Geniale mannen uit het zuiden

Pogingen tot Bergman kunnen mij niet worden ontzegd. Hij is op afstand gebleven. Ik heb in de jaren verschillende redenen voor mijn stilzwijgende afwijzing ontdekt (stil, want ik keek altijd met bewonderaars)....

Kees Fens In het voorbijgaan

Geen oordeel zonder vergelijking. Wanneer ik zeg dat ik van een middagmaal in een Fellini-film meer over de mens heb geleerd dan van zo’n hevig gesprek tussen man en vrouw bij Bergman, leg ik wellicht een heel kaartspel tegelijk op tafel.

Bijna niets van mij hoort bij het noorden, nagenoeg alles bij het zuiden. De dood van Bergman raakte mij als een splinter, die van Antonioni de volgende dag als een balk. Hij hoorde voor mij tot de beschouwende soort Italianen – mij heel erg lief – hij kijkt naar een landschap en het wordt een vreemde wereld. De camera keek met zijn meditatieve blik.

De andere soort Italiaan, mij even dierbaar, is de spectaculaire. Fellini is in de filmkunst daarvan het schitterendste voorbeeld. Hun spectaculaire kant, de Italianen hebben die in veel films gerealiseerd, en hun beschouwende karakter kreeg niet alleen kansen van Antonioni. Visconti was een grootmeester in de verontrustende lyriek. Death in Venice is er een absoluut meesterwerk van. De Pasolini met Uccelacci e uccelini, veertig jaar oud maar geen beeld is verouderd, hoort tot de beschouwende filmwerken.

Zwaar, in de looiige Bergman-zin, is geen van die films. De wijsheid over het leven komt van het beeld. Het is vaak de wijsheid van de dramatische onschuld. (Het hoofd van Marcello Mastroianni was er naar gevormd). Het protestantisme is Italië bespaard gebleven; de humor moet de leer boven de Alpen hebben gehouden, het spektakelwerk in het kerkgebouw ook.

In het begin waren de Italianen er voor mij. Vittorio de Sicca heeft mij in zijn vroege werk gevormd. Fietsendieven (de film die ik het meest heb gezien) was voor mij een regelrechte sensatie. Ik leerde een land, een geest en een kunst tegelijk kennen, herkennen is beter (alles is in je, bij mij het hele zuiden waar ik nog nooit was geweest). De film is zestig jaar oud en heeft zich van een neorealistische werk, met documentaire kanten, tot een kunstwerk ontwikkeld.

Voor de misschien nog mooiere film Het wonder van Milaan geldt hetzelfde, voor Umberto D. ook. Of ik de film voor of na Fietsendieven zag, weet ik niet meer, hij valt in sensatie ermee samen: Rome, open stad van Rossellini. Anna Magnani, onvergetelijke hoofdrolspeler, deed voor mij het noorden definitief in het grijs verdwijnen. Na haar konden de vrouwen van Bergman geen kans krijgen, denk ik achteraf.

Ik zag deze week op de televisie fragmenten uit het werk van Bergman. De oude oordelen wilden niet wijken, ik had het gehoopt. De volgende dag, bij beelden van Antonioni, kwam ik mijn eigen wereld weer binnen. Maar achter alles doemde toch het werk van de grootste. Ik draai zijn films soms in mijn hoofd af, in stukken en brokken. Ik verblijf nogal lang in Fellini’s Roma; de scènes van de modeshow door de prelaten rond het vuur van de hel, van de Rome binnenrijdende motorrijders – dat zijn pas Hell’s Angels! – laten zich steeds herbeleven, als de meesterwerken van de literatuur, de schilderkunst en de muziek (de Italiaanse opera!). Ik zie de meesterwerken I Clowns en La Strada, allemaal kunst die uit de kunst ploft.

Ik dacht van de week ook aan die andere geniale man uit het zuiden, Luis Bunuel, misschien de allergrootste. Ik keek op en zag Zweden in het daar maanden heersende halflicht. Ik begreep Bergman, maar dacht toch vooral aan kunst-kunst. Helaas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden