GELOGEN WAARHEID

> INTERVIEW GUUS BAUER Vorige maand verscheen De Laatste Salto van Guus Bauer, waarin de uitgever/schrijver/muzikant vertelt hoe Boudewijn Büch zich door hem liet inspireren bij het schrijven van De Kleine Blonde Dood....

Zo onwaarschijnlijk zijn soms de gebeurtenissen in het levenvan Guus Bauer, dat ze wel waar móeten zijn. Guus Bauer,uitgever, muzikant, beursmiljonair, ondernemer, manager,schrijver, dichter, vertaler en meesterklusser.

Ja, meesterklusser. Want meester in de rechten is hij ooknog. Én facility manager op de Christelijke ScholengemeenschapBuitenveldert en nog een paar andere scholen. Klusser dus,meesterklusser.

Dat verzin je niet; en als je het wél verzint, gelooftniemand je.

Van Guus Bauer verscheen, onder het pseudoniem August vanGoethe, recentelijk een boek dat De laatste salto heet. Daarinkomen veel van zijn wonderlijke belevenissen terug. Hij hoefdeniks te verzinnen, want de waarheid was al bizar genoeg. Eén vande motto's is een citaat van Boris Vian: 'wat ik schrijf, isvolkomen waar gebeurd, want ik heb het van a tot z verzonnen. Ersteekt altijd iets waars in de leugen en iets onwaars in dewaarheid'.

Die woorden slaan níet, bezweert Guus Bauer, op zíjn boek,maar op het boek dat de aanleiding vormde voor De laatste salto,Boudewijn Büchs De kleine blonde dood. Daarom luidt deondertitel van Bauers boek ook De roman die Boudewijn Büchinspireerde. Wat trouwens niet waar kan zijn, gezien het feit datDe kleine blonde dood verscheen in 1985 en Büch in 2002overleed.

Óf je moet het leven van Guus Bauer als de roman beschouwendie BB inspireerde. Dat mag. Zeker één aspect uit Bauers leveninspireerde Büch namelijk buitengewoon: de kleine blonde dood.

Guus Bauer draait zijn hand niet om voor een klusje meer ofminder. Aan vier uur slaap per etmaal heeft hij ruim voldoende.De rest van de tijd vult hij met schrijven, boeken uitgeven, deramen van zijn school lappen en plannen maken. Hij maakt veelplannen. En, wat hem nog eens gaat opbreken, hij voert ze nog uitook.

Guus Bauer is 50. Niks aan de hand, behalve dan dat hijtegenwoordig zomaar verschrikkelijk verliefd kan worden. Altijdin november. Zal de midlifecrisis wel zijn, denkt Guus Bauer.

Op 10 oktober 2003 staat hij in een wasserette. Hij heeft dusnet een rokje van zijn oma afgeleverd, dat gestoomd moet worden.Hij wil zijn portemonnee pakken om de giropas waarmee hij heeftbetaald terug te stoppen in zijn legerbroek. Op dat moment grijpteen aantal mannen hem beet, legt hem óp de toonbank, draait zijnhanden op zijn rug en trekt hem een zak over het hoofd.

'Maar ik heb betááld, ik heb betááld!', schreeuwt GuusBauer nog. Ja, weet hij veel.

De speciale eenheid van de politie neemt hem mee. Die ochtendzijn op de Keizer Karelweg in Amstelveen de Chineseonderwereldfiguur Jules Lie en zijn vriendin door twee onbekendenop een scooter geliquideerd. Een van de twee droeg een legerbroeken had donker haar. Net als Guus Bauer -toen althans, wanttegenwoordig loopt Bauer in het rond met een helblonde kuif.

Zes uur houden ze hem vast, dan blijkt dat ze de verkeerdete pakken hebben. Ex-uitgever verdacht van dubbele moord, staater niettemin de volgende dag in de krant.

En op dát moment bedenkt Guus Bauer dat hij weer uitgeverwil worden. Hij mag sinds een paar maand weer iets doen, nadathij een kleine drie jaar eerder failliet is gegaan, in de WetSchuldsanering Natuurlijke Personen (WNSP) terecht is gekomen,van een bijstandsuitkering moest leven en tot niets doen werdgedwongen.

En hij weet ook gelijk een naam, voor de uitgeverij:Stichting Ex-exuitgever. Want straks is hij geen ex-uitgevermeer, maar ex-ex-uitgever: XX Uitgevers.

Inmiddels zijn we een boekje of twintig verder, want als GuusBauer weer uitgever wordt, dan geeft hij ook uit en níet éénboek per kwartaal. Mooie kleine boekjes zijn het meestal, dieBauer op de markt brengt. Zijn eigen brieven aan Frans Pointl,in zijn vorige uitgeversleven door hem gelanceerd vòòr De kipdie over de soep vloog Pointl bekend zou maken. Twee kleinejuweeltjes van een 96-jarige Tsjechische debutant, Miroslav vonMiraus. In Het Parool werd die grote onbekende de hemelingeprezen, als de late samensmelting van Hlasek en Hrabal.

Enfin, die Tsjechische novelles had Guus Bauer dus gewoonzelf geschreven. In één 36-urige tikfrenzy op papier gegooid. Achterop stond een foto van de grootvader van zijn Tsjechischevrouw. Hij heeft die jongen van Het Parool zijn excuses nogaangeboden.

Bauer vertaalde voor zijn eigen fonds ook gedichten vanJaroslav Seifert, de Tsjechische dichter en Nobelprijswinnaar-Waar de stilte toegedekt wordt door de stilte. Dat komt: hijheeft behalve zijn Tsjechische vrouw Eva ook een huis inObecnice, ten zuiden van Praag. Aan de rand van een oerbos. Daarheeft hij sinds 1984 al met al veel tijd doorgebracht en leerdehij Tsjechisch. Goed bier ook, bij hem in het dorp. Zoals dieTsjechen kunnen zuipen! Zijn schoonvader, een legerkapitein enmijnbouwingenieur, heet niet voor niets de man met de ijzerenmaag. Dat soort details zal in zijn eerstvolgende boek, Delokkende diepte, nog afdoende aan de orde komen.

Maar goed, hij kwam met XX Uitgevers dus ook met deWassenaerse brieven van Theo van Gogh aan Boudewijn Büch, eenvan zijn beter verkopende titels.

Het zwakke punt van Guus Bauer is, zegt Guus Bauer, dat hijnogal snel afdwaalt.

Hij werd geboren in een oude wijk in Amsterdam en verhuisdedaarna naar Osdorp. Zijn vader was een creatief man, die in zijnjeugd twee toneelstukken schreef en die goed kon schilderen. Maarja, jaren vijftig. Besloot je niet zo snel tot een leven in dekunst. Brood op de plank, daar ging het om. Zijn vader werkte bijde PTT, als chef van het postkantoor.

Toen hij 12 was, overleed zijn vader. Zijn moeder kon hemniet opvoeden, dus werd hij naar het gymnasium op het internaatHageveld in Heemstede gestuurd. Kees Prins, van Jiskefet, zat eenjaar hoger. Stal daar elke rol al. Als er eenschooltoneelvoorstelling was met zeven rollen, wilde Prins zealle zeven spelen.

Daar, op het internaat, begon het allemaal. De boekjes. Opzijn 13e maakte hij het eerste, met eigen gedichten, in eenoplage van vijftig. En de muziek, drummen. Het is bij hem altijddrummen geweest. Ritme, padam-padam. Rick de Leeuw en Leo Kenter,even jonger, begonnen op Hageveld met de Tröckener Kecks. Hadhij ook best in willen meedoen, maar ja, Kenter was ook drummer.Gingen ze samen naar Paradiso, naar The Jam. Wavers waren ze.

Guus Bauer zegt: Je zit in zo'n internaat en je kunt deverschrikkingen die je daar meemaakt alleen verwerken door ze opeen bepaalde manier op te slaan. Alsof er in je hoofd eenverslaggever zit. En op een gegeven moment komt dat eruit. Watdat betreft heeft hij nu een fijn punt bereikt, in zijn leven.Het is alsof er een bepaalde afronding aan het plaatsvinden is.

Pas een jaar geleden schreef hij een gedicht waarin hetallemaal stond, de ellende. Zijn mooiste gedicht tot dusver.

Vandaar ook De laatste salto. Onder het pseudoniem August vanGoethe: zijn moeder heet Van Goethe en Guus eigenlijk August. Hijmoest van dingen af.

Tja, Boudewijn Büch. Nooit problemen mee gehad, metBoudewijn. En als er íemand is die reden heeft kwaad te zijn opBüch, dan is hij het toch wel. Büch heeft flink van hemgestolen, zou je kunnen stellen, en met de gestolen waar flinkgeld verdiend. Maar nooit is hij kwaad op hem geweest. Wat konhem dat geld schelen? Hij was zelf in die tijd rijk zat.

Hij weet nog dat hij een keer met Boudewijn bij deburgerlijke stand was, en dat ie daar iemand een poeier heeftgegeven omdat die man Büch lastigviel. Hij ging vaak bij Büchlangs op de Keizersgracht, ze gingen samen naar lezingen en somsmocht Bauer met zijn bandje optreden in het boekenprogramma vanBüch. Vijf jaar, duurde dat, al met al.

Boudewijn Büch, schrijver en createur van zijn eigenfantastische mythe. Auteur van de bestseller De kleine blondedood, zeer populair onder scholieren, vooral omdat het zo lekkerdun is.

In 1979 begon Guus Bauer als uitgever. Als klein uitgevertje.Na Hageveld was hij rechten gaan studeren aan de VU. Daarnaastwerkte hij een tijdje in de chemicaliënbranche. Vervolgens kwamhij terecht bij de firma Hermes, uitgever van vakbladen. Daar hadhij onder meer het illustere vakblad De Wassalon onder zich,toonaangevend in de wasserettebranche.

Bij Hermes begon het, met de boekjes. Daar kon hij drukken.Dan ging hij bijvoorbeeld naar Gerrit Komrij, aan de Jacob vanLennepkade. Met een idee voor een boekje. Dat vond Komrij welleuk, misschien ook wel omdat hij in die tijd nog jong was entamelijk good-looking. Hij betaalde Komrij er duizend guldenvoor, een bedrag waarvoor hij bij Hermes heel hard moest werken.Zo kwam hij ook bij A. Moonen, bij Gust Gils, Simon Vinkenoog enHugo Claus. Claus, die zat met een arrogante Sylvia Kristel inhet Pulitzer Hotel op hem te wachten. Vroeg vijfduizend gulden,voor een boekje.

En zo kwam hij dus ook bij Boudewijn Büch. Bij hem opperdeBauer het idee een boekje te schrijven over het thema van dedood. In 1982 verscheen bij Uitgever Guus Bauer Een kleine blondedood; dat zou beschouwd kunnen worden als een soort voorstudievoor Büchs latere bestseller, maar was nog een heel ander boek.

Büch had het met Bauer regelmatig over een ervaring die beidemannen deelden: de dood van een zoontje. Maar altijd wanneerBüch daarover sprak, bekroop Bauer het sterke gevoel dat hijfantaseerde. Hij schreef dat in 1983 ook in een brief aan FransPointl: dat Büch volgens hem nooit een zoontje had gehad, en dusook geen dood zoontje. Bauer wel.

Uitgever Guus Bauer was trouwens ook de muzikant Guus Bauer.En niet de geringste. Hij moet op een goede dag, ergens beginjaren tachtig, naar Birmingham, voor een grote wassalonbeurs.Repo voor De Wassalon.

Komt hij in de trein een punkmeisje tegen. Dat meisje heetLesley Woods, en ze is gitarist en zangeres van een New Wave-banduit Birmingham, The Au Pairs. Niet zomaar een bandje. Niemandminder dan Kurt Cobain verklaarde ooit dat het een LP van The AuPairs was geweest die hem muzikaal op koers zetten. De band tradop tijdens Pinkpop 1982 en in datzelfde jaar voor zestigduizendmensen in Berlijn. Op drums, die keer: Guus Bauer.

Niet dat zijn naam ook maar ergens wordt genoemd, als hetover The Au Pairs gaat. De drummer van de band heet overal PeteHammond. Maar terwijl hij begon als een soort roadie, nam hijlater steeds vaker optredens van Hammond over. Hun stijl vandrummen leek erg op elkaar, dus dat was geen probleem. Maar zijnnaam hoefde er nooit bij. Had maar problemen opgeleverd met dewerkvergunningen.

Hectische tijden. Want hij gaf ondertussen ook nog gewoonzijn boekjes uit, studeerde nog altijd rechten en deed hij ooknog dingen voor uitgeverij Hermes. Alles gebeurde altijdtussendoor en door elkaar heen, zegt Guus Bauer.

Bij Hermes kwam hij eind jaren zeventig een meisje tegen datsolliciteerde voor een baantje bij de Gids Grootconsument. Ze hadeen klein blond zoontje. En hij wist onmiddellijk dat ze de groteliefde van zijn leven was. Man, zoals ze op Dieuwertje Blok leek.Telkens als hij Dieuwertje ziet, nu nog, moet hij een brokwegslikken.

Dat zoontje, dat door hem was geëcht, is op een daggestorven. Wiegendood. 'Dave', heet het in De laatste salto.

Met Büch had hij het regelmatig over die tragedie en in 1983schreef hij de ervaringen met het dode kind op diens verzoek nogeens een keer uitgebreid op, in een aan Büch gerichte brief. Water precies was gebeurd, hoe de dood ook zijn relatie vernietigde,hoe de buitenwereld reageerde.

Met The Au Pairs was het afgelopen in 1983.

In 1985 verscheen Büchs De kleine blonde dood bijArbeiderspers. Hoewel in de titel alleen het lidwoord verschildevan de eerdere uitgave bij Bauer, was het een totaal ander boek.

Guus Bauer maakte dat allemaal niet meer mee. Hij wasinmiddels bezig met hele andere dingen. Hij was in deeffectenhandel terechtgekomen. Hij had besloten geld te gaanverdienen, écht goed geld. En omdat hij kon verkopen, verdiendehij ook echt geld. Hij begon in Amsterdam, maar werkte later ookop de vloer van Wall Street. Er waren weken dat hij 120duizendgulden in het handje verdiende..

Rare tijden waren het, in de tweede helft van de jarentachtig. Het beursbedrijf waarvoor hij in Amsterdam werkte, werdgeleid door een kleine Duitser met een enorme sexdrive, dieJürgen heette. Jürgen kocht elke dag een nieuw pak. En als ereen vlekje op zijn schoenen zat, kocht hij er ook gelijk een paardure nieuwe schoenen bij. Omdat hij zo van Portugese hoerenhield, liet Jürgen Portugese hoeren per helicopter overvliegennaar Amsterdam. Er waren avonden dat hij tienduizend guldenstuksloeg in YabYum.

Zo gek maakte Bauer het niet.

Op een nacht stond Jürgen voor barretje Hilton pasgekochteRolexen het water in te gooien. Samen met de erfgenaam van Flipjevan Tiel, die er in korte tijd tien miljoen doorheen joeg en toeneen uitkering aanvroeg. Ze deden wie het verste kon.

Zonde, vond Guus Bauer. Maar hij had zich dan ook ontwikkeldtot horlogefreak. Had voor zeker vier ton klokjes in de kastliggen. Heeft hij het later nog een tijdje op kunnen uitzingen.Nu draagt hij niet eens meer een horloge.

Zes, zeven jaar hield hij het vol. Boeken interesseerden hemniet meer. Hij was alleen maar met geld bezig, en verder nergensmee. Zijn vrouw had een dagtaak aan het naar de garage brengenvan de auto's. Want Guus had wel auto's, maar geen rijbewijs.Zijn gevoel: helemaal uitgeschakeld. Zijn bankrekening: loaded.

Tot het bedrijf waar hij werkte werd platgegooid wegensfraude en Guus Bauer eruit stapte. Ging hij met zijn vrouw enzijn platinum creditcard van American Express naar Schiphol, enbekeken ze daar waar ze heen zouden gaan. Naar LA? Naar LA. Autokopen in LA, naar Mexico en terug, auto verkopen. Zuid-Afrika?Zuid-Afrika. En dat meer dan een jaar lang. Mooie tijd gehad,maar kostte natuurlijk wel tónnen.

Hij keerde ook terug in de muziek, als artistrelations-manager en studiomuzikant, vooral in Jacob's Studios,in Surrey. UB40, Joe Jackson, Annie Lennox: hij kent ze allemaal.De organisatie van het boekenbal heeft hij trouwens nogaangeboden samen met Lennox te komen optreden. Niks meer opgehoord. Geloofden hem zeker niet.

In 1994 begon hij met een bedrijfje dat plastic kaartendrukte, Profitpartner. Gat in de markt, dacht Bauer, met dieopkomst van airmiles en aanverwante spaaracties. En dat was ookzo. Miljoenen van die kaarten drukte hij. Groeien, zwareinvesteringen, tot hij kapotgroeide. In 2000 ging de zaak op defles en belandde Guus Bauer in de WSNP.

Van miljonair naar krantenjongen. Hij werd vrijwilliger opde Scholengemeenschap Buitenveldert, waar een van zijn vriendenconrector was. Beetje klussen. Broodjes smeren in de pauze, vandie dingen. En een beetje tot rust komen, want hij was door allestress een blóednerveuze man geworden.

In 2000 kwam hij Büch nog een keer tegen, in deUtrechtsestraat. 'Hé Boudewijn, leef je nog?', riep Bauer. MaarBüch zei niks meer terug.

Pas in 2005 las hij voor het eerst De kleine blonde dood. Enzag hij dat Büch, bij gebrek aan eigen ervaring, ruim had geputuit de brief die hij hem in 1983 had gestuurd, en soms bijnaletterlijk delen daaruit had overgenomen. Nogmaals, hij kan erniet boos om worden. Een schrijver, vindt Bauer, mag de waarheidliegen. Hij mag zelfs iemand anders waarheid stelen en er zíjnwaarheid van maken.

Büch blijft voor hem een fenomeen en in De laatste saltoheeft hij alles rechtgezet en afgesloten.

De moeder van de echte kleine blonde dode kwam later om hetleven tijdens een schietpartij in het Mexicaans restaurant inAmsterdam waar ze werkte als serveerster, zegt Guus Bauer. De urnmet de as van het jochie, werd vorig jaar door het kleine zoontjevan de schoonmaakster ondersteboven geschoten met een bal. En zoverdween de kleine blonde dode tussen de kerosinedampen bovenBuitenveldert. Tenminste, zo stelt Guus Bauer zich dat voor.

Hij is een armlastig man. Hij moet hard werken om de drukkerte kunnen betalen voor weer een nieuwe uitgave van XX Uitgevers.In het najaar verschijnt bij uitgeverij Aspekt De LokkendeDiepte, zijn roman vol wonderlijke Tsjechische verhalen.

Guus Bauer is volkomen tevreden. Interessant leven gehad, totzover. Zo nu en dan doet hij een klusje voor een bevriendadvocatenkantoor. Hij weet veel van het zeerecht. Zijn vrouwkookt linzen, dat kan ze goed. Niet voor niks souschef geweestin een tweesterren-restaurant te Parijs.

Goedgemutst fietst hij door het leven, op zijn bakfiets met'XX Uitgevers' erop. Hij ziet wel, hoe het verder gaat. Het levenis wreed, maar ook gul.

Hij hoopt wel dat zijn laatste literaire ontdekking, deGroningse schrijver David de Poel, zal doorbreken. David,verdomme, die kan schrijven. Hij is de grootste schrijver vanNederland (2.12 meter). Als David doorbreekt, is Guus Bauer échtklaar. Voorlopig.

'Wist je', zegt Guus Bauer, 'dat ik ook wielrenner bengeweest?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden