theaterProfiel Jan Fabre

‘Geen seks, geen solo’: grenzeloos theatermaker Jan Fabre staat voor de rechter

Het Tivoli-kasteel in Mechelen, door Fabre blauw gekleurd met 150 duizend balpennen. Beeld ANP / Rob Huibers
Het Tivoli-kasteel in Mechelen, door Fabre blauw gekleurd met 150 duizend balpennen.Beeld ANP / Rob Huibers

De Belgische kunstenaar Jan Fabre (63) staat vrijdag in Antwerpen voor de rechter om zich te verdedigen tegen beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gaat deze zaak niet om veel meer dan Jan Fabre alleen? En hoe moeten bewonderaars van Fabre zich nu tot diens werk verhouden?

Ariejan Korteweg

Het is laat op de zaterdagavond van 25 maart 1978 als op de Groenplaats in hartje Antwerpen een jongeman van 19 jaar bij de halte van tram 2 op de knieën gaat. Hij steekt zijn neus in de rails en kruipt. Hij volgt het spoor tot aan de halte van de VIIde-Olympiadelaan, waar hij woont. Eenmaal thuis maakt hij een notitie: ‘Ik heb er 4 uur, 36 minuten en 12 seconden over gedaan. Ik ben juist thuis. Mijn knieën, nek en neus doen extreem pijn maar ik zal goed slapen.’

Die jongeman is Jan Fabre, die een opleiding tot etaleur volgt. Zijn actie is typerend voor alles wat hij in zijn leven zal doen. Het is een daad die meteen tot de verbeelding spreekt, waarbij hij zichzelf en eventueel anderen niet ontziet. En een daad – typerend voor zowat al zijn werk – waarvan niet met zekerheid te zeggen is waar de werkelijkheid ophoudt en de mythe begint. Jan Fabre zal kunstenaar worden, of eigenlijk: hij is het al. Een strijder voor schoonheid zal hij zich gaan noemen. ‘De leugen van de verbeelding’, dat wordt zijn strijdkreet.

Die strijder voor schoonheid staat vrijdag in zijn geliefde Antwerpen voor de rechter. Twintig dansers van zijn theatergezelschap beschuldigen hem van intimidatie, machtsmisbruik en ongewenste intimiteiten, een beschuldiging die alles wat hij de afgelopen decennia maakte in een nieuw perspectief plaatst, en die de vraag opwerpt: is het alleen Fabre die hier terechtstaat? Of zijn het ook de opvattingen van een periode in de kunsten waarin – vooral mannelijke – kunstenaars zich veel meenden te kunnen veroorloven?

Vroege werken, radicale ontregeling

Al zowat een volwassen leven lang reist het werk van Jan Fabre met me mee. Dat begint in 1981 in Leiden, in Odessa Rood, een voor Leidse begrippen zeer avantgardistisch zaaltje waar een jongen een enkele etmalen durende performance doet. Hij heeft zich opgesloten in een witte ruimte. Als een bezetene is hij er aan het tekenen, op de wanden, maar ook op zijn eigen lichaam, dan al met bicblauw.

Niet lang daarna komt hij met een theaterstuk. Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was, dat alleen al door de lengte – acht uur van min of meer alledaagse handelingen – een radicale ontregeling is van alles wat een bezoeker van theater verwacht. Zijn naam is op slag gevestigd. Het volgende stuk, De macht der theaterlijke dwaasheden, gaat in première op de Biënnale van Venetië.

Fabre durft de wetmatigheden van het theater te tarten. Dat doet hij in voorstellingen die een nieuwe esthetiek belichamen. Alles is echt: de uitputting van de acteurs die zichzelf op de proef stellen, hun harde klappen op de vloer, hun zweet, misschien ook hun tranen. Er is geen afstand tussen acteurs en rollen, ze vallen samen met wat ze spelen. Ook voor ironie is er zodoende geen ruimte. ‘Geëxalteerd lichaam’, noemt Fabre dat: een pure aanwezigheid op de bühne.

Acteurs moeten grenzen verleggen

Verhalen dat Fabre het uiterste vraagt van zijn spelers doen al snel de ronde. Je hoort over eindeloze repetities in een afgelegen kasteeltje in de Ardennen, waar de acteurs hun grenzen moeten verleggen en tot over de grenzen van de uitputting worden opgejaagd. Hoe dat precies in zijn werk gaat, daar komt niet veel van naar buiten.

