'Gelukkig. Het is nog zoals het was'

HERBERT Paulzen heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot de productiefste reisschrijver van Nederland. Met een regelmaat van gemiddeld één boek per twee jaar, publiceerde hij reisverslagen over Jemen, Papoea Nieuw-Guinea, de Stille Zuidzee, de Chinese provincie Yunnan en de Noord-Indiase streek Ladakh....

Paulzen is, kortom, iemand die vrijwel altijd onderweg is. Hij woont slechts enkele maanden per jaar in het land dat niet eens zijn vaderland is, want hij is een Duitser. Hij werd geboren in Tudderen, een van de twee Duitse grensgebieden die na de oorlog door Nederland werden geannexeerd en in 1963 teruggegeven. Doordat zijn schooltijd in de 'Nederlandse' jaren vielen, ging hij naar Nederlandse scholen en uiteindelijk is hij ook in het Nederlands gaan schrijven.

Paulzen is dus te beschouwen als een ontheemde, en dat is aan zijn werk af te lezen. Sommige reisschrijvers zijn gespitst op een bepaalde thematiek, zoals 'postkoloniale verwarring' bij Lieve Joris, 'het noordelijke gevoel' bij Gerrit Jan Zwier of 'de restanten van voormalige communistische imperiums' in de vier laatste reisboeken van Colin Thubron. Bij Paulzen is daarvan geen sprake. Hij reist uit nieuwsgierigheid en rusteloosheid. En het schrijven is voor hem niet alleen een literair-journalistieke aangelegenheid, maar ook (en misschien zelfs vooral) een therapeutische.

Behalve een vlucht uit de saaie, materialistische westerse werkelijkheid, zijn Paulzens reizen ook zoektochten naar authenticiteit. Nooit is hij gelukkiger dan wanneer hij constateert dat een volk of stam nog volgens oeroude gebruiken leeft en maar zelden met westerlingen in aanraking komt. 'Ik ben heel erg blij dat de meeste Dai-vrouwen nog traditioneel gekleed gaan, want dat maakt ze nog mooier en eleganter dan ze al zijn: nauwsluitende en bonte blouses en sarongs', schrijft hij. En verderop: 'Nee, het grootschalige toerisme heeft hier in het hoge noorden van Laos nog niet toegeslagen. Gelukkig.'

Zinnen als deze maken duidelijk dat Paulzen een homo nostalgicus is. Zijn tweede constatering is trouwens wat eerlijker dan de eerste, die suggereert dat hij het dragen van traditionele kledij vooral waardeert omdat deze zo elegant is. Ik durf er een door James Bonds Hongkongse kleermaker vervaardigd maatkostuum onder te verwedden dat ook onelegante traditionele kledij Paulzens goedkeuring kan wegdragen, en dat hij, omgekeerd, zou gruwen van een Dai-vrouw in de meeste elegant creatie die Yves Saint Laurent (of welke niet-Dai ook) ooit ontwierp. Nee, het evangelie van Herbert Paulzen komt het meest onverbloemd tot uiting in de verzuchting: 'Gelukkig. Het is nog zoals het was.'

Maar zulke tevreden vaststellingen zijn betrekkelijk zeldzaam in zijn boeken, en dus ook in De Mekong. Veel en veel vaker valt te beluisteren: 'Ik was terug in Lhasa, na zestien jaar. En net als toen was ik geschokt'; 'Ook Jinghong, de belangrijkste Dai-stad, is volkomen veranderd. Verschrikkelijk!'; 'Vientiane toen, wat een verschil (. . .) Vientiane nu, even schrikken'; 'Ik schrok. Wat een veranderingen. Saigon was in 1988 nog een spookstad'; 'Hué 1997, eenzelfde schok als in Saigon. Overal hotels (destijds was er maar één). Winkels. Volle markt. Veel toeristen (destijds alleen David en ik). Ook in de oude keizersstad had de tijd niet stilgestaan'.

Behalve oprecht zijn deze opmerkingen ook begrijpelijk. Authenticiteit staat bij ons, weldenkende westerlingen, nu eenmaal hoog in het vaandel. Het grappige is alleen dat we dit begrip nogal, laten we zeggen, eigenzinnig definiëren. 'Gelukkig. Het is nog zoals het was' betekent meestal: het is nog zoals het was toen ík het voor het eerst zag. Paulzen bezocht Zuid-Oost Azië voor het eerst eind jaren tachtig. Dat is zijn maatstaf geworden. De veranderingen sindsdien doen hem pijn. Gavin Young, auteur van het Vietnam-reisboek A Wavering Grace (1997) zou erom moeten glimlachen, want hij bezocht het gebied voor het eerst in de jaren zestig en toen was alles natuurlijk nog veel authentieker. Norman Lewis, op zijn beurt, kan over díe opmerking weer zijn schouders ophalen, want hij bereisde Indo-China eind jaren veertig (A Dragon Apparent, 1951). Zo kunnen we doorgaan.

Paulzen behoort, net als Young, tot het type reisschrijver dat een veranderende wereld niet makkelijk aanvaardt. Terwijl het al zo'n vijf miljard jaar zo gaat, en de wederzijdse beïnvloeding van volken even oud is als de mensheid. Hoe komisch die houding uitpakt, blijkt als Paulzen in de Laotiaanse hoofdstad Vientiane de verzuchting slaakt: 'Waarom is er een Scandinavian Bakery terwijl er overal heerlijke baguettes (Franse erfenis) verkrijgbaar zijn?' Westers cultureel imperialisme dat teruggaat tot 1890 is oké, westers cultureel imperialisme uit 1990 mag niet.

Van zulke observaties is het boek doortrokken. Uiteraard schampert Paulzen regelmatig over het toerisme, en constateert hij dat rugzakreizigers altijd de voorboden zijn van het massatoerisme. Maar wie zijn de voorboden van de rugzakreizigers?

Precies. De ironie is dat Paulzen het grootste deel van het jaar doet wat anderen volgens hem niet mogen doen, en daar nog heel onderhoudend en enthousiasmerend over schrijft ook. Want ondanks het oprecht gemeende, maar niettemin wat gratuite geklaag over alle aangetroffen veranderingen, is De Mekong - Een stroom van goud en bloed weer een boeiend reisverslag.

Vooral de passages over Paulzens ontmoeting met een Vietnam-veteraan en zijn belevenissen in Cambodja ('de Balkan van Zuid-Oost Azië') spreken aan, omdat hij daarin zijn sterkste kant toont: zijn openheid, zijn ontvankelijkheid en zijn vermogen gebeurtenissen schijnbaar puur en ongekleurd weer te geven. Hij kiest ervoor dit deels aan de hand van brieven aan vrienden en kennissen te doen. Soms heb je daarbij het gevoel dat hij zich over je hoofd heen tot hen richt, maar in de beste gevallen (zoals in de brief aan de Chinese gids Severine) plaatst het gebeurtenissen in een veelzijdiger perspectief.

Als over twee jaar zijn volgende reisboek verschijnt, zal Lhasa nog iets Chineser zijn, Saigon nog hectischer, Luang Prabang toeristischer en Noord-Laos minder geïsoleerd. De 'authenticiteit' zal er beslist weer wat minder zijn, maar wat een uitdaging voor een reisschrijver!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden