Gerard den Haan, cultheld van NAC en frietbakker

Gerard den Haan speelde dan wel bij NAC, hij kon de bal nog geen tien keer hoog houden. Waarom liepen de supporters dan toch met hem weg? Cécile Koekkoek schreef een boek over 'de slechtste voetballer van Nederland'.

Beeld Marie Wanders

Oud-voetballer Gerard den Haan (54) neemt de bestellingen op in zijn frisse fastfoodrestaurant in Beneden-Leeuwen. Doet hij normaal nooit. Normaal bakt hij alleen friet. Dat kan hij goed: 'Ik heb gouden handjes.' Kroketten, nasischijven of frikandellen bakt hij niet, dat doen anderen, zijn zoon Julian bijvoorbeeld, de mede-eigenaar.

Als mensen hem vragen hoe hij zijn geld verdient, zegt hij: ik bak friet. Meer niet. Hij houdt het graag eenvoudig. Ze hoeven niet te weten dat fastfoodrestaurant 't Akkertje aan de rand van Beneden-Leeuwen mede dankzij twintigduizend 'autobewegingen' per dag een succesvolle onderneming is die hem en zijn zoon een goed salaris oplevert.

Zijn friet is geliefd. Het geheim zit 'm in de temperatuur van de olie, die is iets lager dan bij branchegenoten. Andere geheimen zijn er niet, op die gouden handjes na. De friet is gewoon van Aviko. En géén zout, dat is ook belangrijk.

Cécile Koekkoek (friet met mayonaise, rundvleeskroket) eet mee. Ze is hoofdredacteur van de VaraGids - en lid van de raad van commissarissen van de Bredase voetbalclub NAC - en schreef een boek over Den Haan, Schoppen & Slaan.

Met de prikkelende ondertitel wordt getoond dat hier is gebroken met de traditie dat alleen bekende voetballers in biografieën worden geportretteerd: De slechtste voetballer van Nederland. De ervaringen van Den Haan in het betaald voetbal bleven beperkt tot vier seizoenen (1988-1992) NAC, in de eerste divisie.

De vraag is dus waarom iemand een boek schrijft over Gerard den Haan. Op de middelbare school raakte Koekkoek (44) bij toeval verzeild op de tribunes van NAC in het stadion aan de Beatrixstraat. Haar vriendje nam haar mee. Zelf was ze 'totaal bleu'. In het gezin in Breda speelde voetbal geen enkele rol.

Op de B-side, de verzamelplaats van het fanatiekste deel van de aanhang, merkte ze dat veel supporters idolaat waren van middenvelder Gerard den Haan. Sommigen gingen alleen naar het stadion om hem te zien. Dat was verbazingwekkend, want Den Haan (matige techniek, beperkt spelinzicht) was geen goede voetballer.

Helemaal niet zelfs. Hij kon de bal geen tien keer hoog houden. 'Ik was de slechtste die ooit bij NAC binnen was komen lopen.' Er was wel iets anders: zijn strijdlust. Die was bijna maniakaal. Den Haan was het eenmansleger op het middenveld. Soms verliet hij na afloop kotsend en duizelig het veld.

Als hij een sliding of een tackle maakte, juichte de B-side. Het gevoel was dat hij, afkomstig uit een arbeiderswijk in Gorinchem, een van hen was. Hij was een voetballer zonder pretenties, die zijn hart gaf aan de staantribune. Intussen werkte hij gewoon, bij Fokker.

Hij zou het als voetballer van NAC ook voor niks hebben gedaan, zegt Koekkoek in 't Akkertje. (Den Haan knikt instemmend.) Dat zie je tegenwoordig niet meer. Als hij weer eens was geschorst, reisde hij met de supporters mee naar uitwedstrijden. 'Ik heb me nooit iets verbeeld.'

En dat terwijl hij pas op zijn 17de zijn eerste paar voetbalschoenen had gekocht. Niemand bij zijn amateurclub SVW in Gorinchem voorzag dat hij in het betaald voetbal terecht zou komen, laat staan dat de McDonald's in Breda nog eens gratis kipnuggets (kip, Den Haan) zou uitdelen op dagen dat NAC thuis speelde.

Cultvoetballer

In een verkiezing van voetbaltijdschrift Santos werd Gerard den Haan begin dit jaar gekozen tot de grootste 'cultvoetballer' van Nederland. Hij hield Abe van den Ban, Nathan Rutjes, John de Wolf, Cor Lems en Henk Vos achter zich. Vooral supporters van NAC stemden op Den Haan. Tijdschrift Hard Gras probeerde ooit het begrip cultvoetballer te definiëren. De cultvoetballer is populair, maar niet van iedereen. Een groot talent hoeft hij niet te zijn. Ook heeft hij karikaturale kenmerken. 'Aan cult zit een element van camp.'

Plus het haar. Den Haan had eerst een matje, en later een mat. Samson werd hij genoemd, vanwege de combinatie van kapsel en strijdlust. Supporters bij NAC droegen Gerard den Haan-petjes, met aan de achterkant die blonde mat. Dat fascineerde Koekkoek ook. In een eerder boek portretteerde ze mannen met lang haar. Het boek heette Mannen met lang haar.

Een column in de VaraGids over haar jeugdheld bracht Koekkoek en Den Haan samen. Hij nodigde haar uit om samen een wedstrijd van NAC te bekijken.

Den Haan praatte onophoudelijk, van de hak op de tak en zonder remmingen. Ze viel voor zijn - meestal onbedoeld grappige - oneliners. Een jongensboekie, dacht ze meteen.

Van Gerard den Haan mag iedereen alles weten, merkte ze snel, ook bijvoorbeeld over de vrouwen met wie hij het bed heeft gedeeld, naar schatting zo'n tweehonderd, onder wie een twintig jaar jongere Braziliaanse die ooit in niets verhullende kledij werd gefotografeerd door het weekblad Panorama.

Tegenwoordig heeft hij een Spaanse vriendin, Rosa. Binnenkort vertrekt hij naar Andalusië. 't Akkertje is bij zijn zoon in goede handen en het is tijd voor een nieuwe stap.

En nu is er dus een boek, wat bij Den Haan de vraag oproept wie er in godsnaam een boek over Gerard den Haan zou willen lezen. 'Ze kunnen honderden voetballers kiezen voor een boek. Waarom nou juist ik?'

Tot zijn verbazing heeft hij tegenwoordig een eigen pagina op Wikipedia. Een graffiti-artiest maakte een portret van hem in Breda, in Amsterdam werd hij geëerd door het straatkunstenaarscollectief Kamp Seedorf. 'Bizar gewoon.'

Gerard den haan en Cécile Koekkoek. Beeld Marie Wanders

Twee pagina's over hem en het boek in dagblad BN/De Stem. 'Bizar.' Schoppen & Slaan wordt vandaag gepresenteerd in Breda. De uitgever heeft de spelersbus van NAC gehuurd om journalisten vanuit Amsterdam naar Breda te vervoeren.

Zaterdag moet Den Haan signeren in boekhandel Grand Theatre in Breda. 'Signeren! Ik! Doe 'ns normaal. Daar maak ik me nu al druk over. Bizar allemaal.'

Den Haan, aan de vooravond van het bescheiden mediaspektakel: 'Ik zal blij zijn als de week voorbij is.' De talkshows op tv toonden geen belangstelling, ook die van de Vara niet, de werkgever van Koekkoek. Den Haan is te onbekend. 'Terwijl dat nou juist de grap is, een boek over een onbekende voetballer.'

Buren in Gorinchem drijven nu al de spot met hem. BN'er, BN'er, roepen ze als ze hem in de tuin zien werken. Precies daarom zei hij vroeger ook nooit dat hij profvoetballer was. Dat leverde alleen maar scheve gezichten en jaloezie op.

Koekkoek eet in 't Akkertje haar patat en de rundvleeskroket. Ze is bevriend geraakt met Den Haan. Heb jij nou je tanden gebleekt, zegt ze. Het blijken nieuwe kronen te zijn. 'Mijn tanden gingen scheef staan, ook door 25 jaar nagelbijten.' Waarna hij uitgebreid vertelt over de kleurtinten van de tanden.

Voor het boek spraken ze af op maandagen, bij hem thuis. Na twee uur vertrok ze, uitgeput. Als Den Haan begint te praten, houdt hij niet meer op. Hij: 'We gingen zitten, ik begon te kletsen en dan kwam er van alles uit. Het ging vanzelf.'

Niet één onderwerp was taboe. 'Het was net zoals in het voetbal: alles of niets. Dan kies ik voor alles.' Het ging over NAC natuurlijk, en over zijn 'kutfamilie', de achterbuurt van Gorinchem waar hij opgroeide, over de tijd dat hij vijf horecazaken had en 120 uur in de week werkte en ja, ook over al die vrouwen. 'Ook in de eerste divisie zijn voetballers interessant voor vrouwen.'

Emotioneel werd hij alleen toen hij over de dood van zijn vader sprak. Toen Koekkoek hem de tekst mailde, nerveus plotseling omdat Den Haan zo openhartig was geweest, had hij slechts één aanmerking; iets onbelangrijks over cijfers.

Het straatkunstwerk van Kamp Seedorf. Beeld Foto: Veronigque Smedts

In 't Akkertje in Beneden-Leeuwen doet Den Haan het dunnetjes over. Het ene moment gaat het over zijn moeder die hem op straat in Gorinchem nog steeds negeert, het volgende over de gekleurde tegeltjes in zijn fastfoodrestaurant, zijn plannen om kunstgras aan te leggen, de dochter in Indonesië die hij nog nooit heeft gezien en de temperatuur van de frituurolie.

Hier weet bijna niemand dat hij voetballer is geweest. Hij loopt er niet mee te koop. Dat het boek er is gekomen vindt hij vooral leuk voor Cécile Koekkoek en voor Julian, zijn zoon.

Hij heeft het mooiste al beleefd, die vier wonderbaarlijke seizoenen bij NAC. 'De mensen hebben geen idee hoe dankbaar ik ben dat ik dat mee heb mogen maken.'

Tot op de dag van vandaag probeert Gerard den Haan te begrijpen wat er destijds is gebeurd; wat hem in de ogen van het publiek in Breda zo bijzonder maakte. 'Het is nog steeds niet te geloven. Bizar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden