Gehijg, gebrom, gehuil, gelach, gejank en een gil

Bob Ostertag's Say No More. Theater Kikker, Utrecht. 9 januari...

MUZIEK

Voor het optreden in het Utrechtse Theater Kikker was het Amerikaanse kwartet Say No More niet over één nacht ijs gegaan. Eerst waren er drie opgenomen solo-improvisaties. Lange dagen in de studio gingen eroverheen, maar sampler-speler Bob Ostertag stelde uit die opnames trio-stukken samen - ze verschenen op cd.

Daarna schreef Ostertag die stukken zo nauwkeurig mogelijk uit en bracht de partijen terug naar de improvisatoren Gerry Hemingway (drums), Mark Dresser (bas) en Phil Minton (stem). Ze studeerden zich suf en voerden de stukken live uit - ook daarvan verscheen een cd.

Vervolgens nam Ostertag die opname mee naar huis en begon opnieuw te knippen, te plakken en te bewerken. Het grote aantal digitaal vastgelegde brokjes muziek dat daarvan het resultaat was, stopte hij in een sampler. Om ze makkelijk op een podium tot klinken te kunnen brengen, sloot hij die elektronische knutseldoos aan op een synthesizer.

Vrijdag ging Ostertag als het virtuele trio Hemingway-Dresser-Minton in een nog niet half gevuld zaaltje een debat aan met het in levenden lijve aanwezige trio Hemingway-Dresser-Minton - later zal een cd van het concert worden uitgebracht.

Dit uitspelen van een reëel bestaand ensemble tegen zijn digitale kloon getuigt van een scherpzinnig gebruik van de huidige muziektechnologische mogelijkheden. De vraag is alleen of het gevolgde stappenplan niet een omweg is geweest.

Het klinkend resultaat vertoonde geen spoor van de recycling die het compositieproces kenmerkt. Dat stond een reeks fascinerende momenten echter niet in de weg.

Phil Minton voorzag aan het begin van de eerste set zijn eigen stemsamples van repliek in een, sinds het stuk Sequenza III van Berio, bekend vocaal idioom van gehijg, gebrom, gehuil, gejank, gerochel, gelach en de weerzinwekkende gil van een op zijn staart getrapte kat. Met fabelachtig glooiende timbre-overgangen hield hij de luisteraar bij de les.

Een prestatie, aangezien de cliché's in dit werk voor het oprapen liggen. Met een piepende drumkruk en op halve kracht gestreken, glazige tonen vulden Dresser en Hemingway de rol van begeleider subtiel in. Solistisch traden zij nauwelijks naar voren.

De toegevoegde waarde van Ostertag, die eerder met John Zorn, Fred Frith en het Kronos Quartet werkte, was lang onduidelijk. Het spelletje 'Ra ra, waar komt dit contrabasgeluid vandaan? Van Mark Dresser of Bob Sampler?' verveelde namelijk snel. Pas toen Ostertag uitdagend als 'trio' op de voorgrond trad, waren de vier leden van de groep gelijkwaardig en joegen ze elkaar op.

Maar dat vervreemdend samenspel van twee trio's kwam weinig aan bod, omdat Say No More zijn toevlucht zocht in - zeker niet minder wonderlijk - ingehouden duo's als die van de menselijke stem en gesampled kinderspeelgoed.

Alex Burghoorn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden