GEEN NIEUWSZENDER ZOU DIT PIKKEN

Binnen de hedendaagse kunst wordt geen oorlogsgebied zo veel en zo vaak behandeld als het Midden-Oosten. Die kunstenaarsverslagen zijn extra waardevol, nu iedereen steeds sceptischer naar CNN en andere nieuwszenders kijkt....

Een jaar geleden begon de Libanese fotograaf Fouad Elkoury met een dagboek. ‘13 juli 2006. Het is oorlog. Gisteren kwam ik thuis van een etentje waar iedereen zich afvroeg hoe Israël zou reageren op de ontvoering van twee soldaten. Niemand verwachtte dat ze het vliegveld zouden bombarderen – zeker ik niet, ik zou morgen vliegen* de telefoon werkt nog, maar voor hoe lang?’

Hij schrijft de tekst in blauwe stift over twee foto-opnames van het uitzicht uit zijn raam. Tot 14 augustus, het einde van een maand oorlog, zal hij dagelijks foto’s en aantekeningen maken terwijl hij eerst in Beiroet blijft, dan via Amman naar Istanbul vlucht. Soms liggen zijn regels tekst op een blaadje tussen het ontbijt, soms schrijft hij ze over de foto heen.

Het 33-delige kunstwerk On War and Love hangt op de Biënnale van Venetië, in het paviljoen van Libanon. In het werk van Elkoury zijn dagelijks leven en oorlog vanaf de eerste dag met elkaar vervlochten. De fotograaf legt op 16 juli een schip vast, in de haven waar hij zijn jongste zoon heen brengt voor evacuatie – ‘een paar uur voordat de haven werd gebombardeerd.’

In diezelfde periode beëindigt zijn vriendin S. hun relatie per telefoon. Ze belt hem nog een keer als Elkoury nog hartkloppingen heeft van het bombardement naast zijn huis. ‘Zijn mijn cd’s beschadigd?’ vraagt ze. En ze houdt Elkoury, voor het laatst, gezelschap in Istanbul. Als op 30 juli zijn vrienden bellen en vertellen dat er vijftig mensen zijn omgekomen in een kelder in Qana, loopt Elkoury die middag met haar door een museum. Dat is voor hem minstens even belangrijk als de oorlog. ‘Het leven is een leugen’, schildert hij over een foto van S. ‘Wij samen maar toch gescheiden, Israël dat Libanon binnenvalt maar niet in oorlog is.’

Het is een jaar later en Libanon staat alweer op de rand van een nieuwe oorlog. Op de Biënnale van Venetië doet het land voor de eerste keer mee. ‘Wat gebeurt er in de levens die schuilgaan achter krantenkoppen die het hebben over oorlog, staakt-het-vuren, strijd, patstelling en onvermijdelijke showdown?’ vroegen de twee samenstellers van het Libanese paviljoen, Saleh Barakat en Sandra Dagher, zich af.

Dat Libanon zo’n onderwerp kiest, is niet zo vreemd. Minder voor de hand liggend is dat het Midden-Oosten al jaren prominent op kunstmanifestaties aanwezig is. Zelfs op helemaal niet zo politieke getinte tentoonstellingen als de huidige Documenta in Kassel en de Biënnale van Venetië kom je het onderwerp overal tegen. Op de Documenta tonen bijvoorbeeld de Palestijnse Ahlam Shibli en de Nederlandse Lidwien van de Ven beiden een omvangrijke serie foto’s, schilderde de Indiase Sheela Gowda een serie naar een nieuwsfoto uit de Gazastrook en toont de Israëlisch/Nederlandse Yael Bartana haar nieuwste werk. Hedendaagse kunstmusea (zoals momenteel het Van Abbemuseum in Eindhoven met films van Avi Mograbi en Arthur Zmijewski) besteden er regelmatig aandacht aan. En op internationale filmfestivals worden naast documentaires ook steeds meer kunstenaarsfilms uit en over het gebied getoond.

Binnen de hedendaagse kunst is er geen oorlogsgebied dat zoveel en zo vaak door kunstenaars wordt behandeld als het Midden-Oosten – veel meer dan, om maar een iets te noemen, een gebied waar veel meer slachtoffers vallen als Sudan.

Hoe komt het dat het Midden-Oosten zo prominent in de kunst aanwezig is? En hoe verhoudt die kunst zich tot het nieuws, dat ook gedomineerd wordt door het onderwerp?

Je zou bijna vergeten dat het hele verschijnsel nog maar vrij recent is. Vijf jaar geleden leek de Libanese Atlas Group met zijn lugubere, absurdistische inventarisatie van automerken die voor autobommen waren ingezet in de burgeroorlog, nog een uitzondering.

Nu niet meer. Tussen de westerse kunstwereld en het Midden-Oosten is in de loop van de jaren een infrastructuur ontstaan, een hecht netwerk en niet te vergeten een geldstroom waar andere brandhaarden in de wereld niet of veel minder over beschikken.

Zo is er al jaren een uitstroom van Israëlische kunstenaars naar Europa en de Verenigde Staten. In de verspreiding van het werk van Palestijnse kunstenaars speelt een ander land een grote rol: Frankrijk. Een groot deel van de Libanese en Syrische onafhankelijke filmproducties worden met Frans geld gemaakt en worden ook in Frankrijk getoond (de landen waren tot het einde van WOII Frans mandaatgebied). En juist de invloed van in Frankrijk opgeleide curatoren is wereldwijd groot, in het kielzog van Catherine David die het onderwerp zo ongeveer eigenhandig tien jaar geleden op de wereldwijde kunstkaart heeft gezet.

Kortom: een amalgaam aan ‘gunstige’ factoren. ‘Bovendien moet je niet vergeten dat Israël, vreemd genoeg, toch nog steeds het meest democratische land in het Midden-Oosten is’, zegt directeur Charles Esche van het van Abbemuseum. Esche werkt momenteel aan een project voor de Biënnale van Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. ‘Er is ruimte, kennis, en de mogelijkheid je uit te spreken zonder vervolgd te worden.’ Juist doordat het conflict al zo ontzettend lang duurt, meent hij, is er wrang genoeg de tijd en de afstand ontstaan om er als kunstenaar op te kunnen reageren, in Israël zelf of in de diaspora.

Iemand als fotograaf Fouad Elkoury neemt echter niet de tijd en zeker geen afstand. Gedurende de eerste tien dagen van zijn fotodagboek zit hij er middenin en bedient zich van dezelfde wapens als een journalist: van het beeld en van het woord. Maar zijn werk is anti-journalistiek. Hij reageert primair, vermengt gedachten met feiten en toont in beeld een stad in oorlog waar in feite niets aan te zien valt. Toch is zijn verslag heel waardevol, juist nu iedereen steeds sceptischer naar CNN en andere nieuwszenders kijkt.

De verslaggeving uit het Midden-Oosten is, zoals vanuit alle oorlogsgebieden, problematisch. Journalist Joris Luyendijk beschreef vorig jaar in zijn boek Het zijn net mensen hoe frustrerend de rol van correspondent in dit gebied is. Hoe moeilijk het is om meer te zijn dan iemand die niet te controleren berichten doorgeeft, die bovendien pas geplaatst of uitgezonden worden als er ‘lekker’ beeld bij geleverd wordt. Luyendijk was jarenlang Midden-Oostencorrespondent voor de Volkskrant, NRC Handelsblad, het Radio 1 Journaal en het NOS Journaal.

Hij kreeg lof, maar ook veel kritiek op zijn openhartige ontboezemingen – de manier waarop hij zijn werk deed, was niet de enige – het was niet exemplarisch voor de hele journalistiek. Belangrijk was echter wel zijn constatering dat de media er niet alleen waren om verslag te doen van het conflict, maar evenzogoed een podium waren waarop dat conflict werd uitgevochten. ‘Zoals de Israëlische directeur Voorlichting zei: ‘Het gaat er niet om wat er is gebeurd, het gaat erom hoe het op CNN komt’, schreef Luyendijk.

Politieke en commerciële belangen spelen een rol in het nieuws, onder de vlag van objectief verslag. Het verschil met de kunstenaar zit erin dat die juist helemaal niet objectief beweert te zijn en vaak alleen zijn eigen belang spreekt – op een manier die geen nieuwszender zou pikken.

‘Uit welk gat hebben ze jullie getrokken?’schreeuwt de Israëlische regisseur/camerman Avi Mograbi naar Israëlische soldaten die weigeren Palestijnse kinderen naar school te laten gaan. De regisseur heeft al eerder bij de totaal willekeurige open- en dichtgaande checkpoints gestaan, hij heeft handen in zijn lens gekregen, hij is is beledigd, geduwd en hij heeft toegezien hoe soldaten een ambulance terugsturen die een Palestijnse oude vrouw moet ophalen – als een afstandelijke cameraman. Maar nu wordt het hem te gortig, hij wordt kwaad en begint te schelden. ‘Uit welk land kom jij?’ roept hij wanhopig naar de jonge soldaten. ‘Uit het jouwe’ is het gelaten antwoord.

De films van Avi Mograbi worden momenteel in het van Abbemuseum vertoond. Mograbi’s rol lijkt duidelijk. Hij acteert in de camera, geeft commentaar, voert absurde toneelstukjes op of zwijgt alleen maar – tussen de fragmenten door die hij op straat filmt.

Toch gaan de films niet over de regisseur zelf. Hij gebruikt zichzelf om te laten zien dat de oorlog zijn huis, zijn hoofd, zelfs zijn huwelijk binnensluipt, als een meningsverschil over Ariel Sharon hem bijna tot echtscheiding drijft. Of als kleine kinderen onder het kleien van een Samson-figuurtje terloops door hun ouders worden onderwezen in eer en wraak.

In zijn beste film, Avenge but with one of my two eyes (2005) zit Mograbi aan telefoon met een Palestijnse vriend, wiens wijk op dat moment belegerd wordt tijdens de Tweede Intifada. Buiten beeld vertelt de vriend dat hij zijn leven inmiddels niet veel meer waard vindt. Hij zou het zo kunnen geven. ‘Van alle volkeren zouden jullie ons juist het beste moeten begrijpen’ zegt hij. De regisseur raakt steeds verder in verwarring en kan uiteindelijk alleen nog maar zwijgend in de camera staren. En dan zegt de vriend: ‘Nu moet ik ophangen, daar zijn de soldaten’. Klik.

Het zou een spannend ‘live’-moment zijn – ware het niet dat Avi Mograbi het pas drie jaar na opname in een film gebruikt en geen nieuws wil maken.

Net zomin als kunstenaar Yael Bartana, die al jaren werk maakt dat zijdelings over Israël gaat. Summer Camp is haar nieuwste installatie die op de Documenta is te zien (later in Nederland). De kunstenares woont en werkt in Israël en Nederland en zegt, als ze tijdens de openingsdagen van de Documenta bij haar werk zit: ‘Ik heb geen keuze, ik moet het wel over politiek hebben’.

‘Mijn politieke protest bestaat uit het feit dat ik laat zien wat er ook is, wat nooit in de media wordt getoond’, zegt ze. In Summer Camp is dat de kleine linkse beweging ICAHD, Israel Committee Against House Demolitians. Het zijn Palestijnen, Israëlieten en andere vrijwilligers die samen illegaal Palestijnse huizen herbouwen die door de Israëlische overheid gesloopt zijn. In Summer Camp is dat een huis in Anata, een Oost-Jeruzalemse wijk, waar de Muur inmiddels dwars doorheen loopt. ‘Ik vond het goed om te laten zien dat verzet niet altijd gelijk staat aan geweld’ zegt Bartana. ‘Dit is ook verzet, maar dan in de vorm van constructie.’

Haar film is echter geen uitleggerig pamflet. De bouwwerkzaamheden zijn gefilmd als zionistische films uit de jaren dertig. Zwoegende ruggen, handen die emmers en stenen doorgeven, harde arbeid tegen een blauwe lucht. Daarbij gebruikt Bartana voor muziek en geluid uit die propagandafilms die als motto hadden ‘Wij kwamen om het land te bebouwen en gebouwd te worden door het land’.

De boodschappen zijn tegenstrijdig, propaganda wordt gebruikt om het protest tegen die propaganda juist kracht bij te zetten. En dan ziet het er ook nog allemaal heel idealistisch uit, alsof het land eensgezind op weg naar de toekomst is. Bartana zaait die verwarring bewust en maakt het ook mooi, want ze wil de zware problematiek juist in een lichte stijl weergeven. ‘Mijn werk wordt misschien steeds politieker, maar ook steeds cinematografischer’, zegt ze. Geweld en conflict zijn de oorzaak van het handelen van de mensen en de gebeurtenissen in haar videowerk, maar je ziet het niet.

Daarmee plaatst ze zichzelf niet ‘in het oog van de storm in je gemeenschap’, zoals het motto van Avi Mograbi luidt – maar net als hij, en net als al die andere kunstenaars die al jaren buiten het nieuws bericht doen van het Midden-Oosten, laat ze zien hoe troebel, onduidelijk en hoe ingrijpend het bestaan in dat oog van die storm is. Zo troebel dat het niet in een krantenkop te vangen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden