Geerten Meijsing

Geerten Meijsing over zus Doeschka: Haar dood was voor mij een ramp. Mijn familie hield op te bestaan

Geerten Meijsing Beeld Foto: Jelle Vermeersch

Geerten Meijsing ontvangt op Sicilië voor zijn laatste interview, na een moeizaam jaar waarin hij slechts voetnoten kon leveren bij de correspondentie met zijn bewonderde zus Doeschka. 'Het enige dat mij nog doet leven, is de drang om een paar dingen af te maken. Vijf boeken moeten er nog komen.'

Zo helder en zonnig is het werkelijk zelden op een decembermorgen. Maar dit is het schiereilandje Ortigia, het door water omgeven historische centrum van de havenstad Syracuse op Sicilië, waar 20 graden niet ongewoon is. Ooit een Griekse kolonie, het New York van de oudheid. Thans de rand van de westerse beschaving, waar alles bijdraagt aan een filmisch decor.

Ook de scène na het aanschellen naast het naamplaatje dat 'Geerten Jan Maria Meijsing' vermeldt, de schrijver die sinds een jaar of vijftien hier zijn werkplek heeft, lijkt geregisseerd. Een mannenstem geeft vanaf de eerste verdieping huishoudelijke instructies in het Italiaans. Langzaam daalt iemand een krakende trap af, de deur naar de straat zwaait open, en daar verschijnt Geerten Meijsing (67); zwarte borsalino op het hoofd, donker kostuum, beige gilet, zwarte wandelstok met zilverbeslagen knop. Uit het borstzakje van zijn colbert steekt een pijp de kop naar buiten. Hese stem: 'Dit wordt het laatste interview dat ik ooit zal afgeven. We gaan naar jouw hotel. Zeg maar hoe.'

Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing Liefdevolle rivaliteit De correspondentie Ingeleid en geannoteerd door Nop Maas. Athenaeum/Querido; 256 pagina's; euro 22,99. Verschijnt in februari.

Liefdevolle rivaliteit

Dus het was ernst, toen hij in de maanden voorafgaand aan de afspraak al berichtte zijn bekomst te hebben van vraaggesprekken: 'Ach, de ene keer zeg ik dit, de andere keer dat, maar toch hetzelfde, en daarom moet dit maar het laatste interview zijn, je zou er een aardig boeksken mee kunnen vullen onderhand. Alles hangt af van de weersomstandigheden en de stemming waarin ik mij toevallig op die dag bevind, en die wisselen nogal bij mij zoals je weet, zonder dat ik er iets aan kan doen. Maar meestal praat ik te veel, vaak ook mijn mond voorbij, wat wil je bij iemand die het godganse jaar nauwelijks levende mensen in den lijve tegenkomt of dulden kan en van wie het telkens weer een wonder mag heten bij elke volgende ontmoeting, gepland of niet, dat hij de mensenspraak nog niet verleerd is je merkt het al; hier heb je te maken met iemand die aan logorroe lijdt, voorwaar geen pretje, zou je te laat komen en mij in reeds verscheiden vorm aantreffen, dan zou ik je vanuit de kist nog de oren van je kop kunnen lullen.' Hoopgevende woorden. Naar nu blijkt, kan hij praten en lopen. Dat spreekt niet vanzelf. Het afgelopen jaar is zwaar geweest. In de lobby van het hotel installeert hij zich met een fles mineraalwater en een blikje Latakia-tabak, waarvan je alleen het deksel hoeft te lichten om de hele ruimte te laten geuren. Hij blikt terug: 'De vorige herfst had ik koorts en kon niet goed lopen door de rugpijn. Een vriend van mij dacht aan spondylodiscitis, een ontsteking in de wervelkolom. Er is toen een MRI-scan gemaakt, wat iets heel onheilspellends is je moet stilliggen en om je heen dreunt het lawaai. Uitkomst, ja hoor: spondylodiscitis. Met spoed weer naar het ziekenhuis.

'De neuroloog kende ik nog, van toen ik jaren terug om een MRI-scan had gevraagd omdat ik bang was te gaan dementeren. Soms kan ik 's nachts niet op een naam komen. Ik denk aan mijn lievelingsauteur, maar ben vergeten dat hij Gérard de Nerval heet. Dat is normaal, zei de neuroloog destijds, en bovendien: wat heb je eraan als je door zo'n scan eventueel te weten komt dat je gaat dementeren? Dat maakt het alleen maar erger. Dus ik kreeg die scan toen niet. Hadden ze het maar gedaan. 'Ik werd meteen geopereerd, want ik had een hernia. Genas snel, en logeerde in Nederland bij vrienden, maar daar kreeg ik zoveel pijn dat ik niet meer naar de wc kon komen. Onhoudbaar was het. In het Diakonessenhuis in Utrecht heb ik toen een delirium gekregen, het tweede van mijn leven. Jaren geleden heb ik een delirium tremens gehad, nadat ik was opgehouden met drinken. Dit keer kwam het door de morfine, die ik als pijnbestrijding slikte.

Postume bibliografie

Dankzij de inspanningen van de erven en de uitgever zijn er na de dood van Doeschka Meijsing op 30 januari 2012 toch nog vier titels aan haar oeuvre toegevoegd. Allereerst verscheen in 2012 Hetkauwgomkind, met niet eerder gebundelde verhalen, plus de verhalen waar ze mee bezig was voor een bundel met diezelfde titel. Nadat uit de nalatenschap was gebleken dat de auteur vanaf haar 14de een dagboek had bijgehouden in 36cahiers, kwam in 2016 En liefde in mindere mate uit, een keuze uit de dagboeken 1961-1987, door Ben Peperkamp en Annette Portegies weelderig geannoteerd. Aan het eind van dat jaar bundelde Querido een keuze uit haar literaire beschouwingen: Hoe verliefd is de lezer? Ten slotte is een keuze uit Doeschka Meijsings dagboeken van na 1987 tot aan haar dood nog in voorbereiding.

'Een paar maanden heb ik in het ziekenhuis gelegen. Toen heeft een chirurg een soort vogelkooitje gebouwd om drie wervels heen, en daarna kon het genezingsproces beginnen dat een jaar duurt. We zijn een half jaar verder en ik voel me nog steeds invalide. Vandaag heb ik extra medicijnen genomen, om goed te kunnen bewegen.'

Waar dacht je aan, in de maanden dat je niets kon uitrichten?

'Ik had het gevoel dat dit het einde was. Alleen maar pijn. Ik voelde me uitgewist. Mijn persoonlijkheid was weg. Voortdurend grienen, al mijn kiezen kapotgebeten. Toen ik in mijn bed had gepist, lieten ze me een halve dag liggen. Verpleging in Nederland.'

Ging de gedachte dat het einde in zicht was nog gepaard met opluchting? Je maakt er in je werk geen geheim van dat je in je leven diverse keren een zelfmoordpoging hebt gedaan.

'Ik wilde van die pijn af! Dood wil ik altijd graag, maar dat gaat niet zo makkelijk. Een aantal keren heb ik er uren voor gevochten om het echt goed te doen, om door te zetten. Altijd na een vergeefse liefde. Een knoeiboel werd het. Nooit gelukt.'

Maar dat deed je zelf. En deze rugpijn werd jou aangedaan.

'Ja, en zo wilde ik het niet.' Een en ander verklaart waarom Meijsing in de afgelopen tijd niet veel méér kon dan voetnoten leveren, ten behoeve van twee uitgaven: En liefde in mindere mate (2016), de keuze uit de dagboeken van zijn drie jaar oudere zus Doeschka Meijsing (1947-2012), en Liefdevolle rivaliteit, de correspondentie tussen broer en zus die volgende maand verschijnt. Beiden getalenteerde en belezen schrijvers, geboren in Eindhoven en opgegroeid in Haarlem, aan elkaar gewaagd en op elkaar gesteld. Beiden ook belaagd door depressies, drankzucht en debacles in de liefde, allebei met vrouwen, waar ze in semi-autobiografische romans openhartig en met grimmige geestigheid verslag van deden: Geerten in Tussen mes en keel (1997, winnaar Gouden Uil), en Doeschka in Over de liefde (2008, winnaar AKO-, Bordewijk- en Opzij-prijs).

In hun enige duopublicatie, waarbij ieder zijn eigen deel verzorgde, de dubbelroman Moord &Doodslag (2005), regent het plaagstootjes. Doeschka's alter ego Andrea herinnert zich dat broer Timbeer tweeënhalf jaar was toen ze verhuisden naar Haarlem, en dat de kleine broer in de cabine tussen de grote verhuizers mee had gemogen. 'Dat ik diezelfde reis had gemaakt in het poppenautootje van mijn peetmoeder tante Polly, een Renault 4 uit 1946, sprak tot niemands verbeelding.' In hun tienerjaren gingen Doeschka en Geerten 's avonds uit in Haarlem, vertelt hij: 'Zij bij mij achter op de fiets. En dan riep ze altijd: 'Zit niet zo achterom te kijken, meidengek!' Ik mocht niet naar haar geslachtsgenootjes staren. Zonder er erg in te hebben, beet ik op mijn tong van verrukking bij het zien van een meisje. Ja, die meisjes hadden allemaal roze kauwgum in de mond, en ik kreeg alleen het opgevouwen Bazooka-Joeplaatje dat in de verpakking zat.'

Toen hij twee jaar geleden 65werd, wenste Geerten zichzelf onder meer toe: 'het niet in vervulling laten gaan van mijn boze dromen waarin Doeschka mij verwijtend blijft toespreken vanaf de achterbank van mijn auto' (Hoc erat in votis, 2015). Hun allereerste samen geschreven boek zal dus Liefdevolle rivaliteit zijn, de briefwisseling tussen 'twee eenzame wolven op hetzelfde jachtterrein'(Doeschka); zij vanuit Amsterdam, hij sinds 1979 in vrijwillige ballingschap vanuit Arsina bij Lucca, en later Syracuse.

Zij combineerde schrijven met recensies en redactiewerk voor Vrij Nederland en Elsevier, hij vond dat een schrijver geen andere broodheer dan de kunst zelf moest dienen, al betekende dat in de praktijk vaak dat hij geldgebrek had en eenzaam was. 'Als jij volhoudt, doe ik het ook', schreef Doeschka haar broer in 1986. Als hij haar om een lening vroeg, gaf zij daar gehoor aan. Doeschka Meijsing stierf onverwacht op haar 64ste, door complicaties tijdens een operatie.

Geerten: 'Haar dood was voor mij een ramp. Mijn familie hield op te bestaan. Ik heb nog een kleiner zusje met wie ik geen contact heb en een oudere broer die aan de rand van de levensoever staat. En ook al streed Doeschka voortdurend tegen haar familie, en met name haar moeder, ze is wel altijd met de anderen in gesprek gebleven. 'Wij komen uit een ingekapseld gezin. Mijn vader, een strafrechter van wie ik veel hield en die Homerus citeerde, was behoudend. Hij had bezwaar tegen jazzmuziek, die zou worden gemaakt door negermannen om blanke jongeren gek te maken. Maar ik zat al vroeg in een bandje, en mijn zus Doeschka kwam thuis met een plaat van Ramses Shaffy en Franse chansons en de Matthäus Passion die bij ons thuis verboden protestantse muziek was. Zij boorde nieuwe dingen aan. Ik zag dat, en vond het dapper.

'Ze ging haar eigen weg, en als eerste uit huis, maakte zich los uit de benauwde vesting waarin we waren opgegroeid. Jammer is alleen dat ze naar Amsterdam ging en daar bleef zitten. Doeschka was uit haar milieu gebroken, maar de horizont van haar meningen hield op waar het IJ begon. 'Elke werkkring vond ze vervelend. Eerst gaf ze les op het Instituut voor Neerlandistiek, en dat vond ze vreselijk. Toen werd ze redacteur van het grachtengordel-rattennest genaamd Vrij Nederland en zat jaren in een kantoortje met boekenchef Carel Peeters, die ze blijkens haar dagboeken haatte. Wat een lúl vond ze dat! Dat politiek correcte opinieblad werd geleid door twee heel gemene jongens, Joop van Tijn en Rinus Ferdinandusse. Nou, die zouden het #Me Too-tijdperk geen van tweeën overleven. Die Rinus schreef anoniem obscene brieven aan medewerkers, over hun seksleven. En niemand kwam in opstand. Begrijp jij zoiets?'

Naar verluidt had ze ook vaak problemen met werkgevers vanwege haar drankprobleem.

'Dat was ook zo. Doeschka had buien en kon behoorlijk vervelend zijn. Dan zette ze ineens JaZuster Nee Zuster op en zong hard mee, en wilde dat ik ook meezong. Anderzijds kon ik altijd bij haar logeren, ook als ik in een manische bui, net losgelaten uit het gekkenhuis, dronken en met mijn piemel uit de broek haar huis binnen stormde en zij daar met gasten zat. Sloot ze me heel geroutineerd in de slaapkamer op.

'Toen ik 14, 15 jaar was, lazen wij samen allerlei internationale auteurs, Lawrence Durrell, zij bracht Salinger in huis, Uwe Johnson, Marguerite Yourcenar. Een paar boeken per week lazen we, we waren lid van twee bibliotheken in de stad, de katholieke en de stadsbibliotheek. Doeschka en ik hadden een schrijversmantel, met vele juwelen bedekt. Daarin gehuld betraden we later zelf de literaire arena.'

Waarin verschilden jullie?

'Er was één groot verschil: zij had gaandeweg een behoorlijk inkomen uit haar boeken. Ik ontving elk jaar ongeveer 1 gulden 23 aan royalties. Had wel praatjes, maar ik ondervond geen enkele weerklank. 'En nóg niet. Er zijn momenten dat ik denk ermee op te houden. Ik heb geen uitgever, er is geen boek van mij meer te koop. Het enige dat mij nog doet leven, is de drang om een paar dingen af te maken. Vijf boeken moeten er nog komen. Daar doe ik extra lang over, omdat ze heel goed moeten zijn en het fijn is om eraan te werken.

'Eerst komt de heftige en apocalyptische roman Anderzijds/Eindtijd, waaruit ik al eens een fragment heb laten publiceren door het genootschap Vrienden van de Vorm, dat mij sinds 2011 ondersteunt. Een brievenboek komt er, Tragische heldinnen. Een verhalenbundel, Valse liefde. En La vie en Déesse, mode d'emploi, over mijn geliefde Citroën DS. 'Het vijfde en laatste boek zal Wellevingskunst of De Verdronken Broeders van het Lago di Massaciùccoli heten; alsof je in een zachte zee rust en al dood bent, maar je hebt je goede manieren behouden. Dat wordt een héél erg leuk boek, over een congres van geleerden waar spannende dingen gebeuren.'

Gaat het in Anderzijds/Eindtijd ook over Doeschka?

'In verhulde vorm ja. En over Kees Snel, met wie ik op het Triniteitslyceum zat in Haarlem, en veertig jaar geleden het schrijverscollectief Joyce & Co vormde. Hij is in 2010 overleden, 59jaar oud. Tot aan zijn dood belden we elkaar elk jaar op Erwin-dag, 5 oktober, de dag dat de mythische en tragische held van ons eerste boek uit 1974 zelfmoord pleegde. Kees woonde in Leiden boven een bromfietsonderdelenzaak. Hij was al jaren stilgevallen. 'Erwin was het eerste deel van een trilogie die ik uiteindelijk alleen heb voltooid, in 1986. Erwin, Michael van Mander en Cecilia: een driedelig handboek voor de opvoeding van de ideale jongere, vol verwijzingen naar grote auteurs en denkers, opgebouwd volgens strakke principes. Daarmee uitgerust kun je het leven aan, al is er in de moderne tijd geen plaats meer voor. Het schijnt een cultboek te zijn. Dat wil zeggen dat geen hond het leest. 'Toen Kees stierf, zat hij op een stoel. Tevoren had hij al dagen niet meer gegeten of gedronken. Van het zitten had hij een bloedvergiftiging gekregen. De Erwin-trilogie lag opengeslagen op bladzijde 286 voor hem op tafel. In de laatste jaren kon ik met hem alleen nog naar jazzplaten luisteren.'

Met je zus was het anders.

'Met Doeschka had ik een doorlopend discours. Ik vond dat zij te veel met modes meewaaide, en dan hadden we flinke meningsverschillen. We zagen elkaar niet veel. Ze is wel één keer hier in Syracuse geweest. Kon ze even ergens anders vertoeven dan in dat stomme stamcafé van haar in de Kerkstraat in Amsterdam. Wat een tombe van mislukte lieden was dat. Ik ken dat niet hè, cafés. Ik weet niet eens hoe je op een barkruk moet zitten. 'Doeschka had een reisbeurs gewonnen en kwam naar Syracuse om een boek over mij te schrijven. Dat wilde ik niet, want het is míjn stad, daar moest ze vanaf blijven. Zij vond het ook niet leuk toen ik in 1992 de kwaadaardige roman De grachtengordel had geschreven, want dat was háár domein, ook al had ik dat boek bedoeld als schets van de verloedering van het literaire bedrijf, en juist als afscheid van Amsterdam. 'Als je hierheen komt, schiet ik je in je knieën', schreef ze me, 'en ik heb een bijltje en daarmee hak ik je oor eraf. Jij wilde toch weg? Blijf dan weg!' Zo liefdevol was de rivaliteit niet altijd.

Beeld Geerten Meijsing

'We kwamen hier op uit: zij mocht háár Italië-boek schrijven, en bij wijze van compromis heb ik toen óók een boek geschreven, en zo kwam ons project Moord & Doodslag tot stand, verschenen in 2005. Alweer een boek dat niemand wilde lezen. Ik heb toegezien hoe haar aandeel tot stand kwam. Doeschka dronk alles door elkaar en at niks. In restaurants ging het eten steevast onaangeroerd terug naar de keuken maar in dat fijne handschrift van haar schreef ze dagelijks keurig tweeënhalve bladzijde. 'Op een zeker moment heb ik haar in huis genomen omdat het niet langer ging. Zelf sliep ik op de bank, en maakte voor haar het enige dat ze lekker vond, zelfgemaakte patatjes. Dat deed ik graag. Verder heb ik haar nooit zien eten. Ja, in haar studententijd at ze hardgekookte eieren en dubbelzoute drop, meer niet. Wonderlijk dat ze zo gedisciplineerd kon schrijven.

'Ik heb veel van haar geleerd. Bewonderenswaardig zelfstandig was ze. Heb altijd mijn vriendinnen tegen haar afgezet; niemand van hen kon voldoen aan dat model van moed en werkkracht. 'Waar we in overeenkwamen, was de toewijding aan het schrijverschap. Ik ben alleen loyaal ten opzichte van mijn werk. Dat valt niet altijd mee, hoor. Ik liet in Erwin mijn eigen vioolleraar doodgaan, omdat dat moest voor het verhaal. Vond hij niet leuk. Layla, het meisje dat model stond voor Dood meisje, wás niet dood toen die roman verscheen. In Eindtijd moet ik het gaan hebben over mijn dochter Iris, die in mijn huis hier heeft gezeten met een Arabier. Of mijn dochter dat op prijs stelt, weet ik niet. We hebben al een tijd geen contact meer met elkaar.'
 

Het is niet leuk, maar het moet?

'Ja, anders verraad je je stiel. Dat is voor mij een heilig iets. Dat gold voor Doeschka ook .'

Heb je iemand in gedachten als je schrijft?

'Pardon?'

Iemand voor wie je het doet?

'Mijn eerste boek schreef ik voor Martha, een zinloze liefde. Maar ook toen al: als ik onder het schrijven ergens over twijfelde, dan dacht ik niet: wat zou Martha mooi vinden, maar: wat vereist het boek? Dat is het enige criterium. 'Vaak denk ik dat mijn leven is mislukt. Ik vind mezelf een rotkop hebben. Ik heb niets bereikt. Mijn boeken zijn er niet meer. Ik vind dat ik lang niet al mijn krachten aanwend. Ik had veel meer geld van uitgevers kunnen afpersen. 'Maar ik vind het best om zo een beetje in het niets te leven. En het zal wel ijdel zijn om te zeggen, maar als ik mijn eigen boeken herlees, vind ik die vaak onwaarschijnlijk goed. Daar beleef ik genoegen aan.'

Het is lunchtijd, en we lopen naar een etablissement aan zee, vlak bij de bron van Arethusa. 'Ik ga het verhaal niet nog eens navertellen: zoet water dat in een zoute zee opborrelt', schreef Meijsing in het boekje Siciliaanse brieven (2005): 'Kijk maar in je Ovidius, Metamorfosen V, vers 572-641. Ik loop er elke dag langs: de verbinding met het oude Griekenland is hier bij wijze van spreken direct.'

Doe je dit vaak, door de mooie oude stad lopen?

'Nee. Eén keer per week maak ik een rondje, om geld te halen voor de poetsvrouw. En toen ik nog een auto had, maakte ik eens per twee weken een tochtje door de adembenemende hoogvlakte van Epipolai. Daar zie je niemand, en dat is heerlijk. 'Verder kom ik niet veel buiten. Ik sluit me graag op, en probeer aan het werk te zijn. Af en toe ga ik naar het water kijken, 's nachts, daar kom ik mijn bed voor uit. En overdag heerst hier het licht, de beste remedie tegen depressie. Nadat ik twintig jaar antidepressiva heb geslikt, ben ik er sinds een jaar vanaf. Dat lukt, dankzij dit ongelooflijk knallende, blauwe licht. 'Hoewel depressie me veel heeft gebracht. Je ziet daardoor scherper en kwaaier door de dingen heen, hoe huichelachtig en veil de mensen zijn. Iedereen behalve mijn vader. Je begrijpt de menselijke knekeldans beter.'

Geerten Meijsing Beeld Foto: Jelle Vermeersch

De linguine imperiale met vongole en mosselen, en nadrukkelijk zónder tomaten want dat hoort niet die vergezeld gaat van Siciliaanse witte wijn, bezorgt hem intense tevredenheid. De vervaarlijk ogende eigenaar van het restaurant komt de jubelende gast de hand schudden, onder het slaken van schorre kreten. Als de man naar zijn stek bij de kassa is vertrokken, verklaart Meijsing met een kennersblik: 'Allemaal maffia. Niet één tent hier kan worden gerund zonder dat er eerst dubieuze afspraakjes worden gemaakt.' Nadat de lunch met een cannolo en een espresso is besloten, gaat de hoed op en is het afscheid daar. Het is inmiddels zo stil op straat, dat het tiktiktik van zijn wandelstok nog lang te horen is.

Siësta-tijd, en we weten wat dat betekent. In het essay De scootermeisjes van Ortigia (2006) merkt Meijsing op dat de schrijver alles hoort, niet alleen het ademen van de Ionische Zee: 'Hij hoort, eenzaam liggend op zijn eigen bed in zijn verduisterde kamer, het tumult in de huizen tijdens de maaltijden en in de slaapkamers van de siësta. Nadat het tafelbestek heeft gerinkeld en is afgespoeld, gaan de luiken helemaal dicht en beginnen de bedden te zuchten.' De schrijver is om de hoek verdwenen, zijn straat in. 'Als ik in Nederland ben', heeft hij daarstraks verteld, 'ga ik graag naar Bloemendaal. Vroeger met mijn vader fietste ik Haarlem uit, en dan naar het Halve Maantje in Bloemendaal, vlak bij het huis waar Alain Delon nog heeft gewoond. Daar was klavergras, en stonden koeien. Mijn vader ging een stief kwartiertje in het gras liggen en ik kikkervisjes vangen. Dat zijn mijn gelukkigste herinneringen.

'Heel vaak moet ik daar weer naar terug, als ik in Nederland ben. Op die plek is een stolp over de tijd gezet. Niets is er veranderd. Waarom wil ik dat eigenlijk zo graag, vraag ik me af, dat het niet verandert?'

Dan ontglipt het je niet?

'Dat kan het zijn. Ik wil het vasthouden. Schrijven is ook vasthouden. Doeschka vond altijd dat ik een klein jongetje was gebleven dat maar aan zijn speelgoed verknocht blijft. Daar kan ze gelijk in hebben gehad. 'Toen ik dit voorjaar in Amsterdam opnieuw moest leren lopen, voerde mijn eerste wandeling naar Zorgvlied, dat ik Zeldenrust noem. Het was ver. Ik deed er heel lang over. Op dat kerkhof raak ik altijd de weg kwijt. Ik wéét dat ik in het rondje moet zijn waar oud-minister Duisenberg en oud-burgemeester Patijn liggen. Toch moest ik eerst weer terug naar de entree, om de route uit te printen. 'Omdat ik een doel had, volbracht ik de tocht. De duisternis viel inmiddels in, en het begon zacht te regenen. Uitgeput en voldaan stond ik daar, bij het graf van Doeschka.'


CV Geerten Meijsing

1950 geboren in Eindhoven

1953 verhuizing naar Haarlem

1974 debuutroman Erwin onder pseudoniem Joyce & Co (met o.a. Kees Snel)

1981 roman Een meisjesleven onder het pseudoniem Eefje Wijnberg

1987 roman Veranderlijk en wisselvallig (AKO Prijs 1988)

1997 verhuizing naar Arsina, Toscane

1997 roman Tussen mes en keel

(Gouden Uil 1998)

2001 De Erwin-trilogie

2001 verhuizing naar Syracuse (Sicilië)

2003 roman Malocchio - Een Toscaanse jeugd

2005 dubbelroman Moord & Doodslag, met Doeschka Meijsing

2007 roman Siciliaanse vespers

2016 Brieven aan Nanne Tepper (bibliofiele uitgave)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden