Geen ver, be of ge, wel 't en 'n

Perec wilde graag dat zijn e-loze roman werd vertaald. Dat inspireerde Guido van de Wiel...

Aquarium. Symbool. Bastaard. Proficiat. Op het eerste gezicht is er niets vreemds aan zulke woorden. Maar Guido van de Wiel (1972) hoort meteen waar ze thuishoren: in het e-loze lexicon. Acht jaar lang werkte hij, naast zijn werk als organisatiepsycholoog, aan de vertaling van een ‘onvertaalbaar’ geacht boek: La Disparition (1969) van de Franse schrijver Georges Perec (1936-1982), waarin de letter e niet één keer voorkomt.

De e speelt ook de hoofdrol in het verhaal, dat draait om een gemis. De personages weten niet wát ze missen. Het uitspreken van de vijfde letter van het alfabet blijft niet zonder gruwelijke gevolgen. Er rust een doem op de e. Van de Wiel knikt en proeft het woord. ‘Doem mag niet in het Nederlands. Wel gebruik ik Doomsday, dat klinkt als ‘doem de e’.’

Waarom schrijft iemand een boek waaruit de meest gebruikte letter is weggelaten? Voor Perec was een jeugdtrauma de motor, vertelt de vertaler. ‘In zijn boek W ou le souvenir d’enfance staat een opdracht aan zijn ouders: ‘Pour E’. Die E staat voor eux, hen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor Perec beide ouders. Zijn vader sneuvelde in 1940, zijn moeder werd bij een razzia in 1943 opgepakt en naar Auschwitz gevoerd. Hij was toen 6 jaar. Hij wist niet wat het was om ouders te hebben. Perec hield altijd de ‘Acte de Disparition’ bij zich, waarop vermeld staat dat zijn moeder officieel is verdwenen. La Disparition staat als titel – twee en elf letters – voor 11 februari, de dag waarop zijn moeder voor het laatst is gezien.’

De zelfgekozen vormbeperking was ook een uitgangspunt van de groep schrijvers waartoe Perec behoorde, naast onder anderen Raymond Queneau: OuLiPo (Ouvroir Littérature Potentielle, door Van de Wiel vertaald als PoLiKliniek), ‘OuLiPo wilde de grenzen van taal opzoeken, het volledige potentieel van de taal gebruiken. Door een beperking, een contrainte, op te leggen, dwing je jezelf tot nieuwe oplossingen.’

Van de Wiel ontdekte de roman toen hij Code las, een boek van Simon Singh waarin een pagina van Perec geciteerd wordt. Hij raakte gefascineerd, las La Disparition en enkele e-loze vertalingen, en ontdekte de enorme rijkdom van het boek, dat vol ingenieus taalspel en literaire verwijzingen zit. Het schetst een scherp beeld van Frankrijk rond 1968 en is ook nog eens een spannende ‘whodunit’.

Eigenlijk sloeg hij meteen aan het vertalen. ‘De werktitel was, nog heel gekunsteld, ’t Kwijtraakvraagstuk; pas later kreeg ik de ingeving ’t Manco. De eerste vijf vertaalde hoofdstukken heb ik gestuurd naar de Arbeiderspers, de Nederlandse uitgever van Perecs oeuvre. De uitgever liet de vertaling lezen aan twee vertalers, Perec-kenners, die haar afwezen. Zij vinden dat je dit boek niet kan vertalen zonder concessies te doen aan de literaire kwaliteit. Ik ben het daar niet mee eens. Ook voor de vertaler geldt dat de beperking creatieve oplossingen afdwingt. Een sterk argument is dat Perec zelf graag wilde dat dit boek werd vertaald. Bovendien zijn er vertalingen in andere talen, waaronder heel goede. Waarom dan niet in het Nederlands?’

Al snel stuitte hij op de valkuilen van het e-loze Nederlands: ‘De, het, en een mogen niet, maar ik gebruik wel ’t en ’n. Voor er gebruik ik d’r. Verkleinwoorden, infinitieven op -en, de meeste verledentijdsvormen, woorden met ver, be en ge erin – mag allemaal niet. ‘De hond’ kan niet, maar ‘zijn hond’ of ‘hond Astor’ wel. Uitdrukkingen zoals ‘bot vangen of ‘zich lam schrikken’ kunnen een oplossing bieden. Er ontstaat een staccato stijl, een beetje beklemmend. Dat was precies de bedoeling.

‘In een latere fase ging het me minder om het vermijden van de e. De kunst was een toon te vinden die recht deed aan de humor, de speelsheid én aan de droevige ondertoon. La Disparition is beroemd geworden als ‘dat boek zonder e’s’. Nu vind ik het jammer dat daarop de nadruk ligt. Het is zoveel meer dan een taalexperiment.’ Om de rijkdom van het boek te ontsluiten bracht Van de Wiel in twee e-books – ’t Manco ’n gebreksaanwijzing en ’t Manco ’n schatkist, zijn bronnen en interpretaties bijeen (te downloaden op www.t-manco.nl).

Zijn persoonlijke contrainte was de gebrekkige beheersing van het Frans. ‘Ik heb geen Frans gestudeerd, ik ben een autodidact. Het e-loze Frans beheers ik nu wel. Maar spreken? Laatst wilde ik in een Frans restaurant ruzie maken. Ik kwam niet verder dan ‘Pas bon!’ Dat maakte geen indruk.’

Het principe van de zinvolle beperking gebruikt van de Wiel graag in zijn workshops en seminars. ‘Een beperking, in een productieproces of in een relatie, kan essentieel zijn om een sprong te maken naar vernieuwing. Door iets weg te laten en het dan opnieuw te ontwerpen, kom je pas werkelijk tot andere oplossingen. Nu de vertaling af is, merkt hij bij zichzelf een grote honger naar e’s. ‘Het is alsof al die uitgespaarde e’s eruit willen, in een eruptie. Woorden zoals leven of Drenthe dringen zich op. Mijn dochter heet Sterre, mijn vrouw Else – klopt allemaal. Perec schreef na La Disparition een roman waarin de e de enige klinker is: Les revenentes. Heel verklaarbaar: het mag weer! Als vertaler doorloop je dat proces ook. Misschien ga ik Les revenentes vertalen. De titel heb ik al: De wedergekeerden.’

Eén e’tje dreigde erdoor te glippen, in de laatste fase. In de correctieproef stond ‘papegaai’ waar Van de Wiel ‘papagaai’ had gebruikt – fout gespeld ‘maar in de context verantwoord’. Gelukkig zag hij het: ‘Ook al was de fout niet door mij gemaakt,’ zegt hij, ‘ik ben natuurlijk verantwoordelijk. Gruwelijke wraak zou op mij zijn neergedaald.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden