Geen persoon laat je onberoerd in het werk van Bertien van Manen

Boek (fotoboek) - I Will be Wolf

Fotograaf Bertien van Manen legde Boedapest vast in 1975. De dictatuur was nog op volle kracht, maar we zien geen bruin- koolkleurige triestheid. Hier en daar schemert de toekomst al door.

Foto uit I Will be Wolf, genomen in Boedapest in 1975. Foto Bertien van Manen

Dat het archief van een bekende fotograaf onontdekte (of onopgemerkt gebleven) schatten kan bevatten, is menigmaal gebleken. In 2013 publiceerde fotojournalist Leo Erken in Ulitza een selectie van het werk dat hij tijdens de grote politieke omwentelingen in het Oostblok van de jaren negentig had gemaakt. Er werden duizenden exemplaren van het boek verkocht. Begrijpelijk, het werd internationaal uitgegeven en vertaald voor die voormalige communistische landen in Oost-Europa. Het is een historisch document, waarin Erken vooral het lot van gewone mensen toont. Niet op grauw krantenpapier, zoals destijds, maar prachtig afgedrukt.

Dichter bij huis is het oeuvre van de 80-plusser Jacques Meijer een mooi voorbeeld van succesvol goud delven. Als fotograaf in het naoorlogse Den Haag blonk hij uit in alledaagse taferelen op straat, die (na eenmalige publicatie in de bladen van die jaren) pas ruim na zijn pensioengerechtigde leeftijd door hemzelf zijn gebundeld. Schitterende tijdsbeelden in zwart-wit bieden die boeken, van zonovergoten badgasten en vissersvolk bij Scheveningen, de betere stand op het chique Lange Voorhout en eenzame tramremises op een regenachtige avond. Nostalgisch en poëtisch.

Lees verder onder de foto.

I Will be Wolf (****)
Fotoboek
Bertien van Manen. Mack, euro 30.

Foto uit I Will be Wolf, genomen in Boedapest in 1975. Foto Bertien van Manen

Wolven

Fotograaf Bertien van Manen (75) heeft de verlokkingen van het eigen fotoarchief al eerder ontdekt. Bracht ze enkele jaren geleden een mooi boek uit met tijdens vakanties gemaakte foto's van haar gezin in de vroege jaren zeventig (Easter and Oak Trees), nu heeft zij in I Will be Wolf foto's gebundeld die ze in dezelfde tijd, eind 1975, in Boedapest heeft gemaakt. De hoofdstad van Hongarije, onder de sluier van de communistische dictatuur waarvan het einde nog lang niet in zicht was.

Het levert niet de bruinkoolkleurige triestigheid op die het onderwerp doet vermoeden. Wel een gevoel van verlies, van vergeefs reiken naar het verleden. Naar de lichtelijk verlopen allure in de lobby van Hotel Astoria, of de pruttelende koffiemachine in een treinrestauratie. Het Hongaarse verleden blijkt niet zo grauw als wat met het communisme wordt vereenzelvigd. Ook menselijke warmte, materiële eenvoud (niet per se armoede) en het nadrukkelijk ontbreken van mobiele telefoons zijn opvallende kenmerken. De boektitel verwijst daar ook naar. Die is ontleend aan een gedicht: 'A deer I used to be. I shall be a wolf.' Op te vatten als zinnen over het verlies van onschuld en een vooruitwijzing naar politieke onrust. Oorlog, zoals toen de dichter Joszef Attila het in 1929 schreef. Of rechts-extremisten in Hongarije, in wie Van Manen wolven herkent.

De menselijke soort

Zo weinig mensen als er te ontwaren zijn op de foto's in Bertien van Manens vorige boek vol landschappen Beyond Maps and Atlases (2016), zo veel staan er in haar nieuwe I Will be Wolf. Op slechts drie van de ruim zestig zwart-witfoto's staan géén mensen afgebeeld. Zo'n getal heeft weinig bewijskracht, maar het is toch kenmerkend voor Van Manens intense belangstelling destijds voor de menselijke soort.

Bijzondere eisen

Aan een fotoboek dat is samengesteld uit beelden van meer dan veertig jaar oud worden bijzondere eisen gesteld. Foto's die destijds actualiteitswaarde hadden, hebben die nu allang verloren. Opnamen die de fotograaf zelf toen wellicht niet de moeite van het afdrukken en/of publiceren waard achtte, blijken hoogtepunten bezien met het oog van nu.

Bertien van Manen is zich bewust geweest van de valkuilen waar ze in kon tuimelen bij de samenstelling van I Will be Wolf. De Engelse fotograaf Stephen Gill bekeek het werk met een frisse blik, een onontbeerlijke steun voor een fotograaf die moet kiezen uit het eigen archief.

Die door Van Manen georganiseerde artistieke distantie laat zich moeilijk meten, maar wat een opvallende invloed van Gill zou kunnen zijn, is een voorkeur voor sferische foto's boven meer documentaire. Van Manen was in 1975 naar eigen zeggen geïnspireerd door het werk van de Amerikaanse fotograaf Robert Frank. Diens beroemde, klassiek geworden fotoboek The Americans biedt een rauwe en liefdevolle schets van de naoorlogse Amerikaanse samenleving, waarbij elke foto de bron vormt van een stroom aan verhalen en associaties. Maar juist de verhalende foto's die Van Manen in navolging van haar grote voorbeeld Frank in Boedapest maakte, zijn níét in de definitieve selectie gekomen.

Lees verder onder de foto.

Foto uit I Will be Wolf, genomen in Boedapest in 1975. Foto Bertien van Manen
Foto uit I Will be Wolf, genomen in Boedapest in 1975. Foto Bertien van Manen

Volkomen zichzelf

Op vrijwel alle foto's zijn mensen te zien in hun min of meer dagelijkse bezigheden, waarbij Van Manen een bijzondere, zij het onnadrukkelijke aandacht heeft voor één persoon. Een conductrice in een bevallige houding, met lange jas, naast de trein die straks gaat vertrekken. Een automobilist wachtend in zijn Lada, nagelbijtend. Een cafébezoeker aan het bier, met in zichzelf verzonken, droeve blik. Een vrouw met hoofddoek achter een raam, een bloemenkrans aan het kozijn. Een man op natgeregend asfalt, geflankeerd door een hoop zand. Een man wachtend in een stationshal - zijn evenknie uit 2018 zou ongetwijfeld staren naar zijn smartphone. Wat al die personages doen, doet er eigenlijk niet toe. Van Manen legt ze vast als ze volkomen zichzelf zijn, en zich niet bewust zijn van de camera.

Het verloop van de jaren geeft de foto's extra glans. Het straatbeeld wordt bepaald door mannen met hoeden, gestoken in jassen met eendere zwarte bontkragen. Veel vrouwen dragen bontmutsen die ze - zou het status zijn? - ook in het café ophouden. De auto's zijn aandoenlijk antiek, er wordt gesjouwd met melkbussen, de straat wordt met een takkenbezem geveegd. Het Hongaarse verleden overlapt met het Nederlandse verleden, maar in Nederland was de welvaartstaat in 1975 al vol op stoom, terwijl Hongarije (in economisch opzicht) nog in de vroege jaren zestig verkeerde.

Foto uit I Will be Wolf, genomen in Boedapest in 1975. Foto Bertien van Manen

Grijs

Wie voor het eerst door I Will be Wolf bladert, moet wellicht wennen aan de wat grijze afdrukken en de onspectaculaire foto's. Maar als je het werk laat bezinken merk je dat het zich nestelt in je geheugen, zelfs die onscherpe foto van een metro-uitgang waar een hoge (Sovjet?)-militair in uniform de trap beklimt. Het bescheiden formaat van het boekje roept associaties op met een familiealbum, waarin de foto zelf oneindig veel belangrijker is dan zaken als compositie en contrast. Die intimiteit straalt af van I Will be Wolf. De mensen op Van Manens foto's worden je dierbaar. Voor de mannen in een restaurant die wel partijbonzen moeten zijn, voel je meteen afkeer. Niemand laat je onberoerd.

Foto uit I Will be Wolf, genomen in Boedapest in 1975. Foto Bertien van Manen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.