Geniale en fijnzinnige Dallapiccola

Tijdens de zaterdagmatinee stonden de Berliner Philharmoniker en dirigent Simon Rattle flink in hun hemd. Bij aanvang van een werk van Schönberg bleek een van de twee harpisten achtergebleven in Berlijn met in de agenda per abuis een 'avond'-concert in Nederland....

Het RIAS (in het geallieerde Berlijn opgericht als koor voor'Radio in de Amerikaanse Sector') zong hier in MuziekcentrumVredenburg en het Amsterdams Concertgebouw, Schönberg en deeerste Italiaanse componisten die hem, Alban Berg en Anton Webernzijn nagevolgd: Luigi Dallapiccola en Bruno Maderna.

In zijn Canti di prigionia vraagt Dallapiccola om een gemengdkoor, een paukenist, twee groepen van drie slagwerkers, tweepiano's én twee harpen. Die waren er ook allemaal, dankzij desamenwerking met het Nederlandse Schönberg Ensemble, waarmee hetRIAS vrijdagavond in Berlijn nog een werk ten doop had gehoudenvan de Engelse componist Birtwistle.

Onder leiding van Reinbert de Leeuw werd bewezen dat vooralde geniale muziek van Luigi Dallapiccola meer aandacht verdient.Waarschijnlijk was Dallapiccola nu bekender geweest wanneer hetConcertgebouworkest in 1966 het advies van De Leeuw en collega'sniet in de wind had geslagen om Bruno Maderna alsassistent-dirigent te benoemen naast Haitink.

Het heeft niet zo mogen zijn, maar van Bruno Maderna klonkennu Tre liriche greche die met lyrische zang en echoënde fluitenelke gedachte aan twaalftoonreeksen in de kiem smoren, terwijlze toch atonaal zijn. De uitvoering had fantastische dynamischeschakeringen. Prachtig waren de fluisterzacht insluipendekoorstemmen waar de sopraan Rosemary Hardy doorheen sprak.

Rosemary Hardy bracht tevens de intieme Liriche greche metvijftien instrumenten van Dallapiccola, waaraan Maderna eenvoorbeeld nam. Hardy, een oude bekende bij het SchönbergEnsemble, zong de razendlastige muziek ontspannen, loepzuiver enmet een rijke expressie. Schitterend in de Saffo-fragmenten, wasde fluisterzang met gedempt koper, geheimzinnig het Iolungamente.

Het adembenemend hoogtepunt vormden Dallapiccola'saangrijpende Canti di prigionia. Laatste gebeden van historischefiguren voor hun doodstraf (Maria Stuart, Boëthius enSavonarola) als een subtiele aanklacht tegen het fascisme.Fijnzinnig jongleert Dallapiccola met het bij andere componistenvaak zo pompeus geciteerde Dies irae-motief uit de dodenmis.Lenig en soepel beweegt het vertrouwde motief van piano's naarharpen en pauken.

Het eerbetoon aan Stuart eindigt met een fraaie dissonant inhet vrouwenkoor. De beweeglijke aanroeping van Boëthius sterftweg in een gongklank, terwijl een van de slagwerkers de buizenvan zijn klokken innig omarmt om ze af te dempen. Tijdens depremière in het Teatro delli Arti in Rome werden de dictatorMussolini en zijn knechten afgeleid door het feit dat zij metDuitsland en juist die dag (11 december 1941) de oorlogverklaarden aan de VS. Dit toeval heeft Dallapiccola mogelijk hetleven gered. Leve Dallapiccola!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden