Boekenweek voor jongeren Mano Bouzamour

Gered door de literatuur

Vandaag begint de Boekenweek voor Jongeren, die als doel heeft ‘jongeren in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs plezier in lezen te laten ontdekken’. Volgens de laatste cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau is het aantal tieners dat wekelijks minstens tien minuten leest gedaald van 65 procent in 2006 naar 40 procent in 2016. Schrijver Mano Bouzamour die al jaren van klas naar klas trekt om het lezen van boeken te promoten, over zijn ervaringen.

Beeld Silvia Celiberti

Ik maan de overvolle aula tot stilte.

‘Voordat ik aan mijn lezing begin, wil ik jullie eerst iets belangrijks vertellen...’

‘Moeten onze mobieltjes uit?’ vraagt een scholier.

‘Nee, hoor. Je zit niet in een bioscoop.’

‘O. Chill.’

‘Maar als ik iemand zie appen, neem ik de telefoon meteen in beslag en lees ik de gesprekken geanimeerd voor.’

Een jongen achter in de hoek met een capuchon op zegt: ‘Dat mag jij helemaal niet doen.’

‘Hou je klep dicht, gap. Ik mag alles. En doe je hoodie af, binnen regent het niet. Jullie mogen mij alles vragen. Over het schrijven, over mijn boeken en mijn leven. Hoe schaamtelozer de vragen, hoe beter.’

Ik kijk semi-diepzinnig uit het raam en vervolg: ‘Laatst op een lyceum in Den Haag stak een meisje voorzichtig haar vinger op. Ze vroeg hoe oud ik was toen ik ontmaagd werd.’

Bulderend gelach. Er ontstaan kringetjes in de koffie op het lege schooltafeltje voor me.

‘Hoe oud was je dan?!’

‘Vertel ik jullie aan het einde van het uur. Maar boeken dus…’

Zo ongeveer begin ik iedere lezing op een middelbare school.

Sinds de publicaties van mijn romans De belofte van Pisa en Bestsellerboy reis ik door het hele land om middelbare scholieren gepassioneerd te vertellen over het schrijven, de totstandkoming van mijn boeken en vooral te enthousiasmeren om te lezen. Ik wil de jeugd aan het lezen krijgen. Ik wil de jongens en meisjes de schoonheid van literatuur laten zien.

Er is niets leuker dan voor de klas staan en vertellen over het schrijven, het belang van boeken lezen. Laten zien dat literatuur niet per definitie stoffig en saai hoeft te zijn. Ik denk ook dat het heel belangrijk is voor een schrijver om in direct contact te staan met zijn publiek. Omdat je op die manier kunt peilen welke thematieken ze interessant, spannend of stom vinden. Ik hecht daar veel waarde aan als schrijver.

Mano Bouzamour: ‘Hoewel er vorige week iets opmerkelijks gebeurde: Remco Campert volgde mij ineens op Instagram.’ Beeld Valentina Vos

Vaak heb ik het over Nederlandse schrijvers die mij boeien. Maar veel scholieren weten niet eens wie Tommy Wieringa is, Ronald Giphart, Connie Palmen of Gerard Reve, laat staan Multatuli of Vestdijk. Ergens vind ik dat schrijnend, maar tegelijkertijd denk ik: er moet een nieuwe generatie jonge schrijvers opstaan die het voortouw neemt. Die op nieuwe manieren de jongeren moeten zien te bereiken. Via Instagram bijvoorbeeld. Leesinspiratie krijgen jongeren niet van hun ouders maar van elkaar, ze laten zich vooral via Instagram inspireren. Boekhandels, bibliotheken en ook uitgevers moeten zich daar veel meer van bewust zijn. Soms denken ze bij een uitgeverij dat ze met een wekelijks Facebookberichtje over één of ander Young Adult-boek sterk aanwezig zijn op sociale media. Niemand van de jongeren gebruikt meer Facebook. Hilarisch zijn ook al die zogeheten influencers. Het nieuwe inspirerend is meestal allesbehalve inspirerend. Ik ken hartstikke toffe schrijvers die vrij weinig aan hun sociale media doen.

Hoewel er vorige week iets opmerkelijks gebeurde: Remco Campert volgde mij ineens op Instagram. Ik moest heel hard lachen. De Bezige Bij begint het door te hebben. Maar dan moeten ze wel foto’s van hem of zijn werk posten.

De eerste vraag die ik tijdens een middelbare schoolbezoek stel is: ‘Wie van jullie leest boeken?’

Meestal steken twee leerlingen hun vinger op. Meisjes. Altijd meisjes. Wat ze lezen? Fantasyboeken. Altijd fantasy.

‘Wie van jullie kijkt Netflix?’ vraag ik.

Alle handen gaan de lucht in.

‘Wat kijken jullie dan?’

‘Narcos’, ‘Dave Chappelle’, ‘Peaky Blinders’, ‘Sons of Anarchy’, ‘House of Cards’.

Ik laat ze even uitrazen.

Dan vuren ze vragen op mij af.

Mano Bouzamour: ‘Gappies…’, lachte ik, ‘ik ben die fucking schrijver.’ Beeld Valentina Vos

Of ik al miljonair ben. Of ik een vriendin heb. Naar welke muziek ik luister. Wat mijn favoriete vakantiebestemming is. Of ik een keer gevochten heb, zo ja, wie won er? Of ik ooit ben vreemdgegaan. Of ik een auto heb. Zo ja, welke?

Het stomste dat je voor een volle klas kunt doen, is heel serieus vertellen wat het belang van literatuur is. Wat ik meestal doe, is een scène uit mijn romans voorlezen waarin de scholieren zich kunnen vinden. Een scène op een middelbare school bijvoorbeeld, waarin het woordje ‘fuck’ regelmatig voorkomt. Dan zie ik ze meestal naar de leraren staren. Zo van ‘mag hij dat gewoon zeggen?’

En dan draag ik verder voor.

Door zo’n verbond met de scholieren te sluiten, heb je ze meteen aan het luisteren.

Ik trek meestal hagelwitte Nikes aan. Een stoere spijkerbroek. Een leren jack. Soms veroorzaakt dat verwarring.

Laatst stond ik, voor het lesuur begon, met een aantal scholieren voor de deur te kletsen. Ze vertelden uitvoerig over hun zuipfeestjes in het weekend. We praatten over de muziek waar we weg van waren: Jay-Z, Biggie, 2-pac. Kendrick Lamar, Drake en Eminems nieuwste album. Likkebaardend hadden ze het over het aangekondigde album van Boef, die ze ‘een soort Shakespeare van de straat’ noemden en waar ze heel lang naar uitkeken terwijl ze op hun mobieltjes door hun Instagramfeed scrolden.

Toen draaide een van de jongens zich om en vroeg: ‘Waar blijft die slome schrijver? Hij zou toch vandaag langskomen?'

Een klasgenoot antwoordde: ‘Vast op zijn typemachine in slaap gevallen. Ik hoop dat-ie niet komt, man. Hebben we lekker een tussenuurtje.’

‘Gappies…’, lachte ik, ‘ik ben die fucking schrijver.’

Leraren kunnen van doorslaggevend belang zijn. Ik kan mij nog heel goed herinneren dat mijn docent Nederlands, mevrouw Camphuijsen, mij Jeroen Brouwers’ Bezonken Rood in handen drukte. ‘Dít moet je lezen, Mano’, zei ze. Ik weet nog precies waar ik was toen ik het las en hoe ik mij voelde toen ik ermee bezig was: op een stoel die ik naar het balkon had geschoven om in de zon te lezen. Ik was compleet omver geblazen door het verhaal.

Thuis werd er nauwelijks gelezen dus ik was vooral afhankelijk van school en de angstaanjagend grote boekenkasten bij mijn vriendjes en vriendinnetjes thuis in Amsterdam-Zuid.

Ook Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje las ik als middelbare scholier. Ik baalde dat ik het zo snel uit had – het grootste compliment dat een schrijver kan krijgen. Daarna heb ik het vaak herlezen en notities erin gemaakt omdat ik het een van de tofste boeken vond die ik in mijn leven had gelezen. Het was met bijzonder veel vaart en bezieling geschreven, meedogenloos maatschappijkritisch en het was vooral uitermate geestig en vol zelfspot.

Ik wist niet dat literatuur zó tof kon zijn.

Het boek deed wat literatuur behoort te doen: op heldere wijze inzichten geven in werelden die men wel kent, maar nooit van binnenuit heeft gezien. De deur die op een kiertje staat, voorzichtig openen, of in zijn geval, keihard opentrappen en laten zien hoe het in bepaalde werelden eraan toegaat. Rauw, gevoelig en verdomd geestig. En hoewel het een fictief verhaal is, raakte de oprechtheid van de verteller mij – authenticiteit is een van de belangrijkste eigenschappen van een goede schrijver. Arnon Grunberg drukte het tijdens een lezing op het Maimonides lyceum ooit voortreffelijk uit: ‘Ik wil in mijn fantasie de waarheid vertellen.’

Een ander boek dat ik nooit ga vergeten is Kluuns Komt een vrouw bij de dokter. Alle meisjes in mijn klas, ik geloof dat het in de vijfde was, raadden mij het boek aan, met erbij het advies zakdoekjes bij de hand te houden.

‘Ik, huilen? Hou op.’

Maar bij iedere pagina die ik omsloeg, begon mijn hart sneller te bonzen. Soms plakten de bladzijden aan elkaar van de tranen. Toen ik het boek uit had, lag ik jankend op de koude vloer van mijn zolderkamer. Ik pakte mijn mobieltje, belde een goede vriend waar ik ruzie mee had en vertelde hem snikkend dat het me speet en dat we weer goede gabbers moesten zijn, zoals vroeger.

Dat hebben heel weinig boeken met mij gedaan. Als een boek zoiets met je doet, een stel goed gecomponeerde hoofdstukken, alinea’s, woorden, als die je zo hard in je ziel raken, dan is de vraag of het boek ‘literatuur’ is of niet compleet overbodig.

Door Kluun ben ik meer boeken gaan lezen. J.D. Salinger, Malika Oufkir, Robert Vuijsje, Hanif Kureishi, Herman Koch, Hafid Bouazza, Stephen King, Tommy Wieringa, Joost Zwagerman.

Door al die schrijvers ben ik gaan schrijven.

Nooit zal ik het moment vergeten dat een scholier mij beschroomd en trots vertelde: ‘Jouw boek is het eerste boek dat ik ooit heb uitgelezen.’

Dat hij door Sam, de hoofdpersoon in De belofte van Pisa, anders is gaan kijken naar Marokkaanse jongens in Nederland. Hij begreep ze veel beter. Hij herkende zich in hun liefde voor Amsterdam, de scooterritjes door de straten en besefte dat opgroeien pijn deed, waar je ook vandaan komt.

Precies dat voelde ik toen ik Salinger en Wieringa las.

Boeken hebben mijn wereldbeeld vergroot. Ze hebben mij een empathischer mens gemaakt. Hebben mij leren verleiden, zoenen en vrijen. Door de boeken begreep ik mezelf beter, waardoor ik anderen beter begreep én dus geleidelijk aan meer greep op de wereld kreeg.

Het klinkt enigszins dramatisch, maar literatuur is toch echt mijn redding geweest.

Als er iets is wat ik ambieer in het schrijven, is dat het wel. Ik wil de verbinding zoeken met mijn onbekende lezers. Mijn debuutroman begint met Anne Franks eerste zin van haar dagboek.

‘Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen zoals ik dat nog aan niemand gekund heb.’

Toen ik dat voor het eerst las, trof het mij. Het was alsof zij het persoonlijk aan mij vertelde. En ik dacht, als ik later een boek ga schrijven, wil ik exact hetzelfde gevoel overbrengen aan mijn lezers.

Een meisje dat 70 jaar geleden door dezelfde straten heeft gelopen als ik en in een achterkamertje schreef wat ze meemaakte. Een knulletje dat op een zolderkamertje haar dagboek las.

Waar ze vandaan komen, welke huidskleur ze hebben, of ze nou in een god geloven of niet, dát doet er niet toe.

Het overstijgt al die zaken.

Daar wil ik het liefst de rest van mijn leven vertoeven, op de eeuwige velden van elkaars verbeelding. Ver weg van de polemiek, woede en waan en ver van alle eeuwig terugkerende discussies over elkaars verschillen.

Zo’n lezing is afgelopen als de schoolbel klinkt. De leerlingen applaudisseren. Maar ze staan niet op.

‘Meneer… U bent iets vergeten te vertellen.’

‘Wat dan?’

‘Hoe oud u was toen u ontmaagd werd.’

Nieuwsgierig getrappel onder de schooltafels. Iedereen lacht.

‘Dat heb ik mijn boek beschreven. In geuren en kleuren. Ik zou zeggen: lees het en kom erachter.’

Boekenweek voor Jongeren met Literatour

De Boekenweek voor Jongeren, tot en met 30 september, trapt op 21 september af in het Utrechtse TivoliVredenburg met de presentatie van het boekenweekgeschenk 3PAK, geschreven door Nhung Dam, Tim Hofman en Raoul de Jong.

In Zutphen heeft de eerste editie van literatuurfestival Nieuw Zutphens Peil plaats, een cultureel initiatief van Boekhandel Van Someren & Ten Bosch en de vier middelbare scholen van Zutphen. Ruim 700 leerlingen maken kennis met Nederlandse schrijvers als Adriaan van Dis en Marieke Lucas Rijneveld. Ook elders in het land trekken deze week schrijvers langs scholen. De Schrijverscentrale organiseert samen met onder meer de CPNB een ‘Literatour’ waaraan ruim twintig auteurs meedoen, onder wie Abelkader Benali, Murat Isik, Marjolijn van Heemstra en Mano Bouzamour. Bouzamour debuteerde in 2013 met De belofte van Pisa. Dit jaar volgde zijn tweede roman, Bestseller Boy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.