'Geloven in Israël vergt inspanning'

In zijn roman Een vrouw op de vlucht voor een bericht geeft David Grossman een beeld van ‘de Israëlische ziel’ sinds 1967....

David Grossman roert in zijn thee op het terras van Mishkenot Sha’anim, een pleisterplaats voor schrijvers en kunstenaars recht tegenover de Oude Stad van Jeruzalem. Hier legde hij ooit in een logeerkamer het fundament onder zijn oeuvre met Zie: liefde (1986). De zon is al onder, aan de andere kant van de vallei luidt af en toe de klok van de kathedraal op de berg Zion.

Maar hoe monumentaal die roman over de verwerking van de shoah in de jonge jaren van de Joodse staat ook was, met zijn laatste werk, Een vrouw op de vlucht voor een bericht, heeft Grossman ‘iets in de ziel van Israël geraakt’.

Zijn schets van de Israëlische condition humaine sinds 1967 kreeg lovende kritieken en er zijn in anderhalf jaar tijd 120 duizend exemplaren van verkocht. De bijna 700 pagina’s dikke roman wordt in Israël gerekend tot de belangrijkste boeken die daar het afgelopen decennium zijn verschenen. De Nederlandse vertaling verschijnt vandaag.

‘Moet je zien, ze lopen over straat, ze praten, schreeuwen, lezen de krant, gaan naar de kruidenier, zitten op een terrasje’, en zo bleef hij nog even beschrijven wat hij door de autoruit aan zich voorbij zag trekken. ‘Maar waarom heb ik de hele tijd het idee dat het allemaal een grote show is? Dat ze het alleen maar doen om zichzelf ervan te overtuigen dat het hier helemaal echt is?’

‘Je overdrijft’, zei Ora.

‘Ik weet het niet, ik heb het gevoel – misschien vergis ik me – dat een Amerikaan of een Fransman er niet de hele tijd zo hard in hoeft te geloven, om Amerika te laten bestaan. Of Frankrijk, of Engeland.’

‘Ik snap je niet.’

‘Het zijn landen die ook bestaan zonder dat je dat de hele tijd moet wíllen. Terwijl hier –’

‘Ik kijk om me heen’, zei ze, en haar stem ging omhoog en werd een beetje hees, ‘en alles lijkt me volkomen natuurlijk en gewoon. Een beetje gestoord, dat wel, maar op een normale manier.’

De gestoordheid van Israël is nooit ver weg in Een vrouw op de vlucht voor een bericht. Het is een tocht langs de rand van de waanzin.

De Israëlische samenleving, zegt de 55-jarige schrijver, verkeert in shell shock na alle aanslagen en oorlogen. ‘Mensen die hier voor het eerst komen valt altijd op hoe gewoon Israël is. We proberen ook normaal te doen. Maar onder de oppervlakte woeden vrees, argwaan, paranoia en existentiële angst. De inspanning die in Israël gaat zitten, de inspanning die nodig is om in deze plek te blijven geloven, die hoef je in Nederland of Italië niet te leveren.’

In één adem voegt hij daar aan toe: ‘Ik heb dat trouwens altijd zo gevoeld. Het heeft niets te maken met wat mij is overkomen.’

Nog steeds praat David Grossman er liever niet te veel over. Zijn jongste zoon Uri is op 12 augustus 2006 als dienstplichtig soldaat omgekomen in de laatste uren van de Tweede Libanonoorlog. Een vrouw op de vlucht voor een bericht was toen al grotendeels af.

‘Uri kende de plot en de personages goed’, schrijft hij in een kort nawoord bij de roman. ‘Elke keer als we elkaar over de telefoon spraken, en vooral als hij met verlof thuiskwam, vroeg hij wat er in het verhaal en in het leven van de hoofdpersonen was gebeurd. () Ik had toen het gevoel – of liever gezegd de hoop – dat het boek dat ik schreef hem zou beschermen. () Wat meer dan wat ook veranderde is de klankkast van de werkelijkheid waarin de laatste versie tot stand kwam.’

De vijftigers Ora en haar oude jeugdliefde Avram reconstrueren in Een vrouw op de vlucht voor een bericht de loop van hun leven tijdens een wandeltocht door Galilea. Ze zijn overgeleverd geweest aan ‘de toestand’, zo maakt hun verhaal duidelijk. De Grote Geschiedenis van oorlog, bezetting en terreur heeft hun Kleine Geschiedenis van vriendschap, liefde en ouderschap bepaald.

De wandeltocht is voor Ora een vlucht. Haar man Ilan is op zoek naar zichzelf in Zuid-Amerika, en haar zoon Ofer is naar de bezette Westelijke Jordaanoever vertrokken voor een militaire operatie tegen de Palestijnen. De angst is haar om het hart geslagen. Ze wil niet alleen thuis blijven wachten tot de aanzeggers van het leger komen met het bericht dat haar zoon is gesneuveld. Door Avram onderweg te vertellen over het leven van Ofer, hoopt ze hem te beschermen tegen de dood.

In flarden rakelt Ora het verleden op. De bevruchting, de zwangerschap, de geboorte, de eerste stapjes – alles tot in de kleinste details. Ze is er bepaald wanhopig aan toe.

Met haar handen graaft ze op een goed moment een gat in de grond, stopt haar hoofd er in, proeft het zand en schreeuwt het uit tegen het middelpunt van de aarde – ‘ze moest, ja móest weten hoe het was, tenslotte had ze ook toen hij een baby was alles voorgeproefd’.

Even later is het alsof ze samen echt over de rand van de waanzin duikelen. Met Avram sluit ze zich aan bij een wedergeboren rabbijn, die een troep van gebochelde, kwijlende en hol-ogige verschoppelingen aanvoert. Dansend en zingend trekken ze zo een paar uur door de heuvels van Galilea.

‘Ik denk dat Ora gezond is, een gemiddelde Israëli. Haar manier van ontsnappen is misschien ongewoon. Maar het verlangen te ontsnappen aan het slechte nieuws is heel begrijpelijk: we worden omringd door slecht nieuws. Bij de eerste hint dat er iets mis is zie je mensen al gespitst en nerveus raken. Als ik de radio aanzet en er is een Hebreeuws liedje op dat zonder dat de presentator iets tussendoor zegt door nog een Hebreeuws liedje wordt gevolgd, denk ik al dat er iets aan de hand is.’

Het tergende zelfonderzoek van Ora en Avram wordt onderbroken door extatische beschrijvingen van de natuur. In 2004 liep Grossman ter inspiratie een deel van het Israëlpad, een langeafstandsroute die het land doorkruist. ‘Anderhalve maand nam ik vrij van alles. Ik verdween.’

Het was een bijna louterende ervaring. ‘De schoonheid van dit land is verbluffend. We zien dat gewoonlijk niet. De diversiteit en rijkdom van het landschap staat in zo’n contrast met de ingegraven mentaliteit van de mensen.’

Ora laat de natuur tot in de kleinste diertjes en plantjes tot zich doordringen. Het lijkt het wel, merkt ze op, alsof ze zo afscheid aan het nemen is van Israël. Het is een gevoel dat Grossman met zijn hoofdpersoon deelt – ‘maar niet altijd’.

Het heeft te maken, zegt Grossman, met de ‘fragiliteit’ van Israël. ‘Ik – maar ik denk niet alleen ik – heb weinig vertrouwen in de toekomst van Israël. Ik voel hoe kwetsbaar het land is dat we hier hebben geschapen. Natuurlijk zeg je me nu dat Israël een supermacht is en een luchtmacht en een atoombom heeft. Maar daar komen we er niet mee.

‘We hebben zes miljoen Joden en een miljoen Arabieren binnen de grenzen van Israël. Dat is al een breekbare structuur. Als je daarbij optelt dat we niet in de regio zijn geaccepteerd, dat we zeer vijandig worden benaderd, en dat wij daar erg gewelddadig en overdreven agressief op reageren – dat we bij elke keuze bijna gedoemd zijn de gewelddadige weg te kiezen – dan is het niet moeilijk om het zwartste scenario voor je te zien.

‘We moeten slim, creatief, open en genereus zijn tegenover onze buren. We hebben deze kans van de geschiedenis gekregen, en ik heb soms het gevoel dat we die met onvoldoende respect behandelen. We moeten verstandiger omgaan met het privilege dat we een staat hebben.’

In zijn diensttijd was David Grossman zelf als soldaat van de inlichtingentroepen vanaf 1971 gelegerd in de Sinaï-woestijn – de plek waar tijdens de Jom Kipoer-oorlog het Egyptische leger de Israëli’s aan het Suezkanaal volkomen overrompelde. (‘Het spijt me, maar ik mag niet zeggen wat ik precies in de oorlog heb gedaan.’)

Op een legerpost aan het Suezkanaal speelt zich een van de beklemmendste scènes af uit Een vrouw op de vlucht voor een bericht. Avram lag daar als enige overlevende van een Egyptisch bombardement te wachten tot de Egyptenaren hem vonden en, dacht hij, zouden doodschieten. Hij gebruikte de tijd die hem restte om vanuit zijn schuilplaats via de legerradio een zelfverzonnen verhaal te vertellen – van jongs af aan schreef Avram hoorspelen. Onderwijl sloegen buiten raketten in en reden tanks af en aan. ‘Hallo, Israël, moederland? Besta je nog wel?’, riep hij uit.

‘In oorlog verliest de ander, de tegenstander, zijn gezicht – hij is geen individu meer. Ook wij verliezen ons gezicht. Wij gaan op in het leger. Het is voor mij belangrijk om in deze krankzinnige en gewelddadige situatie een eigen identiteit te houden. Zelfs toen ik soldaat was. Als ik op een nieuwe basis aankwam dan ging ik nadat ik een bed had gevonden en mijn rugzak had neergezet, op zoek naar een plek waar ik door niemand kon worden gezien en mezelf kon zijn.

‘Wat Avram doet, als hij midden in de oorlog zijn eigen verhaal uitzendt, is ‘ik’ zeggen in een situatie die oproept ‘wij’ te zeggen. En voor mij is het schrijven van boeken in een taal die anders is dan die van de media, de regering of het leger een manier om ‘ik’ te zeggen – om me mijn persoonlijkheid niet te laten afnemen door de wreedheid van de toestand.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden