Geen weerman nodig om te weten hoe de wind waait

Een verhaal kan beginnen in Glasgow, december 2006, waar een zevenjarig jongetje rillend op de schommel van een donkere, verlaten speelplaats zit, zijn moeder, niet ver weg, met een fles in de hand op een bankje, haar favoriete plek voor een slok....

Je hebt geen weerman nodig om te weten uit welke hoek de wind waait, zong Bob Dylan in Subterranean Homesick Blues. Niets in het begin van beide verhalen wijst er al op waar de tekst van Dylan op zal duiken. De verhalen kunnen alle kanten op, zeker bij thrillers, waarin onvoorziene wendingen en windrichtingen essentieel zijn. De tweede thriller van een Schotse auteur en de eerste thriller van een Engelse politiek journalist hebben op een prettige manier gemeen dat beide na de eerste zinnen bijzonder onvoorspelbaar blijven.

Een aanzienlijk deel van Zingen voor de doden (Singing to the Dead) van Caro Ramsay gaat over kinderen, een dankbaar onderwerp. Niets zo gruwelijk als verdwenen, misbruikte, mishandelde, vermoorde kinderen. Twee zevenjarige jongens verdwijnen kort na elkaar en de politiemensen van het onderbezette bureau Partickhill krijgen ook nog te maken met raadselachtige vergiftigingsgevallen en een rockzanger op leeftijd die uit Los Angeles naar zijn geboorteplaats Glasgow komt, met oude songs en een jonge, zwangere, vriendin. De nieuwe, vrouwelijke hoofdinspecteur valt ook niet goed bij het team. Rechercheur Costello: 'Bij de SS zijn ze een goede rekruut misgelopen op de dag dat Quinn bij het korps kwam.'

Razend knap heeft Ramsay personages en onderwerpen samengebracht in een macabere dans, onder meer uitgevoerd door een rechercheur die eruitziet als de knappere broer van Johnny Depp, een prachtige, ongrijpbare vrouw die geplaagd wordt door een pijnlijke gezichtsaandoening, een kinderboekenschrijfster, of eigenlijk twee: de gehandicapte, wat kwaadaardige echte schrijfster, en haar meer representatieve zuster, die zich in het openbaar presenteert als de bestsellerauteur. Geen karakter of ontwikkeling ligt voor de hand, en op de achtergrond klinkt overal in Glasgow Tambourine Girl, een oude hit, met nare uitzaaiingen.

Het is niet Mr. Tambourine Man dat galmt uit Tabatha (Tabatha's Code); het thrillerdebuut van Matthew d'Ancona – driemaal verkozen tot politiek journalist van het jaar –, maar op pagina 62 staat het ‘weathermen’-citaat, in een politieke context. Eind jaren zestig, jaren zeventig, waren er in Amerika de Weathermen. Een extreme, ondergrondse beweging, aanvankelijk bij elkaar gebracht door Vietnamprotesten, later uiteengevallen. In 2005 duiken de nieuwe Weathermen op, bijeengekomen door de oorlog in het Midden-Oosten.

Dit gegeven te rijmen met het romantische begin van Tabatha is de verdienste van de auteur, die vroegere sociale en politieke idealen laat neerdalen en weerklinken in personages en hun daden. In een soms iets te bedachte constructie. Niemand gaat vrijuit in dit boek, vrijwillig of gedwongen wordt iedereen meegezogen in een luguber machtsspel.

De hoofdpersoon, leraar aan een een middelbare school, maakt een hallucinante trip door een wereld van geweld – 'de prachtige nalatenschap van de dag (9/11) waarop een miljoen ton aan staal, glas en beton in de hemel explodeerde en alles mogelijk werd' –, en verliest zijn grote liefde, in een gedicht van Yeats, No Second Troy.

Een ongeluk komt nooit alleen, ook niet in de poëzie.Ineke van den Bergen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden