Boekrecensie Ivo Weyel

Geestige, nostalgische familiekronieken van de familie Kahn geven zalig inkijkje in verdwenen wereld (drie sterren)

Non-fictie

Ivo Weyel: Het verleden ruist voorbij

Atlas Contact; 192 pagina’s; € 22,99.

Wie Ivo Weyel een beetje kent, weet dat-ie een dekselse snob is, die dankzij zijn intellectuele bagage precies zal kunnen uitleggen wat de herkomst is van dat woord. Zo-een die als hij wordt uitgenodigd voor een persreis per Easyjet even vilein als kurkdroog zal vragen: ‘Easyjet, wat is dat?’ Weyel (1955) is een man in een tenger kwajongenslijf met een grote heimwee naar vroeger, toen reizen per vliegtuig nog bijzonder was. Iets wat je in een mantelpak deed, met een bijkleurende beautycase – niet in een joggingbroek.

Dat gevoel voor decorum en Sehnsucht is Ivo met de paplepel ingegoten. Als achterkleinzoon van Silvain Kahn, een van de twee oprichters van modepaleis Hirsch & Cie aan het Amsterdamse Leidseplein, loopt het gevoel anders – en wellicht beter – te zijn dan anderen als een rode draad door zijn familiegeschiedenis. Hirsch was immers een eclatant succes dat de oprichters en hun bloedverwanten goud geld, status en koninklijke klandizie opleverde. En een licht vertekend wereldbeeld, waardoor Ivo’s grootmama zonder enige ironie kon beweren: ‘Schatz, vroeger had iederéén een chauffeur!’

Voor Het Parool schreef Ivo Weyel korte columns over zijn in alle opzichten rijke familie, die de basis vormden voor het boek Het verleden ruist voorbij, over het vooroorlogse leven van de Kahns – het naoorlogse leven zag er voor de Joodse familie oneindig veel schraler uit. Wie een vuistdikke familieroman verwacht, een mengvorm van, zeg, Lewinsky’s Het lot van de familie Meijer en Newby’s Something Wholesale komt met dit boek helaas niet helemaal aan zijn trekken. Het is krek wat het achterplat zegt: zestig korte familiekronieken. Allemaal even geestig en beeldend geschreven, doordesemd van nostalgie en voorzien van verrukkelijke familiefoto’s. Zalige inkijkjes in een verdwenen wereld. Amuses zijn het, die de honger naar meer aanwakkeren. Want we mogen lezen wat zich in de huiskamers van de Kahns afspeelt, wat er te bekijken was vanaf de balkons, maar niet hoe het er in het hart van de zaak aan toe ging. Helemaal aan het begin mag de lezer even kiekeboe spelen tijdens een modeshow, als een krant uit 1912 wordt geciteerd over de ‘…elegante wezentjes van zuiver Parijschen import die loopen zoals geen Hollandsche vrouw gaat; het is een nieuwe vrouwelijke stijl, half sleepend, half zwikkend.’ Maar hoe was de zaak ingericht? Was er daar ook sprake van upstairs en downstairs? Wie waren de Mrs Slocombe en Mr Humphries van oud Amsterdam?

Hoe heerlijk zou het zijn als alle figuren – van tante Dorien die nooit lachte tot de keukenmeisjesvrijers met syfilis – in één aaneengebreid verhaal zouden figureren, waarin de oprichters Kahn en Berg de leidende bijrollen hadden, en de grande dame Hirsch de hoofdrol? Al dan niet met wat creatieve verdichtselen of verzonnen dialogen? Dat Weyel er de pen en de ausdauer voor heeft, bewees hij vorig jaar al met Oorlogszoon. Bij deze dus het vriendelijke verzoek om nog eens, maar dieper, het Hirsch-verleden in te duiken. De eerste lezer zit er hier al met smart op te wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.