Geldpers

Afdruipen met de eigen zak goed gevuld

Het is een wonder, maar ze verschijnen nog elke dag: Het Parool, Trouw, het Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, nrc next en de Volkskrant. Niet dat ze de rampjaren 2008 en 2009, waarin de advertentiemarkt volledig inzakte, ongeschonden zijn doorgekomen. Maar de kranten van De Persgroep Nederland, voorheen PCM Uitgevers, zijn springlevend. Ze renderen zelfs nog (NRC en de Volkskrant wat beter dan de andere).


Doodverklaard worden de kranten al zo'n jaar of vijftien. De pessimisten wijzen vooral op externe factoren: de opmars van het internet, de ontlezing van de jongere generaties, de gratis kranten. Minder aandacht was er voor de kwaliteit van de uitgevers. Terwijl juist daarvoor in Nederland alle aanleiding is. De grote uitgevers gingen nogal achteloos, liefdeloos zelfs, met hun kranten om. Die moesten vooral winst maken, twintig procent als het even kon. Met die miljoenen gingen de uitgevers vervolgens ondernemertje spelen, met rampzalige gevolgen.


PCM kon vorig jaar op het nippertje een faillissement afwenden door de verkoop van de educatieve uitgeverij Thieme-Meulenhoff, en door een kapitaalinjectie van 130 miljoen euro van een nieuwe (mede-)eigenaar, de Belgische Persgroep van Christian Van Thillo. Ten koste van een paar honderd arbeidsplaatsen en een drukkerij worden de schulden in hoog tempo gesaneerd. Als de boekendivisie en de NRC zometeen verkocht zijn, kunnen de - inmiddels sterk vermagerde - smaakmakers van het Nederlandse dagbladwezen met een schone lei beginnen. We zijn dan ongeveer terug in 1994. Dat was het laatste jaar van onbekommerd kranten uitgeven, het jaar waarin de Perscombinatie en de Dagbladunie zonder schulden, zonder veel inspanning en zonder kapsones vijf kwaliteitskranten in de lucht hielden.


De geldpers, het magnum opus van oud-Volkskrant-redacteur Joost Ramaer over de opkomst en ondergang van het belangrijkste krantenbedrijf van Nederland, begint en eindigt met het vernietigende rapport dat de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof vorig jaar over PCM uitbracht. Je ziet ze zitten, de volledig uit het veld geslagen bestuurders en aandeelhouders. Thuis in Oud-Zuid bij secretaris Caspar Broeksma van grootaandeelhouder Stichting Democratie en Media. Of met hun advocaat op kantoor bij directeur Bert Groenewegen in de glazen schoenendoos van de PCM-kranten in Amsterdam-Oost.


Aftreden en afdruipen, dat was het enige dat erop zat. Met pek en veren overladen, maar in het geval van de bestuurders ook met uitpuilende zakken vol ontslagvergoedingen en prepensioenen. De onderzoekers van de Ondernemingskamer stelden vast dat zij PCM vanaf 2004 volkomen onnodig hadden opgezadeld met torenhoge schulden (totaal zo'n 300 miljoen euro) door in zee te gaan met de Britse sprinkhaan Apax (die zich in 2007 met een winst van ruim honderd miljoen graag liet uitkopen).


Ramaer reconstrueert het drama van dag tot dag, in geuren en kleuren, aan de hand van gesprekken met 130 betrokkenen. Het levert een bedrijfsgeschiedenis op die de lezer regelmatig naar adem laat happen. De scherpzinnigheid en de bloemrijke stijl van Ramaer, ontwikkeld bij het zakenblad Quote en geperfectioneerd op de economie- en de kunstredactie van de Volkskrant, maken De geldpers tot een echte pageturner.


Maar daar blijft het niet bij. Want aan de reconstructie van het Apax-avontuur gaat een monografie van tweehonderd pagina's vooraf. Daarin presenteert Ramaer niet alleen de onzalige voorgeschiedenis van PCM - met als climax de tot mislukken gedoemde fusie tussen de Perscombinatie en de Dagbladunie in 1995. Maar, tussen neus en lippen door, levert Ramaer er gratis een tour d'horizon van het Nederlandse én Belgische krantenlandschap van de afgelopen twintig jaar bij. Niet zonder wellust velt de auteur daarbij zijn oordeel over de lange stoet van nitwits, non-valeurs, intriganten en halftalenten, met hier en daar een witte raaf en een onheilsprofe

et, die in zijn boek voorbij trekt. Dat gaat zo (pagina 153):


'De directeuren van PCM waren toch een beetje de might-have-beens van het bedrijfsleven, de mannen die niet echt uit vrije wil genoegen namen met alleen een salaris van drie tot vijf ton per jaar, zonder uitzicht op bonus, opties of aandelen. De vrije toegang tot prominenten uit de wetenschap, letteren en kunst en cultuur vormde maar een zeer gedeeltelijke compensatie - zeker nu het al zo lang geleden was dat Loe de Jong, Simon Carmiggelt en Karel van het Reve zitting hadden in bestuur of curatorium van de Stichting Het Parool. Zo'n Alexander Rinnooy Kan, commissaris van PCM, kwam je in feite overal tegen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden