Geen muziek die zo verzoent met het bestaan

Was Bach katholiek geweest, hij zou allang heilig zijn verklaard. Anders was het kerkelijk jaar 2000, 250 jaar na zijn dood, een mooi moment geweest voor zo'n bekroning....

Het literaire supplement van Die Welt zag het zo: een manneke met barokpruik op de rug gezien achter een orgel, daarnaast de Here in een lekkere fauteuil, terwijl hij de ogen sluit en met de rechterhand op de stoelleuning meetikt. Volgens de tekenaar blijft Bach eeuwig doorspelen, voor God alleen - S.D.G., Soli Deo Gloria, zo ondertekende hij zijn partituren.

Vandaag begint om zeven uur met een orgelconcert het feestprogramma in Leipzig. Dan in de loop van de ochtend Metten in de Nicolaaskerk, en om elf uur een deftige, besloten bijeenkomst in de Thomaskerk, waar Bachbiograaf Christoph Wolff een feestrede houdt, met muziek door het Gewandhausorkest en 'de Thomaner' - het koor van de Thomasschool waar Bach cantor was. Het sterfdagprogramma wordt ergens na middernacht afgesloten met 'Swinging Bach', een openluchtconcert van onder meer Bobby McFerrin.

Als Bach een apostel is of nog hoger, dan zijn Ton Koopman, Gustav Leonhardt, Joshua Rifkin en Masaaki Suzuki de (hoge) priesters van de eredienst. Het Bachfestival Leipzig is een soort Festival Oude Muziek in engere zin. Provinciaals een beetje, Hollands ook.

Ton Koopman was er eerder deze week, in stevige wandelpas van persconferentie naar generale repetitie door de stad, voordat hij weer afreisde naar Montpellier voor een uitvoering van de Markus Passion. Nieuwslezer Joop van Zijl was er. En Govert Bach uit Amsterdam, psychotherapeut en muziekliefhebber: familie ja, van de Nederlandse tak, nazaat van Veit Bach, de stamvader uit Wechmar.

Toen de laatste tonen van Ein feste Burg ist unser Gott klonken (BWV 80, 'Kantate für das Reformationsfest') en het applaus opsteeg uit de kerkbanken, schuifelden de fans naar voren, door het middenschip van de Nicolaaskerk - 'werkplaats' van Johann Sebastian Bach. Om foto's te maken van Ton Koopman en koor en orkest uit Amsterdam. De aanbidding van Bach gaat op de eerste plaats via zijn verkondigers.

Dit Bachfeest 2000, dat op meer plaatsen in Duitsland wordt gevierd, is een feest van de wederopbouw. Niet alleen de Thomaskerk in Leipzig is stevig onder handen genomen en gerestaureerd. Ook de Bachkerk in Arnstadt en het trouwkerkje van Johann Sebastian en Maria Barbara in Dornheim ruiken nog volop naar verf en beits. Ze stralen en glanzen van opknapvlijt en herwonnen trots ('We kunnen weer begraven, we kunnen weer trouwen!').

Orgels zijn her en der nog in de revisie, soms worden ze helemaal gereconstrueerd, of men is nog bezig met fondswerving daarvoor. Ook Bachland is een bouwput, zoals de voormalige DDR dat nog steeds is, waarin echter steeds meer schone straten en frisse gevels opduiken.

Het geldt zowel voor de materiële als voor de geestelijke nalatenschap. Aan de restauratie van zijn handschriften wordt gewerkt. De Neue Bachgesellschaft, waarvan de wortels teruggaan naar Mendelssohn en Schumann, buigt zich aandachtig over zijn recente geschiedenis: welke consequenties hebben Tweede Wereldoorlog en het communisme voor het onderzoek naar Bach en de verbreiding van zijn muziek gehad?

Maar tijdens de 'muziekdiensten' in de kerken wordt het je pas echt duidelijk, hoezeer muziek en maatschappij en muziek en religie hier met elkaar verweven zijn. Ook dat hoort bij de erfenis van Bach. De geniale componist die zich uit de naad werkte en doorlopend kritisch naar zijn eigen werk keek. Die bleef studeren, adapteren, experimenteren en recyclen. Die als geen ander de mogelijkheden van een simpel motief overzag en benutte in harmonie en contrapunt. Die met mathematische precisie bouwwerkjes maakte en de noten doseerde totdat ze als tandwielradertjes perfect in elkaar grepen. Of juist vervaarlijk wrongen - waarna hij toch altijd weer de lucht liet opklaren.

Troost. Geen muziek die zo verzoent met het bestaan. Dat is ook een benadering van het eeuwige succes van Johann Sebastian Bach. Zondag tijdens de cantatedienst in de Thomaskerk (waar iedereen voluit en zonder gêne meezingt) had de dominee het erover in zijn preek. En citeerde hij Tan Dun, de Chinese componist, die was geïnterviewd in Die Zeit.

Vraag aan Tan Dun: Wat begreep u van de muziek van Bach toen u die voor het eerst hoorde? Antwoord: 'Dat het om hoop gaat en een diep geloof.'

Die Zeit, verveeld: 'Jaja, dat is het cliché van Bach als de kunstenaar voor alle mensen, wiens muziek universeel en troostrijk is.' Tan Dun, verwonderd: 'Maar ís het dan niet zo?' Zo sprak de dominee van de Thomaskerk en liet een stilte vallen. Bach keek toe, vanaf zijn glas-en-loodraam aan de zuidzijde en de zon brak door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden