BESCHOUWING

Gepriegel met verve in vroege kleurenfilms

De vroege cinema was veel kleuriger dan iedereen denkt, blijkt uit recente filmhistorische boeken. Toen monnikenwerk voor vrouwen, opnieuw bekeken sorteert het een haast psychedelisch effect.

Beeld uit de Franse film Les six soeurs Dainef, uit 1902.

Leuke vraag voor in de pubquiz: wat was het eerste productiewerk voor vrouwen in de filmindustrie? Antwoord: handmatig films inkleuren. Rond 1895 kon je ze in een Parijs atelier zien zwoegen: honderden dames, voorovergebogen over de filmstroken, priegelend met een penseel met één enkele kamelenhaar.

Beeldje na beeldje, uur na uur, filmkopie na filmkopie inkten ze de jurken van filmpersonages groen, vulkaanuitbarstingen vuurrood, sterren stralend geel. Alleen al de gedachte aan dat geschilder op de vierkante millimeter, bezorgt je wazige ogen. Maar belangrijker: het doet beseffen dat de oudste films niet zwart-wit waren, zoals gemakkelijk gedacht, maar in kleur.

Het nieuwe boek Fantasia of Color in Early Cinema, een prachtuitgave van het Amsterdamse filmmuseum EYE en Amsterdam University Press, onderstreept dit punt met verve. Naast een aantal uitstekende essays biedt het boek bijna tweehonderd paginagrote reproducties van beelden uit vroege (lees: van voor 1914) kleurenfilms. Een liefdevol hommage aan de kleurenmagiërs van weleer is het, dat de lezer uitnodigt om zich al bladerend aan deze uitzinnige creaties te vergapen.

Al snel valt daarbij iets bijzonders op. Van de gloeiend paarse zonsondergang in De molens die juichen en weenen (1912) tot de roze-gifgroen-gele fontein in Les grandes eaux de Versailles (1904); van de ontploffende zeppelin in Le dirigeable fantastique (1906) tot het turquoise glas-in-lood uit La dentellière (1912): uit elke momentopname spreekt een kleurenpracht die het filmspektakel verfraait, een sfeer schept of de toeschouwer nóg beter naar bepaalde beeldelementen doet kijken. Of de kleuren nu handmatig werden aangebracht, met sjablonen of met chemische processen, vrijwel alle potentiële functies van filmisch kleurgebruik bleek men in de vroege film reeds volop in praktijk te brengen.

Vervreemdend

Alleen: waar is het realisme dat normaal gesproken met kleur wordt geassocieerd? In plaats van natuurlijker worden vroege films door hun kleurgebruik juist bizar en onwerkelijk. De ene keer tonen ze een roze rotslandschap, dan weer een vlinder in neontoetsen of een jurk die met elke danspas van kleur verschiet. En altijd weer dat pastelachtige palet, dat eerder aan 19de-eeuwse sprookjesboeken en theaterposters herinnert dan aan de 'gewone' werkelijkheid.

Licht vervreemdend allemaal. Enerzijds hebben die maffe, gestileerde kleurschakeringen soms iets moderns, vertrouwd Photoshopachtigs - alsof je hier de fundamenten van de hedendaagse kleurbewerking ontwaart. Anderzijds knaagt de gedachte: ze waren duidelijk nog niet zo ver; de filmmakers van toen hadden de middelen nog niet om écht realistische kleuren op het scherm te toveren.

Maar dat is een misvatting, schrijft filmhistoricus Tom Gunning in Fantasia of Color. In de vroege film doelde het kleurgebruik vaak niet op levensechtheid, maar om het 'oproepen van een levendige en sensuele fantasiewereld'. De vroege film was schatplichtig aan de manier waarop rond de eeuwwisseling in toverlantaarnplaatjes en ansichten met kleur werd omgesprongen. Niet naturalistisch, maar bont, expressief en spectaculair. Bovendien stonden veel films met één been in het variététheater - eerder een dansje dan een verhaal- en wilden met hun trucages en feeërieke balletten het publiek vooral overdonderen. Met realisme hadden al die duiveltjes en wauwelende maangezichten niets van doen, en dus ook niet met de bijbehorende kleuren. Ook toen de films langer en narratiever werden en hun tinten terughoudender, bleef filmkleur vooral een zinnelijk, sensueel element.

Van inkleuren tot het opnemen met kleur

Wie na Fantasia in Color wil weten hoe de kleurenfilm zich verder ontwikkelde, moet The Dawn of Technicolor lezen. Filmhistorici James Layton en David Pierce duiken diep in de geschiedenis van 's werelds beroemdste kleurenfilmmaatschappij, in een rijk geïllustreerd boekwerk vol technische uitwijdingen, achtergrondinformatie, historische analyses en anekdotes. Anders dan de vroegere kleurenprocedés zocht Technicolor een manier om kleur al tijdens het draaien op film vast te leggen. De zoektocht naar die techniek en naar blijvende erkenning in Hollywood, zou zo'n twintig jaar in beslag nemen: van testopnamen in 1915 tot de vervolmaking van het zogenaamde driekleurenprocedé. Pas toen werd het mogelijk blauw en geel adequaat op film te vangen, getuige de Technicolor-doorbraakproductie Becky Sharp (1935). Het mooist in The Dawn of Technicolor zijn de verhalen over de eerste pogingen om Technicolor-speelfilms te maken. Filmmakers die gewend waren in zwart-wit te draaien, hadden geen benul hoe de kleuren van decors en kostuums op het filmbeeld zouden verschijnen. Technicolor leidde daarom eigen vakmensen op, die kleuradvies gaven of zelf een aparte kleurenversie van een film draaiden. Dan nog ging het vaak mis. Paarse decorstukken werden in Technicolor bruin, de baardgroei van acteurs knalrood; kleren bleken anders te kleuren naarmate ze bij dag- of studiolicht werden gefilmd.

Beeld uit Dutch Types, een Franse film uit 1915.

Vergeten

Als je die hang naar spektakel uit het oog verliest, kun je zulk kleurgebruik makkelijk als geklieder afdoen. Dat is volgens EYE-hoofdcurator en Fantasia of Color-co-auteur Giovanna Fossati dan ook een van de redenen waarom de vroege kleurenfilm vrijwel vergeten werd. Filmtheoretici negeerden die films lange tijd, omdat ze de kleuren een primitieve toevoeging vonden aan het van zichzelf perfecte zwart-wit-beeld. Daarnaast verloren de kleuren door de veroudering van het filmmateriaal geleidelijk aan kracht en waren er tot in de jaren negentig weinig mogelijkheden de films adequaat te restaureren en archiveren. Zo bleef hun kleurenluister goeddeels onzichtbaar, onbekend en onbemind.

Inmiddels is de tijd rijp voor een herkansing. Nieuwe digitale restauratietechnieken, die bijvoorbeeld de oorspronkelijke inkttinten overtuigend imiteren, verlenen de vroege kleurenfilms een hernieuwd bestaan, zoals ook het boek Fantasia in Color toont. Hersteld in hun originele schoonheid blijken de films zinderende oefeningen in onrealistisch kijken; je blik wordt helemaal fris gespoeld.

Dat gebeurt misschien nog het meest wanneer de kleuren letterlijk buiten de lijntjes treden. Al werkten de dames in het inkleuratelier met superfijne kamelenhaarpenselen, ook zij deden niet alles even netjes. Dus gaan tijdens de projectie van zo'n film de kleuren al snel druppelen, springen, vlekken en vliegen, van kostuums naar decor, van hoofd naar been - zonder rekening te houden met de wetten van logica of zwaartekracht.

Primitieve techniek? Eerder: losgezongen van hun basis, leiden de kleuren in vroege films hun eigen trillende leven. En dat is een psychedelisch en tijdloos mooi effect, waarop je niet snel uitgekeken raakt.

Fantasia of Color in Early Cinema, Tom Gunning, Joshua Yumibe, Giovanna Fossati, Jonathon Rosen, Amsterdam University Press, 34,95 euro.

Kleurtechnieken

In de vroege cinema bestonden grofweg vier manieren om films van kleur te voorzien. Handmatig inkleuren was het meest arbeidsintensief. Bij 'stencilling' werd met sjablonen gewerkt, wat een stuk sneller ging. Bij 'tinting' werd de hele filmstrook in een kleurenbad gedoopt, zodat alle lichte vlakken dezelfde kleur kregen. 'Toning' was een cheminsch proces waarbij de zilverdeeltjes in het filmbeeld (zwarte en grijze kleurvlakken) kleur kregen: het effect was dus het tegenoversgestelde van toning. De verschillende kleurtechnieken van de vroege film konden ook worden gecombineerd, zo te zien valt in Alfred Machins De molens die juichen en weenen (1912).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden