Gelijkenis toont verscheidenheid

Het zijn ware schatkamers die nu weer in Naarden worden ontsloten. Het FotoFestival gooit de vesting open en lonkt met Amerikaanse kitsch, gruwelijke strijdtaferelen en de vreeswekkende uitstraling van een roofdier....

WANNEER JE op het FotoFestival Naarden van de ene expositie naar de ander loopt, langs verdedigingswallen met bloeiend fluitekruid, bereklauwen en zoetgeurende meidoorns, zou je zomaar vergeten dat Naarden-Vesting zijn lieflijke glooiingen te danken heeft aan oorlogsdreiging. De met brede wateren omgeven, uit munitiedepots en kazematten opgebouwde vesting werd midden vorige eeuw aangelegd, maar heeft nooit de functie gehad waarvoor zij is ontworpen. Modern wapentuig en nieuwe gevechtsstrategieën maakten van het fort in een mum van tijd een anachronisme.

Nu biedt de vesting voor de zesde keer onderdak aan de grootste en belangrijkste fotobiënnale van Nederland. De geharnaste bouwwerken beschermen duizenden foto's tegen weer en wind. Echt noodzakelijk zijn ze niet, de metersdikke muren en de gepantserde deuren. Op het fotofestival krijgen ze een nieuwe functie. Ze geven de festivalganger de indruk dat ze zich in de vesting schatkamers bevinden. En dat is ook zo.

De organisatie van Naarden slaagt er niet alleen steeds beter in de wrang-poëtische omgeving naar haar hand te zetten, bijvoorbeeld met de reusachtige panorama's van de Chinees Zhuang Hui, die de buitenkant van de wallen sieren. Ook weet de organisatie de foto's die zij wereldwijd verzamelt steeds mooier te laten rijmen met de vesting.

Over-macht heet de hoofdexpositie in de Grote Kerk, en die titel zou zowel op de foto's als op het fort kunnen slaan dat zijn functie verloor door de loop van de geschiedenis. De tweeledige betekenis die in de titel besloten ligt, is door de samenstellers ten volle uitgebuit en blijkt zelfs van toepassing voor exposities elders in de vesting, die eigenlijk een heel ander uitgangspunt hebben dan macht, onmacht en overmacht te onderzoeken. De historische beelden van Lewis Hine, en zelfs de natuurfoto's van Frans Lanting en Peter Beard voegen zich probleemloos in het inspirerende hoofdthema.

In de Grote Kerk wisselen danteske en vrolijke beelden elkaar af. Afschuwwekkend is de reportage De val van Suharto die de Amerikaanse Yunghi Kim maakte in Indonesië. Moed, of overmoed, kan de fotografe niet ontzegd worden; zij begaf zich in de voorste linies tussen de vechtende mensen. De messen blinken in de zon, het bloed vloeit, en je ruikt het geschroeide mensenvlees. Kim laat in zo'n twintig zwart-witfoto's de ontluisterende machtsstrijd in Indonesië zien.

Juist op een festival als dit merk je hoe belangrijk het is dat fotojournalisten het geweld in hun werk doseren, wil dat zijn informatieve waarde behouden. Zoals je wilt wegrennen van de Indonesische gruwelen naar een vrolijker onderwerp, zo bladert de krantenlezer van het bloedige tafereel op de voorpagina snel door naar de sportpagina.

De fotoreportage die Stephan Vanfleeteren van vluchtende Kosovaren maakte (deels in de Volkskrant gepubliceerd), is beter te verdragen. Gruwelen en ontberingen laten zich ook samenvatten in de blik van drie oude vrouwen achterin een vrachtwagen. Kim en Vanfleeteren bieden zicht op de uitwassen waartoe machtstrijd kan leiden. Hun foto's gaan de eenduidige fotojournalistiek niet te boven, ze hebben die pretentie ook niet. Ze vormen een minderheid in de Grote Kerk. De meeste exposanten hebben gekozen voor een gestileerdere vorm, die de bezoeker gelegenheid biedt zelf zijn gedachten te vormen en de beelden te interpreteren.

Op drie deelexposities (op een totaal van dertien) speelt voedsel - eerste levensbehoefte en machtsinstrument bij uitstek - een rol. Martin Parr zwierf door de gokstad Las Vegas, waar hij de perfecte illusie vastlegde; casino's in de vorm van Egyptische paleizen en fastfood-restaurants in de gedaante van een weelderig Romeins Piazza, compleet met een kopie van de Trevi-fonteinen. Het is adembenemende kitsch. Alleen al door de manier waarop hij het voedsel fotografeert dat in de restaurants wordt geserveerd, laat hij merken wat hij van deze schijnwereld vindt; gifroze desserts delen het bord met glibberige worstjes en knalgele salades.

JAN BOGAERTS maakte voor Naarden het drieluik Over-eten. Hij liet zich leiden door klassieke opvattingen over de functie van het drieluik. Op het voorpaneel, in lichte, rustige kleuren, is een vogeltje te zien dat brood krijgt gevoerd. Klap je het paneel open, vind je in het hart van het drieluik een magistraal tafereel van uitrustende Napoleontische soldaten bij Waterloo. Het blijken figuranten op een theatrale reprise van de Slag bij Waterloo.

In het centrum van de foto ligt een hoop papieren tassen van McDonald's. De panelen links en rechts van dit absurde schouwspel geven commentaar op de hedendaags eetcultuur in al haar gedaanten. Bewoners van verzorgingstehuizen wordt de maaltijd letterlijk in de mond gepropt, zwervers kauwen op een homp brood, jongeren likken aan een ijsje of werken een zak patat naar binnen. Zie de verwording, lijkt Bogaerts te willen zeggen, en besef hoe fastfoodketens de menukaart van de westerse mens dicteren.

Zoals multinationals onze eetgewoonten sterk beïnvloeden, zo monopoliseren de massamedia het beeld, en geven het wereldwijd dezelfde aanblik.

Het festival had de geweldige ingeving fotografen over de hele wereld te vragen een foto te maken van televisiekijkers tijdens de WK-finale voetbal tussen Frankrijk en Brazilië in 1998. Het resultaat, 25 foto's onder de noemer 2 x 3 kwartier, is het hoogtepunt van het festival.

Een kruidenier staart voor zijn uitstalling in een steeg van Caïro naar de buis. Een modern echtpaar in Turkije, vrouwen in Iran, een Chinees gezin, euforische Franse jongeren, een eenzame bewaker in een Japanse gevangenis, een schoenverkoper in een uitgestorven winkel, sportredacteuren bij een Spaanse krant - allemaal gekluisterd aan de televisie.

Hier bewijst de fotografie zich als hét middel dat een gebeurtenis die de hele wereld in haar greep houdt op een doeltreffende manier kan registreren. Ze laat zien wat de macht van voetbal is en van de massamedia. En en passant wordt ons een blik gegund op de meest uiteenlopende leefwijzen, van de chicste villayuppen in het Westen tot de armste sloebers in Afrika, die zich voor twee keer drie kwartier hebben verenigd in hun fascinatie voor een bal.

Wat voor de deelnemers aan het WK-project geldt, is ook van toepassing op veel andere fotografen die in Naarden worden gepresenteerd: ze zijn nogal bescheiden. De WK-fotografen leverden elk slechts één bouwsteen voor een installatie die haar kracht ontleend aan haar veelomvattenheid en diversiteit. En ook de andere exposanten kenmerken zich door een zekere inschikkelijkheid. Hemelbestormers, predikers, en vaandeldragers tref je in Naarden nauwelijks aan.

Het vette politieke engagement van de jaren zeventig heeft plaatsgemaakt voor een veel zakelijker, afstandelijker en soms haast neutraal soort fotografie. Groot lijkt de behoefte af te rekenen met clichés en met zekerheden - in het zaaien van twijfel schuilt hun idealisme. Als de fotograaf zich al kwaad maakt, weet hij dat goed te verbergen.

Dat die ingetogenheid goed kan uitpakken, blijkt uit De Verbeelding van Schiphol van Reinier Gerritsen en Luuk Kramer. Het tweetal probeert de discussie over de uitbreiding van de luchthaven in beelden weer te geven, en daarbij de puur ambtelijke en politieke standpunten te ontstijgen. En zo krijgt de spotter langs de startbaan hetzelfde respect als de door lawaai geteisterde omwonende, deelt minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat dezelfde wand met een asielzoekster, en milieubeschermer Duijvendak met Schipholdirecteur Cerfontaine. Kramer en Gerritsen leveren geen commentaar, ze nuanceren.

Ook de Chinees Zeng Niang weet op bewonderenswaardige wijze de valkuilen van het nadrukkelijke engagement te ontlopen. Zijn project Wijken voor water gaat over de bouw van een enorme stuwdam in China. Complete steden, anderhalf miljoen mensen, moeten wijken voor het meer dat achter de dam zal ontstaan. Met panoramische vergezichten en beelden van spelende kinderen bij de rivier toont Zeng dan wel niet het paradijs, maar wel de verbondheid van een volk met zijn geboortegrond, letterlijk voor de zondvloed.

Of een fotograaf nu Nederlandse bokskampioenen laat zien met een geelgouden glans op hun torso (Clemens Rikken), of kleutermeisjes die, opgedoft door hun moeders, meedingen naar de titel van Little Miss America (Bastienne Schmidt), nergens blijkt dat zij werkelijk van hun onderwerpen houden. Ja, ze zijn gefascineerd en onderkennen iets van schoonheid. Maar hun betrokkenheid geven ze in hun werk slechts mondjesmaat prijs. Met succes wordt zo het melodrama gemeden, een lichte kilheid komt ervoor in de plaats.

Wie in Naarden onversneden hartstocht wil zien, dient onverwijld naar De Gele Loods te gaan, waar onder de noemer The Beauty of the Beast het fenomeen dierenfotografie wordt belicht. Daar vind je mededogen, van de fotograaf Amke voor bejaarde zeehonden, paarden, katten en honden (bijschrift: 'Boefje, 25 jaar, '). Er is diep ontzag, van grootmeester Frans Lanting voor de roofdieren die hij bij hun nachtelijke omzwervingen betrapt.

EN ER IS de pure angst voor het kolossale, die Peter Beard bezweert door zijn foto's te versieren met humoristische collages en schilderingen in de marge, waarbij aarde en dierenbloed grondstof zijn. Zo beteugelt Beard zijn schrik voor de reusachtige, agressieve Nijlkrokodil door tussen de kaken van het monster het beeld van een man te monteren die onverstoorbaar in een aantekenboekje schrijft. Titel: I'll write whenever I can.

Wie werk wil zien dat zich onvoorwaardelijk solidair verklaart met de verdrukten, moet ver terug in de geschiedenis. In het Vestingmuseum bijvoorbeeld, waar een schitterende collectie van de Amerikaan Lewis Hine (1874-1940) is te zien.

Hine fotografeerde begin deze eeuw de straatarme immigranten die aankwamen op Ellis Island bij New York en de kinderen die door armoede gedwongen in fabrieken werkten, of in slaap vielen, hun hoofd rustend op de stapel kranten die ze moesten bezorgen. Hij hoopte dat zijn foto's tot maatschappelijke veranderingen zouden leiden, en dat kinderarbeid werd verboden.

Misschien hebben Hines inspanningen zijn tijdgenoten een beetje geholpen. Maar als je de foto's ziet van de honderden berooide immigranten uit de Balkan en Italië, dringen zich vooral de overeenkomsten op met de actualiteit. De vrouwen met hoofddoekjes en een bundeltje kleren op de rug, in eindeloze rijen dagenlang wachtend tot ze hun immigratiepapieren zouden krijgen. De uitgeputte kinderen aan hun zijde, hun vaders met bezorgde gezichten, bang voor een onzekere toekomst, grootouders die de kluts volledig kwijt lijken.

Meng wat foto's uit Kosovo met die van Hine en niemand kan zeggen welke bijna honderd jaar oud is en welke van gisteren.

En je realiseert je: tegen de grote menselijke tragedies is geen camera opgewassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden