GEHEIMEN VAN EEN ONSCHULDIGE TIJD

Frankrijk heeft een reputatie als het gaat om het publiceren van scabreuze boeken. De bibliotheek François Mitterrand heeft nu De Hel geopend, een uithoek van de collectie waar veel werd bewaard wat verborgen diende te blijven....

Verboden voor onder de zestien jaar, staat bij de ingang van de tentoonstelling. Alsof het verbod al te letterlijk wordt genomen, ligt de gemiddelde leeftijd van de bezoekers ver boven de zestig. Opmerkelijk veel oudere echtparen scholen samen in het roze licht. Aandachtig kijken ze naar afbeeldingen van jonge meisjes die door een woud van penissen lopen, op de tast zoekend naar de uitgang. Ze stoten elkaar aan bij de vertoning van een knisperende zwartwit rolprent uit de begintijd van de gefilmde pornografie. Ze steken hun hoofd in een roze schelp om zich passages uit Thérèse philosophe te laten voorlezen.

De keurige nationale bibliotheek François Mitterrand, vier hoge torens met een houten platform ertussen langs de linkeroever van de Seine, opent de poorten van de hel. In de hel dragen de meisjes niets onder hun rokken, er vliegen piemels rond zo groot als zeppelins en de pastoor is er de grootste schuinsmarcheerder van allemaal.

‘Want zo zijn de mensen. Wil je zorgen dat ze ergens zin in krijgen, verbiedt het hen dan.’ De schrijver Nicolas Lenglet Dufresnoy was daar in 1734 al achter. Zijn wijsheid gaat nog steeds op. De expositie L’Enfer de la Bibliothèque/Eros au secret trekt per dag soms meer dan achthonderd bezoekers, voor de bibliotheek een ongekend aantal.

Die dubbele titel verwijst naar de twee tentoonstellingen die hier door elkaar slingeren. De een verwijst naar de geschiedenis van De Hel, een uithoek van de bibliotheek waar de boeken werden bewaard die werden geacht in strijd te zijn met de goede smaak. Die geschiedenis wordt in een aantal tableaus verteld. Daaromheen is te zien wat zoal in De Hel verborgen werd gehouden aan teksten, prenten, foto’s en objecten.

Waarschijnlijk is er geen land in Europa dat kan tippen aan Frankrijks traditie op het gebied van het publiceren van scabreuze boeken. De Markies de Sade was de vlaggendrager van een legioen van vuilbekkers, scheveschaatsrijders en achterdeurbezoekers, die hun fantasieën in geschrifte de vrije teugel gaven, en passant de eierstokken van koningin Marie-Antoinette of de testikels van kardinaal Mazarin op de korrel nemend.

Ook al werden die boeken – marrons, kastanjes geheten - illegaal gedrukt op valse adressen, ook al hulden de auteurs zich in nevelen, ook al werden ze op straat verkocht, of in de tuinen van Versailles of het Palais-Royal, toch was hun uiteindelijke bestemming vaak de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. De aanduiding L’Enfer – De Hel, duikt in 1844 voor het eerst op, als onderafdeling van het kabinet voor zeldzame boeken van de bibliotheek. Een paar jaar later wordt er een afdeling voor prenten aan toegevoegd.

Ruim tachtig jaar was die collectie het ongesorteerde object van hersenspinsels. De dichter Guillaume Apollinaire maakte daar in 1913 een einde aan toen hij, samen met Fernand Fleuret en Louis Perceau, de eerste catalogus van de hel van de bibliotheek publiceerde, simpelweg L’Enfer geheten.

Dat was in de tijd dat de hel nog verboden gebied was. ‘Sesam open de hel. Open die isoleerkamer voor boeken, open die afdeling met de zo pompeuze naam’, verzuchtte de advocaat Jean Paillet al in 1894. Het gebeurde niet. Alleen met zeer speciale toestemming, aan te vragen bij de directeur van de bibliotheek onder vermelding van leeftijd, beroep, adres en reden van belangstelling konden boeken uit de Hel worden geraadpleegd.

Vanaf het midden van de jaren zestig in de vorige eeuw is er geen houden meer aan. De zeden worden losser, het aantal publicaties dat in aanmerking zou horen te komen voor een plaatsje in de hel wordt te groot. In 1969 sluit de hel zijn poorten. Of eigenlijk: de poorten gaan open, vanaf dat moment zijn de boeken voor iedereen toegankelijk, zonder speciale toestemming vooraf. Dat de bibliotheek sinds 1983 toch weer een afdeling heeft die de geuzennaam De Hel draagt, heeft vooral een esthetische reden. Op deze manier kan de collectie in stand blijven.

Sindsdien zijn er nog negentig boeken aan de collectie toegevoegd. Vaak zijn dat kunstenaarspublicaties, die een oplage van enkele tientallen exemplaren kennen en waarbij werkelijk niemand ook maar een verbod zou overwegen.

Alles wat ooit clandestien was en onder de toonbank moest worden verkocht, gebeurt nu in de volle openbaarheid en is – vooral door toedoen van televisie en internet - voor iedereen toegankelijk. In die zin levert de tentoonstelling een ontroerend overzicht in de geheimen van een onschuldige tijd.

Want o, wat wrong de hitsige burgerij zich in bochten om aan de aandrang toe te geven en tegelijk een schijn van fatsoen op te houden. Prenten van de liefde bedrijvende paren werden onschadelijk gemaakt door hen de naam en entourage van goden of figuren uit de oudheid te geven. Dat ze Jupiter en Juno, Antonius en Cleopatra, de sater en zijn vrouw of Aeneas en Dido heten, maakt voor het effect niet uit. Die prenten waren niet zelden ook nog in twee versies leverbaar: met of zonder toevallig langsdwarrelend vijgenblaadje of kunstig gedrapeerd beddengoed op strategische plaatsen.

Ook de antropologie leverde een bruikbaar alibi. Reeksen prenten werden gewijd aan de voortplantingstechnieken van verre volkeren en figuren zoals de Inca’s, de keizer van China, de Hottentotten en de Indiërs. Die blijken overigens in niets van de onze af te wijken.

Pronkstuk van de expositie is een collectie afbeeldingen die pièces anglaises worden genoemd. De taferelen zijn zo op het oog onschuldig: een man te paard rijdt langs een hooiberg, een schuit passeert een boerderij. Wordt de prent van achter verlicht, dan blijkt in de hooiberg of onder het dekzeil van de schuit van alles aan de hand te zijn.

De meeste erotische afbeeldingen die in L’Enfer werden bewaard leggen het af tegen de alomtegenwoordige seksualiteit waar wij aan gewend zijn. Hun zeggingskracht behoort bij een wereld waarin het beeld een zeldzaam luxeproduct was.

Maar soms lijkt het ook alsof er door de eeuwen heen niets is veranderd. Op een van de wanden zijn pagina’s uit Le calendrier du plaisir te lezen, een almanak voor de rosse buurt in Parijs, die in 1791 in de omgeving van het Palais-Royal was. Alle dames die hun gunsten voor geld aanbieden worden daarin tot in hun kleinste hebbelijkheden beschreven. Zo vraagt Gavaud de oudere tien Louis per sessie, wat veel is, vindt de almanakschrijver: maar, ze geeft krediet. Rosalie is een petite coquine très interessante; ook haar prijs is tien Louis, maar er kan onderhandeld worden. Van andere madammen wordt gezegd dat ze onhandig zijn, soms slechtgehumeurd, grote handen hebben of dat zelfs één Louis nog te veel betaald zou zijn. In z’n explicietheid wijkt dat weinig af van de seksadvertenties die in de nachtelijke uurtjes op de Nederlandse tv worden uitgezonden.

De tijdloosheid schuilt in de vele schrijvers die aan L’Enfer bijdroegen. Van de Thérèse Philosophe en Pierre-François Godard de Beauchamps loopt er een grote traditie van geestverwante libertijnen dwars door de Franse literatuur, via Diderot, Sade en Choderlos de Laclos, tot Jean Genet, Pierre Louÿs, Pauline Réage en Georges Bataille, die zelf bibliothecaris is geweest en als Lord Auch, Pierre Angélique, Angele de Foligno en Louis Trente heel wat anonieme bijdragen aan de hel leverde.

Zo vormt L’Enfer een mooi pleidooi voor het ongebreidelde Franse denken. Of zoals Carla Bruni, het nieuwe liefje van president Sarkozy, het eens uitdrukte: ‘Ik hou van de wulpsheid, want dat lijkt me een uitdrukking van een zelfverzekerde samenleving.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden