Generatie CKV

Of het werkt? Docent Oskar Maarleveld is er helder over. Ja, Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV), de eerste verplichte cultuureducatie voor iedere bovenbouwleerling, werpt op zijn school langzamerhand vruchten af.

Of het werkt? Docent Oskar Maarleveld is er helder over. Ja, Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV), de eerste verplichte cultuureducatie voor iedere bovenbouwleerling, werpt op zijn school langzamerhand vruchten af.

Voordat zijn school met cultuureducatie begon, tien jaar geleden, kende die geen kunsttraditie: er was geen jaarlijks toneelstuk, geen musical of kunstreis. Dat is nu veranderd: ‘Alle leerlingen die nu bij het kunsttijdschrift voor jongeren werken, mr. Motley, komen bij ons vandaan.’

Of neem die discussie met een islamitische leerling uit de eindexamenklas. Tijdens een les over westerse kunstgeschiedenis, vroeg hij: ‘Meneer, waarom laat u toch zo vaak bloot zien in de les?’ Waardoor een gesprek in de klas ontstond over de christelijke kerk, mannenblikken en het nieuwste werk van de hedendaagse fotografe Rineke Dijkstra, bekend van pubermeisjes in badpak op het strand.

Cultuurquotum

Natuurlijk, dit plotselinge culturele bewustzijn komt niet alleen door die verplichte cultuurlessen, zegt Maarleveld (38), docent tekenen, drama en CKV aan het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam. ‘Maar het heeft wel geholpen.’ Er kwamen tien jaar geleden een aantal dingen samen: Maarleveld was net als tekenleraar aangenomen, en had zin om een cultuurprogramma op te bouwen. En de school moest ineens aan een verplicht wekelijks quotum cultuur voldoen.

Het was het moment dat de Nederlandse politiek een nieuw plan aan het uitwerken was: cultuurlessen moesten eind jaren negentig een vast onderdeel van het voortgezet onderwijs gaan vormen. Cultuur en School heette het programma. Er was tot dan toe alleen verplicht tekenen en kleien in de onderbouw. Nu moest ook een bovenbouwleerling elke week met de kunsten in aanraking komen: eerst alleen havo- en vwo-leerlingen (CKV1), later ook die van het vmbo (CKV).

Het plan werd in de steigers gezet door staatssecretaris voor Cultuur Aad Nuis in 1996, van fundamenten voorzien door zijn opvolger Rick van der Ploeg, uitgewerkt door Medy van der Laan en minister van OCW Maria van der Hoeven.

Van der Hoeven zegt nu zelfs, na vijf jaar ministerschap, dat haar ideaal nóg ruimer ligt: ‘Elk kind in Nederland moet in ieder geval één kunsttalent kunnen ontwikkelen.’ De laatste drie jaar kwamen er bijvoorbeeld Cultuurprofielscholen bij, scholen die extra veel aan cultuur (willen) doen, en daarvoor extra subsidies krijgen. Het reguliere overheidsbudget voor algemeen cultuuronderwijs is opgehoogd met 4 miljoen euro in 2004 tot 22 miljoen in 2008.

Redding

De boodschap van Van der Hoeven: ‘Dit is nog maar het beginpunt.’ De plannen lijken alleen maar ambitieuzer te worden. En niet alleen bij de politici. Ook museum- en theaterdirecteuren, gekweld door de gedachte dat hun publiek zonder jonge en gekleurde aanwas sterk krimpt, wijzen graag op de functie van de cultuureducatie op scholen.

Op drie gebieden zou de cultuureducatie redding moeten bieden. De kunstwereld hoopt sterk dat ze kennis brengt van de culturele canon, en in het verlengde daarvan op een vergroting van de cultuurparticipatie: als je op school in aanraking komt met de traditionele cultuur, dan ga je later vanzelf wel naar museum of theater.

En uiteindelijk is cultuureducatie zelfs goed voor de ‘sociale cohesie’. Volgens minister Van der Hoeven ‘kan een samenleving simpelweg niet functioneren zonder kunst en cultuur. Naast individuele verrijking leveren kunst en cultuur gedeelde sociale ervaringen op.’

Breakdance

Maar hoe werken beleidsidealen in de praktijk? ‘Ach, Maria is altijd zo himmelhoch jauchzend’, verzucht Rob Rol, docent Nederlands en CKV aan De Rietlanden in Lelystad. De ‘sociale cohesie’? ‘Onze Arubaanse leerlingen willen helemaal niet gezamenlijk met de andere groepen breakdancen in onze musical, maar dansen liever onderling.’ De 22 miljoen euro? Cultuurcoördinator Paul Rodenburg uit Lelystad wijst erop dat dat geld in de schaalvergroting zit – er is meer geld omdat het naar meer leerlingen gaat; ook de onderbouw en ook het primair onderwijs zijn er sinds kort bij betrokken. ‘Er is een flink gebrek aan tijd en geld om alle mooie plannen ook daadwerkelijk uit te voeren.’

Neemt niet weg, zegt Rodenburg, dat ze de les zo goed mogelijk proberen te vullen. De openbare Scholengemeenschap De Rietlanden in Lelystad is gemengd in de breedste zin van het woord: vmbo, vwo, zwart en wit. Een nieuwbouwschool in, aldus Rol, een stad ‘die niks aan cultuur heeft behalve oude schepen’, met oorspronkelijke inwoners die ‘niet de meest hoog opgeleiden’ van Nederland vormen.

De Rietlanden is echter wel ‘cultuurprofielschool’, en daarmee een van de 42 paradepaardjes van het nieuwste cultuureducatiebeleid. Ze zijn ook dit jaar weer genomineerd voor de CKV Topper Award, een prijs die door CJP wordt uitgereikt, en die ze al eerder hebben gewonnen.

Verwondering

De rondleiding voert langs drie blokken cultuuronderwijs in de onderbouw, waarmee De Rietlanden dit jaar voor het eerst is begonnen. Want: ‘Je moet er vroeg mee beginnen.’ De cultuureducatie voor de eerste klas is opgebouwd zoals het CKV in de bovenbouw. Eerst een blik op de filmklas: drie lessen krijgen leerlingen voorbeelden uit de filmgeschiedenis, daarna maken ze drie lessen zelf een film. De tweede groep is in het door Rol en Rodenburg zelf gebouwde theater bezig met toneel: een groepje vormt een filmstill, kijkende leerlingen raden wat er wordt uitgebeeld. De derde groep is net bezig met dans; straks de workshops, eerst de geschiedenis. In een driftig kletsende klas worden filmpjes van klassieke dans en moderne dans vertoond. ‘Martha Graham’, leert de jonge docente in sneltreinvaart, ‘staat aan het begin van wat dansers nu ook in hiphop doen’. De klas veert op. ‘Maar dat zien jullie volgende week.’

Natuurlijk, kennis is belangrijk, maar zelf bezig zijn, dat vinden de docenten uiteindelijk het belangrijkste voor hun leerlingen. Want voorop staat: ‘Eerst verwondering, dan verwerking’, zegt Rol. De Rietlanden sluit daarmee helemaal aan bij de van bovenaf geformuleerde uitgangspunten van CKV1. CKV1 heeft als hoofddoel het ‘handelingskarakter’ van cultuur. Niet de kennis, maar de ervaring van kunst staat voorop. In de invulling worden scholen vrij gelaten, behalve dat er een aantal activiteiten moeten worden ondernomen. Van der Hoeven zei onlangs op de Dag van de Cultuureducatie in het Museon, zoals in het congresverslag te lezen staat, tegen de verzamelde docenten: ‘Het maakt niet uit wát je doet, als je maar steeds zorgt dat het de leerlingen raakt en dat ze het spannend vinden. Dat is belangrijker dan het vergaren van kennis.’

In die zin is de canondiscussie voor de CKV1-docenten helemaal niet zo interessant, zegt cultuurcoördinator Rodenburg: ‘De Nachtwacht? Misschien is het helemaal niet meer nodig om die te zien. Het gaat er niet om om over te dragen wat voor jezelf belangrijk is, maar voor de ander: wat beweegt de kinderen van nu? Wil je dat CKV werkt, dan móet je inspringen op de veranderende hedendaagse cultuur. Zoals streetdance. Of is dat alweer passé?’

Ook CKV-docent Arthur Habbema van het Fons Vitae in Amsterdam vindt: ‘Absoluut geen weetjes. Niet vertellen wanneer Van Gogh geboren is. Dat zoeken ze later zelf maar uit als ze dat willen.’ Het CKV-boek, een van de diverse educatieve methoden, is op zijn school zelfs terzijde geschoven, en het jaarprogramma is gebaseerd op het aanbod in de stad: om de week gaan leerlingen naar een voorstelling of tentoonstelling.

Cohesie

Op een vrijdagochtend heeft Habbema in zijn 4 vwo-klas Japanse muziek opgezet, het licht is gedimd en hij schenkt groene thee. Een aantal leerlingen in zijn vijftienkoppige klas (de andere helft bezoekt een museum) stoten elkaar aan: wat wil hij toch? Anderen herinneren zich dat ze in het begin van het jaar naar het Van Gogh Museum zijn geweest om de tentoonstelling Japanse Zomer te bekijken. Habbema wil een Japanse theeceremonie oproepen. Hij laat daarbij dia’s van Van Gogh en Japanse houtsnedes zien. In het tweede uur gaat hij snel door richting Japanse manga- en samouraifilms en zelfs een Amerikaanse western weet de docent vakkundig van verbindende lijntjes te voorzien. Hij verontschuldigt zich bij de leerlingen: hij vertelt nu meer dan gewoonlijk.

In de eerste lessen van het jaar vertellen de leerlingen bijvoorbeeld zelf wat ze mooi vinden. ‘Er is nooit iets fout; je mening is nooit fout’, leert Habbema hen. ‘Uitdrukkingsvaardigheid is belangrijker. Als een leerling kan vertellen waaróm hij een kunstwerk mooi vindt, dan kan hij ook de smaak van anderen begrijpen. Dan zien ze dat voorkeuren zeer kunnen verschillen.’

In die zin, zegt docent Oskar Maarleveld van het Fons Vitae, kan het zeker zo zijn dat cultuurlessen bijdragen aan een beter sociaal klimaat. Maar om dat nu als het grootste ideaal voor een kunstklas te formuleren? ‘Het moet geen doel op zichzelf worden.’

Toch is dat precies wat minister Maria van der Hoeven voor de komende jaren had uitgedacht: de maatschappelijke thema’s sociale cohesie en culturele verschillen moeten nog meer in het cultuuronderwijs verwerkt worden.

Van der Hoeven ontvangt op een vrijdag in haar kamer op het departement. Ze is zelf onderwijzeres geweest, en ja, ze zou het wel weten. Wat Picasso met hedendaagse sociale cohesie te maken heeft? ‘Als je leert wie Picasso is, dan leer je ook dat Picasso tegen oorlog was, dat Picasso zijn inspiratie uit allerlei culturen haalde.’ De kunst moet in de lessen leidend blijven, zegt Van der Hoeven, ‘maar kunst staat nu eenmaal niet op een eiland, ze is zichtbaar verbonden met de maatschappij. Als je iets over de Surinaamse cultuur wilt vertellen, doe je dat het best via de kunst uit dat land.’

Zo was ze onlangs op het Cosmicus College in Rotterdam, dat zijn leerlingen tot ‘wereldburgers’ wil opleiden. Er werd een pantomime opgevoerd. Een leerling in het zwart gekleed en een in het wit zaten, gescheiden door een onzichtbare wand. Ze kwamen niet met elkaar in contact. Een in blauw gestoken leerling gooide een bloem over de wand heen. Van zo’n verbeeldingsrijke invulling kunnen andere scholen leren, zegt Van der Hoeven: ‘Ik zou graag willen dat alle docenten in Nederland dit soort ervaringen met elkaar uit wisselen.’

Cabaret

Van der Hoeven staat daarmee in een lange traditie van kunst-als-middel-politici, die van de arbeidersverheffing in de 19de eeuw tot de multiculturele idealen van Rick van der Ploeg voert. Folkert Haanstra, hoogleraar cultuureducatie aan de Universiteit Utrecht, zegt echter dat er weinig zeker is van de effecten van CKV1, laat staan van de sociale effecten. ‘Komt sociale cohesie door kunstvakken, of kan het ook met sport? Je moet daar niet te simplistisch over doen. Ik heb me er altijd tegen verzet, want voor een deel is deze formule alleen bedoeld om geld voor cultuur los te krijgen.’

Haanstra is mede-auteur van een aantal van de stapel onderzoeken die afgelopen jaren verscheen. Ook over de gehoopte ‘cultuurparticipatie’ van de leerlingen, een van de hoofddoelen van de huidige CKV-lessen, kan nog niets met zekerheid worden gezegd. Het laatste overkoepelende onderzoek naar de effecten van CKV1 stamt uit 2003. De resultaten waren toen niet zo rooskleurig op dat gebied. Er bleek geen bewijs dat CKV1 leidt tot meer deelname aan cultuur op de middellange termijn, en al helemaal niet aan de traditionele ‘hoge kunsten’, aangezien de meeste scholieren hun bonnen vooral inruilen voor de populaire kunsten zoals film, popmuziek en cabaret. Wel is de houding tegenover kunst ‘iets positiever’ na CKV1.

Het tegenvallende onderzoek naar de effecten van CKV1 wil Van der Hoeven niet als ijkpunt nemen. ‘Het is nog te vroeg om iets over de effecten te zeggen.’ De eerste CKV-generatie is de laatste jaren van school afgekomen, en de cijfers lijken op een positieve balans te wijzen. In 1999 begonnen de scholen met gemor aan hun nieuwe cultuurtaken. En nu: ‘73 procent van de scholen’, wijst het meest recente OCW-onderzoek uit, heeft cultuureducatie ‘verankerd’, dat wil zeggen, heeft de verplichte cultuurlessen een plaats weten te geven. 13 procent van de scholen wordt als zeer actief aangemerkt.

Ook voor Haanstra betekenen de onderzoeksresultaten niet dat het vak niet voldoet. Al was het maar omdat ‘het nu een leergebied is dat steeds sterker van belang wordt geacht’.

Gemakzucht

Een andere opbouw is echter de moeite van het overdenken waard. ‘CKV blijft nu bij een kennismaking met cultuur, alles wordt wel erg versnipperd gebracht.’ Net als Van der Hoeven is Haanstra er daarom voorstander van de cultuureducatie in het primair onderwijs te laten beginnen. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs kan het dan verder uitgebouwd worden, en in de bovenbouw kan het dan worden verzwaard. De ‘ervaring’ behoort dan bij de onderbouw, terwijl in de bovenbouw ‘de kenniscomponent kan worden versterkt’. Deze ‘doorlopende leerlijn’ moet de leerling van begin tot eind vertrouwd maken met cultuur. Haanstra: ‘De laatste jaren is de blik sterk op het voortgezet onderwijs gericht geweest, maar nu is er vooral in het primair onderwijs nog heel veel te winnen.’

Op het Fons Vitae willen ze voorzichtig van een succes spreken. Hoewel de pijnpunten, zegt docent Oskar Maarleveld, ook genoemd moeten worden: ‘De onderwijspraktijk en de politieke theorie liggen nog wel erg ver van elkaar vandaan’. Het succes van de lessen is feitelijk nog sterk afhankelijk van de inzet van de docent. ‘Te veel scholen vullen CKV gemakzuchtig in. Docenten geven gewoon de CKV-bonnen aan de leerlingen, en die gaan er alleen mee naar Pathé’. Wel heeft de verplichte cultuureducatie de afgelopen zeven jaar duidelijke invloed op zijn school gehad. En om maar het meest zakelijke resultaat te noemen: een voldoende voor CKV1 is nodig om over te gaan naar een volgende klas, maar de leerlingen, zegt docent Oskar Maarleveld – ‘de meesten, echt waar’ – ‘gaan in de verslagen die ze bij het vak moeten schrijven voor meer dan alleen die voldoende.’

Rob Rol gelooft er ook in, al was het maar om de wat klassiekere jaren-zeventig-opvatting ‘dat kunst voor ontplooiing van de leerling’ zorgt. Belangrijk verschil met vroeger is echter wel, moet hij toegeven: ‘Het is van incidenteel naar structureel gegaan.’ Dat betekent een andere opstelling van de schoolleidingen, al is het maar omdat ze inmiddels beseffen dat scholen zich steeds sterker moeten profileren om leerlingen te trekken. ‘Het is toch concurreren. En met cultuur kan je je onderscheiden’, zegt cultuurcoördinator Rodenburg.

En dus gaat De Rietlanden gewoon door met haar cultuurlessen, ook nu Rob Rol bijna met pensioen gaat. ‘Bij de sollicitatieronde voor een volgende docent hebben we speciaal gelet of hij de culturele taken, zoals de musical, van meneer Rol kan overnemen.’

Leerlingen van cultuurprofielschool De Rietlanden in Lelystad volgen de online lessen van het Rijksmuseum, tijdens het vak CKV. (Marcel van den Bergh - de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden