Generaal van de arbeidersbeweging

HENRI POLAK Geboren: 22 februari 1868 in Amsterdam. Was weg van: het werk van de Britse socialistische schrijver William Morris....

ZIJN nazaten luidden onlangs de noodklok over de toenemende stress onder werknemers. Zelf vocht hij nog voor de negenurige werkdag en het recht op aansluiting bij een vakbond. Een andere nazaat van hem is nu premier. Deze Wim Kok werd ooit door Joop den Uyl persoonlijk naar voren geschoven als zijn opvolger. Zelf moest hij 96 jaar geleden, op de rand van een vrijwel zekere verkiezing in de Tweede Kamer, 'zijn' Amsterdamse kiesdistrict overdragen aan Pieter Jelles Troelstra. Hij deed dat ongaarne maar zonder aarzelen, omdat het in het belang was van de nog jonge SDAP.

Deze twee contrasten suggereren dat ouderwets proletarisch lijden overheerste in de lange, veelzijdige en uiterst productieve loopbaan van Henri Polak - decennia van zelfopoffering, van zwoegen in armoede voor een bescheiden lotsverbetering. Maar bij nadere bestudering valt toch iets anders op. Deze aartsvader van de Partij van de Arbeid en van de Federatie Nederlandse Vakbeweging was onverbloemd elitair - en dat heeft de vroege arbeidersbeweging bepaald geen windeieren gelegd.

Polaks ouderlijk huis stond op de hoek van de Balk-in 't-Oogsteeg en de Botermarkt, thans bekend als het Rembrandtplein. Henri was de oudste van elf kinderen. Onder het pseudoniem 'Han van de Botermarkt' zou hij later een column schrijven in het socialistische dagblad Het Volk - dat hij ook al van de grond heeft helpen tillen. De Botermarkt was de Herengracht niet, maar zijn ouders woonden aan de 'goede kant' van de brug over de Amstel. Het gros van de Amsterdamse joden, destijds 13 procent van de stadsbevolking, leefde samengeperst op de andere Amstel-oever.

Vader Mozes Polak was een gewezen diamantbewerker, die zich tijdens een langdurige hausse in de vraag naar glimmertjes had weten op te werken tot een welgestelde juwelier. Grootvader Henri Smit was een gerenommeerde boekenantiquaar en voormalig schermkampioen, een trotse, nogal martiale man, die verwoede pogingen heeft gedaan om van Henri 'een man te maken'.

Ofschoon de jonge Henri goed kon meekomen op een van de betere lagere scholen van Amsterdam, moest hij daarna van zijn vader toch aan het werk als leerling-slijper. Nooit heeft hij blijk gegeven van enige frustratie over deze vaderlijke beslissing.

Volgzaam was hij overigens allerminst. Integendeel, hij genoot met volle teugen van het goede leven - inclusief de hoeren en kroegen rond zijn geboorteplein. In 1886 of 1887, dat is niet helemaal duidelijk, vertrok Henri plotseling naar Londen. De vermoedelijke aanleiding was een ruzie met zijn vader over een verboden liefde met een meisje van lichte zeden.

Ook in Londen genoot hij vooral, van het culturele leven en het vertier, en werkte hij als diamantbewerker. Hij leerde er uitstekend Engels spreken en schrijven. Van enig politiek bewustzijn was aanvankelijk geen sprake, totdat een zeepkistredenaar in Victoria Park de socialist in Henri deed ontbranden. Hij raakte bevriend met tal van latere prominenten in de Britse politiek en arbeidersbeweging.

Terug in Nederland belandde hij in de kring rond Frank van der Goes, de rode jonkheer en grote tegenspeler van Domela Nieuwenhuis in de Sociaal-Democratische Bond, voorloper van de SDAP. Net als Van der Goes werd Polak een overtuigd parlementair socialist. Tot zijn dood zou hij pragmatisch handelen en samenwerking met de 'burgerlijke' erfvijanden combineren met een gloedvolle lippendienst aan de onvermijdelijke dictatuur van het proletariaat.

Zijn praktische talenten bewees hij voor het eerst tijdens een grote staking van Amsterdamse diamantbewerkers in november 1894 met zo'n vijftienduizend deelnemers. De staking werd binnen enkele dagen een doorslaand succes, mede door Polaks koelbloedige optreden. De doodsbenauwde juweliers zaten er als geslagen honden bij, terwijl Polak hun naar eigen zeggen 'dubbel en dwars van ouden en jongen Jan vertelde'.

Polak sloeg maximale munt uit de overwinning door de versnipperde christelijke en joodse diamantbewerkers te bundelen in de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). Behalve bekwaam organisator bleek hij een overtuigend redenaar en journalist. Duizenden toespraken, columns en artikelen verbreidden zijn invloed tot ver buiten de vakbond.

Onder zijn krachtige leiding - Polak was niet vrij van autocratische trekken - werd de ANDB een van de machtigste en best georganiseerde vakbonden van Nederland. In 1902 en 1904 doorstond zijn bond twee langdurige 'uitsluitingen'. Belust op revanche verboden de Amsterdamse juweliers hun werknemers het ANDB-lidmaatschap op straffe van ontslag.

De eerste keer dwong Polak hen op de knieën door een obligatielening uit te schrijven ter aanvulling van zijn zwaar beproefde stakingskas. Mede dankzij vermogende partijgenoten als Florentinus Wibaut en Herman Gorter bracht de lening 50 duizend gulden op. De tweede keer moest Polak het geld lenen bij de commerciële banken, en was de overwinning voor de bond minder afgetekend. Maar sindsdien gaven de juweliers wel de voorkeur aan samenwerking met de ANDB.

Naast hogere lonen en kortere werkdagen, verwezenlijkten Polak en de zijnen de closed shop. De bond hield de lonen mede hoog door beperking van het aantal leerling-diamantbewerkers. Wat nu verboden kartelvorming zou zijn, was toen onderdeel van een geslaagde poging om de diamantmarkt voorgoed te bevrijden van heftige prijsschommelingen.

De ANDB-toegangsdrempel vormde de afspiegeling van het beruchte productie- en handelsmonopolie onder leiding van de Zuid-Afrikaanse producent De Beers. Pas veel later, in de jaren twintig en dertig, zou deze exclusiviteit zich tegen de Amsterdamse diamantbewerkers keren, toen hun industrie grotendeels werd weggeconcurreerd door nieuwe, veel goedkopere diamantcentra.

Polak had toen al aan de wieg gestaan van de SDAP en het NVV, de eerste grote vakcentrale van ons land. Afgezien van perioden in de Amsterdamse gemeenteraad en de Eerste Kamer is zijn politieke carrière nooit meer van de grond gekomen, nadat hij in 1902 Troelstra had moeten laten voorgaan.

Het is ook zeer de vraag of hij in de politiek net zulke aansprekende successen zou hebben geboekt. 'Generaal Polak' zoals Domela Nieuwenhuis hem smalend noemde, was een rechtlijnig man, die zijn tegenstanders ongenadig de oren kon wassen. Zijn grote tegenstander, de juwelier Abraham Asscher, beschreef hij eens als 'een opgeblazen parvenutje van het miserabelsten soort'.

Zijn leven lang bekommerde hij zich om meer dan alleen betere arbeidsvoorwaarden. Het socialisme omvatte naar Polaks stellige overtuiging fysieke én geestelijke verrijking. In zijn overvolle werkdagen maakte hij altijd tijd vrij om boeken te lezen, theaters en concertzalen te bezoeken en lange wandelingen en fietstochten te maken. Zijn liefde voor de natuur maakte hem tot een van de eerste milieuactivisten in Nederland.

Henri Polak - hij stierf in 1943 aan een longontsteking, net voordat de Duitsers hem zouden afvoeren - was het tegendeel van de vreugdeloze vegetariër die model staat voor de vroegste socialisten. Onder de grootste druk en in het heetst van de strijd bleef hij altijd de vitale, rondborstige levensgenieter. Hij gaf de strijd om een beter bestaan daardoor een allure die bij de moderne vakbondsbestuurders vaak node wordt gemist.

Joost Ramaer

Dit is de zeventiende aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum). Onder het kopje Gepasseerd staan de namen van tijdgenoten die de tophonderd niet hebben bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden