Geen wanhopig verlangen meer

Amos Oz is met ‘Dorpsleven’ teruggekeerd naar de vorm van zijn vroege werk. Hij is 70 jaar en heeft het gevoel dat ‘de cirkel rond is’, al laat de Nobelprijs voor de Literatuur op zich wachten....

De zon is al even onder. Ook de laatste rode zweem is van de hemel gewist. De woestijnstad Arad ligt er in een bleek, doods licht bij, vlak voor de duisternis echt invalt.

Het is stil op straat als de schrijver Amos Oz het tuinhek achter zich sluit. Met een wat moeizame pas en een stramme rug loopt hij de straat uit. Om de hoek, voorbij de watertoren, opent zich een reusachtige vallei. Daar in de diepte, wel duizend meter lager, glinstert het grijze water van de Dode Zee. Verder strekt zich van hier een verlaten landschap uit van zand, steen en rots.

‘Soms, als vroeger de winter echt streng was, kon je hier kamelen door de sneeuw zien stappen.’

In het met de Bijbel vergroeide Israël is een schrijver algauw een profeet. Wie ook nog aan de rand van de woestijn gaat wonen, lijkt die mantel met trots om te slaan.

Als de duisternis is ingevallen, gaat Amos Oz voor naar zijn werkkamer: een souterrain met volle boekenwanden, een robuuste schrijftafel en een spartaans bankstelletje. Hij schenkt zwarte koffie.

Amos Oz zijn profetische gaven toegedicht om de opvattingen die hij heeft geuit in 1967.

De Israëlische bevolking verkeerde in een roes van geluk, nadat het leger tijdens de Zesdaagse Oorlog de Arabische buurlanden met overweldigende macht had verslagen. Bovendien was met de bezetting van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever heel het ‘bijbelse grondgebied’ in handen van Israël gevallen.

Maar de euforie duurde niet lang voor tanksoldaat Amos Oz. Na een bezoek aan het door Palestijnen bewoonde Oost-Jeruzalem, realiseerde hij zich dat de bezetting geen goeds kon brengen. Hij was pas 28, maar oud genoeg om zich de nadagen van de Britse bezetting van Palestina te herinneren.

Een langdurige bezetting van de Palestijnse gebieden zou het bestaansrecht van de Joodse staat uithollen, zo waarschuwde Oz in de regeringskrant Davar. Hij pleitte ervoor zo snel mogelijk vrede te sluiten met de Palestijnen: in Gaza en op de Westoever moesten zij een eigen staat krijgen.

Het waren voor het Israël van die dagen bijna buitenaardse conclusies. ‘Net zo radicaal als die van Copernicus in zijn tijd’, is er geschreven.

‘Het was ketterij, ja’, zegt Oz. ‘Het hele idee van een tweestaten-oplossing was toen zo krankzinnig, dat de pleitbezorgers ervan hun nationale vergadering konden beleggen in een telefooncel. Met zo weinig waren we.

‘Maar dat is veranderd. Als je nu Israëliërs en Palestijnen vraagt wat ze denken dat er uiteindelijk zal gebeuren – en dus niet vraagt wat zij graag als oplossing zouden willen zien – dan denk ik dat 70 procent het houdt op een scheiding in twee staten.

‘Aan beide kanten zullen sommigen dan meteen toevoegen dat het rampzalig is, misdadig of onrechtvaardig. Niemand zal op straat gaan dansen als de tweestaten-oplossing ooit wordt uitgevoerd. Maar ze weten dat het gaat gebeuren, en dat is een grote verandering. Laat ik het zo zeggen: de patiënt is aarzelend klaar voor de operatie, maar de doktoren – de leiders – zijn lafaards.’

Heeft u bijgedragen aan die verandering?

‘Nee. Ik weet niet wat mensen van gedachten doet veranderen, dat is een mysterieus proces. Er heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd: na dat artikel van jou ben ik van gedachten veranderd. Dus ik zie het niet als mijn verdienste. Ik was het niet, en mijn collega’s in de vredesbeweging waren het evenmin. Het zijn boven alles de harde klappen van de werkelijkheid geweest.’

Hoe valt dat te rijmen met de aanval van Israël op de Gazastrook in januari? U vreesde in 1967 dat een reeks van oorlogen ertoe zou leiden dat ‘wij hen simpelweg gaan haten’. Is dat niet wat er eigenlijk is gebeurd?

‘Sommige Israëliërs zijn helaas ten prooi gevallen aan haat. Maar je kunt dat niet generaliseren. Ik denk dat de Gaza-oorlog aan Israëlische zijde voortkwam uit extreme woede. De jarenlange raketaanvallen hadden de Israëliërs het gevoel gegeven onmachtig te zijn, gecastreerd, niet in staat iets terug te doen.

‘Woede moet niet worden verward met haat. Ze lijken op elkaar. Soms is er haat waar woede is, en woede waar haat is. Maar niet altijd.

‘Wel was het gedrag van het Israëlische leger in Gaza veel wreder dan tijdens de Zesdaagse Oorlog. Je kunt dat lezen in getuigenissen van soldaten, die door het collectief Breaking the Silence zijn opgetekend. Destijds heeft het leger in Oost-Jeruzalem ook in bewoond gebied gevochten. Maar de soldaten hebben toen niet elk gebouw verwoest, van waaruit werd geschoten. Dan zou heel Oost-Jeruzalem zijn weggevaagd.’

Amos Oz heet pas sinds zijn 15de Amos Oz. Nadat zijn moeder zelfmoord had gepleegd, raakte hij teleurgesteld in zijn vader. In zo’n geval is er geen betere manier om je af te zetten dan je achternaam te veranderen.

De puber Amos (op 4 mei 1939 geboren in Jeruzalem) ruilde de in Oost-Europa gewortelde naam Klausner in voor het Hebreeuwse woord oz, dat zoveel betekent als: ‘kracht’ en ‘moed’. Hij besloot zijn ouderlijk huis te ontvluchten. Het was 1954, de staat Israël bestond pas zes jaar.

U heeft gezegd dat u die naam koos omdat hij stond voor de eigenschappen die u nodig had om met uw vader te breken. Is het ook het moment geweest waarop u Israëliër bent geworden?

‘Ik weet niet of ik de definitie van een Israëliër wel ken.

‘Ik kwam in opstand tegen de wereld van mijn vader. Hij woonde in Jeruzalem, ik verhuisde naar de kibboets. Hij was een intellectueel, ik ging tractor rijden. Hij was rechts, ik werd een socialist. Hij was klein, ik besloot lang te worden – hetgeen om een of andere reden niet is gelukt.

‘Zoals het met veel revoluties gaat, ben ik deels terug bij af. Mijn vader is al veertig jaar dood, maar ik voer nog steeds politieke discussies met hem. Hij haat mijn standpunten. Maar als hij me hier zou zien zitten, boeken schrijvend tussen alle boeken, zou hij vast blij zijn.’

Uw ouders hebben in hun gedachten Europa nooit verlaten, zoals u beschrijft in ‘Een verhaal van liefde en duisternis’ (2003). U verliet die wereld wel. Stapte u toen niet Israël binnen?

‘Ik had het gevoel dat ik de toekomst binnenging, niet alleen maar Israël. Ik dacht dat de toekomst anders zou zijn dan het verleden van de Joodse diaspora. Ik dacht dat iedereen gespierd moest zijn en moest werken op het land. Maar al snel ontdekte ik dat de bewoners van de kibboets, hoewel ze zongebruinde boeren waren, op dezelfde manier discussieerden als de intellectuelen in Jeruzalem. De onderwerpen waren anders, maar de toon en de logica waren dezelfde.

‘De vaders en moeders van de kibboetsen wilden de aard van de mensheid in één klap veranderen. Maar het kon niet werken. Dat wist ik al toen ik mijn eerste verhalenbundel schreef, Waar de jakhalzen huilen (1965). De ambitie om de mensheid in één klap te veranderen is in het beste geval naïef en in het slechtste geval behoorlijk gevaarlijk.’

Toch bent u meer dan dertig jaar in kibboets Hulda blijven wonen. U hebt er uw vrouw Nily ontmoet. Wat bracht het u verder?

‘Het was de beste universiteit waar ik had kunnen studeren. Ik heb er meer over de menselijke natuur geleerd dan ik had kunnen leren in Tel Aviv. Ik heb heel intiem de levens van vierhonderd mensen leren kennen. Ik kende al hun verhalen, alle roddels.

‘Ik herinner me dat er een oude vrouw naar me toe kwam, toen ik op een bankje in de avondwind zat. Ze was een van de oprichters van de kibboets. Ze vertelde me een ingewikkeld verhaal over haar huwelijk en een liefdesaffaire. Ze bloosde als een schoolmeisje toen ze zei dat ze één keer met die andere man ‘had geleefd’. Dat was schattig. De oprichters van de kibboets waren wereldhervormers die beweerden dat ze alle barrières zouden slechten, dat echt alles kon. Maar ze raakten hun puriteinse opvoeding nooit helemaal kwijt.’

Het was uw generatie die pas echt losbandig werd?

‘Nou ja, zelfs onder hen die in de jaren twintig en dertig de kibboetsen hadden gesticht, kon een vrouw elke nacht met een andere man slapen zonder dat daar iets van werd gezegd. Het gebeurde niet vaak, maar het kon. Maar als ze lippenstift zou opdoen, of nylonkousen zou aantrekken, zou ze zijn verbannen vanwege onzedigheid. Monogamie was niet belangrijk, maar sensualiteit was verboden.

‘Sensualiteit is altijd de vijand van de revolutie. In de jaren zestig is geprobeerd die twee te combineren in de slogan Make Love, Not War. Het is niet verwonderlijk dat die revolutie van korte duur was en geen noemenswaardige sporen heeft nagelaten.’

Amos Oz schrijft met twee pennen: een voor elk spoor waarlangs zijn schrijverschap zich heeft ontwikkeld.

‘Ik probeer niet dezelfde pen te gebruiken voor het vertellen van verhalen en het schrijven van boze artikelen. Diep van binnen komen ze misschien voort uit dezelfde empathie voor de mensheid, maar het zijn volstrekt verschillende bezigheden.

‘Het vertellen van verhalen is een oerbehoefte. Het zit in ieder van ons. Ik ga ervan uit dat de neanderthalers in hun grotten elkaar ook al verhalen vertelden. Het is net zo elementair als dromen. We vertellen verhalen, omdat we zo gemaakt zijn.

‘Schrijven dat de regering naar de hel kan lopen, is iets heel anders. Niet iedereen voelt daar de behoefte toe, en niet iedereen heeft er behoefte aan om daarnaar te luisteren.’

Met zijn verhalenbundel Dorpsleven (2009) is Oz ‘teruggekeerd naar waar ik ben begonnen’. Het is alsof hij een boekensteun heeft gezet aan weerszijden van zijn omvangrijke oeuvre.

Op het eerste gezicht is Dorpsleven een bescheiden boek: een verzameling kleine portretten van oude en jonge inwoners van een Israëlisch dorp. Net zo bescheiden eigenlijk als zijn debuut, Waar de jakhalzen huilen – een vergelijkbare kroniek van oude en jonge inwoners van een kibboets.

Maar het is juist die alledaagsheid waarnaar Oz in zijn literaire werk streeft. Liever nog dan een profeet is hij een provinciaal.

‘Ik geloof dat alle literatuur die ertoe doet per definitie provinciaals van aard is. Hoe parochialer een verhaal is, des te universeler het kan worden. Veel aspecten van de menselijke ervaring manifesteren zich scherper tegen de achtergrond van een dorp of buurt.

‘Alle personages in Dorpsleven verbergen geheimen voor zichzelf. Ze zoeken iets dat ze zijn kwijtgeraakt, maar ze weten niet precies wat het is. Ze weten alleen dat ze iets hebben verloren. Dat is hoe ik momenteel tegen de menselijke conditie aankijk.’

Heeft dat zoeken te maken met ondankbaarheid voor wat er wel is?

‘Nee, het heeft ermee te maken dat ieder van ons, zonder uitzondering, meer mogelijkheden in zich draagt dan we daadwerkelijk kunnen vervullen. Er zullen altijd delen van onszelf zijn die we niet zullen ervaren, die we niet kunnen leven.’

Bent u zelf ook op zoek?

‘Ik veronderstel van wel. Ik ben ook een mens. Geen supermens, en naar ik hoop ook geen ondermens.’

Met een harde klap slaat Amos Oz plotseling een kleine witte mot uit de lucht. Als de schrijver daarna zijn mond houdt, dringt de stilte van buiten zich in al zijn massiviteit op.

Vindt u het prettig om ouder te worden?

‘Op een bepaalde manier wel, ja. De leeftijd geeft me rust. Ik heb niet meer zoals vroeger allerlei wanhopige verlangens. Dat maakt het leven gemakkelijker.’

Verwacht u de vrede met de Palestijnen nog mee te maken?

‘Als iemand me dertig jaar geleden had verteld dat ik Egypte en Jordanië zou bezoeken met Egyptische en Jordaanse visa in mijn Israëlische paspoort, dan had ik, de optimist en vredesactivist, gezegd: misschien mijn kinderen. Maar ik ben inmiddels in Egypte en Jordanië geweest, met de visa in mijn paspoort.

‘In het Midden-Oosten wordt aan de woorden ‘nooit’ en ‘voor altijd’ een tijdspanne van tussen de zes maanden en dertig jaar gekoppeld. Zo lang duurt de eeuwigheid hier. Dus het antwoord op de vraag of ik de vrede met de Palestijnen nog zal meemaken luidt: ik weet het niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden