RecensieDe hersenverzamelaar

Genuanceerde biografie toont waarom de ‘hersenverzamelaar’ eerherstel verdient ★★★★☆

Beeld Claudie de Cleen

Met zijn dubieuze schedelleer gold Franz Joseph Gall lange tijd als kwakzalver. In zijn genuanceerde, zeer leesbare biografie laat neuropsycholoog Theo Mulder zien waarom de man eerherstel verdient.  

Het moeten bizarre societyavondjes geweest zijn aan het eind van de 18de eeuw in Wenen: kaarsen lieten hun flakkerende licht schijnen over de geboeide bourgeoisie en over een in het zwart geklede dokter met zijn assistenten en zijn rondom opgestelde schedels en hersenen – echte hersenen, van mensen die geleefd hadden en die een zware lucht van conserverende alcohol en beginnende ontbinding verspreidden. De assistenten plukten voorzichtig de hersenen uit elkaar en de dokter, Franz Joseph Gall, wees op de witte en grijze substantie, de structuren en verbindingen. En hij vertelde hoe in deze hersenen onze eigenschappen en vaardigheden verankerd lagen, van moederliefde, geslachtsdrift en moed tot hebzucht en moordlust. Hoe beter ontwikkeld een eigenschap was, hoe groter het deel van de hersenen dat verantwoordelijk was voor die eigenschap.

Het toekennen van psychische kenmerken aan specifieke hersengebieden was in de 18de eeuw al behoorlijk revolutionair, maar Gall ging nog een stap verder. Hij stelde dat de vorm van de schedel zich aanpaste aan de ontwikkeling van de hersenen: een goed ontwikkelde moederliefde gaf een bobbel op het achterhoofd, bij moordlust daarentegen zag je uitstulpingen aan weerszijden van het hoofd bij de slapen. Met een beetje oefening en een ‘plattegrond van de schedel’ konden iemands karaktereigenschappen zo afgetast worden, en binnen de kortste keren zat de Weense burgerij dan ook met de handen in elkaars haar naar wiskundeknobbels en gulheidsbobbels te zoeken. 

De Oostenrijkse keizer, Franz II, was minder enthousiast. Als alles wat we zijn, doen en denken bepaald werd door de concrete substantie van onze hersenen, hoe zat het dan met de kerkelijk zo hoog gewaardeerde onsterfelijke ziel? Was daar nog wel plaats voor? Het was goddeloos, meende de keizer, en met al dat gefrutsel aan elkaars hoofden bovendien onzedelijk. Het riekte de keizer te veel naar de door hem verfoeide Verlichting en Franse Revolutie – reden genoeg om de man monddood te maken: Gall kreeg in Oostenrijk een publicatie- en lezingenverbod. Maar monddood was Gall nog lang niet. Hij vertrok met zijn assistent Johann Spurzheim uit Wenen om met lezingen en demonstraties furore te maken  in de rest van Europa.

Eerherstel

De hersenverzamelaar van de Nederlandse neuropsycholoog Theo Mulder is een gedegen, genuanceerd en zeer leesbaar eerherstel van een man aan wie vooral het imago van showfiguur en irritante kwakzalver is blijven kleven. Daar had Gall het wel zelf naar gemaakt. Met het toenemen van zijn roem in landen als Duitsland, Denemarken en Frankrijk bij zowel wetenschappers als aan de hoven en bij de bourgeoisie, namen ook zijn ijdelheid, missiedrang en onuitstaanbare gedrag toe. En zijn onverdraagzaamheid: artsen en wetenschappers die zich kritisch over zijn theorie uitlieten, en ook die waren er te over, joeg hij met kleinerende terechtwijzingen of ronduit gescheld de gordijnen in.

De hersenverzamelaar laat Gall in al zijn hoedanigheden zien: de zichzelf op een voetstuk plaatsende ijdeltuit die zich steeds meer zag als een man met een boodschap voor de wereld; de man die zijn vrouw in Wenen voorgoed achterliet en er talloze minnaressen op nahield; de tuinen- en dierenliefhebber die in zijn chaotische huis buiten Parijs, waar hij zich uiteindelijk vestigde, een hele menagerie aan vogels, honden, katten en zelfs eekhoorns hield. Maar vooral: de man die ondanks zijn slechte reputatie veel voor de neurologie heeft betekend. 

Die betekenis zit voor een belangrijk deel in het anatomische werk van Gall. Met zijn magnum opus, een gedetailleerde vierdelige atlas van de hersenen, was Gall zijn collega’s ver vooruit, aldus Mulder. Zeker zo belangrijk was dat hij als eerste de menselijke eigenschappen en vermogens een specifieke plaats in de hersenen gaf. Mulder: ‘Het is niet overdreven te stellen dat er met de komst van Galls leer sprake was van een breekpunt in het hersenonderzoek.’

Franz Joseph Gall is de grondlegger van de schedelleer of ‘frenologie’ (een term die pas later in gebruik raakte): hij stelde dat menselijke eigenschappen af te lezen waren aan de buitenkant van de schedel. Beeld Getty

Dat Gall meende dat die eigenschappen aan de buitenkant van de schedel af te lezen waren, bleek uiteindelijk het soort evidente onzin waarover het tweehonderd jaar later makkelijk schamperen is. Maar wat de geschiedenis van de tijdelijk zo populaire schedelleer ons vooral leert, is hoe van harte we vaak bereid zijn om te zien wat we verwachten te zien. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Gall en zijn publiek de gezochte oneffenheden van de schedel niet ook werkelijk ‘zagen’. 

Zou het over tweehonderd jaar niet net zo makkelijk schamperen kunnen zijn over, zoals Mulder schrijft, ‘de huidige hype rond alles wat met neuro begint’? Televisieneurologen wijzen een ademloos publiek op in vrolijke kleuren oplichtende gebieden in driedimensionale projecties van ons brein en verbinden deze oplichtende gebieden met ons gedrag, onze gevoelens en ons denken. En ook nu, schrijft Mulder, is de evidentie vaak dun: ‘We weten niet echt hoe de vertaling plaatsvindt van de elektronische processen naar bewuste ervaringen, nog steeds hebben we geen helder idee hoe de hersenen ‘geest’ produceren.’ Over tweehonderd jaar bezien we die oplichtende hersengebieden wellicht als net zo onzinnig als Galls hobbels en bobbels.

Zestig schedelmodellen uit 1831 (gemaakt door de Ierse frenoloog William Bally), ter illustratie van de leer van Franz Joseph Gall. Beeld Getty

Theo Mulder: De hersenverzamelaar – Het veelbewogen leven van Franz Joseph Gall (1758-1828) 

Balans; 360 pagina’s; € 32,99.

Beeld Balans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden