Geen mening? Dan zul je wel niet deugen volgens de ophefkaravaan

Loes Reijmer werpt in deze rubriek een blik op onlinecultuur.

Camiel Eurlings had veel eerder moeten opstappen. Het zou mooi zijn als de marktwaarde van Rapper Boef dermate daalt dat hij komend jaar louter nog van braderie naar braderie hoeft te trekken op een onverwoestbare e-bike. Vrouwen die in het Midden-Oosten protesteren tegen onderdrukkende islamitische regimes zijn heldinnen. En ja, ik denk ook dat feministen best iets meer oog mogen hebben voor de soms benaderde positie van hun zusters met een andere culturele achtergrond in plaats van, ik put hier even uit eigen leven, een avondlang te schuimbekken over de onzin van kinderdagverblijftraktaties en de allesverwoestende werking daarvan op de emancipatie van de vrouw, hoewel dat laatste ook echt een heel legitiem punt is.

Je kunt het maar gezegd hebben.

Rapper Boef bedankte vrouwen die hem een lift hadden gegeven door hen als 'kechs', hoeren, op Snapchat te slingeren. Naast het onthullende inkijkje in zijn sneue machobrein bracht de kwestie ook een sociaalmediaal onhebbelijkheidje aan het oppervlak: de verplichting om je, het liefst zo snel mogelijk, over een kwestie uit te spreken, ook als je er niets mee te maken hebt. Want stilte in de ophefkaravaan is verdacht.

De Telegraaf promoveerde het vingerwijzen naar zwijgenden deze week zelfs tot journalistiek. In een artikel over de controverse rond Boef ruimde de verslaggever een alinea in voor degenen die zich niet hadden laten horen. Uit die hoek bleef het 'angstvallig stil', noteerde hij, maar hij verzekerde op Twitter dat daarin geen waardeoordeel school. Naar aanleiding van het artikel werd schrijfster Anke Laterveer - geen direct betrokkene, evenmin als de andere genoemde vrouwen - in haar inbox getrakteerd op een bezorgde burger: 'Stomme kut met je linkse praatjes, niet opkomen voor vrouwen als het een moslimrapper betreft, schaam je!'

De Groene Amsterdammer had afgelopen maand een mooi themanummer over schaamte, waarin online shaming vanzelfsprekend een belangrijke rol speelt. 'Het is wel duidelijk dat internet momenteel vooral dient om medeburgers in het gareel te houden', schreef Marian Donner. Immer alert speuren we sociale media af om tegenstanders te betrappen op misstappen en ze te reduceren tot dat ene onhandige tweetje. Dat gebeurt niet per se uit bloeddorstigheid, maar vanuit de oprechte gedachte dat we hiermee bijdragen aan de goede zaak. Donner noemde het panopticum waarover de filosoof Michel Foucault schreef, de gevangenis waarin iedereen zich constant bespied waant. Daarbij gaat het dus niet alleen meer om manifeste fouten, maar ook om wat we niet doen, zo bleek deze week vaker.

De jonge activiste Anne Fleur Dekker moest zich op Twitter tegen critici verdedigen omdat ze nog niets over de protesten in Iran had gezegd. Ze was het van plan geweest, maar had een nieuwjaarskater en was vrij. 'My god, ik ben geen publiek bezit', twitterde ze. Leon de Winter hekelde Iran-correspondent Thomas Erdbrink omdat die sinds de protesten daar 'slechts 1 nietszeggend tweetje' had gestuurd. Hij zou wel niets durven te melden, constateerde De Winter, want de correspondent zit natuurlijk onder de knoet van het regime. Erdbrink bleek op vakantie in Japan. Het is een fascinerend nieuw stadium in de onvrijheid die sociale media met zich mee kunnen brengen. De meeste mensen kennen wel de innerlijke druk om zo nu en dan iets te posten. Maar in sommige gevallen komt die druk dus ook van buiten.

Ik begrijp het wel. Het is heerlijk om mensen op ogenschijnlijke hypocrisie te betrappen. Maar het publieke debat is er niet echt bij gebaat als mensen bij het krieken van de dag snel een lijstje meningen afvinken om aan de eisen van hun kritische volgers te voldoen. Je zou er bovendien ook best op kunnen vertrouwen dat feministen bijvoorbeeld tegen vrouwenonderdrukking zijn, waar dan ook. Dat scheelt iedereen tijd. Kostbare tijd die vrouwen dan weer kunnen steken in het in elkaar knutselen van kinderdagverblijftraktaties. Zoals het ons betaamt.


Boef in de ban

Straattaal of slecht vrouwbeeld: hoe vrouwonvriendelijk zijn de uitspraken van Boef?
'Kechs' waren de drie dames die rapper Boef een lift aanboden. Hoeren. Is dat straattaal die je niet zo letterlijk moet nemen, of uiting van een dubbele moraal en een verwrongen vrouwbeeld? En pikken zijn fans dat?

Opnieuw doen festivals rapper Boef in de ban om vrouwonvriendelijke uitspraken
Rapper Boef is ook niet welkom op de festivals Dauwpop en ParkCity Live. Dat hebben de organisaties vrijdag laten weten. Aanleiding zijn de vrouwonvriendelijke uitspraken die hij in een filmpje op Snapchat deed. Hierdoor hebben al zes organisaties optredens van de in opspraak geraakte rapper geschrapt.

Sorry zeggen blijkt moeilijk. Excuses worden vooral gebruikt om het eigen belang te dienen (+)
Boef, Camiel Eurlings, Job Gosschalk, Kevin Spacey, allemaal maakten ze de afgelopen tijd excuses. Die waren eigenlijk niet gericht aan de slachtoffers, maar vooral bedoeld om het eigen belang te dienen. Sorry zeggen valt niet mee.

Wilden Boef en Eurlings eigenlijk wel sorry zeggen? Vier tips om écht excuses te maken
Het valt niet mee, in één keer goed sorry zeggen. Van Boef, Camiel Eurlings en Kevin Spacey leerden we vooral hoe het niét moet. Daarom, gratis en voor niks, een aantal tips. Daarmee voorkom je een hoop gedoe. Tip 1: betreur niet de ophef, maar betreur wat je hebt gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.