Het resultaat ervan krijg je wél mee. Fabuleuze vertolkers die zich met doodsverachting op hun rol storten en spelen alsof hun leven ervan afhangt. Ze zoeken fysieke grenzen op, maar raken ook aan extreme verstilling. In zijn eerste choreografie Danssecties, bestemd voor een opera in wording, staat een danseres de hele voorstelling lang op een smal plankje hoog boven de dansvloer, terwijl de danseressen ver onder haar uiterst traag hun geometrische patronen maken.

Het is een manier van werken die om een specifieke mentaliteit vraagt. Als Fabre door het Nationale Ballet wordt uitgenodigd een voorstelling te maken, botst hij op wat hij de 9-tot-5-houding van de dansers noemt. ‘Voor hen is het een job. Ze zijn gewend aan vaste tijden, terwijl ik met mijn dansers niet op de klok kijk’, vertelt hij me in de trein naar Middelburg, waar een expositie van hem geopend wordt. ‘Ook wie op het podium niks te doen heeft, moet voor duizend procent gloeien. Jan Fabre beult zijn dansers af, zeggen ze, maar voor die discipline krijg je veel terug.’

Uitputting, grenzeloosheid en herhaling

Dat afbeulen kan ver gaan. Het indringendste voorbeeld daarvan levert Els Deceukelier. Fabre ontdekt haar bij een amateurgezelschap in Brugge. Vanaf zijn eerste voorstelling maakt hij haar tot zijn muze. Ze wringt zich voor hem uit, totdat er bij haar iets knapt. Een aantal jaren is ze niet in staat te acteren. Als ze jaren later terugkeert op het podium, is dat… bij Jan Fabre, die monologen voor haar schreef en haar tot op de dag van vandaag grote rollen geeft.

Theater is voor Fabre beeldende kunst met gebruik van andere middelen. Als regisseur denkt hij als een beeldend kunstenaar, waarschijnlijk ook letterlijk als iemand die zijn acteurs en dansers als materiaal ziet. Ook in zijn beeldende kunst spelen uitputting, grenzeloosheid en herhaling een sleutelrol. Een tijdlang maakt hij alles bicblauw: achterdoeken, pentekeningen, maar ook kasteel Tivoli bij Mechelen wordt integraal bicblauw gemaakt. Hoe? Er zouden bij dit monnikenwerk 150 duizend pennen zijn versleten.


Op dezelfde schaal grijpt hij later naar glanskevers. Hij maakt gigantische decoraties voor musea, bekleedt er gewaden en schedels mee en belegt de plafonds van het koninklijk paleis in Brussel, de residentie van koning Filip en koningin Mathilde, met reliëfs waarin anderhalf miljoen kevers worden verwerkt. Ook zijn eigen lichaam blijkt een bron die niet opdroogt. In doorwaakte nachten – Fabre erft de slapeloosheid van zijn moeder – maakt hij tekeningen met zijn eigen bloed, tranen, urine of sperma.

Jan Fabre: ‘Ik weet van mezelf dat ik direct kan overkomen als regisseur. Het was nooit mijn bedoeling mensen te intimideren of te kwetsen.’ Beeld Louisa Gouliamaki / AFP
Jan Fabre: ‘Ik weet van mezelf dat ik direct kan overkomen als regisseur. Het was nooit mijn bedoeling mensen te intimideren of te kwetsen.’Beeld Louisa Gouliamaki / AFP

Een kunstenaar van wereldfaam

Ik heb Jan Fabre zien uitgroeien tot een kunstenaar van wereldfaam op verschillende podia: als regisseur, toneelschrijver, beeldend kunstenaar, performer, auteur. Zijn stukken gaan in première in Avignon, Amsterdam, Bogota, Bayreuth, Napels, Zagreb, Philadelphia. Tegelijk blijft hij voor kleine podia voorstellingen maken. Zijn beeldende kunst wordt getoond in de grote musea. Hij mag als eerste moderne kunstenaar in het Louvre exposeren, maakt een bronzen installatie van een reuzenworm met het hoofd van Fabre die over de grafstenen van klassieke grootmeesters kruipt – de kunstenaar voedt zich met zijn voorgangers. Later mag hij iets vergelijkbaars doen in de Hermitage in St.-Petersburg. Hij exposeert in Buenos Aires, Tokio en Londen.

In België is hij op veel plekken aanwezig in de publieke ruimte. Op het Ladeuzeplein in Leuven staat een 23 meter hoge priem, waaraan een reuzenkever is gespietst. Bij het strand van Nieuwpoort is een bronzen schildpad van 7 meter te zien met Fabre erbovenop. De kathedraal van Antwerpen biedt onderdak aan zijn beeld van een man die met één hand een groot kruis draagt. Ook dat beeld is een zelfportret, net als de reeks hoorndragers die hij exposeert in het Nederlandse museum Kröller-Müller.

Jan Fabres bronzen schildpaddenbeeld ‘Searching for Utopia’ (2003) op het Piazza della Signoria in Florence. Beeld Getty
Jan Fabres bronzen schildpaddenbeeld ‘Searching for Utopia’ (2003) op het Piazza della Signoria in Florence.Beeld Getty

Fabre is kunstenaar maar ook ondernemer, net als Jeff Koons en Damien Hirst. Hij heeft een eigen hoofdkwartier, Troubleyn, in Antwerpen, met een grote zaal en studio’s om theater te maken en workshops te houden. Daarnaast is er de onderneming Angelos, waar beeldende kunst wordt gefabriceerd.

Dat is de Fabre die ik al zowat een leven lang koester. Een kunstenaar die laat zien dat als de overtuiging maar sterk genoeg is, je op eigen voorwaarden en met eigen middelen alles wat er is kunt bevragen en aan het wankelen kunt brengen, en zo al doende schoonheid kunt creëren.

Dierenmishandeling: creperende vissen, vliegende katten

Vaak genoeg is er felle kritiek op zijn werkwijze. De zuilen van de Gentse aula met lappen vlees beplakken, was dat nou nodig? Die levende uil die in zijn Zwanenmeer meedeed, was dat geen dierenmishandeling? En wat te denken van de vissen die hij op het podium liet creperen? Als er in 2012 voor een filmopname over zijn werk in het Antwerpse stadhuis katten in de lucht worden gegooid, verdwijnt bij sommigen de laatste twijfel: Fabre is een dierenbeul. Tijdens het joggen in Park Noord in Antwerpen wordt hij door zeven man opgewacht en met knuppels bewerkt. ‘De katjes zijn gelukkig en gezond’, zal de kunstenaar verzekeren. Later blijkt een van de dieren toch kreupel geworden te zijn. Van de duizenden haatmails die volgen, zegt hij weinig mee te krijgen: Fabre gebruikt geen smartphone of internet.

Die beschuldigingen van dierenmishandeling zijn bij nader inzien het begin van de ommekeer. Ook dan al zijn er organisaties die oproepen Fabres werk te boycotten. De echte klap komt in 2018.

Hollywoodproducer Harvey Weinstein komt in opspraak vanwege seksueel machtsmisbruik. Hetzelfde overkomt acteur Kevin Spacey. In Nederland wordt castingdirector Job Gosschalk door velen beschuldigd, in België overkomt dat tv-presentator Bart de Pauw. Terwijl #MeToo het debat beheerst, geeft Jan Fabre een interview. Hij zegt: ‘Goed dat de vrouw wordt verdedigd, maar ik moet zeggen: bij ons in de compagnie is er nooit in veertig jaar een probleem geweest. Jamais.’

Beschuldigingen ex-medewerkers: ‘Geen seks, geen solo’

Die uitspraak is de lont aan het kruitvat. Een paar maanden later komen twintig ex-medewerkers en stagiaires die in de periode tussen 1998 en 2018 bij zijn gezelschap werkten met een verklaring waarin ze Fabre beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag. Acht van hen ondertekenen met hun naam. Fabre zou de ondertekenaars – zeventien vrouwen, twee mannen, één non-binair – tijdens repetities hebben vernederd met pijnlijke en openlijk seksistische kritiek.

Er komen details naar buiten over de intieme en door hen als intimiderend ervaren fotosessies die hij met nieuwe danseressen zou houden, en over het principe van ‘geen seks, geen solo’ dat hij zou hanteren. De procureur des Konings van de correctionele rechtbank van Antwerpen opent een onderzoek. Er komen twee tenlasteleggingen: inbreuken op de welzijnswet (geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk) ten aanzien van twaalf vrouwen en aanranding van de eerbaarheid ten aanzien van één vrouw. De hiërarchische positie van Fabre wordt daarbij als een verzwarende omstandigheid gezien. Elf ex-medewerkers blijken ook voor de rechter hun klachten staande te willen houden.

Het werk 'De man die de wolken meet'. Beeld
Het werk 'De man die de wolken meet'.

Voor het oog van de natie is Fabre al schuldig bevonden. Theater De Singel in Antwerpen haalde zijn beroemde werk De man die de wolken meet van het dak. Hetzelfde gebeurde bij het S.M.A.K. in Gent. Christie’s en Sotheby’s aarzelen over de verkoop van zijn werk.

Belgische optredens geannuleerd

Frederik Picard, woordvoerder namens het gezelschap van Fabre, vertelt dat Troubleyn in het buitenland nog op tournee kon, maar dat de afgelopen jaren in België vrijwel alle optredens werden geannuleerd. Volgens Picard is het integriteitsbeleid van Troubleyn inmiddels ingrijpend gewijzigd. Er is een ethische gedragscode, een nieuwe raad van bestuur trad aan en er zijn interne en externe vertrouwenspersonen. Het ministerie van Cultuur beoordeelde die maatregelen als voldoende om de subsidie van 927 duizend euro te handhaven. De betrokken danseressen zwijgen totdat de rechtszaak en een eventueel hoger beroep achter de rug zijn, ‘uit respect voor de rechtbank en om trial by media te voorkomen’. Ook de advocaat van Fabre weigert elk commentaar.

Fabre zelf zei in een interview wat alle mannen in verschillende bewoordingen zeggen als ze van machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag worden beschuldigd: ‘Ik weet van mezelf dat ik direct kan overkomen als regisseur. Het was nooit mijn bedoeling mensen te intimideren of te kwetsen.’

Daar zit je dan. Bewonder je misschien al tientallen jaren een kunstenaar die zich schuldig maakte aan machtsmisbruik en pesterijen, die zijn positie misbruikte om vrouwen in bed te krijgen. Zoiets is moeilijk te accepteren. Ik herinner me nog m’n eerste reactie: dit zijn aanstellers, stagiaires die niets gewend zijn. Als je bij Fabre begint moet je tegen een stootje kunnen. Kijk maar eens naar de vrouwen met wie hij zich omringt, zowel op het podium als zakelijk, en die vaak al decennia met hem werken: stoere, onafhankelijke types die zich heus niks laten aanleunen.

Grenzeloosheid als wezenskenmerk?

Ik herinner me ook de ultieme verdedigingslinie die ik aanlegde: Fabre maakt grensoverschrijdende kunst. Ik zag heel veel naakt, ik zag voorstellingen met fellatio, ik zag een speler die de loop van een machinegeweer in zijn anus stak, ik zag in het een etmaal durende theaterstuk Mount Olympus mannen die als honden aan elkaars blote kont snuffelden. Grenzeloosheid is een wezenskenmerk van Fabres werk. Wie daaraan een bijdrage wil leveren, moet accepteren dat grenzen worden overschreden. En ik dacht: met Fabre wordt een tijdperk en de bijbehorende moraal voor de rechter gedaagd. Een kunstenaar wiens esthetiek en moraal werden gevormd in de in veel opzichten rekkelijke en hiërarchische jaren tachtig, wordt langs de meetlat van het nieuwe millennium gelegd. Een meetlat die Fabre in De man die de wolken meet al eens zichtbaar maakte.

Dansers worden overgoten met yoghurt voor ze de vloer opgaan in de voorstelling ‘Mount Olympus’, in de Stadsschouwburg Amsterdam. Beeld Marlena Waldthausen
Dansers worden overgoten met yoghurt voor ze de vloer opgaan in de voorstelling ‘Mount Olympus’, in de Stadsschouwburg Amsterdam.Beeld Marlena Waldthausen

Er zijn wettelijke grenzen waaraan machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag kunnen worden afgemeten. De rechtbank van Antwerpen zal uitmaken of die grenzen zijn overschreden. De eerste zitting is 25 maart, de tweede op 1 april. Het vonnis wordt half mei verwacht, waarna er vier weken zijn om in hoger beroep te gaan.

Schoonheid is ongemak, die gedachte bekruipt me vaak bij het werk van Fabre. Dat ongemak is veel groter geworden. Mocht Fabre worden veroordeeld, dan laat dat de kwaliteit van zijn werk onverlet. Wel zal er een zware schaduw over vallen.

VERWARRENDE PSYCHOLOGISCHE SPELLETJES

Een op 13 september 2018 gepubliceerde open brief van twintig ex-medewerkers van Jan Fabre vormde het startpunt van de #MeToo-affaire. Fabre wordt daarin beschuldigd van ‘verwarrende psychologische spelletjes’ en ‘pijnlijke en vaak openlijke seksistische kritiek’. Een van de performers zou ontslag hebben genomen vanwege ‘seksuele intimidatie’. Vijf anderen vertrokken daarna ‘om gelijkaardige redenen’, schrijven de ex-medewerkers. In de brief wordt ‘een blijvende semigeheime fotopraktijk’ bij Fabre thuis beschreven, die voor hem een gelegenheid zou zijn ‘om de performer seksueel te benaderen’. Die fotoprojecten worden ‘een verborgen valuta’ genoemd, die toegang zou geven tot solo’s of betere aanbiedingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden