Gekluisterd aan anekdotes uit een schrijversleven

Vanuit de zitzak was het op het Geen Daden Maar Woorden Festival fijn luisteren naar Jan Mulder, of Bart Chabot over diens chocolade afgietsel van een erectie....

ROTTERDAM Lekker op de bank hangen. Daartoe nodigde de Rotterdamse Schouwburg dit weekeinde uit. Overal stonden tweezitters en zitzakken, onder het warme schijnsel van linnen kaplampen. Schots en scheef getimmerd sloophout domineerde het decor: lekker simpel, snel klaar, geen poeha, geen haast. Het tweedaagse festival Geen Daden Maar Woorden deed in sfeer en vormgeving zijn naam eer aan: gemoedelijk onderging een groot en divers publiek – van grijsaards tot jonge stelletjes – de optredens (muziek, literatuur, film en dans).

De twaalfde editie van dit festival in twee steden – naast de herfstversie in Rotterdam bestaat een voorjaarsversie in Den Bosch – was met 1.400 bezoekers de drukst bezochte ooit, mede dankzij grotere namen als Marcel Möring, Cees Nooteboom en Tom Lanoye.

Jan Mulder, Bart Chabot en Remco Campert beten het spits af met een premièrefragment uit hun nieuwste voorstelling Tot Zoens. In 1989 gingen ze gedrieën voor het eerst de theaters in. In 1995 stopten ze, maar veertien jaar later vinden de heren elkaar terug rondom twee hagelwitte fauteuils, in een regie van Freek de Jonge.

De hereniging voltrok zich vrijdag met vertraging: Campert was bij aanvang onvindbaar. De grap werd door Mulder en Chabot aardig uitgespeeld maar ontsteeg niet het openingscliché. De mannen in pak pakten daarna als vanouds hun rollen op. De nihilist Mulder met een gevatte weergave van muzikaal jeugdleed. Chabot met een beeldende en pompende vertolking van de benodigde keukengymnastiek om een chocolade afgietsel van zijn erectie te maken. En Campert bracht zonder poespas de zaal op stoom met verhalen die beginnen als anekdotes uit een schrijversleven om met virtuoze lichtvoetigheid naar een hyperbolisch einde te schieten.

Chabot en Mulder herdachten tot slot hun vriend Martin Bril met een grappige column over de staart van de hond als antenne voor echtelijke ruzies.

Het publiek ontving daarna de rauw literaire fanfaremuziek van de twintig jaar oude Zaanse punkkapel De Kift als nieuwe ontdekking. Ter aanvulling op het sloophout werd een doos lege blikken het podium rond getrommeld. Nieuw en jong was wel het vrolijke optreden van Jaap Robben. In fris rijm spoorde hij zijn boze zusje aan voor altijd weg te lopen: ‘Papa en mama willen je toch verkopen.’ Gelukkig voor zijn zus betrof het ook hier woorden, geen daden.

Van de tweezitter naar de achterbank: een taxirit in gezelschap van het oude, krakerige Rotterdamse dichtersfenomeen Frans Vogel bleef steken in een gedicht over Het Weena bij Het Weena, over de Nieuwe Delftse Poort bij de Nieuwe Delftse Poort. De verkeerslichten zaten tegen maar er kwam wel – heus waar – een beer als pizzakoerier voorbij.

De Amerikaan Peter Broderick vleide zijn fluweelzachte stem tegen een uitdragerij aan knap bespeelde instrumenten (viool, gitaar, banjo, keyboard, computerdrum) waaruit hij een sprookjeswoud tevoorschijn toverde van Scandinavische fjordenmagie. Schrijfster Esther Gerritsen bracht iedereen weer terug op aarde. Zij besprak haar grootste angst: te worden uitgelachen. Het medicijn schuilt in haar nieuwe roman, die dit voorjaar verschijnt. De hoofdpersoon komt van de bank af om een superduif te worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden