaar terecht de reputatie een van de belangrijkste dichters van zijn generatie te zijn. Hij werd overladen met prestigieuze prijzen, zoals de P.C. Hooftprijs (1971), de Prijs der Nederlandse Letteren (1989) en de VSB-poëzieprijs (1997).

Met zijn onafscheidelijke sigaretten en rode wijn kon hij vol zelfspot zijn eigen veroudering van commentaar voorzien, maar de oprechte belangstelling voor het werk van zelfs zijn allerjongste collega's bewees dat hij, ook ver na zijn tachtigste verjaardag, nog midden in het leven stond.

Lees morgen een uitgebreid postuum in de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.